De lijster.

Je moet hier geen monografie verwachten over de Turdus philomelos (klinkt altijd indrukwekkend die Latijnse namen). Neen, we gaan het even hebben over een fenomeen waar elke vogelkijker ooit mee te maken krijgt. Het bijhouden van lijstjes.

Verzamelaar.

Het zit gewoon in ons bloed. Dingen verzamelen. En lijstjes bijhouden is ook gewoon het registeren van verzamelde waarnemingen. Dus het is geen gevaarlijke afwijking waarmee je dadelijk naar de dokter mee moet lopen. Neen, gewoon een natuurlijk gedrag. En een verdomd leuk gedrag. Zelf ben ik een fervente lijstjesman. En hou ik allerlei lijstjes bij. Het ene al wat vreemder dan het andere.

MyBirdBook3

Ooit begon het met geschreven lijstjes.

En dankzij de geweldige website waarnemingen.be of waarneming.nl hoef je dit niet meer te doen in stoffige schriftjes of op zelfgemaakte exell-bestandjes. Neen, als je gewoon al je waarnemingen netjes ingeeft op deze websites worden die lijsten vanzelf bijgehouden en kan je ze op elk moment opvragen. En je kan ze ook vergelijken met andere vogelkijkers die hetzelfde kwaaltje hebben. Extra leuk is eigen gebieden aanmaken. Zo kan je je eigen tuin aanmaken als gebied en worden vanzelf alle soorten, aantallen en andere gegevens mooi bijgehouden voor jou. Zo kan je een mooi overzicht krijgen van wat er allemaal voorbijkomt of leeft in jouw tuin. Een gebied in jouw buurt waar je vaak komt kan je zo ook aanmaken en een eigen naam geven. Boeiend en superleuk.

Schermafbeelding 2017-04-03 om 20.12.25

Een deeltje van mijn tuinlijst.

WC.

De klassieker is je life-list. Een lijst met alle soorten die je ooit hebt gezien. Zo een lijst kan je dan beperken per gebied. Zo heb ik zelf een Belgische lijst, een Limburgse lijst, een Fruitstreek-lijst (de regio waar onze vogelwerkgroep actief is) en een Wellen-lijst (de gemeente waar ik woon). En dan hou ik ook van elk van mijn local-patchs een lijst bij. Allé, niet ikzelf. Maar ik kan ze opvragen via de website van waarnemingen.

Zelf durf ik tijdelijk al wel eens een vreemde lijst bijhouden en ik ben blijkbaar niet de enige. Ooit begon ik met volle moed aan een TV-lijst. Ik hield alle vogels bij die ik op mijn TV tijdens programma’s zag opduiken. Die kon ik natuurlijk niet op waarnemingen ingeven. Maar het was een manier om mijn gebrek aan verre reizen naar tropische landen met kleurrijke vogelsoorten te compenseren denk ik. Er stonden trouwens een aantal leuke beestjes op. Verrassend in welke programma’s er soms vogels opduiken.

Mary Poppins … the original and best?

Roodborstlijster in de film Mary Poppins, check.

Ooit las ik van een vogelkijker die een WC-lijst bijhield. Hij noteerde alle soorten die hij zag tijdens zijn bezoekje aan het kleinste kamertje door het raampje. Of een lijstje van de vogels die je ziet tijdens je autorit naar je werk elke dag. Een bezigheid die denkelijk door de politie niet echt wordt aangeraden. Ik ben er zeker van dat ook jij een speciale lijst kan uitvinden.

Ze kunnen de boom in.

Deze hele kleine groep eenden wordt door menig vogelkijker met argwaan bekeken. Maar ik denk dat er echt niemand onbewogen blijft als ze een vertegenwoordiger zien van de boomeenden. En die naam is goed gekozen. Want deze eenden bouwen hun nest in een boom. Om juist te zijn in een holte van een boom.

Zo zijn er broedsels bekend van boomeenden in een nestkast voor bosuil. Het is een spectaculair zicht om het wijfje met een rotvaart zo een kast te zien induiken. Je verwacht spontaan dat ze er aan de achterkant gewoon gaat uitknallen. Zo snel vliegen ze aan.

Mandarijntjes.

De meest opvallende soort van deze groep zijn de mandarijneenden. Deze oostaziatische inwijkeling heeft zich goed aangepast  en er is een mooie populatie ontstaan. Je kan ze zowel op grotere waters als kleine poeltjes tegenkomen. De mannetjes zijn zeer opvallend gekleurd en zijn onmiskenbaar. Vooral de grote oranje “zeiltjes” achteraan vallen heel goed op. De vrouwtjes lijken op die van de andere soort de carolina-eend. Maar ze zijn iets lichter gekleurd met grotere witte flankvlekken, meer wit rond de snavel en een oogstreep die veel verder doorloopt naar achter dan bij de carolina. De witte snavelpunt is ook een goed kenmerk.

Mandarijneend Karel Van Rompaey

Mannetje mandarijneend (foto Karel Van Rompaey)

Carolina.

De andere vertegenwoordiger is van noordamerikaanse afkomst. De carolina-eend. Hier is niet echt een wilde populatie ontstaan en gaat het meestal om ontsnapte vogels. Vaak enkelingen of paartjes. Mannetje ook zeer mooi gekleurd maar iets minder opvallend dan de mandarijn. Wijfje lijkt zoals al gezegd veel op dat van de mandarijn. Maar de zwarte snavelpunt en de kortere oogstreep geven uitsluitsel.

Carolina Michel Garin

Mannetje Carolina-eend (foto Michel Garin)

Exoten.

Ik weet dat heel wat vogelkijkers deze soorten wel bekijken maar dadelijk klasseren in hun exoten-vuilbakje. Maar voor mij zijn ze beiden te spectaculair en opvallend om ze niet te vernoemen. Wie zoveel kleur etaleert kan je toch niet zomaar links laten liggen. Ik  krijg elk jaar toch een glimlach op mijn gezicht als ik ze op mijn jaarlijst kan aanduiden.

Steltjes à volonté.

Als Belg moet ik het toegeven, met pijn in het hart. Maar Nederland is voor vogelkijkers een stuk attractiever dan ons Belgenlandje. Een veel betere ruimtelijke ordening, met daardoor veel meer open ruimte en een voorsprong van een paar 10tal jaren op gebied van natuurbescherming en beheer. Voila, het is er uit.

Zeeland.

En Zeeland is daar een heel goed voorbeeld van. Want deze provincie barst van de schitterende gebieden en dus ook van vogels. Zijn ligging aan de kust en dan nog eens in een bocht levert dan ook massa’s te ontdekken soorten op. En met de trek van de steltlopers is het één van de gebieden waar je nu moet zijn.

Grutto-Plan-Tureluur

Grutto ga je er zeker tegenkomen (foto http://www.natuurmonumenten.nl)

Kiezen.

We pikken er eentje uit. Flaauwers en Wevers Inlaag. Gelegen aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland net ten zuidoosten van Serooskerke. Twee aan elkaar grenzende inlagen met een dijk ertussen. Het gebied is volledig ingericht voor vogels en dat hebben ze geweten. Het barst er als het ware van allerlei eenden, steltlopers en in de winter ook massa’s ganzen. Een aantal jaar geleden werd een heel groot deel van die polder ook nog eens ingericht waardoor de oppervlakte die ja kan afspeuren nog een stuk groter is geworden.

Schermafbeelding 2017-04-01 om 16.58.11

Een greep uit de waarnemingen van de voorbije dagen in het gebied.

En een niet onbelangrijke tip. De vissoep in de Heerenkeet aan het begin van de Inlaagweg is overheerlijk.

Schermafbeelding 2017-04-01 om 16.58.44

Kaartje met gebied in blauw aangeduid.

Veel werk voor de boeg.

Er komt een drukke tijd aan voor vogelkijkers. April en mei zijn topmaanden waar heel wat soorten overal kunnen opduiken. Want de vogels zijn op weg naar hun broedgebieden en dan kunnen ze op elk plekje even uitblazen van deze lange en gevaarlijke reis. De boodschap is dus zo veel als mogelijk naar buiten en elke beestje dat je ziet bekijken. Wedden dat je er dan wel een paar leuke soorten uit gaat halen.

Noteren.

Je bent beter goed voorbereid om deze periode te overleven. Daarom overlopen we nog even onze methode. Als je een vogel ziet dan ga je die goed bekijken en alles wat je ziet noteren. Maar wat noteren we best allemaal ?

clip_image002

Een eerste tip is om proberen de vogel te tekenen. Dit moet geen kunstwerk zijn. Mijn tekeningen zijn meestal zo slecht dat enkel ikzelf weet dat het om een vogel gaat. Maar op een tekening is het veel makkelijker om bepaalde kenmerken aan te duiden en er kort iets bij te schrijven dan alles in zinnetjes op te schrijven. Veel sneller, makkelijker en duidelijker.

Unknown

Als het op een vogel lijkt ben je al een hele stap verder. De hoofdzaak is dat jij er nog aan uit kan raken op het moment dat je de gegevens gaat gebruiken om een naam op je waarneming te plakken.

Systematisch.

Je begint met de datum, locatie, habitat (in welk gebied en soort omgeving heb je de vogel gezien), uur, weersomstandigheden. Dit kan je vooraf al noteren in je boekje.

Van de vogel noteer je :

Grootte : best in vergelijking met een soort die in de buurt van je vogel zit en die je kent. Bv. groter dan een meerkoet. Dan kan je nadien in je vogelgids de afmetingen van de vogel die je kent opzoeken en dan weet je of jouw soort die je wil determineren groter of kleiner is.

Opvallende dingen : witte stuit van blauwe kiek, zware kopkap bij zwartkop, rood petje en borst bij kneu, blauwe keel en borst bij blauwborst,… Kortweg de dingen die je als eerste opvallen. Deze duidt je aan op je tekening.

Alle details : daarna noteer je van zoveel mogelijk delen de kleur, tekening,… Hoe meer details je hebt hoe zekerder je de soort gaat kunnen determineren.

Gedrag : hoe beweegt de vogel, op welke manier zoekt hij naar voedsel, op welk manier vliegt hij,… ?

Geluid : welk geluid maakt de vogel ? Probeer dit te noteren in woordjes of te noteren waarop het lijkt. (niet simpel).

Pas als de vogel weg is of als je denkt genoeg gegevens te hebben ga je de soort opzoeken in je vogelgids. En vergeet ook niet om nadien alles nog eens te controleren in de tekst naast de afbeeldingen.

jessie_barry_notes

Sommige birders leveren echte kunstwerkjes af. Mijn bewondering hebben ze alvast.

Harde schijf.

Als je de komende maanden op deze manier naar vogels gaat kijken ben ik er zeker van dat je een heleboel soorten gaat leren kennen. En dat je die kenmerken veel sneller gaat opslaan op jouw harde schijf. In het begin ga je regelmatig moeten vaststellen dat je niet genoeg hebt genoteerd om een juiste determinatie te kunnen maken. Laat je vooral niet ontmoedigen. alle begin is moeilijk (maar vooral boeiend en superleuk).

Maar steeds vaker ga je wel tot een bepaalde soort komen. En wees er maar zeker van. De verslaving gaat nu langzaam maar zeker toeslaan. Eind mei is de kans groot dat je een grote stap richting  birder hebt gemaakt met de symptomen van een birdaholic. Veel succes.

Laat gerust eens weten of het lukt en wat jullie allemaal hebben gezien en ontdekt.

 

Daar komt een staartje aan.

Elke vogel heeft een staart (tenzij je een vreemd wezen bent zoals een kiwi op Nieuw-Zeeland). Dus ook daar moeten we de delen van kennen. En het zijn er gelukkig een pak minder dan bij de vleugels.

dutch-birding-72-vogeltopografie-figuur-1

Het grootste deel van de staart bestaat uit de staartpennen. Deze kunnen naargelang de soort vogel (bekeken over de ganse wereld) variëren tussen 4 tot meer dan 30. Meestal gaat het om een even getal en worden ze genummerd, net als de vleugelpennen, van het midden van de staart naar de buitenzijde. De buitenste staartpen heeft vaak een andere kleur en/of tekening. Heel wat soorten hebben 12 staartpennen.

Onder de staartpennen zitten dekveertjes. Die noemen we de onderstaartdekveren. Deze kunnen bij het onderscheiden van bepaalde soorten belangrijk zijn. Ik denk maar even als voorbeeld aan de verschillende sprinkhaanzangers en aanverwante soorten.

staarten

Sprinkhaanzangers        Foto : http://www.slagpen.wordpress.com

Net boven de staartpennen. Waar ze onder de rest van de bevedering verdwijnen zitten de bovenstaartdekveren. Een rij veertjes die zoals hun naam zegt de basis van de staartpennen bedekken. En de zone vlak boven de bovenstaartdekveren noemen we de stuit. Deze is meestal goed zichtbaar als de vogel in zit is en zijn vleugels een beetje laat zakken. Of als een vogel van je weg vliegt en je op zijn rug kan kijken.

320CCC8FD38494CC99FC3166C831EC80-blauwe-kiekendief

Blauwe kiekendief vrouwtje     Schitterende foto van Nick Janssen

Ook de vorm van de staart is belangrijk. Die kan je ook veel vertellen over de soort waar je naar zit te kijken. Denk maar even aan de verlengde buitenste staartpennen bij een boerenzwaluw. Of de typische V-vorm van de staart van een rode wouw. Maar ook de kleur of tekening op de staart is belangrijk. De strepen die dwars over de staart lopen zoals bij het wijfje blauwe kiekendief op de foto hierboven. Noemen we bandering. Deze kan breed of smal zijn. Dicht bij elkaar of ver uit elkaar. Het aantal strepen tellen is ook een goede tip. En de band of streep op het uiteinde van de staart noemen we een eindband. De kleur van de staart, onderstaart, stuit, bandering of andere tekening zoals de streping op de onderstaartdekveren zijn dingen die je best noteert. Hopelijk kan je er nog kop en staart aan krijgen.

rode_wouw_dieder_plu                                                                       Rode wouw       Foto : http://www.natuurpunt.be

Oren om te horen.

We hebben het hier nu al een tijdje gehad over vogels kijken. Maar een vriendelijke lezer maakte mij er attent op dat je oren ook wel een heel belangrijke rol spelen met het ontdekken en herkennen van vogels. Natuurlijk, een uitspraak die ik volledig moet beamen.

Verstoppertje.

In het begin is het een hele opgave om vogels te herkennen aan hun geluid. Of in hun geval meestal hun zangrepertoire. Voor mij trouwens nog altijd geen evidentie. En volgens mij dan ook één van de moeilijkste taken voor een beginnende vogelkijker. Maar niet getreurd. Ook als je die geluiden nog niet allemaal kan onderscheiden dan is het horen van een vogel belangrijk. Want heel veel van de waarnemingen starten met het horen van geluid. Een vogel verraadt meestal zijn aanwezigheid omdat we hem horen. Een roepje is vaak genoeg. Maar een volop zingend exemplaar ga je zeker niet dadelijk voorbijlopen zonder het op te merken. Dus tijdens je wandeling je oren goed open houden is een heel belangrijke tip. Als je dan de vogel vindt die zoveel kabaal maakte is dat steeds een beetje kicken. De kans is ook groot dat als je lang moet zoeken en de vogel blijft zingen je dat geluid ook wel ergens op je harde schijf krijgt geprint. Want uit ervaring weet ik dat als iets heel veel moeite kost je dat vaak beter kan onthouden.

33283508490_291dfae935

Ezelsbruggetjes.

Geluiden leren onthouden is blijkbaar net iets moeilijker dan het uitzicht van een vogel. Mensen zijn nu eenmaal meer gefocust op hun zicht. En minder op hun gehoor of smaak. Niet dat we aan de vogels gaan proeven. Maar dit gewoon ter verduidelijking.

Hoe we dit best aanpakken ga ik later wel eens een paart tekstjes aan besteden. Maar weet dat hier dezelfde regel geldt als bij het kijken naar vogels. Eenmaal een soort gevonden die wil blijven zingen. Goed blijven luisteren. En daarna gaan we proberen te werken met ezelsbruggetjes. Het geluid wat je hoort vergelijken met iets wat je kent uit je dagelijks leven is een aanrader. Of het melodietjes noteren als een zinnetje of een liedje dat jij er in hoort kan ook helpen. Maar vooral veel gaan luisteren. Heel veel gaan luisteren en kijken. Dan komt die kennis vanzelf. En vanaf nu heb je veel kans om te gaan luisteren. Want stilaan komen de vogels terug naar hun broedgebied. En elke morgen gaan ze dat plekje hevig verdedigen en met hun gezang laten weten dat hier al iemand woont. Dus dagelijks heb je de kans om op pad te gaan. Liefst ’s morgens vroeg of nog beter een uurtje voor de zon opkomt. Want sommige soorten beginnen er heel vroeg aan. Zet je wekker al maar klaar.

 

Scannen is de boodschap.

Hoe vinden ze toch die ene speciale soort of zeldzaamheid ? Dat lukt mij nooit ? Niet wanhopen. Wie niet waagt zal dat inderdaad niet lukken.

Maar je zal wel je manier van vogels kijken moeten aanpassen. Een wandeling met af en toe een vluchtige blik door je verrekijker. Dan moet je al heel veel geluk hebben om veel soorten te zien. De beste methode is “wait-and-see”. Ga naar een gebied van je keuze waar je een korte wandeling maakt. En ga op goede plekken lang staan kijken. Want een voordeel van vogels is dat ze in tegenstelling tot bijvoorbeeld planten zich kunnen verplaatsen. Dus zoek een plekje waar je een groot deel van je omgeving kan observeren en stel je liefst niet te opvallend op. Best met een houtkant of struiken als achtergrond zodat je niet helemaal open staat. De zon in je rug is ideaal. En dan is het geduld hebben. Wait and see, wachten en terwijl goed blijven rondkijken wat er allemaal zit, aankomt of passeert. Je zal verbaasd zijn hoeveel vogels er in jouw buurt wel zitten.

En dan gaan we met onze verrekijker of onze telescoop het gebied voortdurend scannen. Doe dit liefst op een systematisch manier en niet één, niet twee keer maar tien keer of meer. Want je zal zien dat na de vijfde of zesde keer er plots een steltlopertje zit dat je de vorige keren niet hebt gezien omdat het net achter een polletje gras of hoopje aarde zat.

Sibley-ID-Toolkit-Art_660x440-660x440

(Afbeelding van website http://www.birdwatchingdaily.com)

En bekijk elke vogel die je ziet. Ook al denk je dat is maar een gewone spreeuw. Neen, elke vogel met je verrekijker en liefst nog met je telescoop even checken. Trouwens elke vogel is meer dan het bekijken waard. Ik kan nog geweldig genieten van een witte kwikstaart of een prachtig mannetje zwarte roodstaart. Ook al heb ik beide soorten al meer dan honderd keer gezien. Zit er een groep vogels. Ga dan de ganse groep af, vogel per vogel. Want misschien zit daar net een andere soort gezellig mee naar zaadjes te zoeken. En is dat net die ene dwaalgast van de bovenste plank.

6187012_orig

Een groepje spreeuwen op een bessenstruik.

6928247428_cbabb9ca8d

Misschien zat er deze klepper tussen ?

Ik ben er zeker van dat als je deze tips goed opvolgt je op het einde van het jaar een aantal leuke soorten bij kan schrijven op je lijstje. Soorten die je dan ook nog eens zelf ontdekt hebt. En geloof mij vrij. Bij elke extra soort die je zo ontdekt krijg je een beetje kippenvel. En wat is er niet leuker dan een vogelkijker met kippenvel ?

 

De vogelkijkende wandelaar.

De volgende fase op weg naar een birdaholic is de vogelkijkende wandelaar. Eerst ga je gewoon wandelen en geniet je van de natuur in zijn geheel. Maar steeds vaker wordt je aandacht getrokken door vogels. Je zal merken dat je regelmatig je verrekijker meeneemt op wandelingen die je maakt. Waar die eerder in de handtas van je vrouwtje of een rugzak werd gestoken. Hangt hij nu elke wandeling rond je nek.

Vroeger wandelde je in een gezapig tempo flink door. Maar nu sta je onderweg regelmatig stil omdat je iets hebt zien landen in een boom. Of omdat je ergens een vogel hoort zingen. Eerst blijft het met kort kijken naar die zingende grasmus of net gelande vink. Maar stilaan wil je ook weten wat je nu hebt gezien.

En dan draai je vanzelf de woorden van jouw fase om. Je wordt van een vogelkijkende wandelaar een wandelende vogelkijker. Als je iets ziet probeer je de kenmerken te noteren om nadien te gaan opzoeken wat je nu wel hebt gezien. En je wandelingen worden stilaan korter omdat je vaker stilstaat. En je begint ook gericht gebieden te kiezen om te gaan wandelen waar je kans hebt op meer vogels. Of net die soort die je nog graag had gezien.

En tenslotte sta je meer stil op je wandelingen (als je die nog zo kan noemen) dan dat je wandelt. En dit tot ergernis van je compagnons (vraag dat maar eens aan mijn vrouwtje). Die dan vaak ook stilaan afhaken of elders gaan wandelen. En jij begint op stap te gaan met andere gelijkgezinden die ook veel stilstaan. Je verrekijker gaat zeker mee en ondertussen draag je op je schouder (of op je rug met het juiste gerief) een telescoop mee. Want je wil ook die kleine dobberende stipjes op een vijver bekijken. Of een grote roofvogel in de top van een verre boom. En bij elke beweging in de bomen of struiken, bij elk roepie of gezang staat iedereen stil om de producer van het geluid te zoeken. Kijken, bekijken, noteren en opzoeken. Het wordt een tweede natuur.

In welke fase zit jij ondertussen ? De birdaholic-microbe ligt op de loer.

Lewis' Woodpecker

 

Kopje onder.

Na de grondeleenden is het deze week de beurt aan de duikeenden. En die… duiken. Ze zoeken hun voedsel dan ook in dieper water en gaan daarvoor helemaal kopje onder. Hun lichaam is hieraan aangepast en heeft een wat gestroomlijndere vorm dan de grondeleenden. Hun achterkant loopt vaak dan ook wat feller af.

Je ziet ze vaker op grotere en diepere waterplassen. En in de winter zitten ze dikwijls in grote groepen op grindplassen, brede rivieren of andere plekken met veel water.

Tafel en kuif.

Eigenlijk zijn er maar twee vaste vertegenwoordigers in onze regio. De tafeleend. Goed herkenbaar aan zijn roodbruine kop en hals, zwarte borst en achterzijde en grijze rug en flanken. De mannetjes althans, want de vrouwtjes zijn iets minder opvallend. Het helrode oog van het mannetje is ook een goed kenmerk.

tafeleend0001

De kuifeend ziet het meer in zwart en wit. Een volledig zwarte eend (met als je ze goed bekijkt een prachtige blauwpaarse metaalglans op de kop) met een opvallende witte flank. De wijfjes doen het weer wat kalmer aan. En ze hebben (what’s in a name) natuurlijk een kuifje.

kuifeend0001-2

Kroon.

Al de rest van deze groep die je bij ons tegenkomt zijn zeldzamere beestjes. En daar hebben we bij de duikeenden toch een mooi rijtje van. Wat dacht je van krooneend (een beauty), witoogeend, topper (daar is ook nog een kleine versie van) en ringsnaveleend. En wil je echt scoren dan is er ook nog een Amerikaanse tafeleend.

kuifeend0001-3

Mannetjes krooneend.

Hybrides.

En om het dan helemaal te gek te maken dan komen er heel soms ook nog eens kruisingen voor van al deze soorten. Maar dan hebben we denkelijk een paar blaadjes nodig in ons notitieboekje om alle kenmerken te noteren. We zullen al maar starten met de zuivere exemplaren.

Wil je dadelijk deze soorten eens oefenen ? Dan kan je momenteel terecht in Appingedam in Groningen. Daar zit een mannetje ringsnaveleend mooi te wezen. Maar het kan ook iets dichterbij. Elke diepe waterplas bij jou in de buurt (of iets verder) heeft nu denkelijk zijn portie duikeenden in de aanbieding. Duik er eens een paar op deze week.

13022911

Ringsnaveleend (foto Carin Rijkens)

Link naar waarneming ringsnaveleend in Nederland : https://waarneming.nl/soort/view/1399?from=2017-03-26&to=2017-03-26

Nummer 1.

Als je vogels wil zien dan is een kust altijd een goede optie. Want hoe je het ook draait of keert, aan de kust zitten altijd meer vogels. En zien ze meer zeldzaamheden. En de reden is vrij simpel. Als vogels op trek zijn of zoals vaak bij zeldzaamheden op de dool. Dan botsen ze (figuurlijk natuurlijk) vaak op een grote plas water zoals de zee. En vlak bij de zee ligt de kust. Er zijn ook soorten die de kustlijn gebruiken als oriëntatie tijdens hun trek.

In België hebben we ook wel wat kust. Maar daar zijn we er in geslaagd om die totaal naar de filistijnen te helpen. Hoogbouw, duinen die zo goed als verdwenen zijn en alle energie naar het toerisme. Er zijn nog heel wat leuke gebieden. Maar die worden zeldzamer en steeds kleiner. En sommige, zoals ooit topgebied havengebied Zeebrugge, zijn ondertussen ontoegankelijk.

Nederland is dan wat kust betreft heel ruim bedeeld (het is gewoon niet eerlijk). En met de waddeneilanden doen ze er nog een pak kustlijn bij. Er zijn zelfs eilanden die eigenlijk alleen maar kust zijn. Aan keuze uit gebieden dan ook totaal geen gebrek. Ze zullen hier allemaal nog eens de revue passeren.

Ooievaars.

Maar toch ben ik even chauvinistisch. En kies ik een gebied op Belgische bodem. Om mij een beetje te verdedigen tegen mijn lezers van over de grens. Het ligt vlak bij de grens en eigenlijk loopt het nog een stukje door in Nederland. Het Zwin.

33252395681_0011506423

Het allereerste natuurreservaat in België dankzij een icoon uit de natuurbescherming, graaf Lippens. Het 158ha grote gebied wordt beïnvloed door eb en vloed. Het zeewater stroomt via een net van kreekjes in en uit het gebied. Er rond liggen duinen en een kunstmatige dijk die in 1872 werd gebouwd. De zee kan via een 250m grote bres het gebied binnen. Daarom mag je niet altijd in het gebied rondlopen. Want je kan ingesloten geraken  bij het opkomen van de zee.

1270820911_88_Hondius 1604 kl form

Oud

Schermafbeelding 2017-03-25 om 18.02.55

En nieuw.

Om binnen te raken moet je inkom betalen, maar dit is zeker de moeite om te doen. Er is een mooie reigerkolonie met daartussen ook kwak en kleine zilverreiger. Heel wat eendensoorten en sternen komen hier ook tot broeden. Tijdens de trek heb je zeker kans op heel wat steltlopers. Maar ook smelleken, velduil, strandleeuwerik, frater, ijsgors en sneeuwgors. Er is ook een kolonie ooievaars. Weliswaar ooit gestart als introductie. Maar ondertussen toch aangevuld met wilde exemplaren. Alle accommodatie is voorzien met een heleboel kijkhutten. Je bent er als vogelkijker zeker een ganse dag zoet mee.

Zwin_Park_0

Nachtegaal.

Rond het gebied liggen de zwinbosjes. Daar kan je wel vrij rondlopen. Deze kan je het makkelijkst bereiken door vanaf de parking van het Zwin westwaarts verder te wandelen en de weg te volgen die rond het gebied loopt. Je passeert dan vanzelf door de zwinbosjes. Op een hoge duin staat een groot standbeeld met een lopende haas (denk ik, want ik ben toch iets beter met vogeltjes). Van daar heb je ook een mooi zicht op een deel van de zwinvlakte. Maar je kan hier tussen de duinen en de bosjes doorlopen. Je gaat wel best vroeg op pad want vooral bij mooi weer kan het later op de dag wel redelijk druk worden met toeristen.

nachtegaal0505-2

Nachtegaal

En hier kan je leuke soorten tegenkomen zoals nachtegaal, tapuit, spotvogel en soms ook roodmus. Tijdens de trek heb je hier kans op zowat alles. Beflijsters en sperwergrasmus zien ze hier bijna jaarlijks. Maar er kan vanalles opduiken.

Info : http://www.zwin.be

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research