Veel werk voor de boeg.

Er komt een drukke tijd aan voor vogelkijkers. April en mei zijn topmaanden waar heel wat soorten overal kunnen opduiken. Want de vogels zijn op weg naar hun broedgebieden en dan kunnen ze op elk plekje even uitblazen van deze lange en gevaarlijke reis. De boodschap is dus zo veel als mogelijk naar buiten en elke beestje dat je ziet bekijken. Wedden dat je er dan wel een paar leuke soorten uit gaat halen.

Noteren.

Je bent beter goed voorbereid om deze periode te overleven. Daarom overlopen we nog even onze methode. Als je een vogel ziet dan ga je die goed bekijken en alles wat je ziet noteren. Maar wat noteren we best allemaal ?

clip_image002

Een eerste tip is om proberen de vogel te tekenen. Dit moet geen kunstwerk zijn. Mijn tekeningen zijn meestal zo slecht dat enkel ikzelf weet dat het om een vogel gaat. Maar op een tekening is het veel makkelijker om bepaalde kenmerken aan te duiden en er kort iets bij te schrijven dan alles in zinnetjes op te schrijven. Veel sneller, makkelijker en duidelijker.

Unknown

Als het op een vogel lijkt ben je al een hele stap verder. De hoofdzaak is dat jij er nog aan uit kan raken op het moment dat je de gegevens gaat gebruiken om een naam op je waarneming te plakken.

Systematisch.

Je begint met de datum, locatie, habitat (in welk gebied en soort omgeving heb je de vogel gezien), uur, weersomstandigheden. Dit kan je vooraf al noteren in je boekje.

Van de vogel noteer je :

Grootte : best in vergelijking met een soort die in de buurt van je vogel zit en die je kent. Bv. groter dan een meerkoet. Dan kan je nadien in je vogelgids de afmetingen van de vogel die je kent opzoeken en dan weet je of jouw soort die je wil determineren groter of kleiner is.

Opvallende dingen : witte stuit van blauwe kiek, zware kopkap bij zwartkop, rood petje en borst bij kneu, blauwe keel en borst bij blauwborst,… Kortweg de dingen die je als eerste opvallen. Deze duidt je aan op je tekening.

Alle details : daarna noteer je van zoveel mogelijk delen de kleur, tekening,… Hoe meer details je hebt hoe zekerder je de soort gaat kunnen determineren.

Gedrag : hoe beweegt de vogel, op welke manier zoekt hij naar voedsel, op welk manier vliegt hij,… ?

Geluid : welk geluid maakt de vogel ? Probeer dit te noteren in woordjes of te noteren waarop het lijkt. (niet simpel).

Pas als de vogel weg is of als je denkt genoeg gegevens te hebben ga je de soort opzoeken in je vogelgids. En vergeet ook niet om nadien alles nog eens te controleren in de tekst naast de afbeeldingen.

jessie_barry_notes

Sommige birders leveren echte kunstwerkjes af. Mijn bewondering hebben ze alvast.

Harde schijf.

Als je de komende maanden op deze manier naar vogels gaat kijken ben ik er zeker van dat je een heleboel soorten gaat leren kennen. En dat je die kenmerken veel sneller gaat opslaan op jouw harde schijf. In het begin ga je regelmatig moeten vaststellen dat je niet genoeg hebt genoteerd om een juiste determinatie te kunnen maken. Laat je vooral niet ontmoedigen. alle begin is moeilijk (maar vooral boeiend en superleuk).

Maar steeds vaker ga je wel tot een bepaalde soort komen. En wees er maar zeker van. De verslaving gaat nu langzaam maar zeker toeslaan. Eind mei is de kans groot dat je een grote stap richting  birder hebt gemaakt met de symptomen van een birdaholic. Veel succes.

Laat gerust eens weten of het lukt en wat jullie allemaal hebben gezien en ontdekt.

 

Daar komt een staartje aan.

Elke vogel heeft een staart (tenzij je een vreemd wezen bent zoals een kiwi op Nieuw-Zeeland). Dus ook daar moeten we de delen van kennen. En het zijn er gelukkig een pak minder dan bij de vleugels.

dutch-birding-72-vogeltopografie-figuur-1

Het grootste deel van de staart bestaat uit de staartpennen. Deze kunnen naargelang de soort vogel (bekeken over de ganse wereld) variëren tussen 4 tot meer dan 30. Meestal gaat het om een even getal en worden ze genummerd, net als de vleugelpennen, van het midden van de staart naar de buitenzijde. De buitenste staartpen heeft vaak een andere kleur en/of tekening. Heel wat soorten hebben 12 staartpennen.

Onder de staartpennen zitten dekveertjes. Die noemen we de onderstaartdekveren. Deze kunnen bij het onderscheiden van bepaalde soorten belangrijk zijn. Ik denk maar even als voorbeeld aan de verschillende sprinkhaanzangers en aanverwante soorten.

staarten

Sprinkhaanzangers        Foto : http://www.slagpen.wordpress.com

Net boven de staartpennen. Waar ze onder de rest van de bevedering verdwijnen zitten de bovenstaartdekveren. Een rij veertjes die zoals hun naam zegt de basis van de staartpennen bedekken. En de zone vlak boven de bovenstaartdekveren noemen we de stuit. Deze is meestal goed zichtbaar als de vogel in zit is en zijn vleugels een beetje laat zakken. Of als een vogel van je weg vliegt en je op zijn rug kan kijken.

320CCC8FD38494CC99FC3166C831EC80-blauwe-kiekendief

Blauwe kiekendief vrouwtje     Schitterende foto van Nick Janssen

Ook de vorm van de staart is belangrijk. Die kan je ook veel vertellen over de soort waar je naar zit te kijken. Denk maar even aan de verlengde buitenste staartpennen bij een boerenzwaluw. Of de typische V-vorm van de staart van een rode wouw. Maar ook de kleur of tekening op de staart is belangrijk. De strepen die dwars over de staart lopen zoals bij het wijfje blauwe kiekendief op de foto hierboven. Noemen we bandering. Deze kan breed of smal zijn. Dicht bij elkaar of ver uit elkaar. Het aantal strepen tellen is ook een goede tip. En de band of streep op het uiteinde van de staart noemen we een eindband. De kleur van de staart, onderstaart, stuit, bandering of andere tekening zoals de streping op de onderstaartdekveren zijn dingen die je best noteert. Hopelijk kan je er nog kop en staart aan krijgen.

rode_wouw_dieder_plu                                                                       Rode wouw       Foto : http://www.natuurpunt.be

Oren om te horen.

We hebben het hier nu al een tijdje gehad over vogels kijken. Maar een vriendelijke lezer maakte mij er attent op dat je oren ook wel een heel belangrijke rol spelen met het ontdekken en herkennen van vogels. Natuurlijk, een uitspraak die ik volledig moet beamen.

Verstoppertje.

In het begin is het een hele opgave om vogels te herkennen aan hun geluid. Of in hun geval meestal hun zangrepertoire. Voor mij trouwens nog altijd geen evidentie. En volgens mij dan ook één van de moeilijkste taken voor een beginnende vogelkijker. Maar niet getreurd. Ook als je die geluiden nog niet allemaal kan onderscheiden dan is het horen van een vogel belangrijk. Want heel veel van de waarnemingen starten met het horen van geluid. Een vogel verraadt meestal zijn aanwezigheid omdat we hem horen. Een roepje is vaak genoeg. Maar een volop zingend exemplaar ga je zeker niet dadelijk voorbijlopen zonder het op te merken. Dus tijdens je wandeling je oren goed open houden is een heel belangrijke tip. Als je dan de vogel vindt die zoveel kabaal maakte is dat steeds een beetje kicken. De kans is ook groot dat als je lang moet zoeken en de vogel blijft zingen je dat geluid ook wel ergens op je harde schijf krijgt geprint. Want uit ervaring weet ik dat als iets heel veel moeite kost je dat vaak beter kan onthouden.

33283508490_291dfae935

Ezelsbruggetjes.

Geluiden leren onthouden is blijkbaar net iets moeilijker dan het uitzicht van een vogel. Mensen zijn nu eenmaal meer gefocust op hun zicht. En minder op hun gehoor of smaak. Niet dat we aan de vogels gaan proeven. Maar dit gewoon ter verduidelijking.

Hoe we dit best aanpakken ga ik later wel eens een paart tekstjes aan besteden. Maar weet dat hier dezelfde regel geldt als bij het kijken naar vogels. Eenmaal een soort gevonden die wil blijven zingen. Goed blijven luisteren. En daarna gaan we proberen te werken met ezelsbruggetjes. Het geluid wat je hoort vergelijken met iets wat je kent uit je dagelijks leven is een aanrader. Of het melodietjes noteren als een zinnetje of een liedje dat jij er in hoort kan ook helpen. Maar vooral veel gaan luisteren. Heel veel gaan luisteren en kijken. Dan komt die kennis vanzelf. En vanaf nu heb je veel kans om te gaan luisteren. Want stilaan komen de vogels terug naar hun broedgebied. En elke morgen gaan ze dat plekje hevig verdedigen en met hun gezang laten weten dat hier al iemand woont. Dus dagelijks heb je de kans om op pad te gaan. Liefst ’s morgens vroeg of nog beter een uurtje voor de zon opkomt. Want sommige soorten beginnen er heel vroeg aan. Zet je wekker al maar klaar.

 

Scannen is de boodschap.

Hoe vinden ze toch die ene speciale soort of zeldzaamheid ? Dat lukt mij nooit ? Niet wanhopen. Wie niet waagt zal dat inderdaad niet lukken.

Maar je zal wel je manier van vogels kijken moeten aanpassen. Een wandeling met af en toe een vluchtige blik door je verrekijker. Dan moet je al heel veel geluk hebben om veel soorten te zien. De beste methode is “wait-and-see”. Ga naar een gebied van je keuze waar je een korte wandeling maakt. En ga op goede plekken lang staan kijken. Want een voordeel van vogels is dat ze in tegenstelling tot bijvoorbeeld planten zich kunnen verplaatsen. Dus zoek een plekje waar je een groot deel van je omgeving kan observeren en stel je liefst niet te opvallend op. Best met een houtkant of struiken als achtergrond zodat je niet helemaal open staat. De zon in je rug is ideaal. En dan is het geduld hebben. Wait and see, wachten en terwijl goed blijven rondkijken wat er allemaal zit, aankomt of passeert. Je zal verbaasd zijn hoeveel vogels er in jouw buurt wel zitten.

En dan gaan we met onze verrekijker of onze telescoop het gebied voortdurend scannen. Doe dit liefst op een systematisch manier en niet één, niet twee keer maar tien keer of meer. Want je zal zien dat na de vijfde of zesde keer er plots een steltlopertje zit dat je de vorige keren niet hebt gezien omdat het net achter een polletje gras of hoopje aarde zat.

Sibley-ID-Toolkit-Art_660x440-660x440

(Afbeelding van website http://www.birdwatchingdaily.com)

En bekijk elke vogel die je ziet. Ook al denk je dat is maar een gewone spreeuw. Neen, elke vogel met je verrekijker en liefst nog met je telescoop even checken. Trouwens elke vogel is meer dan het bekijken waard. Ik kan nog geweldig genieten van een witte kwikstaart of een prachtig mannetje zwarte roodstaart. Ook al heb ik beide soorten al meer dan honderd keer gezien. Zit er een groep vogels. Ga dan de ganse groep af, vogel per vogel. Want misschien zit daar net een andere soort gezellig mee naar zaadjes te zoeken. En is dat net die ene dwaalgast van de bovenste plank.

6187012_orig

Een groepje spreeuwen op een bessenstruik.

6928247428_cbabb9ca8d

Misschien zat er deze klepper tussen ?

Ik ben er zeker van dat als je deze tips goed opvolgt je op het einde van het jaar een aantal leuke soorten bij kan schrijven op je lijstje. Soorten die je dan ook nog eens zelf ontdekt hebt. En geloof mij vrij. Bij elke extra soort die je zo ontdekt krijg je een beetje kippenvel. En wat is er niet leuker dan een vogelkijker met kippenvel ?

 

De vogelkijkende wandelaar.

De volgende fase op weg naar een birdaholic is de vogelkijkende wandelaar. Eerst ga je gewoon wandelen en geniet je van de natuur in zijn geheel. Maar steeds vaker wordt je aandacht getrokken door vogels. Je zal merken dat je regelmatig je verrekijker meeneemt op wandelingen die je maakt. Waar die eerder in de handtas van je vrouwtje of een rugzak werd gestoken. Hangt hij nu elke wandeling rond je nek.

Vroeger wandelde je in een gezapig tempo flink door. Maar nu sta je onderweg regelmatig stil omdat je iets hebt zien landen in een boom. Of omdat je ergens een vogel hoort zingen. Eerst blijft het met kort kijken naar die zingende grasmus of net gelande vink. Maar stilaan wil je ook weten wat je nu hebt gezien.

En dan draai je vanzelf de woorden van jouw fase om. Je wordt van een vogelkijkende wandelaar een wandelende vogelkijker. Als je iets ziet probeer je de kenmerken te noteren om nadien te gaan opzoeken wat je nu wel hebt gezien. En je wandelingen worden stilaan korter omdat je vaker stilstaat. En je begint ook gericht gebieden te kiezen om te gaan wandelen waar je kans hebt op meer vogels. Of net die soort die je nog graag had gezien.

En tenslotte sta je meer stil op je wandelingen (als je die nog zo kan noemen) dan dat je wandelt. En dit tot ergernis van je compagnons (vraag dat maar eens aan mijn vrouwtje). Die dan vaak ook stilaan afhaken of elders gaan wandelen. En jij begint op stap te gaan met andere gelijkgezinden die ook veel stilstaan. Je verrekijker gaat zeker mee en ondertussen draag je op je schouder (of op je rug met het juiste gerief) een telescoop mee. Want je wil ook die kleine dobberende stipjes op een vijver bekijken. Of een grote roofvogel in de top van een verre boom. En bij elke beweging in de bomen of struiken, bij elk roepie of gezang staat iedereen stil om de producer van het geluid te zoeken. Kijken, bekijken, noteren en opzoeken. Het wordt een tweede natuur.

In welke fase zit jij ondertussen ? De birdaholic-microbe ligt op de loer.

Lewis' Woodpecker

 

Kopje onder.

Na de grondeleenden is het deze week de beurt aan de duikeenden. En die… duiken. Ze zoeken hun voedsel dan ook in dieper water en gaan daarvoor helemaal kopje onder. Hun lichaam is hieraan aangepast en heeft een wat gestroomlijndere vorm dan de grondeleenden. Hun achterkant loopt vaak dan ook wat feller af.

Je ziet ze vaker op grotere en diepere waterplassen. En in de winter zitten ze dikwijls in grote groepen op grindplassen, brede rivieren of andere plekken met veel water.

Tafel en kuif.

Eigenlijk zijn er maar twee vaste vertegenwoordigers in onze regio. De tafeleend. Goed herkenbaar aan zijn roodbruine kop en hals, zwarte borst en achterzijde en grijze rug en flanken. De mannetjes althans, want de vrouwtjes zijn iets minder opvallend. Het helrode oog van het mannetje is ook een goed kenmerk.

tafeleend0001

De kuifeend ziet het meer in zwart en wit. Een volledig zwarte eend (met als je ze goed bekijkt een prachtige blauwpaarse metaalglans op de kop) met een opvallende witte flank. De wijfjes doen het weer wat kalmer aan. En ze hebben (what’s in a name) natuurlijk een kuifje.

kuifeend0001-2

Kroon.

Al de rest van deze groep die je bij ons tegenkomt zijn zeldzamere beestjes. En daar hebben we bij de duikeenden toch een mooi rijtje van. Wat dacht je van krooneend (een beauty), witoogeend, topper (daar is ook nog een kleine versie van) en ringsnaveleend. En wil je echt scoren dan is er ook nog een Amerikaanse tafeleend.

kuifeend0001-3

Mannetjes krooneend.

Hybrides.

En om het dan helemaal te gek te maken dan komen er heel soms ook nog eens kruisingen voor van al deze soorten. Maar dan hebben we denkelijk een paar blaadjes nodig in ons notitieboekje om alle kenmerken te noteren. We zullen al maar starten met de zuivere exemplaren.

Wil je dadelijk deze soorten eens oefenen ? Dan kan je momenteel terecht in Appingedam in Groningen. Daar zit een mannetje ringsnaveleend mooi te wezen. Maar het kan ook iets dichterbij. Elke diepe waterplas bij jou in de buurt (of iets verder) heeft nu denkelijk zijn portie duikeenden in de aanbieding. Duik er eens een paar op deze week.

13022911

Ringsnaveleend (foto Carin Rijkens)

Link naar waarneming ringsnaveleend in Nederland : https://waarneming.nl/soort/view/1399?from=2017-03-26&to=2017-03-26

Nummer 1.

Als je vogels wil zien dan is een kust altijd een goede optie. Want hoe je het ook draait of keert, aan de kust zitten altijd meer vogels. En zien ze meer zeldzaamheden. En de reden is vrij simpel. Als vogels op trek zijn of zoals vaak bij zeldzaamheden op de dool. Dan botsen ze (figuurlijk natuurlijk) vaak op een grote plas water zoals de zee. En vlak bij de zee ligt de kust. Er zijn ook soorten die de kustlijn gebruiken als oriëntatie tijdens hun trek.

In België hebben we ook wel wat kust. Maar daar zijn we er in geslaagd om die totaal naar de filistijnen te helpen. Hoogbouw, duinen die zo goed als verdwenen zijn en alle energie naar het toerisme. Er zijn nog heel wat leuke gebieden. Maar die worden zeldzamer en steeds kleiner. En sommige, zoals ooit topgebied havengebied Zeebrugge, zijn ondertussen ontoegankelijk.

Nederland is dan wat kust betreft heel ruim bedeeld (het is gewoon niet eerlijk). En met de waddeneilanden doen ze er nog een pak kustlijn bij. Er zijn zelfs eilanden die eigenlijk alleen maar kust zijn. Aan keuze uit gebieden dan ook totaal geen gebrek. Ze zullen hier allemaal nog eens de revue passeren.

Ooievaars.

Maar toch ben ik even chauvinistisch. En kies ik een gebied op Belgische bodem. Om mij een beetje te verdedigen tegen mijn lezers van over de grens. Het ligt vlak bij de grens en eigenlijk loopt het nog een stukje door in Nederland. Het Zwin.

33252395681_0011506423

Het allereerste natuurreservaat in België dankzij een icoon uit de natuurbescherming, graaf Lippens. Het 158ha grote gebied wordt beïnvloed door eb en vloed. Het zeewater stroomt via een net van kreekjes in en uit het gebied. Er rond liggen duinen en een kunstmatige dijk die in 1872 werd gebouwd. De zee kan via een 250m grote bres het gebied binnen. Daarom mag je niet altijd in het gebied rondlopen. Want je kan ingesloten geraken  bij het opkomen van de zee.

1270820911_88_Hondius 1604 kl form

Oud

Schermafbeelding 2017-03-25 om 18.02.55

En nieuw.

Om binnen te raken moet je inkom betalen, maar dit is zeker de moeite om te doen. Er is een mooie reigerkolonie met daartussen ook kwak en kleine zilverreiger. Heel wat eendensoorten en sternen komen hier ook tot broeden. Tijdens de trek heb je zeker kans op heel wat steltlopers. Maar ook smelleken, velduil, strandleeuwerik, frater, ijsgors en sneeuwgors. Er is ook een kolonie ooievaars. Weliswaar ooit gestart als introductie. Maar ondertussen toch aangevuld met wilde exemplaren. Alle accommodatie is voorzien met een heleboel kijkhutten. Je bent er als vogelkijker zeker een ganse dag zoet mee.

Zwin_Park_0

Nachtegaal.

Rond het gebied liggen de zwinbosjes. Daar kan je wel vrij rondlopen. Deze kan je het makkelijkst bereiken door vanaf de parking van het Zwin westwaarts verder te wandelen en de weg te volgen die rond het gebied loopt. Je passeert dan vanzelf door de zwinbosjes. Op een hoge duin staat een groot standbeeld met een lopende haas (denk ik, want ik ben toch iets beter met vogeltjes). Van daar heb je ook een mooi zicht op een deel van de zwinvlakte. Maar je kan hier tussen de duinen en de bosjes doorlopen. Je gaat wel best vroeg op pad want vooral bij mooi weer kan het later op de dag wel redelijk druk worden met toeristen.

nachtegaal0505-2

Nachtegaal

En hier kan je leuke soorten tegenkomen zoals nachtegaal, tapuit, spotvogel en soms ook roodmus. Tijdens de trek heb je hier kans op zowat alles. Beflijsters en sperwergrasmus zien ze hier bijna jaarlijks. Maar er kan vanalles opduiken.

Info : http://www.zwin.be

Welkom terug.

Stilaan druppelen ze binnen. De soorten die er voor kozen om in warmere oorden de winter door te brengen. Wij noemen ze trekvogels. En in deze periode beginnen ze terug te keren. Meestal ongeveer elke keer in dezelfde volgorde.

7327975804_88fc4c3132

De klassieker, boerenzwaluw.

Fenologie.

En we zouden niet menselijk zijn als we daar geen term voor hadden en geen onderzoek naar deden. We willen zo graag alles weten en leren. Wat is nu eigenlijk fenologie ?

Volgens wikipedia is dit : de studie van het verband tussen organische natuurverschijnselen, de meteorologische omstandigheden en de tijdstippen in het jaar, en is een onderdeel van de ecologie.

Ik moet het vier keer lezen en dan nog snap ik het niet helemaal. Maar bij onze vogels is het het bijhouden van de aankomstdata van onze trekvogels. En ik heb geen wetenschappelijke uitleg nodig om te weten dat dit elk jaar weer dikke fun is.

Opwarming.

Minder leuk is dat we merken dat de meeste soorten elk jaar vroeger aankomen. Sommigen doen zelfs de moeite niet meer om ver weg te trekken of blijven gewoon hier. De klimaatverandering is de grote boosdoener.

3944661073_648caf8d35

Zwartkop al op jouw local patch ?

Ondertussen zijn er al een aantal soorten hier. Tjiftjaf horen we al langer. En vandaag hoorde ik mijn eerste zwartkop luid zingen op mijn local patch. Dus kijk ik nu elke dag uit naar de volgende nieuwkomers. De aankomstdata noteer ik netjes op waarnemingen.be en zo krijg ik een mooi overzicht van mijn fenologie.

Schermafbeelding 2017-03-24 om 20.14.37

Mijn fenologie-lijstje tot nu toe voor dit jaar.

Jouw lijst bijhouden van je local patch of je eigen tuin van de datums wanneer de verschillende soorten terug opduiken is dan ook heel boeiend. En ook nog eens nuttig. Door al die gegevens in te voeren op waarnemingen krijgt men daar een goed beeld van de trends in fenologie. Zo dragen we hieraan ook ons steentje bij.

De vliegende vleugel.

Eén van de dingen waar vogels zich onderscheiden van bijna alle dieren op onze planeet zijn hun vleugels. Hier en daar is er wel een ander beestje dat een poging doet om deze te imiteren. En de mensheid pikt het ontwerp om zelf de lucht in te gaan. Maar het oorspronkelijke design is heel moeilijk te evenaren.

Pennen.

De delen van vleugel zijn zeker belangrijk omdat dit bij een vogel een groot deel van zijn lichaam uitmaakt. In zit bedekken de vleugels een groot deel van zijn lichaam. En als je hem dan bekijkt zijn het die vleugels waar je heel wat kenmerken op kan ontdekken.

En aangezien een aantal van de veren van de vleugel meestal bovenaan liggen. En zeker omdat ze tijdens het vliegen veel worden gebruikt zijn ze belangrijk om leeftijd te bepalen van vogels. De combinatie van sleet, kleur, afgebleekte topjes,… worden onder andere door ringers gebruikt om de vogel op leeftijd te brengen. Zij kennen dan ook alle delen van een vleugel vlot vanbuiten. En als vogelkijker is het dan ook een pluspunt als je die ook leert kennen. De methode kennen jullie ondertussen al. Kijken, bekijken, veel bekijken.

Dakpannen.

dekveren

We kunnen hier alles even overlopen. Maar het is zeker geen monologe les die we willen geven. Je kan de vleugel best bekijken als een arm met een hand (wat het ook eigenlijk een beetje is). De grote buitenveren bij een geopende vleugel zijn de pennen. Deze ver van het lichaam zijn de handpennen en deze korter bij het lichaam de armpennen. De drie veren het dichts bij het lichaam en die mooi op elkaar liggen noemen we de tertials of de elleboogpennen. Daarboven zitten de handdekveren en de armdekveren of grote dekveren. Die bedekken dan ook de pennen, zeker als de vogel zit. Boven de grote dekveren zitten de middelste dekveren en tenslotte de kleine dekveren. En op de vleugelbocht zit de alula of duimvleugel. In zit zie je ook al deze veren. Maar omdat alle veren netjes als dakpannen over elkaar schuiven slecht een deel ervan.

Nummertjes.

tumblr_mcixto4NtC1qkezuxo2_1280

De arm- en handpennen worden genummerd. En om het makkelijk te maken doen ze dat niet overal op dezelfde manier. Eén manier (en de meest gebruikte) is deze.

Er zijn 10 handpennen. De nummering start van het midden van de vleugel waar de hand- en de armpennen samen komen. En zo naar buiten. De 10de handpen is vaak veel korter dan de rest. De armpennen nummer je ook van het midden van de vleugel maar nu naar het lichaam toe. Nummer 7,8 en 9 vormen de tertials. Voor het noteren van kenmerken is die nummering niet zo heel belangrijk. Maar voor het noteren van de rui dan wel weer. Zo kan je bij een vliegende roofvogel soms duidelijk oude en nieuwe of zelfs ontbrekende pennen zien. En dan is die nummering wel belangrijk om te weten.

Door al deze delen van de vleugel goed te leren kennen kan je veel makkelijker de beschrijving van wat je nu juist ziet noteren. Dus een beetje studeren kan geen kwaad.

4736359003_a7e8bfe54e

De gaai, oefenstof.

 

Drie benen is beter dan twee.

Als je op pad gaat met een telescoop heb je vanzelfsprekend een statief nodig om je kijker te gebruiken. Maar welk statief schaf je je dan aan ?

5219845075_c54f583e9b

Eerste vraag die je je moet stellen is waarvoor moet het statief dienen. Enkel om de telescoop op te zetten of ga je ook foto’s nemen. Want dan kom je op twee verschillende opties uit. Om te fotograferen met een telelens van bijvoorbeeld 500mm is een statief met een beweegbare kop ideaal en voor een telescoop is dat gewoon niet bruikbaar. Maar deze foto-optie gaan we hier voorlopig nog even links laten liggen.

Carbon.

Tenzij je Livingstone heet en in een Afrikaans oerwoud op zoek bent naar een andere ontdekkingsreiziger ga je je statief zelf moeten dragen. Dus één van de eerste vereisten van je aankoop. Het moet niet te zwaar zijn. En dan kom je tegenwoordig vanzelf uit op carbon. Een stuk duurder dan andere materialen. Maar het weegt bijna niks. Weer even opmerken. Ga je fotograferen dan kies je best voor een heel stevig statief en dan kom je meestal op andere materialen uit met iets minder soepelheid.

Koppeling.

Je moet je telescoop ook op je statief kunnen plaatsen (anders zou het wel heel moeilijk worden). Dit doe je met een koppelplaatje dat je onder je telescoop kan schroeven in de daarvoor voorziene schroefdraad. En dat klikt dan vast op de houder van de kop op jouw telescoop. De duurdere modellen telescopen hebben al een voet die in die koppeling past. Dat spaar je daar dan toch al uit. Kijk, voor je je statief opneemt of de koppeling goed vast zit. Want ook bij mij is die telescoop er al een paar keer afgedonderd. En dat is niet echt bevorderlijk voor dat ding. Er zit trouwens een beveiliging op. Meestal een hendeltje dat je moet verzetten om de koppeling te vergrendelen. Gebruik dit dan ook. Een kleine moeite om heel wat onnodige kosten, als de telescoop tegen de vlakte gaat of in het water plonst, te besparen.

manfrotto_323_quick_adapter_14_man3231Dragen.

De meeste vogelkijkers dragen hun statief op hun schouder volledig open. Zo kan je snel alles neerzetten als je iets ziet. En natuurlijk, het ziet er verdomd stoer uit om zo door de velden te lopen. Een tip, als je dit doet. Kijk eerst even om of rond als je je draait. Want die poten maken dan een verre bocht wat gevaarlijk kan zijn voor omstaanders. Je zou niet de eerste vogelkijker zijn die zo een fietser bijna van zijn stalen ros kegelt.

346041-281-248-contain

Een handig ding zijn de rugzakken die speciaal ontworpen zijn om statieven met de telescoop er op op je rug te dragen. Ook hier staat je telescoop in een fractie gebruiksklaar. Want die rugzak blijft er gewoon aan zitten. En je hebt dat ding weer even snel terug op je rug hangen. Grote voordeel is dat je je handen vrij hebt. Zo kan je zonder een wiebelend statief met telescoop op je schouder door je verrekijker de omgeving afscannen. Want wees gerust. Dat gehannes met die wiebelende telescoop en een scheve verrekijker voor je ogen is dan plots weer veel minder stoer.

tripodbackpack

Gebruikstips.

Als je je statief met telescoop veel gaat gebruiken. Probeer dan een makkelijke houding te vinden. Met een telescoop met schuine inkijk zet je je telescoop best op een hoogte dat je er makkelijk kan inkijken. Dus niet op de tippen van je tenen staan of heel gebogen staan. Je rug zal je dankbaar zijn.

Een stabiele houding krijg je door jouw benen als extra poten van je statief neer te zetten. Dus iets gespreid. Met één arm steunend boven op je telescoop. Dan vallen trillingen door de wind of omdat je sterk inzoomt veel minder op. Je kan ook je rugzak onderaan je statief ophangen zodat dit gewicht ook meer stevigheid  geeft.

En de laatste tip. Als je je telescoop meesleurt. Kijk er dan ook door. Zoveel als je kan. Want als niemand kijkt, dan zal ook niemand die zeldzame pieper die even achter een aardkluit te voorschijn komt opmerken.

Looking-in-telescope-wrong-way

Goed gebruiken helpt veel.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research