De titel had ik gisteren al in mijn hoofd. Het is een uitspraak die mijn schoonvader zaliger op kienavonden door de zaal liet schallen als nummer 88 uit de trommel kwam. Tot ergernis van een deel van het publiek. En ook in mijn Wellense dialect ‘vier kleen jeppelkes’.
Maar dat was zonder een vrouwtje blauwe kiek gerekend die vandaag even haar prachtige jachtvlucht kwam tentoon spreiden tijdens onze wekelijkse uitstap met de muisjes. Dit keer samen met kersverse stagair ringwerk Thomas. Onze buit was trouwens drie torenvalken en twee buizerds. Voor die eerste is het zoeken met een vergrootglas voor die tweede soort gaat het deze winter prima. Ze reageren prima op de uitgesmeten muisjes. Honger!

Vrijdag nam ik een snipperdag en trok naar het Schulensmeer. Daar was het ook meer, veel meer. Water in overvloed. Alles stond er tot aan de rand vol. Dus was het vooral eendjes kijken en ganzen afspeuren. Dit leverde een mooie aanvulling aan mijn lijst op, met als stevige bonus een mooi mannetje witoogeend.

Zaterdag ging ik op pad met Wouter en Pierre. We reden naar het verre Koningssteen. Ook daar kregen we weer wat mooie soorten in onze kijkers. Ooievaar en roodhalsfuut waren de toppertjes. Die laatste zat er al even. Hoewel ik heel de tijd naar het midden van de plas keek, bleven de middelste zaagbekken die ook waren doorgegeven, onzichtbaar. Het werd een geweldige middag met eindelijk wat zon. Dat was al even geleden.
Voila, we zitten aan 89.

