Na een paar jaar overgeslagen te hebben trok ik vandaag – samen met een paar mede-vogelkijkers – richting Noorderburen. Welbepaald naar de Landelijke Dag van SOVON. Een voor alle Nederlandse vogelaars belangrijke feestdag van het jaar. Deze keer letterlijk, want ze vierden hun 50-jarige bestaan.
Kunstenaar
De dag begon wat in mineur toen bleek dat de zalen in de nieuwe locatie niet voorzien waren op het overdonderende succes van dit evenement. Wij stonden beteuterd voor gesloten deuren. ‘Propvol’ was de duidelijke boodschap – zo zijn ze die Hollanders – van de medewerkers die in een stakingspiketten-houding voor de zaal post hadden gevat. Dus wandelden we terug richting het grotere auditorium. Achteraf een goede keuze, want de spreker die daar zijn verhaal mocht vertellen was vogelkijker en illustrator/kunstenaar van hoog niveau; Killian Mullarney. Hij is de artiest die heel wat tekening in de ANWB-vogelgids heeft geschapen. Ware kunstwerkjes! Hij bracht zijn verhaal met dezelfde passie die uit zijn kunstwerken spat. Het was boeiend om te zien en horen hoe hij van een kindertekening van een zanglijster – trouwens al een kunstwerkje als 4-jarige kleuter – uitgroeide tot een van de beste vogelschilders van zijn generatie. Met dank aan de stakinspiketten.

Grijze mannen
Volgende doel; een lezing over patrijzen. Obstakel; diezelfde stakinspiketten. Volle zaal en dus opnieuw terug de trap af naar de grote zaal. Deze keer over een verhaal van Ruud Foppen en Albert de Jong over de veranderingen in onze vogelwereld de voorbij 50 jaar. Maar ook de evolutie van het vogels kijken. opnieuw boeiend onderwerp en goede sprekers met de nodige kwinkslagen. Heel leuk was hun intro met een beeld van een landschap met daarin de soorten van 50 jaar geleden gevolgd door eenzelfde landschap met de huidige invullen. Confronterend en soms ook verrassend. Blijkbaar zijn er momenteel veel meer soorten dan 50 jaar geleden. Dat er heel wat daarvan in een moeilijk parket zitten is natuurlijk minder.
Vogelkijkers bleken dan weer geëvolueerd van jagers tot momenteel hippe kerels die met veel te veel apparatuur rondlopen in de natuur. Maar toen ik rondkeek nar het publiek dat ik rond mij zag had ik toch een wat ander beeld. Een zee van oudere, grijze mannen – waar ik trouwens ondertussen ook toe behoor – met de bijpassende brilletjes en hoorapparaten. Die hippe bende zat denkelijk in de zalen waar wij niet binnen mochten.
Uitgestorven
Tijdens de middagpauze was het hoog tijd om de standjes af te schuimen. Dit leverde – ik kan het niet laten – weer een paar nieuwe boeken op. ‘Het mooie vogelwoordenboek’ nam ik met plezier mee naar huis. De schrijver was de voorbije week te gast op Radio 1 om zijn werk voor te stellen. Inspirerend! Ik kan niet wachten om het te gaan lezen. De handtekening en het praatje met de schrijver kreeg ik er gratis bij.
Ook een eye-catcher was een in hout uitgesneden nieuwe soort op de levenslijst van alle vogelkijkers die aanwezig waren. Een levensgrote dodo. Die hadden we al even niet meer gezien. De foto die ik er van nam (zie hieronder) deed bij mij trouwens een bedenking oppoppen; gaat de soort die achter dat beest staat hetzelfde lot ondergaan als de dodo? Even tussendoor.

Sahel
Op aanraden van Jente kozen we na de middagpauze opnieuw voor de grote zaal. We gaven de stakingspiketten even rust. Christiaan Both nam ons mee in een onderzoek rond bonte vliegenvangers en een opwarmende aarde. Nachtelijke ritten met vrouwelijke exemplaren of eitjes naar Noordse landen bleken het bewijs dat vroeger broeden betere resultaten gaf.
Nadien gingen we zelf naar warmere oorden; de Sahel. Daar bleken een aantal oude grijze mannen het voor mij onbegrijpelijke idee opgevat te hebben om over de ganse breedte van Afrika vogeltjes te gaan tellen in bijna elke boom die ze tegenkwamen. Hun aantallen waren overdonderend. Ik weet nu wel waar al die fitissen terecht komen die ik heb geringd. Maar het woord waarschijnlijk, vermoedelijk en volgens onze schatting kwam zo vaak voor in hun lezing dat ik grote twijfels heb over hun motief. Volgens mij hadden ze totaal geen doel om iets te bewijzen, maar wilden ze gewoon een leuke reis met zielsverwanten maken door Afrika. Missie geslaagd wat dat betreft.
Flitspraatjes
Deze term was voor mij nieuw. Terugmeldingen daarentegen kende ik persoonlijk zeer goed. Dus deden we een tactische zet door veel te vroeg naar een van de voor ons tot dan verboden zalen te stappen. Met succes. Daar kregen we een reeks hartverwarmende verhalen van ringers of onderzoekers over terugmeldingen van gekleurringde of gezenderde vogel. Gebracht met een enthousiasme dat je dadelijk met een telescoop naar een locatie met kans op zulke exemplaren zou doen lopen. Een grote stern die eventjes op 31 dagen naar Zuid-Afrika vloog. Vlotjes meer dan 13.000 km op zijn teller zettend. Een topprestatie. Een verhaal over scholekster die een ode bleek aan iedereen die met hart en ziel meehielp aan dit onderzoek, gebracht met een vleugje humor. Het bewijs dat vogels kijken onderzoeken en tellen veel meer is dan cijfertjes noteren.
Zielig slot
We eindigden in de grote zaal. Daar werd de lezing die we in de voormiddag hadden gemist door de gesloten deuren van een propvolle zaal, herhaald. Een veelbelovende titel; van dwergmeeuw tot zeearend. Het verhaal van 50 jaar broedvogels tellen in het Lauwersmeer. De spreker bleek opnieuw een oude grijze man, maar deze eentje met duidelijke frustraties. Dit heerschap zat duidelijk dicht tegen een depressie aan. Hij kwam in zijn lezing op een punt uit waar hij Reintje de vos van alle zonden van de wereld beschuldigde. De telloorgang van heel wat soorten waren de fout van deze rosse moordenaar. Een beeldvullende foto op de grote schermen en grafieken waar met rode lijntjes de aankomst van Reintje werd aangeduid benadrukten dit nog even. Het feit van een veranderend landschap, een soms niet zo goed gekozen beheer en een gewijzigde wereld bleken details. Dat de natuur – met in dit geval de vos als vertegenwoordiger – gewoonweg de opportuniteit greep die wij als mensen daar hadden geschapen kwam niet echt ter sprake. Even dacht ik dat dit wel die kant op ging, toen de grote kudde Schotse Hooglanders ook een stevige sneer uit de pan kreeg. Een foutje dat wij wel vaker maken. Dingen die wij zien gebeuren in de natuur als oorzaak naar voor schuiven, terwijl de mensheid heel vaak degene is die de omstandigheden creëert waar de natuur gewoonweg haar ding mee doet. Een afsluiter met een valse noot. Gelukkig was ons etentje bij een Koreaan in Bennekom van een betere kwaliteit.
Conclusie
Ondanks de wat krappe zalen – blijkbaar een eenmalige en verplichte wijziging van locatie – en de gefrustreerde slotspreker, weer een geslaagde editie van de hoogmis van vogelend Nederland. Op naar de 51ste verjaardag van SOVON. Ik zet het alvast in mijn agenda.