Het is maar een merel.

Na een tijdje van inactiviteit ben ik er weer. De voorbije weken heb ik vaak gehoopt op een verlenging van de dagen met een aantal uren om alles gedaan te krijgen. Maar nu heb ik gelukkig weer wat tijd om te gaan bloggen. Dus, daar gaan we weer.

Gewone soorten.

Regelmatig zie ik op internet foto’s voorbij komen van soorten die volgens mij elke vogelkijker toch zou moeten kennen. En dit met de volgens mij onnodige vraag welke vogel dit nu is. Maar als iets meer ervaren vogelaar nemen wij dat misschien wat te licht op. Want het is niet zo simpel om als beginner in dat bos van soorten de juiste soort er uit te halen. Hoe meer je met vogels bezig bent hoe meer soorten je gaat herkennen (lees maar eens één van de eerste posts op mijn blog). Maar alle begin is moeilijk.

Eén van de regels om te starten met vogels kijken is om de “gewone” soorten te leren kennen (waarbij ik inderdaad toch even wil bevestigen dat gewone soorten een verkeerde keuze is, maar ik zou niet weten hoe ik het anders moet verwoorden). Eenmaal je die onder de knie of op je harde schijf hebt zal je dadelijk merken dat je een zeldzamere verschijning dadelijk gaat opmerken. Je reactie is op dat moment “hé, dat is toch geen gewone lijster”. Een moment waar je adrenaline stijgt met een behoorlijke piek.

Daarom ga ik de komende weken telkens een aantal “gewone” soorten (daar is het weer) beschrijven en tips geven om die te herkenen. Voor iets meer ervaren vogelaars misschien niet echt nuttig. Hoewel, ik wil de ervaren rotten die mij tuinsoorten zoals de pimpelmees niet in alle details uit hun hoofd kunnen beschrijven niet te eten geven. Dat zou een heel groot diner worden. Maar voor beginnende vogelkijkers denk ik nuttige info.

Merels.

Dus start ik met de meest algemene vogel en tuinsoort die ik ken. onze merel. Het mannetje is onmiskenbaar met zijn volledig zwarte verenkleed, oranjegele snavel en oogring  en donkere poten. In hun eerste zomerkleed kan je vaak de bruine slagpennen van het jeugdkleed nog zien en is de snavel soms donkerder of gevlekt. De enige soort waarmee je een mannetje merel zou kunnen verwarren is een volwassen spreeuw. Maar die hebben witte stippen op de borst en flanken en een veel kortere staart. Dus echt vergissen kan je je niet.

Toulouse_-_Sturnus_vulgaris_-_2012-02-26_-_1

Spreeuw in zomerkleed.

Mevrouw.

De vrouwtje merel is een ander paar mouwen. Met een meer variabel rood- of grijsachtig donkerbruin verenpak met meestal op de keel en borst een lichtere kleur en een stippenpatroon op de borst en flanken is ze minder opvallend dan de mannetjes. De snavel is donkerder, hoewel oudere vrouwtjes ook veel oranjegeel in hun snavel kunnen hebben. Jonge merels lijken op hun moeder. Maar aan hun staartveren kan je soms wel al zien of het om een dochter of een zoon gaat. Jonge mannetjes hebben al pikzwarte staartveren en vrouwtjes bruin-zwarte. Dit kan je zelfs al zien aan jongen die nog in het nest zitten.

Amsel_weiblich_g

Vrouwtje merel.

Turdus_merula_-juvenile_-garden-8

Pas uitgevlogen merel.

Familie.

Een ander familielid van de merel die je vaak kan tegenkomen is de zanglijster. De merel werd heel vroeger trouwens de zwarte lijster genoemd. Beiden lid van de familie turdus of lijsterachtigen. Hier zijn mannetje en vrouwtje gelijk van uitzicht. Wat dadelijk opvalt is de bruine bovenzijde, veel lichter dan het vrouwtje merel. En het typische borst- en flankpatroon. Mooi verdeelde donkere vlekken op een roomkleurige achtergrond. De poten zijn veel bleker dan bij de merel en de snavel is donker met een gele basis. In de vlucht vallen vaak de bleke oranjebeige onderdekveren op. Ook wat betreft de zang kan je de zanglijster en de merel goed uit elkaar houden. Terwijl onze merel een mooi melodietje fluit houdt de zanglijster het bij luide met heel wat variatie met herhalingen en dit in korte frasen. Zelf vind ik het meer schreeuwen dan zingen. Hopelijk krenk ik hiermee mijn huis- en tuinlijster niet in zijn eer.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De zanglijster.

Een derde vertegenwoordiger van de turdus-groep die je vaker tegenkomt (wel de minst algemene van de drie) is de grote lijster. Hij valt op door zijn grootte, daarom noemen we ze dan ook grote lijsters. Veel forser en zwaarder gebouwd dan de merel of de zanglijster. Heeft heel vaak een rechtopstaande houding. De algemene kleur lijkt heel veel op die van de zanglijster maar toch minder warm. Dit komt vooral omdat ze duidelijke lichtgrijze veerranden hebben in hun vleugels. Ook het stippenpatroon is anders. Kleinere meer ronde stippen op een vooral op de borst wittere achtergrond. Maar wat het meest opvalt is hun kenmerkende korte en droge ratelende roep. Ook hun zang is weer totaal anders dan de vorige twee. Veel trager en melancholischer. Het is trouwens één van de eerste soorten die beginnen met zingen elk jaar. Al vanaf januari kan je grote lijsters al horen.

Turdus_viscivorus_in_Baikonur-town_001

Grote lijster.

Er komen natuurlijk nog andere vertegenwoordigers van deze familie voor in ons landje. Dan denk ik aan de koperwieken en kramsvogels die meestal in de winter opduiken. Maar die ga je dan zeker leren kennen als je deze drie al vlot leert herkennen en bij die ontmoeting zegt “hé, dat is geen gewone lijster”.

Er zit sleet op.

Vogels hebben veren en veren verslijten. Dat noemen we in vogeltermen sleet. Vooral de delen die veel wrijving ondervinden als de vogels vliegen hebben het hard te verduren. De toppen van de hand- en armpennen, de toppen van de staartveren laten als eerste tekenen van sleet zien. Een stevig gesleten vogel zal op termijn zijn veren verwisselen, dat noemen we dan weer rui. Maar hier gaan we het hebben over de sleet.

Ringers.

Voor ringers is sleet een belangrijk kenmerk om vogels op leeftijd te brengen. Als je het ruipatroon van een soort kent kan je op basis van de sleet bepalen in welk stadium een vogel zit. Zo weten we dat bijvoorbeeld kleine karekieten pas ruien als ze in hun overwinteringsgebied zijn aangekomen. Een vogel die je vangt in september en die heel fel gesleten is, is zonder twijfel een vogel ouder dan 1 jaar. De jonge vogels hebben hun veren van toen ze uit het nest vlogen en kunnen dan ook nog niet zo heel veel sleet hebben.

DSC01535

Links 1ste jaars vogel (weinig sleet), rechts >1 jaar vogel (veel sleet)

Verborgen.

Maar sleet is er gedurende het ganse jaar. En voor sommige soorten komt die sleet mooi van pas. Want onder hun verenkleed zitten soms gekleurde veertjes die door het afslijten  van de toppen van die veren plots te voorschijn komen. Wij denken dat vogels in het broedseizoen kleur bij krijgen. Maar ze verliezen net veertoppen die de kleur die er al lang verborgen zat dan laten verschijnen. Geen energie nodig om extra kleur aan te maken, gewoon profiteren van natuurlijke slijtage.

Broedkleed.

Als je de huismus bekijkt boven deze tekst zie je een gevlekte bef (de zone net onder de snavel) bestaande uit zwarte veertjes met grijze toppen. Deze grijze toppen slijten tegen het broedseizoen af en dan kan meneer huismus dan uitpakken met een prachtig zwarte bef om mevrouw te imponeren.

SONY DSC

Meneer tijdens het broedseizoen.

En zo zijn er voorbeelden genoeg. De kneu houdt zijn prachtig rode borst mooi verborgen in het najaar en de winter. Want dan moet er niet gepocht worden tegenover de dames. Maar tegen de paartijd zijn die veertjes afgesleten en komt zijn mooie karmijnrode borst in vol ornaat te voorschijn. En nog een voorbeeld, de keep. In, de winter al een prachtige verschijning. Maar tijdens het broedseizoen steken de mannetjes nog een tandje bij (of een stukje minder in dit geval).

Fringilla_montifringilla_-Poland_-male-8

Meneer keep in de winter bij ons.

640px-Fringilla_montifringilla_ltdp

En gesleten meneer in zijn broedgebied.

 

ABV

Neen, ik ben niet overleden. Nog springlevend, maar megadruk met mijn ringwerk. Elk jaar beslissen de steenuiltjes, torenvalken en buizerd om net op hetzelfde moment hun jongen op de wereld te zetten. Dus ringen, ringen en nog eens ringen. En hierdoor bleef mijn blog onbeschreven. Vanavond dan toch nog even tijd gevonden om iets te posten.

Algemeen.

Een superbelangrijk project is het tellen en bijhouden van onze “algemene” vogels. De trends van deze soorten geven een goed beeld van de toestand van onze vogelpopulaties. Deze dan ook op gestandaardiseerde wijze tellen is een goede daad die heel wat nuttige info kan leveren. En je leert je soorten op die manier dan ook nog eens goed kennen. Een win-win noemen ze zoiets.

zangvogels0001

Ook grote lijster hoort bij die ABV (Algemene BroedVogels)

Gebiedskartering.

De meest volledige methode is de volledige gebiedskartering.  Met deze methode gan je alle broedvogels in een gebied proberen te traceren en op kaart zetten. Dit doe je door op een gestandaardiseerde wijze alle waarnemingen te noteren tijdens een aantal bezoeken van jouw gebied. Want dit doe je in een vast gebied dat je zelf kan kiezen. Een gebied bij jou in de buurt is de beste keuze. Dan ben je snel op je locatie. Want de bezoeken moeten heel vroeg worden afgelegd. Vroeg opstaan, je soorten kennen en volhouden zijn de kernwoorden om dit tot een goed einde te brengen.

ABV.

Zowel in Belgie (via Natuurpunt) als in Nederland (via SOVON) zijn er gestandaardiseerde projecten op poten gezet om de Algemene BroedVogels te tellen. Meestal gaat het om vaste punten waar alle soorten die je ziet worden geteld. Dit is een veel minder arbeidsintensieve methode dan de gebiedskartering. En op basis van al deze gegevens kunnen er tegenwoordig heel goed trends worden vastgesteld. Zo draag je je steentje bij aan dit groots opgezette project.

Route tellen.

Een nieuwe methode is het vastleggen van een route. Op waarnemingen.be kan je elke route die je afloopt alle soorten opslaan die je ziet of hoort. Dit doen met een vaste route levert ook heel wat nuttige info op over je gebied. Zelf vind ik deze methode zeker bruikbaar omdat je minder tijd nodig hebt dan bij een volledige gebiedskartering. En volgens mij meer te weten komt dan bij het ABV project. Maar ook hier is de boodschap weer gestandaardiseerd werken (jaren dezelfde route lopen) en volhouden. Want lange reeksen over meerdere jaren zijn pas interessant.

rietgors0001-5

Rietgors op jouw route of in jouw gebied ?

Zoals je merkt keuzes genoeg om met gewone soorten belangrijke gegevens te verzamelen. Vaak zijn deze tellingen belangrijker dan zeldzame soorten. Want het is aan de algemene soorten dat je kan merken of we goed of minder goed bezig zijn. Dus zeker het overwegen waard om jouw steentje bij te dragen aan deze projecten. En het is dan ook nog eens hartstikke plezant.

Weekendtips.

Foto Erwin Houbrechts

De tip voor dit weekend is heel simpel. Naar buiten en omhoog kijken. Want op dit moment kan overal alles doorkomen. De laatste broedvogels zijn terug, grauwe klauwier en wespendieven duiken het land binnen. Maar ondertussen blijken heel veel soorten op doortocht. En elk weertype levert dan ook weer nieuwe mogelijkheden op.

Het bewijs werd in België geleverd door op nog geen vijf dagen de 6de en 7de kleine geelpootruiter voor ons landje te scoren. En eentje kon ik zelf meepikken. Het is trouwens snel zijn nu, want ze blijven nu niet lang zitten en trekken vaak binnen de korste keren verder. Zo ook bij een grijze strandloper in Nederland. Ook een topsoort.

13496032

Arendbuizerd (foto Carine Richerzhagen)

Andere toppers waren in België ralreiger en vooral arendbuizerd (ook in mijn eigen regio). Nederland deed mee met kleinst waterhoen, orpheusspotvogel, vale gier en dwergarend. Waarvan de meeste overtrekkend of kort pleisterend.

dwergarend Gerhard Christenhuis

Dwergarend (Foto  Gerhard Christenhuis)

Dus locaties meegeven heeft op dit moment weinig zin. De berichten volgen en vooral zelf het veld in. Want wie weet wat er nog allemaal opduikt.

Weer een jaartje bij.

Geen verjaardag of ander leuk feestje. Neen, we gaan het even hebben over de verschillende kalenderjaren bij vogels.

Nieuwjaar.

De eerste dag van het jaar is hierbij bepalend. Een vogel in zijn 1ste kalenderjaar zit in de periode tussen de dag dat hij uit zijn eitje kroop en 31 december van dat jaar. Vanaf de 1ste januari tot 31 december van het jaar daarop zit hij in zijn 2de kalenderjaar. En vanaf 1 januari van het volgende jaar in zijn 3de kalenderjaar en zo verder.

Herring_Gull_Digon3

Stormmeeuw in zijn 1ste kalenderjaar (als het nog geen nieuwjaar is geweest).

Rui.

Bij heel wat soorten is dat niet altijd makkelijk te zien. Hun eerste jaar valt nog mee omdat ze dan vaak een juveniel kleed of sporen daarvan dragen. En dit bij de meeste soorten ook voor een groot deel in hun 2de kalenderjaar. Vanaf dan krijgen heel veel soorten een adult verenkleed. Maar sommige soorten kan je wel redelijk goed op leeftijd brengen. Het draait allemaal rond hun rui. Jonge vogels ruien meestal niet alle veren, heel vaak blijven de hand- en armpennen, alle of een deel van de dekveren en de staartveren behouden gedurende hun 1ste jaar en dit tot  het volgende broedseizoen. Maar opgelet, er zijn heel wat verschillende rui-strategiën bij verschillende soorten. Dus dit is niet voor alle vogelsoorten hetzelfde. Bij vogels die er lang over doen om al hun veren te ruien zoals meeuwen of roofvogels (vaak de grotere soorten) kan je door te kijken welke veren horen bij het juveniele kleed en welke er de jaren nadien kwamen de leeftijd bepalen.

Zo kan je bij arenden soms van het 1ste tot zijn 6de jaar bepalen hoe oud hij nu juist is. Je kan er dan ook nog eens het seizoen van het moment bijvoegen en dan wordt de leeftijd nog specifieker. Een arend die in zijn 3de kalenderjaar (afgekort kj.) zit en die je in september op een telpost mocht bewonderen wordt zo een 3de  kj. najaar. Zie je diezelfde vogel in het voorjaar in maart terug over de telpost vliegen (soms heb je heel veel geluk) dan is dat ondertussen een 4de kj voorjaar.

Ringers proberen op die manier trouwens alle vogels die ze ringen op leeftijd te brengen. Ze noteren de leeftijd als 1ste kj, 2de kj en zo verder. Ze hebben dan natuurlijk het voordeel om de vogels iets grondiger te kunnen bekijken omdat ze ze in de hand hebben. Maar wees gerust, makkelijk is het niet. Maar veel oefenen en je krijgt dat ook wel onder de knie (of in dit geval de slagpennen).

golden-eagle-1490887474zE6

In welk jaar zit deze zeearend denk je ?

B.O.P.

Ieder heeft zijn voorkeuren en favorieten. En voor mij zijn dat BOP’s. De birdersterm voor Birds Of Prey of in ons eigen moedertaal roofvogels.

buizerd0001

Voor veel mensen zijn dit soorten die tot de verbeelding spreken. Krachtige vliegers, toppredators met vaak een doordringende blik. Toonbeeld van kracht en elegantie. Denk maar aan de majestueuze zeearend die met zijn meer dan 2 meter spanwijdte een stevige indruk nalaat aan ieder die hem ziet overzweven. Of de speelse en lichtvleugelige jaagtechniek van een blauwe kiekendief die bijna aan touwtjes lijkt opgehangen als hij over akkerranden of graanvelden zweeft. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met het bewieroken van deze indrukwekkende jagers.

Vervolgd.

Jammer genoeg zijn er nog steeds mensen die deze BOP’s zien als te verdelgen overlast. Het verstoren van nesten, vergiftigen van vogels of zelfs droogweg afknallen blijft schering en inslag. Gelukkig minder frequent dan vroeger. Maar ik vrees dat wat we zien of gemeld krijgen nog altijd maar een topje van de ijsberg is. Onbegrijpelijk dat er nog steeds mensen rondlopen met het idee dat ze de plicht hebben om de natuur te vrijwaren van alles wat andere dieren eet. Wraakroepend en vooral zeer frustrerend. Gelukkig is er bij de meerderheid van de mensen het besef dat deze vogels meer dan hun nut bewijzen in de natuur.

18019313909_cb82800242_b

Vergiftigde Amerikaanse zeearend.

Potter.

En dan heb je de andere kant van de medaille. Als je populair wordt zijn er mensen die je heel graag willen bezitten. De Harry Potter gekte van een tijd geleden gaf het houden van roofvogels, in dat geval vooral uilen, een boost. En de wetgeving helpt niet echt mee om dit te voorkomen. Een soepelere en vooral ongecontroleerde wetgeving geeft iedereen die dat wil de kans om een roofvogel in huis te halen. Of je daar nu iets van kent of niet. Meestal met een zielig verblijf of zelfs de dood van het beestje als eindpunt.

Vandaag las ik met genoegen in de krant dat met in Antwerpen als eerste stad de moed heeft om het vertonen van roofvogels op evenementen te verbieden. Geen macho’s meer die met een uil of valk op hun hand door de straten paraderen. En geen shows meer met vastgebonden roofvogels die mensen en veelal kinderen de verkeerde boodschap geven dat dit normaal is.

Roofvogels horen daar niet thuis. Slechtvalken moeten naar eigen goeddunken aan topsnelheden achter hun prooien kunnen jagen. Buizerd moeten hoog cirkelend op de thermiek hun territorium overzien. Boomvalken moeten als flitsende boemerangs libellen uit de lucht plukken. Sperwers moeten als snelle jagers door je tuin flitsen. Dat is wat ze horen te doen. En niet dagenlang op een blok hout zitten om af en toe even een paar tiental meter naar een uitgestrekte hand te vliegen. Zeker weten.

kerkom 5-2-11

De sierlijke blauwe kiek.

Afvinken.

Gewoon naar vogels kijken en ze determineren is super. Maar als je reeksen kan maken met jouw waarnemingen dan wordt het nog een stuk interessanter. Want meten is weten.

Streeplijst.

Een heel nuttige en makkelijke manier om op een gestandaardiseerde manier jouw gegevens te bewaren is via streeplijsten. De bedoeling is om bij een bezoek aan een gebied nadien alle soorten die je hebt gezien op een lijst in te vullen. Vroeger heb ik nog rondgelopen met blanco lijstjes met alle soorten erop. Die ik dan in het veld invulde. Thuis staat er nog een stoffig kaftje met een heleboel van die veldlijsten. Maar nu gaat alles wel wat sneller, gemakkelijker en vooral digitaal. De tijd staat niet stil.

Je vindt deze tool onder waarnemingen invoeren – streeplijst.

Schermafbeelding 2017-05-13 om 17.53.03

Op deze pagina kies je eerst het gebied dat je hebt bezocht. Daarna vul je een aantal vaste vakjes in waaronder de start- en eindtijd van je bezoek. Per soort die je gezien hebt vul je het aantal in (of 1 als je de soort gezien hebt maar niet geteld), kleed of leeftijd, gedrag en telmethode. Als dit voor alle waarnemingen gelijk is kan je bovenaan dit al vastleggen. De meest waardevolle lijst kan je opmaken door alle soorten te noteren. Met hun aantallen en gedrag. Dit levert een schat aan informatie op.

Nul stuks.

Nulwaarnemingen zijn ook heel belangrijk. Daarmee wil ik zeggen soorten die er niet zaten. Het is dus belangrijk dat als je met een streeplijst werkt je alle soorten die je ziet noteert. Daardoor kunnen we zien welke soorten er wel of niet zaten. Je kan in het veld alle waarnemingen opslaan en daarna via streeplijst eventueel verder aanvullen.

Als je dit bijvoorbeeld voor je local patch consequent zou doen dan krijg je een heel mooi overzicht van welke soorten je er gezien hebt. Je kan er op termijn zelfs trends uit halen en ook een redelijk zicht krijgen op de broedvogels, wintergasten en doortrekkers die jouw local patch bezoeken. Boeiend, nuttig en vooral superleuk.

Schermafbeelding 2017-05-13 om 17.46.00

Voorbeeld van een streeplijst.

Weekendtips

Kleine geelpootruiter (foto Silas Morreeuw)

De ster van deze week dook gisterenavond op in de Kalkense Meersen te Uitbergen, een kleine geelpootruiter. Deze dwaalgast werd nog maar een paar keer gezien in België. Dus hij (of zij) kan dan ook op heel wat belangstelling rekenen.

Ondertussen loopt de trek stilletjes verder. Dagen met de juiste omstandigheden leveren vaak heel wat leuke soorten op. Vooral de roofvogels blijken populair. Zwarte en rode wouwen blijven doorkomen. En ook de wespendieven zijn op komst. De voorbije dagen werden er heel wat gezien, overtrekkend. En in Nederland zetten ze een mooi rijtje neer met aasgier, slangenarend, schreeuwarend en grijze wouw. Alles op één dag. Ik heb hier jaren over moeten doen. En ook de jaarlijkse roodpootvalken zijn weer netjes op post.

wouwaap0001

Wouwaap (eigen foto)

Er werden ook enkele bijeneters gespot. En op de klassieke plekken zaten weer heel kort morinelplevieren. Wat de broedvogels betreft zijn er weer een aantal terug in het land. Wouwaap, grote karekiet, spotvogel en bosrietzanger laten hun al zien of horen.

En in Nederland zat de ganse week een zwarte zeekoet in de jachthaven van Terschellingen. Een beestje dat je ook niet elke week kan bewonderen.

Zwarte zeekoet Thijs Schipper

Zwarte zeekoet (foto Thijs Schipper)

Schattig.

Foto Dominique Duyck

Je kan ze vanaf nu tegenkomen. Juveniele vogels. Hiermee bedoelen we vogels die nog niet zo lang geleden hun eischaal achter zich gelaten hebben. En waaraan je dit duidelijk kan zien. Niet te verwarren met nestjongen. Want die zitten nog knus bij elkaar in hun nestje te wachten tot vader of moeder hun voedsel brengt. We noemen dat stadium nestblijvers.

Donsjongen.

Vogels die echter dadelijk de wijde wereld intrekken noemen we dan weer nestvlieders. En deze krijgen niet dadelijk veren. Want dat zou in hun krappe eitjes wel heel ongemakkelijk zijn. Neen, de natuur voorziet ze van een donzig pakje dat hun dan ook vaak heel schattig maakt. Maar weet dat ze vanaf dag één aan een harde strijd beginnen om te overleven. Soorten met donsjongen zijn bijvoorbeeld eenden en steltlopers.

Kluut Pierre Nowosad

Juveniele kluut, donsjong. (foto Pierre Nowosad)

Uitgevlogen.

Bij nestblijvers spreken we over vogels in juveniel kleed zodra ze hun nest verlaten. Omdat je dan nog duidelijk kan zien dat het om zeer jonge vogels gaat noemen we ze juvenielen. Vaak zie je nog donsveertjes, vooral op hun kop. En hun verenkleed is dikwijls heel anders dan bij adulte of volwassen vogels. Zo krijgen roodborsten pas hun rode borst tegen de winter. Dit heeft een goede reden. Want het zijn agressieve kereltjes die roodborsten die vaak op vredige kerstkaarten worden afgebeeld. Ze vallen dan ook alles wat rood is furieus aan. Zelfs bolletjes rode wol durven ze te lijf gaan. Als hun jongen vanaf het begin die rode borst hadden zouden ze alles behalve veilig zijn.

Juveniel Christian Legrand

Juveniele roodborst (foto Christian Legrand)

Verwarring.

Vogels in juveniel kleed zorgen vaak voor verwarring bij vogelkijkers. Ze voldoen dan ook niet aan de kenmerken die we op onze harde schijf hebben opgeslagen. En dus denken we dat we een andere soort in ons kijkerbeeld hebben. Tot we beseffen dat er momenteel overal jong leven uit het nest hipt. En begint rond te vliegen. Dus even de knop op “kan ook een juveniel zijn” zetten. En dan kunnen we er weer tegenaan. En vergeet natuurlijk ook niet bij je waarneming te vermelden dat je een juveniele vogel hebt gezien. Want dat is toch zomaar eventjes een broedcode 11. Extra waarde voor jouw waarnemingen.

juveniel Luc Clarysse

Juveniele merel (foto Luc Clarysse)

De vogel is gaan vliegen.

Vogels hebben de vervelende gewoonte om te gaan vliegen. Meestal op het moment dat ik ze graag had willen bekijken. Zo hadden we dan ook al de raad gegeven om als je een vogel ziet deze eerst zo lang mogelijk te bekijken. Want je vogelgids uit je rugzak nemen en er even in bladeren is soms voldoende om je geliefkoosde onderwerp kwijt te spelen. Daarom ga ik ook graag in groep vogels kijken want dan kan je altijd afspreken dat iemand het beestje in de kijker houdt of volgt als hij wegvliegt terwijl de rest notities neemt of al kan opzoeken over welke soort het gaat.

Dip.

Maar het wordt nog frustrerender als je na een behoorlijke inspanning of rit tot de vaststelling komt dat die bepaalde zeldzame dwaalgast het nodig vond om te vertrekken voor jij er was. Vooral een fenomeen dat twitchers die al eens een lange afstand durven rijden om een soort te zien meemaken. En zo een misser noemen ze dan een dip. Afgeleid van het Engelse woord dippen (niet verwarren met de Engelse naam voor een waterspreeuw).

206

In Engeland kan je dus een dipper dippen.

Lege paal.

Legendarische dip’s van mij is die van een giervalk die werd ontdekt in het noorden van Nederland. Een trip van iets meer dan 300 km voor mij. ’s Morgens bij dag en dauw vertrekken om na goed 3 uur rijden aan te komen met zicht op een weide met een lege weidepaal waar de majestueuze valk de dag ervoor nog had opgezeten. Op zo’n momenten kan het zijn dat je jezelf even afvraagt of je wel de juiste hobby hebt gekozen. Tot er even later bij een opkomende zon een paartje grutto’s even opvliegen en fanatiek een showtje weggeven boven het met dauw bedekte weiland. Dan ben je weer zeker. Vogels kijken is een super hobby. Zelfs met af en toe een stevige dip.

640px-Grutto

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research