We zijn er aan begonnen. Op 1 januari ging ik naar gewoonte in de voormiddag op mijn local patch – de Herkvallei in Wellen – zoeken naar vogels. Lekker rustig. Met 25 soorten was het een bescheiden prestatie. Wel was ik blij met maar liefst 3 houtsnippen die ik zag opvliegen. Maar zeker met een prachtig mannetje appelvink dat zich even mooi liet bewonderen in een wilg. Wat een beesten en wat een stevige snavel. Jammer genoeg lag mijn fototoestel nog in de kast. Foutje.
Blitzstart
In het begin schiet het uiteraard goed op. Want bijna elke soort die je dan ziet is een streepje op de lijst. Dat tempo zal wel heel snel zakken. Vanaf dan wordt het harken en vooral in actie schieten bij elke nieuwe soort die opduikt.
Het weekend was dan ook zeer productief. Zaterdag gingen we met ons clubje op pad. Enkel Wouter moest forfait geven wegens werkverplichtingen. We begonnen goed met de roodkeelduiker die al even ronddobbert op het Albertkanaal in Genk. Hij was gelukkig voor ons nog steeds aan het dobberen toen wij aankwamen. Gelukkig,… want even later ging hij op de wieken om na een heel grote bocht boven Genk mooi voorbij te vliegen. Ik kon enkel een foto maken van een opvliegend beest.
Daarna ging het richting Paal voor de volgende duiker op ons lijstje: een ijsduiker. Die was wat moeilijker te vinden. Het kostte ons twee parkeerstops voor we hem in het vizier kregen.

Volgende doelsoort was witoogeend. Deze was al een hele tijd gemeld in Kleen Meulen. Maar blijkbaar gaf ze niet thuis. Het aantal zoekende vogelkijkers was behoorlijk, maar vruchteloos. De melding dat ze was vervlogen naar Zonhoven bleek achteraf foute info. Want de vogel die wij zochten was een mannetje, die in Zonhoven een vrouwtje. Tenzij ze van geslacht was veranderd. Onmogelijk? De toekomstige president van Amerika vertelde mij dat je soms je kind naar school doet als een jongetje en dat je ze gaat afhalen als een meisje. Dus je weet meer nooit.
Lazy birder
Zondag voorspelden ze rotweer. Na zware onderhandelingen – waar de politiekers een puntje aan kunnen zuigen – besloten mijn muisjes om binnen te blijven. De stemming was twee tegen één. Dus geen torenvalkjes ringen.
Toch ging ik op pad. Want vanuit de auto kan je ook vogels kijken. De heilige koe van onze weg is een prima schuilhut. Zowel om vogels te spotten, als om droog te blijven. Wel niet de manier die ik voor ogen had om mijn BMI nar de juiste waarde te krijgen, maar we maken van een nood een deugd.
Dus reed ik ’s morgens onder een zwaar bewolkte lucht en met een bakske regen richting Kwaadmechelen om koereigertjes te gaan zoeken. Voor Limburg zeker geen algemene soort. Na wat rondrijden kon ik ze ontdekken netjes op de doorgegeven locatie. Wel zag ik er maar 6 (nadien werden er opnieuw 7 doorgegeven, eentje raakte blijkbaar moeilijk uit zijn bed of van zijn tak). Alweer een iets minder makkelijke soort op mijn Limburgse jaarlijst.

Aangezien ik toch op pad was, reed ik door naar Hochter-Bampd. Ook daar kan je vanaf de weg op sommige plaatsen de Maas goed zien. Zo kon ik alvast een aantal wintergasten afvinken: grote zaagbek en brilduiker.
Om het weekend af te sluiten – wat vogeltjes kijken betreft dan toch – stopte ik op de terugweg nog even aan een ondergelopen akker in Borgloon. De voorbije jaren scharrelde daar toch wel wat rond. Ook deze keer zaten er heel wat Canadese ganzen, nijlganzen en kokmeeuwen. Maar de leukste vondst was toch een bergeend.
Hiermee staat de teller – na een heel korte beginweek – op 53 soorten. Al 1/4de van mijn doel bereikt wat de score voor onze groenste provincie van het land betreft.