Nr. 218 – Kleine zwaan
Na een paar meldingen vanuit de Luysen in Bree en een tip van een collega van een groepje van 6 zwanen op een akker in die buurt, was de beslissing snel gemaakt om op dinsdag naar het noorden van Limburg te rijden.
Een kort bezoekje aan de kijkhut was jammer maar helaas zwaan-loos. Dus reed ik naar de locatie die Jos mij had doorgegeven. Tijdens die rit doorkruiste ik heel wat akkers. Op sommige zaten wat ganzen, maar geen zwanen. Het zou toch niet… Want in deze regio zijn veel akkers, héééél veel akkers, waar deze zwanen zich kunnen ophouden. Maar mijn twijfel werd al snel weggenomen. Op de doorgegeven plek zaten niet zo heel ver weg zes grote witte vogels. Nu nog even checken of het ‘kleine’ waren. Want de wilde zwaan – die overigens zeldzamer is dan de kleine – had ik al op mijn lijstje. En jawel, het formaat ten opzichte van de rietganzen die erbij zaten, maar vooral de tekening op de snavel gaven uitsluitsel. Weer een soortje erbij.

Hoe hou je ze uit elkaar? Want samen met de knobbelzwaan gaat het telkens om grote witte vogels.
De knobbelzwaan komt het meest voor. Het gaat om heel grote vogels en hun houding geeft het vaak al weg, dikwijls van heel verre afstand. Ze houden hun hals bijna altijd in een S-vorm. Daarnaast hebben de adulte dieren een oranje snavel met een zwart knobbel er op. Daarom ook hun naam.
Wilde zwanen zijn even groot. Maar zij houden hun hals altijd recht. Het grote verschil zit in de snavel. Hier geen knobbel, maar een zwart en geel gekleurde snavel. Nu komt de catch. Het geel loopt bij wilde zwanen ver naar voor door. Tot een stukje voorbij het neusgat. Dus een verrekijker of liefst nog een telescoop is hier handig. Kleine zwanen zijn, zoals de naam zegt, een stuk kleiner dan de twee vorige soorten. Als ze samen zitten zie je dat duidelijk. Maar als dat niet zo is heb je daar geen zak aan. Bij mijn waarneming zaten ze samen met rietganzen, dan kan je die gebruiken als vergelijkingsmiddel. Ik heb dat niet moeten doen, want de gele tekening op de snavel was voldoende om ze te determineren. Deze gele vlek blijft beperkt tot de achterkant en is ook dwars over de snavel afgetekend.
Holland boven
Het was trouwens een topweek. Niet omdat ik een prachtige lijst met soorten kon afleveren, maar omdat we op zaterdag weer eens naar Ede mochten rijden. Daar ging de Landelijke dag van SOVON door. De hoogmis voor elke Nederlandse – en een aantal Belgische – vogelkijkers. We vertrokken al op vrijdag om de dag erna met een fris kopje aan de reeks lezingen te starten. En het was weer de moeite. Naar mijn mening een van de beste edities van dit topevenement.

De spits werd afgebeten door onderzoekers van toerenvalken. 2025 was bij SOVON het jaar van de torenvalk. Geen goed-nieuws-show, want het gaat niet goed met deze soort. Sinds 1980 is het aantal broedparen gehalveerd. Dat hadden we hier bij ons ook al gemerkt. Opvallende slide was die met de resultaten van 59 gezenderde jongen. Zestien er van trokken naar het zuiden. Niet zo maar eventjes de grens over, maar meer dan 100 km ver. Eentje zelfs tot op de Canarische eilanden. Geen enkele gezenderde vogel bleef in zijn geboorteregio. Een verrassing. Wel keerden er meerdere nadien terug.
Daarna luisterden we met al onze aandacht naar een monument binnen de Nederlandse vogelkijkers-wereld, Arend Van Dijk. Hij zette samen met een maat een telreeks neer van maar liefst 44 jaar. Dit in een van de meest natuurrijke regio’s: Zuid-West Drenthe. Ik was hier samen met mijn gezin dit jaar nog op vakantie. Blijkbaar een goede keuze. Hoewel hier ook wel wat soorten de mist in gingen, – grutto verdampte van 1.047 broedparen bij het begin van de telling tot amper nog eentje dit jaar – was er toch goed nieuws. Door de jaren heen steeg het aantal soorten met 26. Met tot de verbeelding sprekende beesten zoals kraanvogels. De oorzaak van dit positieve verhaal was volgens de spreker zonder enige twijfel de creatie van heel wat nieuwe natuur. Zo een enthousiaste en boeiende lezing zorgt bij mij altijd voor extra motivatie en inspiratie om ook met telprojecten te starten. Een doel van dit congres, dan zonder twijfel resultaat geeft. Bij mij althans wel.
Zelfde effect bij de volgende lezing. Het controleren van nesten van bruine kiekendief met drones. De wat verwarde spreker gaf mij – ondanks zijn soms wat onhandige manier van presenteren – dadelijk zin om via bol.com een drone met warmtecamera te bestellen. Jammer dat ik net heel wat centjes had besteed aan de aankoop van een nieuwe verrekijker. Foto’s van nesten uit het standpunt van de drone zagen er echt schitterend uit. Het feit dat de oudervogels er zich bitter weinig van aantrekken gaf een extra bonus om met zo een wijze van controleren te starten. De tips die werden gegeven heb ik allemaal netjes opgeschreven. Want deze manier van nesten zoeken en controleren lijkt mij echt top. Die drone zal er zonder twijfel ooit wel komen.
Wolfbirds
Maar de beste lezing van de dag was zonder twijfel die over de interactie tussen wolven en raven op de Hoge Veluwe. Wat een schitterende beelden kregen we daar op ons netvlies gesmeten! Het is duidelijk dat raven en wolven elkaar perfect aanvoelen en aanvullen. De prooien van onze nieuwe predator zijn voor raven een bron van voedsel. Maar ook voor andere soorten zoals vos, everzwijn, – die ruimen zo een karkas in minder dan een week volledig op – maar zelfs ook das. Het was geweldig om te zien op de filmbeelden hoe raven hun vrienden de wolven constant volgen. Zelfs ook aanporren om op jacht te gaan. Een verbluffend verhaal over een partnerschap tussen twee soorten die na heel wat jaren opnieuw mogen schitteren in onze natuur. Hun aanwezigheid zorgt voor een wezenlijk verschil en positieve invloed op het ecosysteem. Mensen die geen fan zijn van de wolf of de raaf moeten dit ook zien. Ze gaan hun mening zonder twijfel helemaal herzien (hoop ik).

Nr. 219 – Zwarte zee-eend
Maar de week had nog een extra vinkje in petto. Tijdens een – overigens heel lekker- afsluitend etentje na een dagje lezingen over vogels met onze bende, zagen wij dat er een melding binnenkwam van een zwarte zee-eend op Bichterweerd. Gert en ik – de rest had andere dingen te doen – wisten dadelijk wat we de dag erna gingen uitspoken. Een van meldingen was ‘verborgen’ (dat wil zeggen dat je de details van de locatie niet kan zien). Vreemd? Had de waarnemer schrik dat een verwarde feestvierder zijn kerstkalkoen ging vervangen door een vers geschoten zee-eendje? Nadien bleek dat deze waarnemer denkelijk deze functie bij zijn app had vergeten uit te zetten (volgens een vogelkijker die hem kende).

Om 9u zondagmorgen waren we al opnieuw paraat. Gelukkig viel het weer mee. Buiten een koude bries bleef het droog. Een voorzichtig winterzonnetje kwam er zelfs even door. Wij keken vanaf het fietspad over de plas in Bichterweerd. Al snel vond ik mijn doelsoort. Een donkere eend met een bleke zijkop. Eerst actief duikend, nadien soezend met de kop in de veren. Weer een soort erbij! Eentje die niet elk jaar opduikt in Limburg. Dus een bonus. Met een witte zwaan en een zwarte eend was het weer een leuke week.
Nu komt die 200 wel heel dichtbij. Met nog een paar doenbare soorten op mijn tot-do-lijstje moet dit lukken. We hebben nog een volledig maand. Ik ga er alvast helemaal voor. Benieuwd waar dit avontuur gaat eindigen. Jij ook?
Leuk te lezen dat Vlamingen ook op de SOVON-dag vertegenwoordigd zijn en enthousiast zijn over het evenement. De presentatie over de Torenvalken en van Arend van Dijk heb ik ook gezien. Waren inderdaad zeer de moeite waard. De voordracht over de interactie tussen Raaf en Wolf heb ik gemist, maar ja er valt zoveel te kiezen.
Hartelijke groet uit Drenthe. Cor Smit.
LikeLike