Het najaar zit er op wat betreft het ringwerk op mijn ringplek. Buiten de netten die ik nog nodig ga hebben als ik weer ga voederen (wat nog niet zeker is), heb ik alles opgeruimd. Half november is mijn eindpunt, dus daar houden we ons aan.
Met 36 geringde vogels was gisteren een matige afsluiter. Toch zat er weer een leuke waarneming tussen. Een merel – is dat speciaal hoor ik jou hardop denken – kreeg extra aandacht. Op dit moment passeren hier noordse exemplaren. Dat is althans wat ik er over denk. Totaal geen wetenschappelijke basis om dit te staven. Maar ik ben er vrij zeker van dat ik toch gelijk heb.
Het gaat om forsere vogels met meestal een opvallende schubtekening op de borst. Een vrouwtje dat ik kan ringen liet die tekening duidelijk zien.
Zonder twijfel een dame met noordelijke roots.

Onder voorbehoud dat ik met de beperkte netopstelling toch nog eens ene poging doe om een barmsijs te verschalken (Carine R. had er de voorbije dagen eentje geringd), kan ik mijn najaar afronden.
Ik haalde net niet de 3.000 vogels – 2.912 om precies te zijn. Dit gespreid over 42 soorten. Met als nieuwe soorten orpheusspotvogel en sperwergrasmus.
Een mooi seizoen zou ik durven te zeggen.
Dit was nog zo’n noordelijke dame. In oktober 2018 werd ze in Z-Finland geringd. In 2021-2022 en 2022-2023 overwinteren ze telkens in Oud-Heverlee. In april vloog ze zich helaas te pletter tegen een raam, maar wel in Pitéa in Zweden, meer dan 2000 km noordelijk van hier. De verst noordelijke terugmelding van een merel die hier werd waargenomen.Ik moet haar verhaal nog eens in de schijnwerper zetten.
https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=pfbid02TM6s7AFjtkLpvBd3wgeofzigbw8gmdcCBha1CTHR8hkL51M6CKfDUcVnpwWK7Nvpl&id=621219439
Groeten,
Niels Ryckeboer
LikeLike
Hier nog een link naar een bericht over mijn noordelijke dame: https://www.facebook.com/groups/cr.birding/permalink/3135485673352345/
LikeLike