Nadat we maandag een dagje er op uit trokken, ging ik dinsdag weer aan de slag op mijn ringplek. Met alweer meer dan 100 was het voor november een onverhoopt succes. Het waren zonder twijfel de pimpelmezen die mij boven dit aantal tilden met maar liefst 88 stuks. Eentje kwam zelfs speciaal vanuit Duitsland om even goeiedag te zeggen. Maar de ster van de dag was een koolmees met een Litouwse ring rond de poot. Een eerstejaars vrouwtje, zonder twijfel in deze verre Baltische staat uit het ei gekropen. Wie dacht dat mezen geen trekvogels zijn, mis poes! Dit najaar wordt dit idee stevig de kop ingedrukt met een massa trekkende pimpel- en koolmezen.

Nr. 216 – Baardman
Woensdag reed ik alweer naar het noorden van onze provincie. In de Luysen was er de voorbije dagen een baardmannetje gezien. Hoewel,… de ontdekker zag het pas toen hij thuis op het computerscherm naar de filmpjes die hij had gemaakt vanuit de vogelkijkhut van een groepje rietgorzen. Groot was zijn verbazing toen er op de achtergrond een mannetje baardman was te zien.
Toen ik aankwam zat diezelfde fotograaf al in de hut. Hij vertelde opnieuw uitvoerig zijn verhaal. Even later hoorde ik de kenmerkende metaalachtige roep van baardmannetjes. Door even het geluid af te spelen kregen we een vrouwtje en mannetje mooi te zien. Ze hipten door het riet en gingen af en toe open en bloot zitten mooi te wezen. Iets waar ze heel goed in zijn. Mijn hutgenoten lieten hun fototoestellen volop klikken. Ik genoot terwijl van dit prachtige vogeltje. Daarom had ik geen goede foto. Gelukkig was een van de fotografen zo vriendelijk om een van zijn – vermoedelijk tientallen – foto’s naar mij door te sturen. Ik blijf echter met een grote vraag zitten. Waarom noemt met deze vogeltjes baardmannetjes, volgens mij zie ik toch een dikke snor. Ik moet altijd denken aan stripfiguur Kiekeboe. Of ligt het aan mij?

Opgeruimd staat netjes
Donderdag ging ik dan weer richting Negenoord. Want om mijn Limburgse jaarlijst verder aan te vullen heb ik nog wat eendjes nodig. Die zaten er genoeg, maar buiten een aantal grote zaagbekken bleef het bij ‘gewone’ soorten. Toch werd het een prachtige wandeling met heel wat waarnemingen. Groepjes putters, een mannetje roodborsttapuit in de zon, voorbijvliegende slobeenden, badderende smientjes en een enorme groep kolganzen die roepend overvlogen. Ik word er telkens weer erg blij van. Dit onder het toeziend oog van de ‘Maas Keiker’.

Vrijdag gingen de netten voor de laatste keer dit seizoen nog eens open. Zonder nachtgeluid, met wat miezerig weer en een luidruchtige houthakselende fruitboer vlakbij lagen mijn verwachtingen er laag. Met maar vijf vogels in de eerste ronde kwam die voorspelling uit. Dit werd volgens mij een typische eindeseizoenswedstrijd van twee ploegen die niets meer te winnen of verliezen hebben. Maar dan kwam er toch wel wat beweging op gang. Uiteindelijk kregen toch nog een mooi aantal pimpelmezen, wat goudhaantjes en nog eens twee barmsijsjes een ring rond de poot. Een deftige afsluiter van een mooi najaar. Ondanks het ‘probleempje’ met de levering van de ringen.
Ik klopte af op 4.398 vogels die ik in mijn handen had. Hier waren er 161 van geringd. Een groot deel terugvangsten van vogels die zelf ringde, maar toch ook een aantal ‘vreemde’ controles. De top vijf was zwartkop (906), kleine karekiet (685), tjiftjaf (595), pimpelmees – uiteraard – (363) en roodborst (334). Kersen op de taart waren draaihals, bladkoning (2), siberische tjiftjaf, orpheusspotvogel en vooral mijn eerste paapje ooit op mijn ringplek.