Het werd een wat mindere week in termen van vogeltjes kijken. De weergoden hebben de blik met winterweer open getrokken. Nog geen sneeuwlaagje, maar wel bitter koud met een laagje regensaus er over. Niet mijn favoriete weer. De twee dagen dat ik samen met mijn vrienden van onze plaatselijke natuurvereniging ’t Bokje besteedde aan onze jaarlijkse vleesverkoop was ook vogel-kijk-loos. Dus was ik heel blij met een leuke afsluiter op zondag.
Muizenissen
De ringplek is opgeruimd. Alle stokken en netten liggen netjes binnen. Einde seizoen voor dit najaar. Toch voor het vangen met de mistnetten. Want nu schakelen we over op de rovers. Mijn muizen mochten op dinsdag voor het eerst aan de slag. Ze zitten blijkbaar goed in hun vel, want eentje paste maar net in mijn vangkokertje om ze van hun verblijf naar de kooitjes over te zetten. Hotel Dirk is voor muizen zo te zien een goede plek.
Mijn eerste mogelijke vangst was al in mijn eigen dorp. Op een straatlamp spotte ik een mannetje torenvalk. Maar hij negeerde de uitgezette val volledig. Hij vloog wat verder en ging daar op een andere lamp zitten. Ik reed naar hem toe en zette de val terug uit. Zonder succes. Het valkje vloog over een akker en verdween uit het zicht. Valse start. Dan begon ik aan een lange tocht met weinig roofvogels. Slechts drie torenvalken en zes buizerds kruisten mijn pad. Het is duidelijk dat deze soorten aan een stevige terugval bezig zijn. De mindere bezetting van de nestkasten had dit al aangegeven. Eentje kon ik verschalken. Nadat ik de val uitzette, dook hij naar beneden vanaf zijn zitplek. Alweer een straatlamp. Echter niet naar de val, maar vlak onder de paal waar hij op zat. Gelukkig was zijn duik onsuccesvol. Hij vloog tot op de paal waar mijn val net onder stond. Niet veel later liet hij zich als een steen op de kooi vallen. Altijd een spectaculair zicht. Mijn eerste torenvalk voor dit jaar was gevangen en kon geringd worden. Hopelijk het begin van een lange lijst.

Nr. 217 – Kuifduiker
Dan duurde het tot zondag voor ik weer op pad kon gaan. Ik ging opnieuw op bezoek bij mijn vriend de Maes Keiker. In Negenoord was de dag ervoor een kuifduiker gezien. Hopelijk zat hij er nog. Een eerste scan over de plas waar hij was doorgegeven leverde niets op. Hoewel, niets is de verkeerde woordkeuze. Wintertaling, kuifeendjes – toch al een deeltje van de naam van de soort die ik zocht -, slobeenden, krakeenden, grauwe, canadese en nijlganzen en futen. Veel futen, die ik een voor een bekeek. Want mijn doelsoort is familie van deze prachtige watervogels. Kleiner van stuk, met een knalrood oog en een mooi afgelijnd petje dat niet lager komt dan dat rode oogje. Een geoord fuutje in winterkleed lijkt er enorm op. Daar staat dat oog volledig in de zwarte kopkap en is de aflijning veel minder strak. Opletten dus.
Na een eerste poging wandelde ik naar de uitkijktoren om een hoekje van de plas te bekijken die ik vanaf mijn eerste locatie niet kon zien. Aangekomen zag ik vrij dicht bij de oever een groepje kuifeendjes en meerkoeten. Daartussen zwom een witte vogel. Jawel, mijn kuifduiker! Hij liet zich prachtige bekijken. Wat een leuk beestje. Ik nam enkele foto’s om dan terug over te schakelen op puur-genieten-modus. Ondertussen kwam er een andere vogelkijker bij staan. Het signaal aan de kuifduiker om even te verdwijnen. Dus scanden we samen de plas af om ook hem ‘zijn’ kuifduiker te bezorgen. Geen spoor meer van deze kleine fuut. Wel ontdekten we een mannetje brilduiker, een groepje grote zaagbekken en ook de de dag er voor ook gemelde roodhalsfuut. Na een kwartiertje dook onze kuifduiker opnieuw vlak voor ons terug op.

Omdat mijn maat hem nu ook had gezien besloot ik nog even rond de plas te wandelen. Kwestie van wat kilometerkes te maken op doktersadvies. Dit leverde een nog beter zicht op op de roodhalsfuut en mijn eerste nonnetje voor dit najaar. Een vrouwtje dat kwam aangevlogen en even op de plas ging rusten. Leuk, maar haar echtgenoot blijft toch de traktatie die ik graag ontvang. Volgens mij het mooiste eendje dat je in ons landje kan zien. Laat de winterse dagen maar komen!