Wie woont er in uw tuin ?

Heel wat vogelkijkers gaan ooit wel eens inventariseren. Dit is het observeren en noteren van vogelwaarnemingen met als doel het aantal broedende koppels in een bepaald gebied te kennen. Dit doe je door op een gestandaardiseerde manier alle waarnemingen op een kaart te noteren. Wel enkel waarnemingen die aantonen dat de soort er broed.

Bijvoorbeeld zingende mannetjes, vogels met voedsel in hun snavel, baltsende koppels en natuurlijk ook nesten of uitgevlogen jongen. Deze discipline vraagt toch al heel wat kennis en ervaring. Zeker om gedrag in te schatten en ook geluiden. Zowel de zang als bedel- en alarmroepjes zijn hier belangrijk.

Avimap.

Vroeger noteerden wij alles op een dagkaart. Veel werk en vaak onhandig, zeker met druilerig weer. Zo kwam ik vaak thuis met een door de regen uitgelopen kaart waar bijna niets meer op te zien was. Op het einde van het broedseizoen sloot ik mij dan op in mijn bureau met al mijn kaarten van dat jaar. Om dan uren en uren alles over te schrijven op soortenkaarten en daar dan met een boek over monitoring erbij in te schatten hoeveel territoria elke soort nu juist had. Een monnikenwerk.

headerfoto_tablet_invoer_741_294

Gelukkig is dat verleden tijd. Avimap is een programma speciaal ontworpen voor dit doel. Je geeft je waarnemingen netjes in op je smartphone of tablet in het veld. En op het einde van het broedseizoen wordt alles in een fractie van een seconde geanalyseerd. En klaar is kees. Je moet wel even via Natuurpunt of SOVON je gebied dat je wil tellen laten aanmaken in het systeem. En je kan er aan beginnen.

avimap_app

Voorbeeld van kaartje Avimap.

De methode en werkwijze kan je terugvinden op de website SOVON. http://www.sovon.nl

Tuin.

Te moeilijk ? Het is inderdaad niet makkelijk voor beginners om dit te gaan doen. Maar elk begin is moeilijk. Misschien kan je wel eens een jaartje meelopen met een ervaren teller bij jou in de buurt.

Maar je kan ook starten zoals ik ooit deed. Ik telde een paar jaar mijn eigen tuin. Lekker overzichtelijk, niet te groot en met soorten die ik al snel leerde kennen. En misschien kom je wel voor verrassingen te staan. Zo had ik maar liefst zes koppels merel rond mijn huis zitten. En bleek er een braamsluiper zijn nestje te hebben gebouwd helemaal achteraan in mijn tuin. Jammer genoeg al een hele tijd geleden. Ondertussen is het een zeldzaam kereltje geworden die mijn tuin nu links laat liggen.

braamsluiper-2

 

De jacht is open.

Je kan geen blog over vogels kijken maken zonder te spreken over twitchen. Een onderdeel van birdwatching dat zijn voor- en tegenstanders heeft. Maar elke vogelkijker heeft wel een twitch-periode.

Volgens Wikipedia : “Twitchen betekent het gericht opzoeken van een bijzondere vogel, geïnformeerd door derden.”

Gezien.

Twitchers volgen alle mogelijke kanalen waar ze meldingen krijgen van zeldzame vogels die ergens opduiken. Er zit zelfs een systeem achter waarmee je een melding op je smartphone krijgt waar welke soort werd gezien. In mijn tijd was dat zelfs met een bieper die een cijfercode doorgaf die je dan nog eens met een klein groen boekje moest ontcijferen. Nog spannender dan nu.

Eenmaal de locatie gekend dan rijden ze naar daar om de soort te zien en toe te voegen aan hun lijstje. Tegenstanders vinden dat maar niks. Zij vinden dat je zelf op zoek moet gaan naar soorten en je die dan uitvoerig moet bekijken. Voorstanders, meestal zelf twitchers of ooit geweest, vinden dat iedereen die met vogels bezig is moet gekoesterd worden. Op welke manier die daar ook mee bezig is. Ze krijgen ook het verwijt dat ze nergens rekening mee houden. Zeldzame planten vertrappelen, op privé-eigendom rondlopen, de vogel zelf verstoren,… Maar ik denk dat dit om een kleine minderheid gaat. En van die individuen kom je in elke hobby wel tegen vrees ik. Ik denk dat iedereen zijn mening heeft over dit fenomeen. Maar dat mag natuurlijk.

Kilometers.

Zelf ben ik eigenlijk ook nog een beetje een twitcher. Want ik kan het niet laten om als er ergens een zeldzame soort wordt gemeld toch een poging te doen om deze te gaan bekijken. Het extreme is er een beetje uit. Een paar honderd kilometer rijden op een voormiddag om een giervalk te gaan bekijken in het noorden van Nederland zit er niet meer in. Of vier dagen achter elkaar naar Antwerpen rijden voor een kleinst waterhoen omdat we de juiste plek niet vonden zal mij ook niet meer dadelijk gebeuren. Of na het werk snel nog even naar Maastricht om daar te horen dat die roodstuitzwaluw net vertrokken is doe ik ook niet meer. Alhoewel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dit is het beeld wat ik zag, zonder de roodstuit.

Taiga.

Het meest indrukwekkende van dit twitchers-wereld vind ik persoonlijk de massa mensen die naar zo een mega-soort komen kijken. Zo herinner ik mij een taigastrandloper, superzeldzaam, die in Nederland op een slik kwam uitrusten. Het beeld van honderden vogelkijkers die mooi op de dijk rond het meertje naar deze kleine steltloper zaten te kijken zal mij nog lang bijblijven. Dan pas ontdek je hoeveel mensen er met deze superleuke hobby bezig zijn. Twitchen, ik kan het iedereen aanraden. Maar dan wel met respect.

taiga-2-11

Taigastrandloper.

 

 

Snaveltjes toe.

Bij de iets oudere lezers van mijn blog zeker een bekende uitspraak uit de kinderserie “De Fabeltjeskrant” van meneer de uil. Waar we deze keer het gaan beperken tot de snavel. Een onderdeel dat elke vogel heeft en dus zeker nader studiewerk vraagt bij het aanschouwen van een onbekende vogel.

Vorm.

De vorm is belangrijk. Want die kan van soort tot soort veel verschillen. Van een kleine spitse snavel (bij insecteneters) tot een stompe kegelvormige (bij zaadeters). Maar het kan nog veel gevarieerder. Een haaksnavel bij roofvogels of een speciaal voor hun menukeuze ontworpen werktuig bij steltlopers. Valt het niet op dat steltlopers die vaak samen voedsel zoeken ook allemaal verschillende snavels hebben ? Dit is zo omdat ze dan elk hun eigen diepte of plekje kunnen afzoeken en dit naar het voedsel dat zij willen vinden. Zo kunnen ze samen rondlopen op één plekje en toch elk hun specifiek voedsel vinden. Knap gevonden noem ik dat. Blader maar eens door je vogelgids en je zal verbaasd zijn hoeveel verschillende snavels er zijn.

Wulp_(8721752364)

De wulp zoekt in een bocht.

Uniek.

Sommige soorten hebben een unieke snavel wat betreft vorm, lengte of zelfs kleur. Dan denk ik aan de lepelaar (met een snavel als een lepel), de keelzak van een pelikaan of de bontgekleurde snavel van een papegaaiduiker. Maar ook de lange rode snavel van de ooievaar mag er wezen. Vaak geeft de kleur trouwens indicaties over de leeftijd. Bij de ooievaar hebben 1ste jaars vogels een zwarte snavel en geen rode. Dus de kleur noteren is zeker van belang.

Atlantic_Puffins,_Scotland

De bonte snavel bij papegaaiduikers in broedkleed.

Tand.

De kenmerken van de snavel kunnen je ook al vertellen bij welke familie je bent terecht gekomen. Bij de roofvogels hebben de valken een tand op hun bovensnavel. Speciaal ontworpen om prooien te verscheuren. Ze noemen dit dan ook een valkentand. Als je die ziet weet je al op welke bladzijde je je vogelgids moet openslaan.

falco_peregrinus_01

De valkentand bij een slechtvalk.

En bij meeuwen spreken ze dan weer over de “gonyshoek”. Vooral bij grote meeuwen kan je die mooi zien. Dit is een hoek of bobbeltje in de ondersnavel. Dit kenmerk kan je soms helpen om bij grote meeuwen de soort te bepalen.

Blijkbaar is er toch heel wat te zien aan die snavel. Een gekregen vogel moet je dus als vogelkijker wel in de bek kijken.

gull-1564262_960_720

De gonyshoek op de ondersnavel bij meeuwen.

 

Tellen met een stijve nek.

Eenmaal als je de microbe van vogels kijken stevig te pakken hebt wil je steeds meer weten over die gevederde wezens. En dan beland je vaak bij een groepje fanatieke vrijetijds-onderzoekers. Zij hebben zich vastgebeten in een discipline waar naast het vogels kijken ook heel wat interessante data uit komt.

Keuzes genoeg. Maar eentje zit echt de laatste jaren stevig in de lift. Het trektellen.

Omhoog.

In het najaar is er een periode dat heel veel vogels boven ons hoofd passeren. Vaak ongemerkt, maar voor een aantal trektellers is dat het moment om ergens op een bult in België of Nederland uren en uren door te brengen. Starend naar de lucht en alle voorbijvliegende vogels nauwkeurig noterend. Ondertussen zit ook hier een geweldig systeem achter om al deze duizenden waarnemingen mooi bij te houden. De meeste tellers doen dit via http://www.trektellen.nl . Maar ook nu zijn heel wat van die telposten bezet. Want in het voorjaar keren heel veel vogels naar hun broedgebieden. En dan vliegen ze natuurlijk ook boven ons voorbij. Dus je moet niet wachten tot in het najaar om eens van dit fenomeen te gaan proeven.

Schermafbeelding 2017-04-10 om 17.39.52

De telling van vandaag op één van Limburgs beroemdste telposten, Maatheide.

Oefenen.

Ik wil je al waarschuwen op voorhand. Trektellen is geen simpel ding als vogelkijker. Ervaren tellers kunnen soorten herkennen aan een kort roepie of een voorbijvliegend silhouet op enkele honderden meters. Maar als beginnend vogelkijker ga je heel vaak een waarneming moeten noteren als “een vogel” in je boekje. Daarom kan je best een telpost in je buurt opzoeken en er eens samen met de aanwezige tellers een paar uren vertoeven. Vertel gerust dat je nog wat ervaring mist en ik ben er zeker van dat ze je gaan overladen met tips om die doortrekkers te herkennen. En weet dat ook dit heel verslavend kan werken. Zelf heb ik het trektellen al een aantal jaren achter mij gelaten omdat een mens nu eenmaal moet kiezen tussen al die leuke mogelijkheden als vogelkijker. Maar af en toe ga ik toch nog eens op bezoek en voel ik heel snel de adrenaline al stromen bij een voorbijwiekende rode wouw, een bel van acht thermiekende buizerds of een laag over de grond scherende groep van 25 veldleeuweriken.

057

Een V-tje kraanvogels zet elke telpost op stelten.

Deze eenden zitten misschien in jouw bed.

foto Yves Verstraeten

Voor de volgende groep eenden moet je best gaan zoeken aan de kust. Want eidereenden zijn echte zeevogels. De meest voorkomende soort is de gewone ieder. Deze komt in het noordelijke kustdeel van Nederland voor als broedvogel. En voor de rest gaat het om overwinterende vogels. Een heel verschil want het mannetje lijkt tijdens de wintermaanden veel op het vrouwtje. Maar tijdens het broedseizoen veranderd hij in een porseleinen beeldje met mooie pastelkleuren. Van zachtroze op de borst naar een heel unieke groene kleur op het achterhoofd en een deel van de wangen.

Eider Vanmeerbeeck Philippe

Foto : Philippe Vanmeerbeek

Donsdeken.

Het zijn trouwens de leveranciers van de inhoud van donsdekens of kussens met eiderdons. In hun broedgebied maken ze een nest waar ze de eieren onderdekken met hun eigen dons dat ze uittrekken. Dit wordt dan bij elkaar geraapt om ons dekbed of kussen van vulling te voorzien. Blijkbaar een heel warm dekentje, alhoewel ik niet uit ervaring kan spreken.

Triootje.

De drie andere vertegenwoordigers die tot nu toe zo vriendelijk waren om eens langs te dobberen aan onze kust zijn stuk voor stuk beauty’s. De brileider blijkt het minst voor te komen. Voor Stellers eider moeten we al terug tot 2000 met een vrouwtje in Vlieland. en de koningseider werd laatst gezien in 2001 in Zeebrugge en voor Nederland werd er een vrouwtje ontdekt in 2014 in Texel. Superzeldzame gasten dus. Daarom is het altijd boeiend om een dobberende groep ieders af te scannen. Wie weet ben jij wel de volgende ontdekker van een superzeldzame mee-dobberaar.

Eider Rene van Rossum

Koningseider                                         Foto Rene Van Rossum

Door het bos de vogels zien.

Het bos intrekken om vogels te zien is altijd een goede keuze. Maar doe dat dan best heel vroeg. En dan bedoel ik héé éééél vroeg. Een uur voor zonsopgang is een aanrader. Dan hoor je het ochtendconcert opstarten en crescendo uitdeinen. Een prachtige ervaring.

Horen.

Want vogels kijken in het bos is meer vogels horen. Zeker als de bomen in blad staan of komen is het vaak hopeloos om die zingende vogel te vinden. Een telescoop meenemen is vaak ook niet echt zinvol. Meestal zijn de twee momenten dat je deze hanteert het moment dat je hem uit je auto haalt en het moment dat je hem er terug inlegt. Een verrekijker is handiger in dit geval. En je oren dus.

1280px-BlackWoods

Zwarte specht.

Brussels bosje.

Vandaag was ik in het Zoniënwoud ten zuiden van Brussel. Een zeer uitgestrekt gebied van meer dan 4.000 ha. Met aansluitend nog een aantal andere interessante domeinen. Hier kan je uren ronddwalen en heel wat soorten ontdekken. Want een aantal soorten zijn echt gebonden aan bosgebied. Denk maar aan de spechten. Waarvan er maar liefst 6 soorten voorkomen in dit gebied. De drie bonten, kleine, middelste en grote. Groene, zwarte en grijskopspecht. Maar ook andere soorten zoals bv. fluiter zijn verbonden aan bossen. Dus kuis je oren maar uit en ga eens een bosje meepikken.

Info : http://www.zonienwoud.be

bereikbaarheid

Bereikbaarheid Zoniënwoud

640px-Flickr_-_Rainbirder_-_Wood_Warbler_(Phylloscopus_sibilatrix)

Fluiter, binnenkort terug.

Aangekondigd bezoek.

Je zal ondertussen wel gemerkt hebben dat ik een trouwe fan ben van de websites waarneming.be en waarneming.nl. De reden is dat je hier een massa info kan vinden als vogelkijker. Waar zien ze welke soort ? En meestal met de juiste locatie. Voor zeldzame rakkers die onze lage landen even verblijden met hun bezoekje een veelgebruikte zoekoptie. Vooral voor twitchers.

Gewone.

Maar het werkt ook voor de “gewone” soorten. En dan doe ik meestal beroep op de functie “soortenkalender”. Je vindt deze onder het tabblad “soorten”. Hier krijg je een overzicht per week welke soorten het meest zijn ingegeven op de site. Hoe donkerder, hoe meer. Opgelet, dit is geen overzicht van het voorkomen van al deze soorten in ons landje. Vooral niet wat betreft de iets minder zeldzame beestjes. Neen, het is een overzicht van het aantal waarnemingen dat die week werd ingegeven. En voor gewone soorten zijn er heel wat waarnemers die enkel hun eerste waarneming van dat beestje ingeven. Een goed voorbeeld is de boerenzwaluw. Iedereen is dolenthousiast over zijn eerste zwaluw van het jaar. Maar de exemplaren die we nadien zien worden dikwijls wel bekeken, maar that’s it. Je krijgt dan ook een opstoot rond deze periode van “boertjes” en nadien zakt het aantal ingegeven waarneming snel terug. Om dan, als de trektellers in gang schieten, in augustus en september terug in de hoogte te schieten.

Schermafbeelding 2017-04-07 om 19.09.15

Aantal waarnemingen voor boerenzwaluw per maand.

Wie is daar ?

Maar voor mij is het een leuke tool om te zien welke soorten er stilaan (of heel hard) binnenvliegen in mijn regio. Zo merk ik dat momenteel het moment is om visarend te spotten (kijk maar eens naar het laatste rijtje van onderstaand overzicht). Vorige week een donkerblauw balkje. Dus als ik een geschikt gebied voor deze soort nu bezoek zit de kans er dik in dat ik deze soort kan spotten.

Schermafbeelding 2017-04-07 om 18.52.47

En zo zie ik ook dat de zwartkop al twee weken in het land is. Maar ook dat ik moet opletten voor oeverzwaluw, fitis (heb ik al) en beflijster.

Schermafbeelding 2017-04-07 om 18.53.29

Een gewaarschuwd man heeft veel kans op tien vogels in de lucht. Of zoiets…

Geef eens een pootje.

In onze volgende post over topografie van de vogel bekijken we zijn pootjes even. Niet dadelijk het deel dat je het eerst gaat bekijken denk ik. Maar het kan zeker van belang zijn.

Benen.

Vergelijken we de poten van een vogel met die van ons dan zien we dat ze ongeveer hetzelfde in elkaar zitten. Maar toch even opletten waar nu juist wat zit.

390px-BirdLegIllu_lower_extremity

Als we ze even naast elkaar zetten dan lijkt het of je twee totaal verschillende dingen aan het bekijken bent. Maar stroop je broekspijp even op en bekijk even in welke richting alles plooit. En dan wordt het gauw duidelijk. Nummertje 6 op de tekening is dus bij ons de enkel. En vijf is waar onze tenen vastzitten aan onze voet. Het deel tussen 5 en 6 zijn bij ons de middenvoetbeentjes. Het gewricht dat bij de vogel meestal vlak tegen de buik zit is bij ons de knie. En het heupgewricht zit zelfs helemaal in het lichaam net als onze heup.

Een vogel heeft meestal 4 tenen. Bij sommige soorten (zoals eenden) zijn die verbonden met vliezen. En enkele soorten hebben lobben op de tenen (meerkoet). Aan het uiteinde van de tenen zitten nagels. Bij roofvogels zijn die omgevormd naar klauwen. De achterteen heeft meestal geen functie en soms ontbreekt die helemaal (drieteenstrandloper). Bij spechten staan er twee tenen naar voor en twee naar achter. Dit om hun beter te kunnen vasthouden als ze aan een boom opkruipen. De tenen en de poten van vogels zijn bedekt met schubben. En de vorm van de tenen of de kleur is belangrijk om te noteren.

Het loopbeen bestaat uit twee delen. Het onderste deel tussen de tenen en het enkelgewricht noemen we de tarsus (op de tekening tussen 5 en 6). Het bovenste deel van de enkel tot de knie de tibia (op de tekening deel boven 6). De lengte van deze twee delen is voor ringers vaak een gegeven om soorten in de hand te determineren.

Kleur.

Niet enkel de vorm en lengte van de poten is belangrijk. Maar vaak ook de kleur. Neem als voorbeeld de kleine en de grote mantelmeeuw. Twee vogels die toch wel wat op elkaar lijken. De ene is een stuk groter dan de andere, daarom dat je dit in hun naam terugziet. Maar als je één soort apart ziet dan kan je ze natuurlijk niet vergelijken. Daarom kijk ik als ik één van deze soorten zie dadelijk naar de poten. Bij adulte vogels is die bij de grote mantel mooi roze en bij zijn kleine neefje geel.

grote mantel0001

Grote mantelmeeuw met roze pootjes.

grote mantel0001-2

Kleine mantelmeeuw met gele pootjes.

Kijk eens naar het vogeltje.

Je kan er niet meer omheen. Maar vogels kijken en fotograferen gaan heel vaak hand in hand. Je waarneming vastleggen op de gevoelige plaat of een foto maken om nadien als bewijs of determinatie-materiaal te dienen is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Jammer (althans dat is mijn persoonlijke mening) genoeg kom je heel vaak fotografen tegen die zelfs de moeite niet meer doen om een verrekijker mee te nemen. En heel wat van die fotografen kennen hun soorten totaal niet. Maar daar wil ik hier nu niet op ingaan. Een laatste raad aan deze mensen. Als je vogels wil fotograferen, begin dan eerst met vogels kijken. Je leert ook eerst gaan voor je gaat lopen.

500mm.

En wat mij ook opvalt is dat er steeds meer mensen rondzeulen met een peperdure en zware telelens. Zelf heb ik ook jaren hiermee rondgelopen (of vooral in mijn schuiltentje gezeten). Maar ik ben ermee gestopt omdat vogels fotograferen en vogels kijken volgens mij echt niet samen gaat. Vaak kwam ik thuis om dan pas op de computer te gaan zien welke beestjes ik nu allemaal toch wel gezien en gefotografeerd had. Neen, het pure vogels kijken is echt veel spannender en leuker. Hoewel ik gedreven en vooral met respect voor de natuur fotograferende vogelaars wel degelijk kan appreciëren. Maar ook dit is weer een ander verhaal.

Digiscoping.

Zelf had ik toch steeds de drang om de vogels die ik vond en mooi kon bekijken ook op foto te zetten. Dus een hele tijd rondgelopen met een iets kortere en goedkopere lens, maar die bleek vaak niet te voldoen. Dan een adapter gekocht zodat ik mijn spiegelreflex-camera op mijn telescoop kon schuiven. Het zogenaamde digiscoping. Foto’s nemen door je telescoop. Er zijn websites en zelfs volledige blogs die enkel over digiscoping gaan. Je vind er massa’s info. Maar ook dit was weer een heel gehannes.K14_PA-i5_ATX_hoch

Mijn huidige combinatie.

Telefoontje.

En dan vond ik de oplossing. Een adapter waarmee ik mijn smartphone op mijn telescoop kan zetten. Twee dingen die ik toch altijd bij heb in het veld. En dus geen extra gewicht op mee te sleuren. De beelden zijn zeker niet toonbaar op een bijeenkomst van echte natuurfotografen. Maar voor mij meer dan voldoende. Het doel : de soort herkenbaar weergeven, is zeker gelukt met deze simpele combinatie. Filmen gaat trouwens ook heel goed. Maar het vreet wel heel veel batterij. En de aankoop viel al bij al nog mee. Dacht dat ik er 100€ voor betaald heb. Een investering die meer dan de moeite waard was.

12961690

Eén van mijn kluten op foto gezet.

13062254

Paartje scholeksters, klik, klik.

Dus als je toch graag een foto maakt van de vogels die je ziet, dan is dit zeker een optie. Maar denk er aan. Eerst vogels kijken en ze leren kennen. En als je dan toch overweegt om ze enkel nog te gaan fotograferen. Veel succes en vooral geduld. Maar denk toch nog eens twee keer na voor je die stap zou zetten. Want gewoon vogeltjes kijken is naar mijn bescheidend mening toch nog steeds een pak leuker (hopelijk worden de vogelfotografen niet boos).

KBV-kes.

Als je denkt dadelijk alle vogels die je tegenkomt vlot op naam te brengen ga ik je moeten ontgoochelen. Want zelfs doorwinterde birders moeten vaak een vogel die ze zien moeten laten voorbijvliegen zonder dat ze er een naam hebben opgeplakt. Dagelijkse kost zeg maar. Het mag ook allemaal niet te makkelijk zijn.

Bruin.

En dikwijls stelt zich dit probleempje met kleine, beweeglijke, verdoken en bruingekleurde exemplaren. Deze gaan dan de boeken in als een KBV-ke. Een “klein bruin vogeltje”.

Als je je vogelgids openslaat bij de zangertjes en je bladert snel door deze groep dan twijfel je soms of je nu wel een blad hebt omgedraaid of niet. Heel wat van die beestjes lijken verdomd goed op elkaar. En het zit hem dan in de details. Andere kleur van poten of snavel. Een oog- of wenkbrauwstreep die wat langer of korter is en waarvan de kleur niet beige-wit maar wit-beige is. Een vleugelstreepje meer of minder. Elk verschil telt in dit geval. En dan heb je nog eens de pech dat deze kereltjes bijna nooit stil zitten of open en bloot op een takje gaan zitten. Neen, constant in beweging en goed verdoken is een struik of boom rondhippend. Heel vaak wordt besloten om er een “klein bruin vogeltje” van te maken. Zeker als de waarneming maar heel kort was.

_MG_8285

Tjiftjaf

fitis0001

Fitis

Kenmerken.

De kunst is om in dit geval proberen toch zoveel als mogelijk alle kenmerken en details in je notitieboekje te krijgen. Om dan nadien tussen de hele kluts van op elkaar gelijkende exemplaren de juiste er uit te halen. En geluid is ook een stevige bonus. Bijna alle waarnemingen van deze groep worden ontdekt als ze roepen of zingen. Dat laatste doen de zeldzame soorten wat minder omdat ze hier meestal nog niet in hun broedgebied zitten en een territorium verdedigen nog niet aan de orde is.

_MG_6154

Kleine karekiet

bosrietzanger grote beemd 06-09

Bosrietzanger

Hartslag.

Het is dus een stevige uitdaging om ook deze soorten te leren kennen. Ik zou beginnen met de meest voorkomende soorten zoals tjiftjaf en fitis (daar heb je al een stevige kluif aan). En de iets later arriverende kleine karekieten en bosrietzangers. En als je die onder de knie hebt dan kan je op zoek gaan naar de heilige gralen zoals struik- of veldrietzanger, bladkoning, pallas’ boszanger, grauwe fitis en nog een hele rits van KBV-kes die elke vogelkijker een snellere hartslag bezorgen.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research