Kijk eens naar het vogeltje.

Je kan er niet meer omheen. Maar vogels kijken en fotograferen gaan heel vaak hand in hand. Je waarneming vastleggen op de gevoelige plaat of een foto maken om nadien als bewijs of determinatie-materiaal te dienen is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Jammer (althans dat is mijn persoonlijke mening) genoeg kom je heel vaak fotografen tegen die zelfs de moeite niet meer doen om een verrekijker mee te nemen. En heel wat van die fotografen kennen hun soorten totaal niet. Maar daar wil ik hier nu niet op ingaan. Een laatste raad aan deze mensen. Als je vogels wil fotograferen, begin dan eerst met vogels kijken. Je leert ook eerst gaan voor je gaat lopen.

500mm.

En wat mij ook opvalt is dat er steeds meer mensen rondzeulen met een peperdure en zware telelens. Zelf heb ik ook jaren hiermee rondgelopen (of vooral in mijn schuiltentje gezeten). Maar ik ben ermee gestopt omdat vogels fotograferen en vogels kijken volgens mij echt niet samen gaat. Vaak kwam ik thuis om dan pas op de computer te gaan zien welke beestjes ik nu allemaal toch wel gezien en gefotografeerd had. Neen, het pure vogels kijken is echt veel spannender en leuker. Hoewel ik gedreven en vooral met respect voor de natuur fotograferende vogelaars wel degelijk kan appreciëren. Maar ook dit is weer een ander verhaal.

Digiscoping.

Zelf had ik toch steeds de drang om de vogels die ik vond en mooi kon bekijken ook op foto te zetten. Dus een hele tijd rondgelopen met een iets kortere en goedkopere lens, maar die bleek vaak niet te voldoen. Dan een adapter gekocht zodat ik mijn spiegelreflex-camera op mijn telescoop kon schuiven. Het zogenaamde digiscoping. Foto’s nemen door je telescoop. Er zijn websites en zelfs volledige blogs die enkel over digiscoping gaan. Je vind er massa’s info. Maar ook dit was weer een heel gehannes.K14_PA-i5_ATX_hoch

Mijn huidige combinatie.

Telefoontje.

En dan vond ik de oplossing. Een adapter waarmee ik mijn smartphone op mijn telescoop kan zetten. Twee dingen die ik toch altijd bij heb in het veld. En dus geen extra gewicht op mee te sleuren. De beelden zijn zeker niet toonbaar op een bijeenkomst van echte natuurfotografen. Maar voor mij meer dan voldoende. Het doel : de soort herkenbaar weergeven, is zeker gelukt met deze simpele combinatie. Filmen gaat trouwens ook heel goed. Maar het vreet wel heel veel batterij. En de aankoop viel al bij al nog mee. Dacht dat ik er 100€ voor betaald heb. Een investering die meer dan de moeite waard was.

12961690

Eén van mijn kluten op foto gezet.

13062254

Paartje scholeksters, klik, klik.

Dus als je toch graag een foto maakt van de vogels die je ziet, dan is dit zeker een optie. Maar denk er aan. Eerst vogels kijken en ze leren kennen. En als je dan toch overweegt om ze enkel nog te gaan fotograferen. Veel succes en vooral geduld. Maar denk toch nog eens twee keer na voor je die stap zou zetten. Want gewoon vogeltjes kijken is naar mijn bescheidend mening toch nog steeds een pak leuker (hopelijk worden de vogelfotografen niet boos).

KBV-kes.

Als je denkt dadelijk alle vogels die je tegenkomt vlot op naam te brengen ga ik je moeten ontgoochelen. Want zelfs doorwinterde birders moeten vaak een vogel die ze zien moeten laten voorbijvliegen zonder dat ze er een naam hebben opgeplakt. Dagelijkse kost zeg maar. Het mag ook allemaal niet te makkelijk zijn.

Bruin.

En dikwijls stelt zich dit probleempje met kleine, beweeglijke, verdoken en bruingekleurde exemplaren. Deze gaan dan de boeken in als een KBV-ke. Een “klein bruin vogeltje”.

Als je je vogelgids openslaat bij de zangertjes en je bladert snel door deze groep dan twijfel je soms of je nu wel een blad hebt omgedraaid of niet. Heel wat van die beestjes lijken verdomd goed op elkaar. En het zit hem dan in de details. Andere kleur van poten of snavel. Een oog- of wenkbrauwstreep die wat langer of korter is en waarvan de kleur niet beige-wit maar wit-beige is. Een vleugelstreepje meer of minder. Elk verschil telt in dit geval. En dan heb je nog eens de pech dat deze kereltjes bijna nooit stil zitten of open en bloot op een takje gaan zitten. Neen, constant in beweging en goed verdoken is een struik of boom rondhippend. Heel vaak wordt besloten om er een “klein bruin vogeltje” van te maken. Zeker als de waarneming maar heel kort was.

_MG_8285

Tjiftjaf

fitis0001

Fitis

Kenmerken.

De kunst is om in dit geval proberen toch zoveel als mogelijk alle kenmerken en details in je notitieboekje te krijgen. Om dan nadien tussen de hele kluts van op elkaar gelijkende exemplaren de juiste er uit te halen. En geluid is ook een stevige bonus. Bijna alle waarnemingen van deze groep worden ontdekt als ze roepen of zingen. Dat laatste doen de zeldzame soorten wat minder omdat ze hier meestal nog niet in hun broedgebied zitten en een territorium verdedigen nog niet aan de orde is.

_MG_6154

Kleine karekiet

bosrietzanger grote beemd 06-09

Bosrietzanger

Hartslag.

Het is dus een stevige uitdaging om ook deze soorten te leren kennen. Ik zou beginnen met de meest voorkomende soorten zoals tjiftjaf en fitis (daar heb je al een stevige kluif aan). En de iets later arriverende kleine karekieten en bosrietzangers. En als je die onder de knie hebt dan kan je op zoek gaan naar de heilige gralen zoals struik- of veldrietzanger, bladkoning, pallas’ boszanger, grauwe fitis en nog een hele rits van KBV-kes die elke vogelkijker een snellere hartslag bezorgen.

De lijster.

Je moet hier geen monografie verwachten over de Turdus philomelos (klinkt altijd indrukwekkend die Latijnse namen). Neen, we gaan het even hebben over een fenomeen waar elke vogelkijker ooit mee te maken krijgt. Het bijhouden van lijstjes.

Verzamelaar.

Het zit gewoon in ons bloed. Dingen verzamelen. En lijstjes bijhouden is ook gewoon het registeren van verzamelde waarnemingen. Dus het is geen gevaarlijke afwijking waarmee je dadelijk naar de dokter mee moet lopen. Neen, gewoon een natuurlijk gedrag. En een verdomd leuk gedrag. Zelf ben ik een fervente lijstjesman. En hou ik allerlei lijstjes bij. Het ene al wat vreemder dan het andere.

MyBirdBook3

Ooit begon het met geschreven lijstjes.

En dankzij de geweldige website waarnemingen.be of waarneming.nl hoef je dit niet meer te doen in stoffige schriftjes of op zelfgemaakte exell-bestandjes. Neen, als je gewoon al je waarnemingen netjes ingeeft op deze websites worden die lijsten vanzelf bijgehouden en kan je ze op elk moment opvragen. En je kan ze ook vergelijken met andere vogelkijkers die hetzelfde kwaaltje hebben. Extra leuk is eigen gebieden aanmaken. Zo kan je je eigen tuin aanmaken als gebied en worden vanzelf alle soorten, aantallen en andere gegevens mooi bijgehouden voor jou. Zo kan je een mooi overzicht krijgen van wat er allemaal voorbijkomt of leeft in jouw tuin. Een gebied in jouw buurt waar je vaak komt kan je zo ook aanmaken en een eigen naam geven. Boeiend en superleuk.

Schermafbeelding 2017-04-03 om 20.12.25

Een deeltje van mijn tuinlijst.

WC.

De klassieker is je life-list. Een lijst met alle soorten die je ooit hebt gezien. Zo een lijst kan je dan beperken per gebied. Zo heb ik zelf een Belgische lijst, een Limburgse lijst, een Fruitstreek-lijst (de regio waar onze vogelwerkgroep actief is) en een Wellen-lijst (de gemeente waar ik woon). En dan hou ik ook van elk van mijn local-patchs een lijst bij. Allé, niet ikzelf. Maar ik kan ze opvragen via de website van waarnemingen.

Zelf durf ik tijdelijk al wel eens een vreemde lijst bijhouden en ik ben blijkbaar niet de enige. Ooit begon ik met volle moed aan een TV-lijst. Ik hield alle vogels bij die ik op mijn TV tijdens programma’s zag opduiken. Die kon ik natuurlijk niet op waarnemingen ingeven. Maar het was een manier om mijn gebrek aan verre reizen naar tropische landen met kleurrijke vogelsoorten te compenseren denk ik. Er stonden trouwens een aantal leuke beestjes op. Verrassend in welke programma’s er soms vogels opduiken.

Mary Poppins … the original and best?

Roodborstlijster in de film Mary Poppins, check.

Ooit las ik van een vogelkijker die een WC-lijst bijhield. Hij noteerde alle soorten die hij zag tijdens zijn bezoekje aan het kleinste kamertje door het raampje. Of een lijstje van de vogels die je ziet tijdens je autorit naar je werk elke dag. Een bezigheid die denkelijk door de politie niet echt wordt aangeraden. Ik ben er zeker van dat ook jij een speciale lijst kan uitvinden.

Ze kunnen de boom in.

Deze hele kleine groep eenden wordt door menig vogelkijker met argwaan bekeken. Maar ik denk dat er echt niemand onbewogen blijft als ze een vertegenwoordiger zien van de boomeenden. En die naam is goed gekozen. Want deze eenden bouwen hun nest in een boom. Om juist te zijn in een holte van een boom.

Zo zijn er broedsels bekend van boomeenden in een nestkast voor bosuil. Het is een spectaculair zicht om het wijfje met een rotvaart zo een kast te zien induiken. Je verwacht spontaan dat ze er aan de achterkant gewoon gaat uitknallen. Zo snel vliegen ze aan.

Mandarijntjes.

De meest opvallende soort van deze groep zijn de mandarijneenden. Deze oostaziatische inwijkeling heeft zich goed aangepast  en er is een mooie populatie ontstaan. Je kan ze zowel op grotere waters als kleine poeltjes tegenkomen. De mannetjes zijn zeer opvallend gekleurd en zijn onmiskenbaar. Vooral de grote oranje “zeiltjes” achteraan vallen heel goed op. De vrouwtjes lijken op die van de andere soort de carolina-eend. Maar ze zijn iets lichter gekleurd met grotere witte flankvlekken, meer wit rond de snavel en een oogstreep die veel verder doorloopt naar achter dan bij de carolina. De witte snavelpunt is ook een goed kenmerk.

Mandarijneend Karel Van Rompaey

Mannetje mandarijneend (foto Karel Van Rompaey)

Carolina.

De andere vertegenwoordiger is van noordamerikaanse afkomst. De carolina-eend. Hier is niet echt een wilde populatie ontstaan en gaat het meestal om ontsnapte vogels. Vaak enkelingen of paartjes. Mannetje ook zeer mooi gekleurd maar iets minder opvallend dan de mandarijn. Wijfje lijkt zoals al gezegd veel op dat van de mandarijn. Maar de zwarte snavelpunt en de kortere oogstreep geven uitsluitsel.

Carolina Michel Garin

Mannetje Carolina-eend (foto Michel Garin)

Exoten.

Ik weet dat heel wat vogelkijkers deze soorten wel bekijken maar dadelijk klasseren in hun exoten-vuilbakje. Maar voor mij zijn ze beiden te spectaculair en opvallend om ze niet te vernoemen. Wie zoveel kleur etaleert kan je toch niet zomaar links laten liggen. Ik  krijg elk jaar toch een glimlach op mijn gezicht als ik ze op mijn jaarlijst kan aanduiden.

Steltjes à volonté.

Als Belg moet ik het toegeven, met pijn in het hart. Maar Nederland is voor vogelkijkers een stuk attractiever dan ons Belgenlandje. Een veel betere ruimtelijke ordening, met daardoor veel meer open ruimte en een voorsprong van een paar 10tal jaren op gebied van natuurbescherming en beheer. Voila, het is er uit.

Zeeland.

En Zeeland is daar een heel goed voorbeeld van. Want deze provincie barst van de schitterende gebieden en dus ook van vogels. Zijn ligging aan de kust en dan nog eens in een bocht levert dan ook massa’s te ontdekken soorten op. En met de trek van de steltlopers is het één van de gebieden waar je nu moet zijn.

Grutto-Plan-Tureluur

Grutto ga je er zeker tegenkomen (foto http://www.natuurmonumenten.nl)

Kiezen.

We pikken er eentje uit. Flaauwers en Wevers Inlaag. Gelegen aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland net ten zuidoosten van Serooskerke. Twee aan elkaar grenzende inlagen met een dijk ertussen. Het gebied is volledig ingericht voor vogels en dat hebben ze geweten. Het barst er als het ware van allerlei eenden, steltlopers en in de winter ook massa’s ganzen. Een aantal jaar geleden werd een heel groot deel van die polder ook nog eens ingericht waardoor de oppervlakte die ja kan afspeuren nog een stuk groter is geworden.

Schermafbeelding 2017-04-01 om 16.58.11

Een greep uit de waarnemingen van de voorbije dagen in het gebied.

En een niet onbelangrijke tip. De vissoep in de Heerenkeet aan het begin van de Inlaagweg is overheerlijk.

Schermafbeelding 2017-04-01 om 16.58.44

Kaartje met gebied in blauw aangeduid.

Veel werk voor de boeg.

Er komt een drukke tijd aan voor vogelkijkers. April en mei zijn topmaanden waar heel wat soorten overal kunnen opduiken. Want de vogels zijn op weg naar hun broedgebieden en dan kunnen ze op elk plekje even uitblazen van deze lange en gevaarlijke reis. De boodschap is dus zo veel als mogelijk naar buiten en elke beestje dat je ziet bekijken. Wedden dat je er dan wel een paar leuke soorten uit gaat halen.

Noteren.

Je bent beter goed voorbereid om deze periode te overleven. Daarom overlopen we nog even onze methode. Als je een vogel ziet dan ga je die goed bekijken en alles wat je ziet noteren. Maar wat noteren we best allemaal ?

clip_image002

Een eerste tip is om proberen de vogel te tekenen. Dit moet geen kunstwerk zijn. Mijn tekeningen zijn meestal zo slecht dat enkel ikzelf weet dat het om een vogel gaat. Maar op een tekening is het veel makkelijker om bepaalde kenmerken aan te duiden en er kort iets bij te schrijven dan alles in zinnetjes op te schrijven. Veel sneller, makkelijker en duidelijker.

Unknown

Als het op een vogel lijkt ben je al een hele stap verder. De hoofdzaak is dat jij er nog aan uit kan raken op het moment dat je de gegevens gaat gebruiken om een naam op je waarneming te plakken.

Systematisch.

Je begint met de datum, locatie, habitat (in welk gebied en soort omgeving heb je de vogel gezien), uur, weersomstandigheden. Dit kan je vooraf al noteren in je boekje.

Van de vogel noteer je :

Grootte : best in vergelijking met een soort die in de buurt van je vogel zit en die je kent. Bv. groter dan een meerkoet. Dan kan je nadien in je vogelgids de afmetingen van de vogel die je kent opzoeken en dan weet je of jouw soort die je wil determineren groter of kleiner is.

Opvallende dingen : witte stuit van blauwe kiek, zware kopkap bij zwartkop, rood petje en borst bij kneu, blauwe keel en borst bij blauwborst,… Kortweg de dingen die je als eerste opvallen. Deze duidt je aan op je tekening.

Alle details : daarna noteer je van zoveel mogelijk delen de kleur, tekening,… Hoe meer details je hebt hoe zekerder je de soort gaat kunnen determineren.

Gedrag : hoe beweegt de vogel, op welke manier zoekt hij naar voedsel, op welk manier vliegt hij,… ?

Geluid : welk geluid maakt de vogel ? Probeer dit te noteren in woordjes of te noteren waarop het lijkt. (niet simpel).

Pas als de vogel weg is of als je denkt genoeg gegevens te hebben ga je de soort opzoeken in je vogelgids. En vergeet ook niet om nadien alles nog eens te controleren in de tekst naast de afbeeldingen.

jessie_barry_notes

Sommige birders leveren echte kunstwerkjes af. Mijn bewondering hebben ze alvast.

Harde schijf.

Als je de komende maanden op deze manier naar vogels gaat kijken ben ik er zeker van dat je een heleboel soorten gaat leren kennen. En dat je die kenmerken veel sneller gaat opslaan op jouw harde schijf. In het begin ga je regelmatig moeten vaststellen dat je niet genoeg hebt genoteerd om een juiste determinatie te kunnen maken. Laat je vooral niet ontmoedigen. alle begin is moeilijk (maar vooral boeiend en superleuk).

Maar steeds vaker ga je wel tot een bepaalde soort komen. En wees er maar zeker van. De verslaving gaat nu langzaam maar zeker toeslaan. Eind mei is de kans groot dat je een grote stap richting  birder hebt gemaakt met de symptomen van een birdaholic. Veel succes.

Laat gerust eens weten of het lukt en wat jullie allemaal hebben gezien en ontdekt.

 

Daar komt een staartje aan.

Elke vogel heeft een staart (tenzij je een vreemd wezen bent zoals een kiwi op Nieuw-Zeeland). Dus ook daar moeten we de delen van kennen. En het zijn er gelukkig een pak minder dan bij de vleugels.

dutch-birding-72-vogeltopografie-figuur-1

Het grootste deel van de staart bestaat uit de staartpennen. Deze kunnen naargelang de soort vogel (bekeken over de ganse wereld) variëren tussen 4 tot meer dan 30. Meestal gaat het om een even getal en worden ze genummerd, net als de vleugelpennen, van het midden van de staart naar de buitenzijde. De buitenste staartpen heeft vaak een andere kleur en/of tekening. Heel wat soorten hebben 12 staartpennen.

Onder de staartpennen zitten dekveertjes. Die noemen we de onderstaartdekveren. Deze kunnen bij het onderscheiden van bepaalde soorten belangrijk zijn. Ik denk maar even als voorbeeld aan de verschillende sprinkhaanzangers en aanverwante soorten.

staarten

Sprinkhaanzangers        Foto : http://www.slagpen.wordpress.com

Net boven de staartpennen. Waar ze onder de rest van de bevedering verdwijnen zitten de bovenstaartdekveren. Een rij veertjes die zoals hun naam zegt de basis van de staartpennen bedekken. En de zone vlak boven de bovenstaartdekveren noemen we de stuit. Deze is meestal goed zichtbaar als de vogel in zit is en zijn vleugels een beetje laat zakken. Of als een vogel van je weg vliegt en je op zijn rug kan kijken.

320CCC8FD38494CC99FC3166C831EC80-blauwe-kiekendief

Blauwe kiekendief vrouwtje     Schitterende foto van Nick Janssen

Ook de vorm van de staart is belangrijk. Die kan je ook veel vertellen over de soort waar je naar zit te kijken. Denk maar even aan de verlengde buitenste staartpennen bij een boerenzwaluw. Of de typische V-vorm van de staart van een rode wouw. Maar ook de kleur of tekening op de staart is belangrijk. De strepen die dwars over de staart lopen zoals bij het wijfje blauwe kiekendief op de foto hierboven. Noemen we bandering. Deze kan breed of smal zijn. Dicht bij elkaar of ver uit elkaar. Het aantal strepen tellen is ook een goede tip. En de band of streep op het uiteinde van de staart noemen we een eindband. De kleur van de staart, onderstaart, stuit, bandering of andere tekening zoals de streping op de onderstaartdekveren zijn dingen die je best noteert. Hopelijk kan je er nog kop en staart aan krijgen.

rode_wouw_dieder_plu                                                                       Rode wouw       Foto : http://www.natuurpunt.be

Oren om te horen.

We hebben het hier nu al een tijdje gehad over vogels kijken. Maar een vriendelijke lezer maakte mij er attent op dat je oren ook wel een heel belangrijke rol spelen met het ontdekken en herkennen van vogels. Natuurlijk, een uitspraak die ik volledig moet beamen.

Verstoppertje.

In het begin is het een hele opgave om vogels te herkennen aan hun geluid. Of in hun geval meestal hun zangrepertoire. Voor mij trouwens nog altijd geen evidentie. En volgens mij dan ook één van de moeilijkste taken voor een beginnende vogelkijker. Maar niet getreurd. Ook als je die geluiden nog niet allemaal kan onderscheiden dan is het horen van een vogel belangrijk. Want heel veel van de waarnemingen starten met het horen van geluid. Een vogel verraadt meestal zijn aanwezigheid omdat we hem horen. Een roepje is vaak genoeg. Maar een volop zingend exemplaar ga je zeker niet dadelijk voorbijlopen zonder het op te merken. Dus tijdens je wandeling je oren goed open houden is een heel belangrijke tip. Als je dan de vogel vindt die zoveel kabaal maakte is dat steeds een beetje kicken. De kans is ook groot dat als je lang moet zoeken en de vogel blijft zingen je dat geluid ook wel ergens op je harde schijf krijgt geprint. Want uit ervaring weet ik dat als iets heel veel moeite kost je dat vaak beter kan onthouden.

33283508490_291dfae935

Ezelsbruggetjes.

Geluiden leren onthouden is blijkbaar net iets moeilijker dan het uitzicht van een vogel. Mensen zijn nu eenmaal meer gefocust op hun zicht. En minder op hun gehoor of smaak. Niet dat we aan de vogels gaan proeven. Maar dit gewoon ter verduidelijking.

Hoe we dit best aanpakken ga ik later wel eens een paart tekstjes aan besteden. Maar weet dat hier dezelfde regel geldt als bij het kijken naar vogels. Eenmaal een soort gevonden die wil blijven zingen. Goed blijven luisteren. En daarna gaan we proberen te werken met ezelsbruggetjes. Het geluid wat je hoort vergelijken met iets wat je kent uit je dagelijks leven is een aanrader. Of het melodietjes noteren als een zinnetje of een liedje dat jij er in hoort kan ook helpen. Maar vooral veel gaan luisteren. Heel veel gaan luisteren en kijken. Dan komt die kennis vanzelf. En vanaf nu heb je veel kans om te gaan luisteren. Want stilaan komen de vogels terug naar hun broedgebied. En elke morgen gaan ze dat plekje hevig verdedigen en met hun gezang laten weten dat hier al iemand woont. Dus dagelijks heb je de kans om op pad te gaan. Liefst ’s morgens vroeg of nog beter een uurtje voor de zon opkomt. Want sommige soorten beginnen er heel vroeg aan. Zet je wekker al maar klaar.

 

Scannen is de boodschap.

Hoe vinden ze toch die ene speciale soort of zeldzaamheid ? Dat lukt mij nooit ? Niet wanhopen. Wie niet waagt zal dat inderdaad niet lukken.

Maar je zal wel je manier van vogels kijken moeten aanpassen. Een wandeling met af en toe een vluchtige blik door je verrekijker. Dan moet je al heel veel geluk hebben om veel soorten te zien. De beste methode is “wait-and-see”. Ga naar een gebied van je keuze waar je een korte wandeling maakt. En ga op goede plekken lang staan kijken. Want een voordeel van vogels is dat ze in tegenstelling tot bijvoorbeeld planten zich kunnen verplaatsen. Dus zoek een plekje waar je een groot deel van je omgeving kan observeren en stel je liefst niet te opvallend op. Best met een houtkant of struiken als achtergrond zodat je niet helemaal open staat. De zon in je rug is ideaal. En dan is het geduld hebben. Wait and see, wachten en terwijl goed blijven rondkijken wat er allemaal zit, aankomt of passeert. Je zal verbaasd zijn hoeveel vogels er in jouw buurt wel zitten.

En dan gaan we met onze verrekijker of onze telescoop het gebied voortdurend scannen. Doe dit liefst op een systematisch manier en niet één, niet twee keer maar tien keer of meer. Want je zal zien dat na de vijfde of zesde keer er plots een steltlopertje zit dat je de vorige keren niet hebt gezien omdat het net achter een polletje gras of hoopje aarde zat.

Sibley-ID-Toolkit-Art_660x440-660x440

(Afbeelding van website http://www.birdwatchingdaily.com)

En bekijk elke vogel die je ziet. Ook al denk je dat is maar een gewone spreeuw. Neen, elke vogel met je verrekijker en liefst nog met je telescoop even checken. Trouwens elke vogel is meer dan het bekijken waard. Ik kan nog geweldig genieten van een witte kwikstaart of een prachtig mannetje zwarte roodstaart. Ook al heb ik beide soorten al meer dan honderd keer gezien. Zit er een groep vogels. Ga dan de ganse groep af, vogel per vogel. Want misschien zit daar net een andere soort gezellig mee naar zaadjes te zoeken. En is dat net die ene dwaalgast van de bovenste plank.

6187012_orig

Een groepje spreeuwen op een bessenstruik.

6928247428_cbabb9ca8d

Misschien zat er deze klepper tussen ?

Ik ben er zeker van dat als je deze tips goed opvolgt je op het einde van het jaar een aantal leuke soorten bij kan schrijven op je lijstje. Soorten die je dan ook nog eens zelf ontdekt hebt. En geloof mij vrij. Bij elke extra soort die je zo ontdekt krijg je een beetje kippenvel. En wat is er niet leuker dan een vogelkijker met kippenvel ?

 

De vogelkijkende wandelaar.

De volgende fase op weg naar een birdaholic is de vogelkijkende wandelaar. Eerst ga je gewoon wandelen en geniet je van de natuur in zijn geheel. Maar steeds vaker wordt je aandacht getrokken door vogels. Je zal merken dat je regelmatig je verrekijker meeneemt op wandelingen die je maakt. Waar die eerder in de handtas van je vrouwtje of een rugzak werd gestoken. Hangt hij nu elke wandeling rond je nek.

Vroeger wandelde je in een gezapig tempo flink door. Maar nu sta je onderweg regelmatig stil omdat je iets hebt zien landen in een boom. Of omdat je ergens een vogel hoort zingen. Eerst blijft het met kort kijken naar die zingende grasmus of net gelande vink. Maar stilaan wil je ook weten wat je nu hebt gezien.

En dan draai je vanzelf de woorden van jouw fase om. Je wordt van een vogelkijkende wandelaar een wandelende vogelkijker. Als je iets ziet probeer je de kenmerken te noteren om nadien te gaan opzoeken wat je nu wel hebt gezien. En je wandelingen worden stilaan korter omdat je vaker stilstaat. En je begint ook gericht gebieden te kiezen om te gaan wandelen waar je kans hebt op meer vogels. Of net die soort die je nog graag had gezien.

En tenslotte sta je meer stil op je wandelingen (als je die nog zo kan noemen) dan dat je wandelt. En dit tot ergernis van je compagnons (vraag dat maar eens aan mijn vrouwtje). Die dan vaak ook stilaan afhaken of elders gaan wandelen. En jij begint op stap te gaan met andere gelijkgezinden die ook veel stilstaan. Je verrekijker gaat zeker mee en ondertussen draag je op je schouder (of op je rug met het juiste gerief) een telescoop mee. Want je wil ook die kleine dobberende stipjes op een vijver bekijken. Of een grote roofvogel in de top van een verre boom. En bij elke beweging in de bomen of struiken, bij elk roepie of gezang staat iedereen stil om de producer van het geluid te zoeken. Kijken, bekijken, noteren en opzoeken. Het wordt een tweede natuur.

In welke fase zit jij ondertussen ? De birdaholic-microbe ligt op de loer.

Lewis' Woodpecker

 

NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research