Welkom terug.

Stilaan druppelen ze binnen. De soorten die er voor kozen om in warmere oorden de winter door te brengen. Wij noemen ze trekvogels. En in deze periode beginnen ze terug te keren. Meestal ongeveer elke keer in dezelfde volgorde.

7327975804_88fc4c3132

De klassieker, boerenzwaluw.

Fenologie.

En we zouden niet menselijk zijn als we daar geen term voor hadden en geen onderzoek naar deden. We willen zo graag alles weten en leren. Wat is nu eigenlijk fenologie ?

Volgens wikipedia is dit : de studie van het verband tussen organische natuurverschijnselen, de meteorologische omstandigheden en de tijdstippen in het jaar, en is een onderdeel van de ecologie.

Ik moet het vier keer lezen en dan nog snap ik het niet helemaal. Maar bij onze vogels is het het bijhouden van de aankomstdata van onze trekvogels. En ik heb geen wetenschappelijke uitleg nodig om te weten dat dit elk jaar weer dikke fun is.

Opwarming.

Minder leuk is dat we merken dat de meeste soorten elk jaar vroeger aankomen. Sommigen doen zelfs de moeite niet meer om ver weg te trekken of blijven gewoon hier. De klimaatverandering is de grote boosdoener.

3944661073_648caf8d35

Zwartkop al op jouw local patch ?

Ondertussen zijn er al een aantal soorten hier. Tjiftjaf horen we al langer. En vandaag hoorde ik mijn eerste zwartkop luid zingen op mijn local patch. Dus kijk ik nu elke dag uit naar de volgende nieuwkomers. De aankomstdata noteer ik netjes op waarnemingen.be en zo krijg ik een mooi overzicht van mijn fenologie.

Schermafbeelding 2017-03-24 om 20.14.37

Mijn fenologie-lijstje tot nu toe voor dit jaar.

Jouw lijst bijhouden van je local patch of je eigen tuin van de datums wanneer de verschillende soorten terug opduiken is dan ook heel boeiend. En ook nog eens nuttig. Door al die gegevens in te voeren op waarnemingen krijgt men daar een goed beeld van de trends in fenologie. Zo dragen we hieraan ook ons steentje bij.

De vliegende vleugel.

Eén van de dingen waar vogels zich onderscheiden van bijna alle dieren op onze planeet zijn hun vleugels. Hier en daar is er wel een ander beestje dat een poging doet om deze te imiteren. En de mensheid pikt het ontwerp om zelf de lucht in te gaan. Maar het oorspronkelijke design is heel moeilijk te evenaren.

Pennen.

De delen van vleugel zijn zeker belangrijk omdat dit bij een vogel een groot deel van zijn lichaam uitmaakt. In zit bedekken de vleugels een groot deel van zijn lichaam. En als je hem dan bekijkt zijn het die vleugels waar je heel wat kenmerken op kan ontdekken.

En aangezien een aantal van de veren van de vleugel meestal bovenaan liggen. En zeker omdat ze tijdens het vliegen veel worden gebruikt zijn ze belangrijk om leeftijd te bepalen van vogels. De combinatie van sleet, kleur, afgebleekte topjes,… worden onder andere door ringers gebruikt om de vogel op leeftijd te brengen. Zij kennen dan ook alle delen van een vleugel vlot vanbuiten. En als vogelkijker is het dan ook een pluspunt als je die ook leert kennen. De methode kennen jullie ondertussen al. Kijken, bekijken, veel bekijken.

Dakpannen.

dekveren

We kunnen hier alles even overlopen. Maar het is zeker geen monologe les die we willen geven. Je kan de vleugel best bekijken als een arm met een hand (wat het ook eigenlijk een beetje is). De grote buitenveren bij een geopende vleugel zijn de pennen. Deze ver van het lichaam zijn de handpennen en deze korter bij het lichaam de armpennen. De drie veren het dichts bij het lichaam en die mooi op elkaar liggen noemen we de tertials of de elleboogpennen. Daarboven zitten de handdekveren en de armdekveren of grote dekveren. Die bedekken dan ook de pennen, zeker als de vogel zit. Boven de grote dekveren zitten de middelste dekveren en tenslotte de kleine dekveren. En op de vleugelbocht zit de alula of duimvleugel. In zit zie je ook al deze veren. Maar omdat alle veren netjes als dakpannen over elkaar schuiven slecht een deel ervan.

Nummertjes.

tumblr_mcixto4NtC1qkezuxo2_1280

De arm- en handpennen worden genummerd. En om het makkelijk te maken doen ze dat niet overal op dezelfde manier. Eén manier (en de meest gebruikte) is deze.

Er zijn 10 handpennen. De nummering start van het midden van de vleugel waar de hand- en de armpennen samen komen. En zo naar buiten. De 10de handpen is vaak veel korter dan de rest. De armpennen nummer je ook van het midden van de vleugel maar nu naar het lichaam toe. Nummer 7,8 en 9 vormen de tertials. Voor het noteren van kenmerken is die nummering niet zo heel belangrijk. Maar voor het noteren van de rui dan wel weer. Zo kan je bij een vliegende roofvogel soms duidelijk oude en nieuwe of zelfs ontbrekende pennen zien. En dan is die nummering wel belangrijk om te weten.

Door al deze delen van de vleugel goed te leren kennen kan je veel makkelijker de beschrijving van wat je nu juist ziet noteren. Dus een beetje studeren kan geen kwaad.

4736359003_a7e8bfe54e

De gaai, oefenstof.

 

Drie benen is beter dan twee.

Als je op pad gaat met een telescoop heb je vanzelfsprekend een statief nodig om je kijker te gebruiken. Maar welk statief schaf je je dan aan ?

5219845075_c54f583e9b

Eerste vraag die je je moet stellen is waarvoor moet het statief dienen. Enkel om de telescoop op te zetten of ga je ook foto’s nemen. Want dan kom je op twee verschillende opties uit. Om te fotograferen met een telelens van bijvoorbeeld 500mm is een statief met een beweegbare kop ideaal en voor een telescoop is dat gewoon niet bruikbaar. Maar deze foto-optie gaan we hier voorlopig nog even links laten liggen.

Carbon.

Tenzij je Livingstone heet en in een Afrikaans oerwoud op zoek bent naar een andere ontdekkingsreiziger ga je je statief zelf moeten dragen. Dus één van de eerste vereisten van je aankoop. Het moet niet te zwaar zijn. En dan kom je tegenwoordig vanzelf uit op carbon. Een stuk duurder dan andere materialen. Maar het weegt bijna niks. Weer even opmerken. Ga je fotograferen dan kies je best voor een heel stevig statief en dan kom je meestal op andere materialen uit met iets minder soepelheid.

Koppeling.

Je moet je telescoop ook op je statief kunnen plaatsen (anders zou het wel heel moeilijk worden). Dit doe je met een koppelplaatje dat je onder je telescoop kan schroeven in de daarvoor voorziene schroefdraad. En dat klikt dan vast op de houder van de kop op jouw telescoop. De duurdere modellen telescopen hebben al een voet die in die koppeling past. Dat spaar je daar dan toch al uit. Kijk, voor je je statief opneemt of de koppeling goed vast zit. Want ook bij mij is die telescoop er al een paar keer afgedonderd. En dat is niet echt bevorderlijk voor dat ding. Er zit trouwens een beveiliging op. Meestal een hendeltje dat je moet verzetten om de koppeling te vergrendelen. Gebruik dit dan ook. Een kleine moeite om heel wat onnodige kosten, als de telescoop tegen de vlakte gaat of in het water plonst, te besparen.

manfrotto_323_quick_adapter_14_man3231Dragen.

De meeste vogelkijkers dragen hun statief op hun schouder volledig open. Zo kan je snel alles neerzetten als je iets ziet. En natuurlijk, het ziet er verdomd stoer uit om zo door de velden te lopen. Een tip, als je dit doet. Kijk eerst even om of rond als je je draait. Want die poten maken dan een verre bocht wat gevaarlijk kan zijn voor omstaanders. Je zou niet de eerste vogelkijker zijn die zo een fietser bijna van zijn stalen ros kegelt.

346041-281-248-contain

Een handig ding zijn de rugzakken die speciaal ontworpen zijn om statieven met de telescoop er op op je rug te dragen. Ook hier staat je telescoop in een fractie gebruiksklaar. Want die rugzak blijft er gewoon aan zitten. En je hebt dat ding weer even snel terug op je rug hangen. Grote voordeel is dat je je handen vrij hebt. Zo kan je zonder een wiebelend statief met telescoop op je schouder door je verrekijker de omgeving afscannen. Want wees gerust. Dat gehannes met die wiebelende telescoop en een scheve verrekijker voor je ogen is dan plots weer veel minder stoer.

tripodbackpack

Gebruikstips.

Als je je statief met telescoop veel gaat gebruiken. Probeer dan een makkelijke houding te vinden. Met een telescoop met schuine inkijk zet je je telescoop best op een hoogte dat je er makkelijk kan inkijken. Dus niet op de tippen van je tenen staan of heel gebogen staan. Je rug zal je dankbaar zijn.

Een stabiele houding krijg je door jouw benen als extra poten van je statief neer te zetten. Dus iets gespreid. Met één arm steunend boven op je telescoop. Dan vallen trillingen door de wind of omdat je sterk inzoomt veel minder op. Je kan ook je rugzak onderaan je statief ophangen zodat dit gewicht ook meer stevigheid  geeft.

En de laatste tip. Als je je telescoop meesleurt. Kijk er dan ook door. Zoveel als je kan. Want als niemand kijkt, dan zal ook niemand die zeldzame pieper die even achter een aardkluit te voorschijn komt opmerken.

Looking-in-telescope-wrong-way

Goed gebruiken helpt veel.

Zoek je local patch.

Vogelkijkers hebben zo hun eigen taaltje. Net als veel groepen van gelijkgezinden. En daarom hier ook wat taalles. Vandaag zoomen we in op de local patch.

Dichtbij.

Een local patch is een gebied waar je vaak komt om vogels te kijken bij jou in de buurt. Dus dichtbij, hoewel dit relatief is. In landen waar ze wel een ander beeld hebben over afstanden kan dat een heel eindje zijn. Maar mijn local patch (ik heb er eigenlijk twee) ligt wel heel dichtbij.

Vlak achter mijn tuin begint een natuurgebied, de Herkvallei. Dit beemdgebied bezoek ik regelmatig met mijn verrekijker rond mijn nek. En de lijst van soorten die ik hier zag is al redelijk mooi. En elke nieuwkomer wordt met open armen ontvangen. Mijn laatste aanwinst was een snor. Leuk om zo een bewoner van rietland in je local patch tegen te komen. Het is trouwens ook het gebied waar ik mijn ringplek (ik ring vogels in mijn vrije tijd) heb ingericht en dat levert natuurlijk ook leuke soorten op.

snor0001

“Mijn” snor.

Maar ik heb nog een tweede local patch. Op 15 minuutjes rijden van mijn woonst. Bernissem, een heel natuurlijk ingericht wachtbekken vlak bij St-Truiden (voor mijn Limburgse volgers). Een magneet voor steltlopers, watervogels en als het riet weer volop terug is rietvogels. Met een indrukwekkende lijst van 171 soorten een topgebied in mijn regio.

Beide gebieden bezoek ik minstens één keer per week. En in deze periode zelfs meer. Waarom ? Omdat het heel leuk is om leuke soorten te spotten in je eigen omgeving en omdat je er heel snel even kan binnenlopen. Beter een goede buur dan een verre vriend is hier zeker van toepassing.

Kiezen.

Dus een goede tip om snel veel vogels te leren kennen en te zien. Zoek je eigen local patch en ga daar regelmatig naartoe. Misschien heb je zo al een plekje bij jou in de buurt. En eigenlijk moet je dit gebied niet gaan zoeken. Zo een gebied zoekt jou. Plots ben je verliefd op een bepaald plekje en vind je het mega-leuk (wat een hip woord zo maar uit het niets) om daar te gaan rondstruinen. En die leuke soorten ? Die komen vanzelf als je je local patch trouw blijft bezoeken.

2056335

Rosse franjepoot in Bernissem – local patch soort.

 

Tussen de vrouwentongen door.

Vogels kijken is veel meer dan met je verrekijker rondlopen, soorten zien en lijstjes bijhouden. De manieren om met vogels je dagen te vullen zijn oneindig. Keuzes genoeg en dat is ook jammer genoeg wat je moet maken, een keuze. Alles willen doen is gewoon onmogelijk. Maar je moet natuurlijk weten waaruit je kan kiezen. En daarom bekijk ik op mijn blog elke keer een discipline op de olympische spelen van de vogelkijkers. Dan kan je nadien op een gefundeerde manier kiezen waar jij je medaille wil behalen.

Huis en tuin.

Bijna iedereen die start met vogels kijken doet dit vanuit een raam dat uitkijkt op een stukje van zijn tuin. Wanneer dat andere venstertje met de afstandsbediening begint te vervelen (wat tegenwoordig steeds vaker het geval is) valt het plots op dat er door dat andere venster dat uitkijkt op je tuin elke dag prachtige programma’s worden vertoond. En dan ontdek je plots dat er toch meer vogels in je tuin zitten als je dacht. En na een tijd staat je verrekijker gebruiksklaar op de vensterbank van jouw favoriete uitkijkplekje. Een groot voordeel is dat jouw te bekijken beestjes niet echt schuw meer zijn zolang je achter dat glas blijft. En je ze dan ook goed kan bekijken. Eenmaal je die stap zet zit je meestal al in een volgende fase. En is de weg terug zo goed als uitgesloten. Gelukkig. Want dit is het begin van een boeiende reis.

IMG_0499

Mijn favoriete plekje.

Optimaliseren.

Vanzelf ga je je uitzicht verbeteren. De klassiekers zijn de voedertafels, de nestkastjes en de vogelbadjes. Een hoekje met wat wildere struiken kan ook helpen. Gewoon de basisbehoeftes van jouw gasten wat invullen : voedsel, nestgelegenheid en dekking.

En dan is de weg naar de volgende fase heel snel ingezet. Jouw eigen tuinlijstje. Voor de meeste vogelkijkers één van hun oudste lijstjes en ook de meest dierbare. Want dit voelt toch echt aan als jouw vogels. Die heb je zelf ontdekt, op naam gebracht en dit op jouw eigen terrein. Een lijstje om te koesteren. Dus naast je verrekijker nog een notitieboekje en een potlood en die stap is dan ook gezet.

Je bent nu officieel een lid van de orde van de Huis-en-Tuin-Vogelkijkers. Eigenlijk ook al een medaille waard.

pimpel0001

Kwak.

Als je een vogel hebt kunnen bekijken, zijn kenmerken genoteerd en je wil starten met opzoeken in je vogelgids (die je ondertussen zeker al gekocht hebt). Dan zal je merken dat de vogels daarin in groepen per families staan. Dan zou het handig zijn om te weten bij welke familie de vogel hoort die je net gezien hebt. Dat maakt je speurwerk alvast iets eenvoudiger.

Daarom zal ik wekelijks één van die families aan jullie voorstellen.

Grondelen.

En we beginnen met de eenden. Beter gezegd de grondeleenden. Want zoals je zal merken als je je vogelgids openslaat dat de eenden nog eens zijn opgedeeld in verschillende groepen. En eentje daarvan zijn de grondeleenden. Die… grondelen. Of wat had u gedacht.

Ze zoeken hun voedsel door hun kop onder water te steken of (iets meer moeite) met hun staart omhoog als een soort boei rond te dobberen. Terwijl ze onder water de bodem afzoeken naar voedsel. Dat noemen ze dus grondelen.

12954585

De wilde eend, één van de meest voorkomende grondeleenden (foto Roger Heulsen)

Ringetje.

Eenden zijn niet dadelijk de meest geliefde groep bij de vogelkijkers. Sommigen laten ze zelfs volledig links liggen of drijven in hun geval. Eén van de redenen is dat het niet altijd duidelijk is of het nu een wild exemplaar is of een ontsnapte vluchteling. En die tellen op je lijstje niet mee. Daarom worden zeldzame eenden ook altijd aan een grondige controle onderworpen. Geen kweekring, geen beschadigde veren, geen perk-eendjes-gedrag ? En dan nog blijven er heel wat collega vogelaars twijfelen. Voor mij dus één van de meest onderschatte groepen in vogel-land. Want zeg nu zelf, er zitten toch beauty’s tussen. Het enige lelijke eendje dat ik ken heeft dan ook vier wielen.

12909793

Zomertalingen komen nu terug, dit is toch een schoonheid (foto Bart Verstraete)

Poseren.

Als beginnend vogelaar zijn eenden trouwens dankbare soorten. Ze zitten meestal op een voorspelbare plek. Elke grote plas of vijver heeft wel een voorraadje zitten. Ze blijven vaak lang dobberen. Soms wel met hun kop in de veren als ze een dutje doen. En dan is het even geduld hebben. Dus ideaal om te oefenen op onze methode. Zoek een locatie waar wel wat eendjes ronddobberen. Zet je lekker aan de waterkant en begin te kijken en bekijken. Noteer mooi alle kenmerken die je ziet bij een bepaalde soort. En als dat gedaan is zoek je ze op in je vogelgids. Zo leer je je duikeenden heel snel allemaal kennen.

De mannetjes zal meestal wel vlot gaan. Die zijn op dit moment op hun mooist en pronken met al hun mooie kleuren en sierveren. De dames dat is een ander paar mouwen. Die zijn veel minder opvallend omdat ze binnenkort goed verborgen de eitjes moeten uitbroeden terwijl vader zorgeloos blijft verder pronken. In het najaar wordt het nog iets moeilijker want dan gaan alle eenden in rui. Ze verwisselen hun veren en doen dit zo snel dat ze een tijdje helemaal niet meer kunnen vliegen. En op zo een moment val je best niet te veel op. Dan lijken er plots allemaal wijfjes rond te zwemmen. Dan ze op soort brengen is een hele klus.

12947288

Wijfje wintertaling, iets moeilijker om te determineren (foto Fred Vanwezer)

Jaarlijst.

Dus als je je missie om birdaholic te worden wil verderzetten gaan we op zoek naar grondeleenden. In mijn vogelgids (ANWB) staan er 7 soorten in die iedereen kan spotten. Wilde eend, krakeend, pijlstaart, slobeend, smient, wintertaling en zomertaling. Deze staan zonder twijfel eind dit jaar alle zeven op onze jaarlijst. En wie weet doen we er als bonus nog een Amerikaanse smient of een blauwvleugeltaling bij. Hopelijk dan wel zonder een ringetje.

12955510

Vlucht slobeenden maakt mij ook al blij (foto Marc Tielemans)

België – Nederland 1 – 1

Geen zorgen. Je zit niet op de verkeerde blog. En ik ben ook niet plots overgestapt van birdwatching naar voetbal (hoewel een spannend matchke kan ik ook wel smaken).

Neen, ik ga regelmatig enkele mooie vogelgebieden voorstellen aan jullie. En onder lichte dwang ben ik genoodzaakt om telkens eentje uit België en daarnaast eentje uit Nederland de revue te laten passeren. Want ik heb momenteel meer lezers uit Nederland dan uit mijn eigen platte land (zoals Brel ooit zong). Dat aantal lezers valt trouwens goed mee. Op de 10 dagen dat mijn nieuwe blog bestaat bijna 1.000 hits en al meer dan 50 volgers. Toch een klein beetje fier. Volhouden is nu alvast een stukje makkelijker.

Vijvergebied Midden-Limburg.

visarend3

Deze visarend heb ik zelf ooit gefotografeerd in het vijvergebied.

Waar anders dan in mijn eigen provincie pik ik mijn eerste gebied van hopelijk een hele reeks er uit. In Belgisch Limburg ligt een prachtig natuurgebied. Ten noord-oosten van Hasselt kan je honderden vijvers ontdekken. Ooit uitgegraven door kloosterlingen om vis te kweken en nadien dan ook verder gebruikt door professionele viskwekers die zich in die contreien vestigden. Ondertussen is het via een project van Life voor een groot stuk omgevormd naar natuur. En terecht. Want het is op gebied van water- en rietvogels een paradijsje. Soorten als roerdomp, wouwaap, snor en grote karekiet kan je er vinden. Ook visarend passeert er elk jaar en ze hopen al een tijdje op een paartje dat het gebied goed genoeg zal vinden om er ook eens te broeden.

broedeilanden_platwijers_dsc_3425_0

Foto Natuurenbos.be

Je kan het gebied best verkennen vanaf de parkeerplaats aan de weg Bolderdal te Zonhoven. Daar vlakbij is een spectaculaire en opvallende uitkijktoren waar je vanaf het hoogste platform een deel van het gebied mooi kan overzien. Vanaf de parkeerplaats de andere kant op kom je ook enkele kijkhutten tegen. De eerste en grootste van de twee kijkt uit over een grote vijver. Een locatie met heel grote kans om roerdomp te zien. Maar dan moet je er wel vroeg bij zijn en hopen dat er nog een plekje vrij is. Want deze hut is heel populair bij natuurfotografen.

Meer info : http://www.natuurenbos.be/wijers

Schermafbeelding 2017-03-18 om 16.02.03

Grote Peel.

Dit 3.400 ha grote Nationale Park ligt in Noord-Brabant en bestaat uit 2 delen. De Groote Peel en De Peel. Beiden liggen vlak tegen de provinciegrens met Limburg. Het is de A67-autoweg die beide gebieden in twee splitst.

Groote Peel05a

Het gaat om een veengebied met nog grote stukken heide, veen en vennen. Dit levert prachtige soorten op zoals blauwborst, geoorde fuut (nu zeker een soort die de moeite waard is om te gaan bekijken), boompieper en roodborsttapuitjes. Maar een soort die zeker tot de verbeelding spreekt zijn de kraanvogels. Oktober en november heb je kans om die er te zien. Maar ook deze maand durven ze hier al eens een tussenstop maken. Tijdens de winter heb je hier ook altijd kans op klapekster. En elk jaar zien ze ook doortrekkende roodpootvalken. Dus keuze genoeg.

X-20131226130645733

Schitterende foto van Maurits Martens.

Je kan het gebied best bezoeken vanuit het bezoekerscentrum aan de Moostdijk te Ospel.

Meer info :  www.natuurparkenlimburg.nl/np/de-groote-peel

Schermafbeelding 2017-03-18 om 16.01.02

 

 

Weekend-tip.

Elke vrijdag probeer ik jullie een tip te geven waar je wat mag verwachten. Vogels zitten overal en duiken op elk moment van het jaar op. Maar als je weet op welk moment je waar moet zijn dan is de kans groot dat je meer en leukere soorten gaat zien.

Planning.

Daarom is je weekend (of elke uitstap die je gaat doen) plannen geen slechte keuze. Je zal op verschillende websites kunnen zien wat waar wordt gezien. Waarneming.nl  of waarnemingen.be zijn echte aanraders. En als je begint met vogels kijken moet je niet enkel de “rode” soorten bekijken (zeldzame soorten worden op die websites in het rood gezet). Het is namelijk verleidelijk om dadelijk naar die speciallekes te gaan zoeken. Maar probeer ook die “gewone” soorten te spotten. Bekijk eerst welke soorten veel worden gezien en waar. Een gebied in jouw buurt ? Dan plan je toch een trip naar daar. Maar je kan ook even bekijken welke soorten ze zien en in welke biotoop die rondvliegen. En dan is het de kunst om een soortgelijke biotoop in jouw buurt te vinden. Zo leer je veel gebieden kennen. En ga je op korte tijd ook heel wat soorten ontdekken. De jacht is leuker dan het schot zeggen ze in jachtmiddens. Bij vogels kijken is dat ook het geval. Alles plannen, dan die soort zoeken om ze dan met een scheutje adrenaline (hopelijk) te zien.

31364161702_101decabf8

Tjiftjaffen zijn al even terug.

I’ll be back.

Momenteel druppelen heel wat soorten terug ons landje (en ook Nederland) binnen. Zo hoor ik sinds een week overal het ietwat eentonige liedje van de tjiftjaf. Deze Afrika-ganger is meestal één van de eerste trekvogels die hun broedgebied hier terug opzoeken. Als je regelmatig het veld in trekt dan ga je ze één voor één opmerken. Eerst langzaam aan en plots met horden tegelijk. Het leuke is dat je nu dan ook soort per soort kan leren kennen. Hun geluid, uitzicht en gedrag. Iets makkelijker dan als er plots heel veel gelijk zitten te kwinkelieren en rond te hoppen in de takken. En je hebt voorlopig nog het voordeel dat de bomen nog vrij kaal zijn. Ze nu ontdekken in een boom of struik valt dan nog mee.

Er zijn trouwens heel wat soorten op komst. Zo mag je de komende weken de eerste steltlopers verwachten. Een mega-leuke periode waar je je notitieboekje zeker bij de hand moet houden. Want je zal heel wat kansen krijgen om te oefenen met het herkennen van soorten. Let op, want dit zijn niet de makkelijkste vogels om te herkennen. Een aantal lijkt op elkaar en sommige zitten nog deels in hun winterkleed. Een stevige uitdaging.

Eentje is al terug. Onze kievit. Ze zwieren lustig over de akkers en weides met hun kenmerkende roep. Dus bezoek zeker nu een akker- of weidegebied in jouw buurt. En de kans is groot dat je deze rakkers kan aankruisen op je jaarlijst. En als extra bonus probeer je de vrouwtjes en de mannetjes maar eens apart te determineren. Leg die lat maar iets hoger.

33224761962_5a3ba83ba7

 

 

We houden de kop er even bij.

We hadden het al over de topografie van de vogel. Waarom is dat toch de moeite om dit onder de knie te krijgen ? Wel, omdat als je allemaal het zelfde woord gebruikt voor hetzelfde deel van die vogel is het iets makkelijker. Als ik jou vertel dat ik een vogel gezien heb waarvan de pluimpjes boven de staart wit waren. Dan is het misschien niet helemaal duidelijk welke pluimpjes ik nou juist bedoel. Maar als we het hebben over de stuit. En jij weet waar die stuit zit. Dan zijn we al een heel stuk verder. En in de vogelgids spreken ze ook over de stuit en niet over die pluimpjes boven de staart. Dus dat is dan ook alvast duidelijk.

Strepen.

We gaan het deze keer hebben over de kop van onze vogels. Want daar is heel wat over te vertellen. Want heel wat vogels hebben blijkbaar dit deel uitgekozen om hun uitzicht wat te verfraaien. En dat doen ze vaak met heel wat strepen. En elke streep heeft een naam.

topokop

Zucht ? Heel wat onder jullie die al lang hun achterwerk niet meer op een schoolbank hebben geplaatst hebben nu denkelijk flashbacks en de aanzet tot nachtmerries over dagen  achter studieboeken zitten om termen vanbuiten te leren.

Geen paniek. Mijn vroegere tip om in je vogelgids die tekeningen regelmatig eens te bekijken en alle termen even te overlopen gaat zeker helpen. En wat die strepen betreft is het echt niet zo moeilijk. Je moet gewoon naar je eigen gezicht kijken. De kruinstreep zit op je kruin. De wenkbrauwstreep (die op de tekening niet is aangeduid) zit vlak boven het oog net als onze wenkbrauwen. Het bladkoninkje op de foto boven het artikel laat dit mooi zien. De oogstreep loopt als het ware door het oog. De snorstreep zit iets lager, vlak onder de oogstreep. De mondstreep zit daar vlak onder. En de baardstreep zit het laagst.

1890688-94504b7efb4aea7e9b57d73dd9169c93

Slechtvalk heeft een duidelijke baardstreep.

Bij de oogring en de oogringbevedering is het ook niet zo moeilijk. Het woord zegt het zelf. De oogring is de ring rond het oog. En de oogringbevedering zijn de veertjes die rond die ring zitten. De oordekveren zitten vlak achter en onder het oog. Dit is ook de plek waar het oor zit van een vogel. Die hebben geen grote flappers zoals ons, maar een gaatje achter het oog. De kin zit vlak onder de snavel. En de teugel tenslotte is de zone tussen de basis van de snavel en het oog. Voila, elke week dit eens bekijken in je vogelgids en je zal deze termen snel in jouw koppeke hebben zitten.

maxresdefault

Vuurgoudhaan, de ideale kop om op te oefenen. Met een kruinstreep, zijkruinstreep, wenkbrauwstreep, oogstreep, teugel, oogring, oordekveren, kin, snorstreep en mondstreep. Bekijk eens welk deel welke kleur heeft. Als je die juist hebt dan heb je alvast een streepje voor.

 

Kom wat dichter, dichter, dichter, dichterbij.

Na de verrekijker is de kans groot dat je ook op zoek gaat naar een telescoop. Niet, zoals velen bij het horen van dat woord denken, eentje om naar de sterren te turen. Want dat zou enerzijds een heel zware opdracht zijn om die mee te nemen in het veld. En anderzijds zou het ons doel letterlijk voorbij lopen. Want we spreken van een ding dat het beeld tussen de 20x en 60x vergroot. Een sterrenkijker doet daar nog wat cijfertjes bij denk ik.

Details.

Is dat wel nodig ? In heel wat omstandigheden zeker. Vanaf de rand van een plas alle dobberende verenbolletjes afkijken lukt iets beter met een telescoop dan met een verrekijker. Zelfde verhaal bij een groep van honderden steltlopers op een zandplaat vlak voor de kust. Maar het hoeft niet altijd te zijn omdat de vogels heel ver zitten en we er niet echt naartoe kunnen lopen. Details maken vaak het grote verschil bij het bepalen van de soort die je nu zit te bekijken. En als je dan een vogel door een telescoop kan bekijken dan is elk veertje zichtbaar. En dan kan je net dat veertje bekijken dat het verschil maakt tussen die ene of die andere soort.

wilde-zwaan-cygnus-cygnus-3

Wilde of kleine zwaan ? Het zit in de snavel.

Weerom testen ?

Voor de aankoop van een telescoop zijn de aanbevelingen net hetzelfde als bij een verrekijker. En misschien moet je hier zelfs nog iets kritischer zijn want de investering is nog een stukje groter dan bij de aankoop van een verrekijker.

Dus naar een winkel waar je kan kiezen uit een heleboel merken en modellen. Liefst bij donkerder weer. Testen, testen en nog eens testen voor je beslist. En een bijkomende tip. Als je iemand tegenkomt met een telescoop. Vraag eens heel beleefd of je er eens door mag piepen. En de kans is groot dat hij jou dan vanzelf wat info en tips geeft over zijn telescoop.

Beslis ook of je gaat voor een vaste lens of een zoomlens. Want bij de meeste telescopen kan je die apart aanschaffen. Zelf ben ik een echte zoomer en ga ik bij elk vogeltje dat ik zie proberen het beeld zo groot mogelijk te krijgen om zo alle details mooi te kunnen bekijken. Je zal verbaasd zijn van wat je dan allemaal plots gaat opmerken.

huismus2011-03-23_1621

Mannetje huismus in detail. Toch de moeite, niet ?

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research