Het werd een lang weekend met een stevig dilemma tussendoor. Tijdens de voorbije week kreeg ik van Wouter, ons jongste groepslid, de melding dat hij een leuke soort had doorgekregen: dwerguil.
Sinds een aantal jaar is dit een zeer schaarse broedvogel in Wallonië en de locaties waar ze zitten worden dan ook stil gehouden. Maar in deze tijden van over-informatie is dat een hopeloze zaak. Dus blijkt dat geheim al lang er geen meer te zijn. Wouter ging er enthousiast naartoe want dit is echt een leuke soort. Zijn maat die meeging kon de vogel zelfs op foto zetten.

Na het zien van die beelden werd ook ik even enthousiast en werden er plannen gesmeed om er zaterdag naartoe te rijden. Vroeg uit de veren en om 5u vertrekken. Maar de dagen nadien begon mijn geweten toch stevig op te spelen. De meldingen die Wouter bleef volgen – heel wat foto’s op Instagram – en vooral de foto van het bord dat de plaatselijke natuurbeschermers hadden opgehangen liet geen twijfel bestaan. Deze locatie werd druk bezocht door vogelkijkers. Die dan ook nog eens de regel om geen geluid te spelen regelmatig aan hun laars lapten. Alles voor die ene foto (die door honderden anderen ook gemaakt wordt) en dat extra streepje op jouw lijstje. Neen, daar wilde ik geen deel van uitmaken! Dus werd de trip gecanceld en ging ik in mijn eentje genieten van de vogeltjes in de Marmolbeek in Borgloon. Wat minder vroeg uit de veren en een zingend mannetje rietgors als mooiste streepje voor die dag.

Vrijdag was het opnieuw tijd om het ravennest dat we vorige jaar al vonden te gaan controleren. Enkele eerdere bezoeken hadden al aangegeven dat ze nog aanwezig waren. De schijtsporen onder de nestboom gaven aan dat het weer hoog tijd was om ze te ringen. Even later bleek dat bevestigd te worden. Twee stevige pulli keken mij met hun blauwe ogen aan. Met hulp van de boswachter die speciaal zijn regio even liet wachten, kregen ze deze keer een kleurring aangemeten. Klus geklaard. Hopelijk hoor ik binnenkort meer van B26 en B27.

Hypocriet, dat is misschien het woord dat je in je hoofd hebt na het lezen van deze blog. Enerzijds kritisch op de bezoekers van een zeldzaam broedgeval van de dwerguil, anderzijds de dag er voor jonge raven in het nest ringen, toch ook geen alledaagse soort.
Grote verschil: de foto’s en bezoeken met het nodige verstorende afspelen van het geluid hebben totaal geen toegevoegde waarde. Ze zijn enkel een ‘trofee’ voor de fotografen of vogelaars die daar aanwezig zijn. Dagenlang en denkelijk met veel volk. Een groot aantal met het nodige respect en op de juiste afstand. Maar weer een minderheid – dat denk ik althans – die de regels aan hun laars lappen.
Ons bezoek aan het ravennest was met 3 man en na een paar uurtjes waren we weer weg. Minimale verstoring en vooral, met een doel. Deze soort monitoren om ze nadien nog beter te kunnen beschermen.
Laten we als birdaholics één belangrijke regel afspreken: de vogels komen altijd op de eerste plaats. Onze dwerguil zal deze zeker bevestigen.
Dag Dirk, Groot gelijk om deze zone links te laten liggen. Bij AVIS hebben ze goede bedoelingen met hun bordjes. Dit is totaal verkeerd, want jaren geleden was dit ook reeds een zone waar het uiltje voorkwam. Geen bordjes enz. Men heeft nu een zone gekapt en enkele dode bomen laten staan waar het uiltje kan komen opzitten. Vanaf de parking kan je de plaats duidelijk zien maar sommige willen nog korter op de bal (uil) spelen.. Het gevolg dat veel vogelaars er komen overnachten met hun motorhome en zelfs tentjes. Goede oplossing zou zijn de toegangsweg tijdens het broedseizoen af te sluiten en daar reeds hun bordjes ophangen. Maar ja, wie zijn wij en moeten wij dan ook boeten voor degene die regels aan hun laars lappen. In Nederland zijn er zelfs betaalde excursies om dit uiltje te spotten. Groeten Henri
LikeLike