Ik vind het een leuke periode. Alles wit gerijmd en ’s morgens met een dikke stok de drinkbak van mijn schapen ijsvrij kloppen. Het signaal om mijn wandelschoenen aan te trekken en naar buiten te gaan. Niet omdat er plots veel meer vogels zijn aangekomen – hoewel vriestrek bestaat, maar dan pas als het lang heel koud blijft – of omdat zeldzame soorten de beemden achter mijn huis opzoeken. Volgens mij vind ik dit zo een prettige tijd omdat je veel meer volgens kan zien.

Niet dat ik door de koude nu betere ogen heb, maar veel bomen zijn gewoon kaal. Stevige nachtvorst is voor heel wat blaadjes het signaal om zich te laten vallen. Enkel de eiken pruttelen nog wat tegen, maar populieren, elzen en wilgen staan er bladerloos bij. Elke vogel die daar in rond hipt heeft de kans dat ik hem in mijn verrekijkerbeeld kan vangen. Waar ik voordien tegen beter weten in naar een groene wand zat te staren, waar net een voorbijflitsend beestje in verdween, slaag ik er nu wel in om die vogel te vinden. Zonder hulp. Dat gevoel noem ik vriesvreugde.
Soep
Mijn huidige tochten passeren standaard langs de waterplas van enige betekenis in mijn local patch; de vijver van Maupertuus. Die zit op dit moment vol met kwakkende eenden. De krakeendjes hebben de wilde eenden vervoegd. De kans dat er een soort tussen komt dobberen die mijn jaarlijst kan halen is mogelijk. Vandaag was dat niet het geval. Even steeg de adrenaline een paar procentjes toen ik een wat vreemde eend in de kijker kreeg. Maar het bleek een soepeend. Dit is een exemplaar dat kenmerken vertoont die wijzen op een vroeger familielid in zijn stamboom met ‘tamme’ roots. Voor de echte volgelkijkers zelfs geen blik waard. Zelf vind ik het wel fascinerend om het verhaal van dit toch opvallende eendje in mijn hoofd vorm te laten krijgen. Ligt denkelijk aan mijn minder logische denkpatroon, maar toch wil ik er ooit iets meer mee doen. Ze verdienen beter dan een cordon sanitaire tegen soepeenden.
Mijn aandacht ging de ganse wandeling naar elke els die ik tegenkwam. Hopende op een groep sijsjes – die zijn op zich al enorm attractief – met misschien een barmsijsje er bij. Een soort die ik nog mis op mijn lijst.
Even wat opwinding als een roofvogel voorbij zweeft. Sperwer of toch havik – die moet ik ook nog vinden – in beeld? Het moment om hem te bekijken is te kort. Ik kan de nodige kenmerken niet zien om ze uit elkaar te houden. Alle vrouwtjes sperwer en mannetjes havik hebben onderling afgesproken om heel goed op elkaar te lijken en ook ongeveer even groot te zijn. Een overeenkomst die mij overkomt als een sabotage tegen determinerende medemensen. Ik ben er deze voormiddag dus een slachtoffer van. Ik laat deze waarneming dan ook ongeregistreerd de geschiedenis ingaan.
Woordenboek
Nog een voordeel van deze periode is dat de dagen veel korter zijn. Dit lijkt een onlogische bewering, maar voor mij is het toch de waarheid. Sneller donker, langere avonden en meer tijd om gezellig onder een dekentje met een brandende pelletkachel en een boek in de zetel te kruipen. Die deken en dat boek neem ik mee, die kachel laat ik staan. Te veel moeite om die er echt bij te sleuren.
Mijn hoop boeken die ik nog wil lezen is veel groter dan de tijd die ik er aan kan besteden. Dus heb ik vaak keuzestress en laat ik mij leiden door onverwachte tips. Zo hoorde ik tijdens de rit naar mijn werk onlangs op mijn autoradio een interview met Toine Anderbach. Een vogelkijker die een woordenboek had geschreven waar de taal van deze vreemde bende uit de doeken werd gedaan. Dat ik diezelfde auteur op de Landelijke Dag van Sovon op de boekenstands tegenkwam deed mij dit boek kopen.

Een goede keuze, want ik las het in bijna één ruk uit. Boeiend geschreven met de nodige knipogen. Korte teksten over termen die ik vaak al kende, maar nu meer info over kreeg. Vaak ook herkenbaar. Heb jij al ooit gehoord van monotome continuzang, de cargobroek, een volgwolk of het halfsnepje. Dankzij dit boek zal het antwoord bevestigend klinken. Enkel vriesvreugde staat er nog niet in. Misschien dat ik de auteur dit even moet laten weten. Mijn advies; gewoonweg een aanrader om te lezen. Hij staat alvast in mijn boekenkast, tussen een heleboel andere exemplaren die staan te wachten tot ik ze op een lange en gezellige winteravond er uit pak om ze eindelijk eens te lezen. Geduld is een goede deugd zeggen ze elk jaar weer tegen elkaar.