Gouden dag

Na een paar jaar overgeslagen te hebben trok ik vandaag – samen met een paar mede-vogelkijkers – richting Noorderburen. Welbepaald naar de Landelijke Dag van SOVON. Een voor alle Nederlandse vogelaars belangrijke feestdag van het jaar. Deze keer letterlijk, want ze vierden hun 50-jarige bestaan.

Kunstenaar

De dag begon wat in mineur toen bleek dat de zalen in de nieuwe locatie niet voorzien waren op het overdonderende succes van dit evenement. Wij stonden beteuterd voor gesloten deuren. ‘Propvol’ was de duidelijke boodschap – zo zijn ze die Hollanders – van de medewerkers die in een stakingspiketten-houding voor de zaal post hadden gevat. Dus wandelden we terug richting het grotere auditorium. Achteraf een goede keuze, want de spreker die daar zijn verhaal mocht vertellen was vogelkijker en illustrator/kunstenaar van hoog niveau; Killian Mullarney. Hij is de artiest die heel wat tekening in de ANWB-vogelgids heeft geschapen. Ware kunstwerkjes! Hij bracht zijn verhaal met dezelfde passie die uit zijn kunstwerken spat. Het was boeiend om te zien en horen hoe hij van een kindertekening van een zanglijster – trouwens al een kunstwerkje als 4-jarige kleuter – uitgroeide tot een van de beste vogelschilders van zijn generatie. Met dank aan de stakinspiketten.

Grijze mannen

Volgende doel; een lezing over patrijzen. Obstakel; diezelfde stakinspiketten. Volle zaal en dus opnieuw terug de trap af naar de grote zaal. Deze keer over een verhaal van Ruud Foppen en Albert de Jong over de veranderingen in onze vogelwereld de voorbij 50 jaar. Maar ook de evolutie van het vogels kijken. opnieuw boeiend onderwerp en goede sprekers met de nodige kwinkslagen. Heel leuk was hun intro met een beeld van een landschap met daarin de soorten van 50 jaar geleden gevolgd door eenzelfde landschap met de huidige invullen. Confronterend en soms ook verrassend. Blijkbaar zijn er momenteel veel meer soorten dan 50 jaar geleden. Dat er heel wat daarvan in een moeilijk parket zitten is natuurlijk minder.
Vogelkijkers bleken dan weer geëvolueerd van jagers tot momenteel hippe kerels die met veel te veel apparatuur rondlopen in de natuur. Maar toen ik rondkeek nar het publiek dat ik rond mij zag had ik toch een wat ander beeld. Een zee van oudere, grijze mannen – waar ik trouwens ondertussen ook toe behoor – met de bijpassende brilletjes en hoorapparaten. Die hippe bende zat denkelijk in de zalen waar wij niet binnen mochten.

Uitgestorven

Tijdens de middagpauze was het hoog tijd om de standjes af te schuimen. Dit leverde – ik kan het niet laten – weer een paar nieuwe boeken op. ‘Het mooie vogelwoordenboek’ nam ik met plezier mee naar huis. De schrijver was de voorbije week te gast op Radio 1 om zijn werk voor te stellen. Inspirerend! Ik kan niet wachten om het te gaan lezen. De handtekening en het praatje met de schrijver kreeg ik er gratis bij.
Ook een eye-catcher was een in hout uitgesneden nieuwe soort op de levenslijst van alle vogelkijkers die aanwezig waren. Een levensgrote dodo. Die hadden we al even niet meer gezien. De foto die ik er van nam (zie hieronder) deed bij mij trouwens een bedenking oppoppen; gaat de soort die achter dat beest staat hetzelfde lot ondergaan als de dodo? Even tussendoor.

Duo met dodo en oude, grijze man

Sahel

Op aanraden van Jente kozen we na de middagpauze opnieuw voor de grote zaal. We gaven de stakingspiketten even rust. Christiaan Both nam ons mee in een onderzoek rond bonte vliegenvangers en een opwarmende aarde. Nachtelijke ritten met vrouwelijke exemplaren of eitjes naar Noordse landen bleken het bewijs dat vroeger broeden betere resultaten gaf.
Nadien gingen we zelf naar warmere oorden; de Sahel. Daar bleken een aantal oude grijze mannen het voor mij onbegrijpelijke idee opgevat te hebben om over de ganse breedte van Afrika vogeltjes te gaan tellen in bijna elke boom die ze tegenkwamen. Hun aantallen waren overdonderend. Ik weet nu wel waar al die fitissen terecht komen die ik heb geringd. Maar het woord waarschijnlijk, vermoedelijk en volgens onze schatting kwam zo vaak voor in hun lezing dat ik grote twijfels heb over hun motief. Volgens mij hadden ze totaal geen doel om iets te bewijzen, maar wilden ze gewoon een leuke reis met zielsverwanten maken door Afrika. Missie geslaagd wat dat betreft.

Flitspraatjes

Deze term was voor mij nieuw. Terugmeldingen daarentegen kende ik persoonlijk zeer goed. Dus deden we een tactische zet door veel te vroeg naar een van de voor ons tot dan verboden zalen te stappen. Met succes. Daar kregen we een reeks hartverwarmende verhalen van ringers of onderzoekers over terugmeldingen van gekleurringde of gezenderde vogel. Gebracht met een enthousiasme dat je dadelijk met een telescoop naar een locatie met kans op zulke exemplaren zou doen lopen. Een grote stern die eventjes op 31 dagen naar Zuid-Afrika vloog. Vlotjes meer dan 13.000 km op zijn teller zettend. Een topprestatie. Een verhaal over scholekster die een ode bleek aan iedereen die met hart en ziel meehielp aan dit onderzoek, gebracht met een vleugje humor. Het bewijs dat vogels kijken onderzoeken en tellen veel meer is dan cijfertjes noteren.

Zielig slot

We eindigden in de grote zaal. Daar werd de lezing die we in de voormiddag hadden gemist door de gesloten deuren van een propvolle zaal, herhaald. Een veelbelovende titel; van dwergmeeuw tot zeearend. Het verhaal van 50 jaar broedvogels tellen in het Lauwersmeer. De spreker bleek opnieuw een oude grijze man, maar deze eentje met duidelijke frustraties. Dit heerschap zat duidelijk dicht tegen een depressie aan. Hij kwam in zijn lezing op een punt uit waar hij Reintje de vos van alle zonden van de wereld beschuldigde. De telloorgang van heel wat soorten waren de fout van deze rosse moordenaar. Een beeldvullende foto op de grote schermen en grafieken waar met rode lijntjes de aankomst van Reintje werd aangeduid benadrukten dit nog even. Het feit van een veranderend landschap, een soms niet zo goed gekozen beheer en een gewijzigde wereld bleken details. Dat de natuur – met in dit geval de vos als vertegenwoordiger – gewoonweg de opportuniteit greep die wij als mensen daar hadden geschapen kwam niet echt ter sprake. Even dacht ik dat dit wel die kant op ging, toen de grote kudde Schotse Hooglanders ook een stevige sneer uit de pan kreeg. Een foutje dat wij wel vaker maken. Dingen die wij zien gebeuren in de natuur als oorzaak naar voor schuiven, terwijl de mensheid heel vaak degene is die de omstandigheden creëert waar de natuur gewoonweg haar ding mee doet. Een afsluiter met een valse noot. Gelukkig was ons etentje bij een Koreaan in Bennekom van een betere kwaliteit.

Conclusie

Ondanks de wat krappe zalen – blijkbaar een eenmalige en verplichte wijziging van locatie – en de gefrustreerde slotspreker, weer een geslaagde editie van de hoogmis van vogelend Nederland. Op naar de 51ste verjaardag van SOVON. Ik zet het alvast in mijn agenda.

Kranige Nr. 103

Ik heb er dit weekend nog een soort kunnen bij doen. Mijn jaarlijst staat op 103 dankzij een groep kraanvogels – aangekondigd door een bevriende vogelkijker via een berichtje op WhatsApp – die thuis voorbij trok. Het zien en vooral horen van deze soort, die ik trouwens niet elk jaar kan bijschrijven op mijn lijstje, is voor mij altijd een speciale ervaring.

Kraanvogels op doortrek (Foto Maarten Drybooms)

Mijn ontmoeting met kraanvogels begon dit jaar vlakbij mijn werk. Ik kwam buiten en werd dadelijk onthaald op het heerlijke kraanvogel-geluid. Een andere omschrijving durf ik er niet aan te geven omdat het zo uniek is. ‘Toeteren’ zou ik kunnen gebruiken, maar vind ik te ordinair voor deze elegante wezens. Elk jaar maken kraanvogels een verhuis naar het warme zuiden. Deze verplaatsing wordt nauwgezet opgevolgd door en aan iedereen die dat wil medegedeeld via alle mogelijke kanalen. Die fanclub van de kraanvogels groeit zienderogen. Wat trouwens te verwachten was. Want kraanvogels zien en horen, is er van gaan houden.

Zelf zag ik heel wat foto’s en tegenwoordig ook filmpjes opduiken gemaakt met een smartphone. De ene keer een wazig streepje dat voorbijschoof tegen een blauwe achtergrond met witte wolkjes, geluidloos. Dan weer een prachtige sliert duidelijk klapwiekende exemplaren met als soundtrack het gekende kraanvogel-geluid. Kippenvel!

Buiten een paar vluchten van aalscholvers en ganzen werden ze allemaal benoemd met de juiste soort. Ze zijn dan ook zo opvallend en herkenbaar. Want van een doortrek met de stille trom moeten kraanvogels niet weten. Waarom maken ze trouwens zo veel kabaal?

De kenners beweren dat ze dit doen om tijdens hun vlucht contact te houden. Als je als eenzame kraan de rol daarboven moet lossen en heel stuk weggeblazen wordt van die strakke lijn, dan begrijp ik dat. Ik zou ook beginnen roepen: ‘hé, wacht op mij!’. Maar netjes in het gelid met je voorganger vlak voor je neus. Ik zie geen reden om dan beginnen van je oren te maken. Als de koploper info geeft, dat zou ik ook nog kunnen begrijpen. Zo een beetje hetzelfde als een piloot of stewardes die tijdens je vlucht naar Spanje – zelfde bestemming trouwens als onze kraanvogels – laat weten hoe hoog we vliegen, of het een hobbelige vlucht wordt met wat turbulentie en hoe lang je nog in die veel te krappe stoel moet blijven zitten. Maar het zijn heel veel deelnemers aan de sliert die hun laten horen. Mijn theorie is dat kraanvogels gewoon graag babbelen tijdens hun trip. Wat ik goed kan begrijpen. Uren onderweg, dan doet een praatje met je buurman- of vrouw wel deugd en vooral laat het de tijd wat draaien. Gezellig keuvelen, over koetjes en kalfjes – rendieren en hertjes in hun geval – en de laatste roddels over de buren waar je de voorbije zomer langs broedde. Dat lijkt mij een veel logischere verklaring. Daarnaast hebben kraanvogels – voorlopig – nog geen smartphone om tijdens die lange reis wezenloos en stilzwijgend de ganse tijd naar te staren. Gelukkig maar. Het zou trouwens ook niet bevorderlijk werken voor hun lange sliert. Even niet opletten en je vliegt zo tegen je voorganger aan. Daarnaast zou hun kraanvogelgeluid dan verstommen. En dat zou ik heel, heel erg jammer vinden. Bij lange slierten hoort volgens mij nu eenmaal een gezellige ‘kraanvogelend’ gebabbel.

Vreemde merels

Het najaar zit er op wat betreft het ringwerk op mijn ringplek. Buiten de netten die ik nog nodig ga hebben als ik weer ga voederen (wat nog niet zeker is), heb ik alles opgeruimd. Half november is mijn eindpunt, dus daar houden we ons aan.

Met 36 geringde vogels was gisteren een matige afsluiter. Toch zat er weer een leuke waarneming tussen. Een merel – is dat speciaal hoor ik jou hardop denken – kreeg extra aandacht. Op dit moment passeren hier noordse exemplaren. Dat is althans wat ik er over denk. Totaal geen wetenschappelijke basis om dit te staven. Maar ik ben er vrij zeker van dat ik toch gelijk heb.
Het gaat om forsere vogels met meestal een opvallende schubtekening op de borst. Een vrouwtje dat ik kan ringen liet die tekening duidelijk zien.
Zonder twijfel een dame met noordelijke roots.

De schubtekening op de borst van deze dame

Onder voorbehoud dat ik met de beperkte netopstelling toch nog eens ene poging doe om een barmsijs te verschalken (Carine R. had er de voorbije dagen eentje geringd), kan ik mijn najaar afronden.
Ik haalde net niet de 3.000 vogels – 2.912 om precies te zijn. Dit gespreid over 42 soorten. Met als nieuwe soorten orpheusspotvogel en sperwergrasmus.
Een mooi seizoen zou ik durven te zeggen.

Triootje lijsters

De herfst is plots opgedoken. Tot een paar weken geleden dachten we nog dat de zomer nooit zou eindigen. Gerard cox heeft er zelfs een liedje over geschreven, blijkbaar een visionair.
Maar nu is het meer herfst dan ooit. Regen, buien en al een eerste stevige herfststorm. Mijn netten bleven dicht en het ringwerk viel stil. Zelf kwam ik ook niet meer vaak buiten. Ik ben geen fan van regen, licht uitgedrukt, want ik haat het. Dus niet de ideale omstandigheden om mijn jaarlijst verder uit te breiden.

De enige manier om nog soorten toe te voegen is juist het tegenovergestelde van wat ik nu doe. Toch gaan ringen, want barmsijs is nog een kanshebber om dit jaar bijgeschreven te worden en die trekken momenteel mogelijk voorbij. Toch naar buiten, want regenbuien zorgen soms voor verassende soorten die even halt houden – ook zij haten blijkbaar veel regen – en een stevige storm kan zeldzaamheden naar hier blazen. Van die dwaalgasten ga ik het moeten hebben. Buiten havik – die ook niet elke dag hier rondvliegt – en kerkuil – er broed een paartje vlak bij de Broekbeemd – heb ik alle doenbare soorten ondertussen afgevinkt.
Watersnip is ook nog een optie. Hoe natter het gebied, hoe beter voor deze steltjes. Ze vliegen soms vlak voor je voeten op uit volgelopen tractorsporen. Maar je moet er wel voor naar buiten.
Met nog iets minder dan twee maanden voor de boeg moet er toch nog wat kunnen bijkomen.

Wilde-eend-groen

De enkele keren dat ik mijzelf toch uit mijn luie zetel kreeg gesleurd waren – ondanks het feit dat ik geen nieuwe soorten zag – telkens meer dan de moeite. Vogels kijken is altijd fascinerend. Wat je ook ziet. Genieten van elke vogel die je pad kruist blijft de boodschap. Een groepje staartmezen minuten lang bekijken terwijl ze een voor een van de ene struik naar de andere vliegen. Ze spreken dat duidelijk af. Zelden zie je er meerdere samen gelijk doorvliegen. Paniekerige roepjes die aanzwellen, om vlak daarna een sperwer voorbij te zien flitsen. Een groep mannelijke wilde eenden nu in prachtkleed vol testosteron, rond een vrouwtje peddelend, in de volle zon. De groene tint op hun kop is een uitdaging voor elke kunstenaar. Eigenlijk zou wilde-eend-groen een kleur moeten zijn tussen de verfpotten van elke producent. Niet te evenaren!

De ultieme wintergast, koperwiek (Foto: Alex Bogaerts)

Vandaag had ik zelfs vanachter mijn keukenraam zo een heerlijk momentje. Op mijn voor de winter kortgemaaide bloemenweide is het nu voor heel wat vogels feest. Ze komen in de bereikbare bodem lekkers zoeken. Zo is een vrouwtje groene specht – te herkennen aan het ontbreken van rood in haar snorstreep – (jazeker, de vrouwtjes bij deze specht hebben een snor) al een paar dagen vaste klant.
Maar vandaag zat het gazon vol met lijsterachtigen. Maar liefst drie soorten. Een paar gitzwarte merels, een drietal zanglijsters – tegenwoordig ook al niet meer alledaags – en voor het eerst in mijn tuin op de grond, koperwieken. De oogstreep gaf mij alvast dadelijk het signaal dat ik naar iets anders dan een zanglijster aan het kijken was. Primeurtje, een kleintje. Maar zeker zo leuk als een soort bij vinden voor mijn jaarlijst.

Ongemanierde bende

Koperwieken zijn wat mij betreft het signaal dat de winter er aan komt. Wat de boerenzwaluw voor de lente is, zijn zij voor het koudere seizoen. En zoals één zwaluw de lente niet maakt, komen koperwieken ook nooit alleen. Ze arriveren altijd in groepen. Plots zijn ze er. Vaak samen met hun grotere neefjes, de kramsvogels.
Hun naam is ook heel goed gekozen. Ze zijn echt koper in hun wieken. Eigenlijk er onder, hun oksels en flanken kleuren warm rood, eerder rosachtig. Maar wel verbijsterend mooi. Zeker als je ze van dichtbij in de vlucht kan bekijken. Maar dan moet je wat geluk hebben. Want hier hebben ze de gewoonte om te verzamelen in een zo dicht mogelijke struik, liefst een meidoorn. Om pas als je er heel dicht bij komt onder luid protest er uit te vliegen. Waar je er een paar in zag duiken, vliegen er dan plots tientallen op. Door elkaar zodat ik niet kan beslissen welke ik nu goed ga bekijken. Voor ik het besef zitten ze al in een andere struik of hoog in een populier verder te ‘tsjakken’ over die rare vent die hun maaltijd kwam verstoren. Wat een ongemanierde vent! Op dat moment denk ik over hen een beetje hetzelfde.

Nieuwe editie, nieuwe aankoop

Net iets meer dan een jaar geleden schreef ik een blogpost over de aankoop van deze Vogelgids. De beste op de markt. Maar wie heeft opgelet ziet dat er nu plots een ander vogeltje op de cover staat. Dit komt doordat ik opnieuw een exemplaar kocht. Want er is een nieuwe versie uitgebracht, de 11de herziende druk in het Nederlands.

Gekke uitgaven

Waarom zou iemand in godsnaam dit boek elke keer als er een licht gewijzigde versie uitkomt weer kopen? Diezelfde vraag kreeg ik van mijn echtgenote. Dit toen ik aan de keukentafel mijn vorige versie zat te vergelijken met deze nieuwere uitgave. Want bijna elke bladzijde leek identiek.
Het antwoord is even duidelijk als banaal. Waarom koopt de jeugd (of mogelijk ook volwassen mensen) steeds de nieuwste smartphone? Omdat die volgens hen weer iets meer kan of wat beter is. Hier dus net hetzelfde.
Om mijn echtgenote gerust te stellen geef ik hier een overzicht van wat er beter en vollediger is aan de laatste versie van deze geweldige vogelgids.
Om mijn geweten wat te sussen is deze tekst uittikken zeker waardevol. De uitgever steekt een hart onder mijn riem door te stellen dat er 32 extra pagina’s ter mijner beschikking zijn. Minstens 50 tekeningen werden opnieuw of voor het eerst geschilderd. In mijn vorige exemplaar zou het gaan over ruim 770 soorten. Nu staat er op de achterflap dat het er meer dan 900 zijn geworden. Een beetje overdrijven mag denk ik dan.

Gestart met een dipje

Ik moet tot bladzijde 45 geduld hebben voor ik een eerste wijziging ontdek. Eentje die in mijn ogen dan ook nog eens een stapje terug is. Weliswaar zie ik dat er bij de witkopeend een baltsend mannetje opduikt. Maar de rosse stekelstaart is spoorloos. Na wat zoeken blijkt ze verhuisd te zijn naar de sectie ‘ontsnapte vogels’. Voor deze soort een harde confrontatie met de werkelijkheid.

Rosse stekelstaart, vanaf nu een ontsnappingskoning (Foto: Wikimedia)

Maar vanaf nu gaat het alleen maar bergopwaarts. Zowel bij het auerhoen als het korhoen krijgen de vrouwtjes de aandacht die ze verdienen. Prachtige tekeningen van deze ‘ladies’. Ook het zo mysterieuze hazelhoen wordt wat beter in de verf gezet.
De fazant verschijnt zelfs op twee plaatsen: een keer bij de hoenders en een keer bij de ontsnapte exemplaren. In het veld is dit ook vaak zo een twijfelgeval.
Meerdere soorten krijgen meer ruimte. Kwartelkoning bijvoorbeeld, waar je nu ook een juveniel kan herkennen. Bij elke duiker staat het vliegbeeld en nu netjes bij. De vergelijking tussen een drijvende duiker, fuut en aalscholver is verdwenen. Volgens de auteur moet je die verschillen ondertussen dus wel kennen.

Rovers in de verf

Visarend krijgt vanaf nu een volledige pagina ter beschikking, wat trouwens volledig terecht is. Heel wat roofvogels krijgen extra tekeningen. De gieren worden meer opgedeeld. Maar ook de wouwen zien er prachtig uit. Op dezelfde pagina duikt ook de grijze wouw op. Netjes waar hij thuishoort.
Maar een topper is de weergave van heel wat vliegbeelden van kiekendieven. Wat een kunstwerkjes. Trouwens een nuttige aanvulling. Want die sierlijke akker-engelen determineren blijft een hele opgave. Alle hulp is dan ook meer dan welkom. Zelfs de donkere fase van grauwe kiek krijg een eigen plekje.
Waar ik ook blij mee ben is dat de buizerd een stukje naar voor schuift. Bank vooruit en een kus van de juffrouw (of mag dat niet meer?).
Bij de valken lijkt alles hetzelfde als in de vorige uitgave. Tot ik bij de slechtvalk aankom. Daar duikt een blekere versie op. ‘Sakerachtig’ schreef de auteur er bij. Lijkt mij een prachtig exemplaar dat ik voorlopig nog nooit tegenkwam. Maar de kans dat dit aan mij ligt is natuurlijk heel groot.

Bij de steltlopers lijkt er niet zo veel veranderd. Enkel de volgorde van de pagina’s is anders. Zo duiken de meer zeldzame exemplaren op vlak achter ‘onze’ versies. Handig? Volgens mij wel. Maar de kans dat minder ervaren vogelaars sneller bij een zeldzaamheid uitkomen is wel iets groter denk ik.

Bij de sternen heeft de auteur zich goed laten gaan. Daar duikt ook de eerste nieuweling op: Amerikaanse koningsstern. Waar men vorige keer bij de kleinste van deze sierlijke vliegers begon, de dwergstern, starten ze nu bij het andere uiterste: de reuzenstern. Even alles omgegooid blijkbaar.
Bij heel veel sternen staan nieuwe tekeningen. Maar ook nieuwe soorten die ontbraken in de vorige editie.

Ook bij de uilen krijgen verschillende soorten meer en nieuwe tekeningen. Dit is zo voor lapland-, oeral-, sneeuw-, sperwer-, ruigpoot- en dwerguil. Alleen al door naar deze mooie kunstwerkjes te kijken krijg ik zin om vanavond de donkere nacht in te duiken op zoek naar deze nachtrovers.

Meer en mooier

Wie dacht dat er maar één soort gierzwaluw rondvliegt zal verbaasd opkijken. Net geen 10 soorten worden afgebeeld. Bijeneters blijken ook in meerdere vormen en kleuren te verschijnen.
De zwarte specht mag even van houding veranderen en de afbeeldingen bij de witrug- en de drieteenspecht schudden ze wat door elkaar. De ondersoort ‘sharpei’ – niet de hond, maar de groene specht – krijgt ook een tekening van hemzelf.
Nieuwe afbeeldingen ook voor boerenzwaluw, roodstuitzwaluw – met de ondersoort ‘japonica’ ook in beeld -, huiszwaluw, roodborst, nachtegaal en noordse nachtegaal. Bij de rosse waaierstaart idem, enkel de tekening met de typische houding met de opgerichte staart is verdwenen.

Stekelstaartgierzwaluw kan je nu ook herkennen met deze vogelgids (Foto: Flickr)

Gekraagde en zwarte roodstaart worden veel beter in beeld gebracht. Net als de zwarte waaierstaart – stond vorige keer bij de dwaalgasten – en de Perzische roodborst. Een geweldige bijdrage is deze over de blauwborst, de kleuren spatten als het ware uit het boek!
De blonde tapuit is vanaf nu één soort. Oostelijke en westelijke werden samengevoegd. Voor de lijstjesmakers eentje minder dus. Maar dat was al langer het geval dacht ik.

Ode aan de grauwe gors

Ooit gehoord van de palmapimpelmees. Toch een geweldige naam die blijft hangen. Wel, ze staat nu in deze vogelgids. De zwarte mees moest dan ook een paar pagina’s naar achter hierdoor. Bij deze sympathieke meesjes is de ondersoort ‘britannicus’ spoorloos.
Blij ben ik ook met de extra aandacht die de matkop en de glanskop krijgen. Deze bijna identieke tweeling kan je nu dus weer wat beter uit elkaar houden.
Nieuw is ook de Kaspische mees. Bij de staartmezen duikt een bijkomende ondersoort op: ‘siculus’. Baardmannetjes en buidelmezen krijgen wat ze verdienen: prachtige, nieuwe illustraties. Ook de rotskruiper spat van zijn blad, bam op je netvlies.

Bij de barmsijzen krijg je een mooi overzichtelijk beeld van alle ondersoorten. Goudvink en appelvink herken je nu ook in hun juveniel kleed. Langstaartroodmus krijgt een promotie van één regeltje bij de extreme dwaalgasten naar een eigen plekje met afbeeldingen.
Een leuke verrassing is dat de soort in ons logo van de vogelwerkgroep Fruitstreek een update krijgt. Een mooie update trouwens. Alleen de vlucht met hangende pootjes is gesneuveld. Dat vind ik persoonlijk wel jammer.

Leve de ontsnapten

Bij de lijst van de dwaalgasten stijgen we naar 66 soorten – het waren er 59 in de vorige uitgave – en elke soort krijgt minstens één afbeelding. Netjes.

Ooit gehoord van de Kaapverdische pijlstormvogel, Atlantische geelneusalbatros, Zuidpooljager of de Kamtsjatkameeuw? Als ze nu voorbij vliegen en je deze vogelgids bij hebt, kan je ze denkelijk feilloos herkennen (keep on dreaming).

Kamtsjatkameeuw, niet langer een onbekende (Foto: Wikimedia)

Om af te sluiten nog een blik op de lijst van mogelijk ontsnapte vogels, de zogenaamde escapes. Voor de doorwinterde vogelkijkers soorten om straal te negeren. Want ze hebben op hun lijstjes totaal geen toegevoegde waarde.
Zelf ben ik echter een grote fan van deze ‘survivors’. Niet enkel konden ze ontsnappen uit een denkelijk te klein kooitje. Daarnaast slaagden ze er vaak in om in onze regio te overleven.
Volgens deze vogelgids zijn ze met 37. Zes meer dan de vorige keer. Maar wij weten dat hun lijstje oneindig is. Rosse stekelstaart, helmparelhoen en een trits kleurrijke en exotisch uitziende fazanten werden naar hier verbannen. Maar de leukste nieuwkomer vind ik toch de Japanse nachtegaal.

Dat mijn bewering – dat deze lijst totaal niet volledig is – klopt, bewijst het ontbreken van het kleurrijke saterhoen en de statige kroonkraanvogels die ik met mijn eigen ogen ooit zag op mijn local patch. Een ontmoeting die ik niet snel zal vergeten. Eigenlijk hoorden ze dus ook thuis in deze vogelgids. Of misschien verdienen al deze leuke soorten een volledig eigen vogelgids?

Over geblazen

Extreem weer aan de overzijde van de oceaan levert soms zeldzame dwaalgasten op in Europa. De laatste maanden was dat zeker het geval. Ergens een of andere orkaan had daarvoor gezorgd.

Vooral de meer westelijk gelegen landen of eilandjes krijgen dan hun deel. Maar ook ons land kan dan leuke soorten opleveren, meestal aan de kust. Zo was er de waanzinnige waarneming van een bonte zanger in Heist. Zelf ben ik niet gaan kijken (de twitch-mania ligt al een tijdje achter mij). Maar als er in mijn buurt een nieuwe lifer opduikt (soort die je nog nooit in je leven hebt gezien), dan durf ik wel eens in de auto te springen.

Streepje voor

Dit weekend was dat het geval. In Hollogne-sur-Geer, een leuk natuurgebiedje vlak over de taalgrens, werd een Amerikaanse wintertaling ontdekt. De dag na de vondst reed ik samen met Kristof er naartoe. De aanwezigheid van deze dwaalgast had toch wel wat volk op de been gebracht. Hoewel, de vogelkijksters (jawel, de vrouwelijke versie, die zijn er steeds meer) in de kijkhut bekeken ons met grote ogen toen wij vroegen of ze ‘die Amerikaan’ hadden gezien.
Net ervoor hadden we hem kort kunnen bekijken in een groep van ‘gewone’ wintertalingen voor hij opvloog en die dag niet meer werd gespot.
Deze Noord-Amerikaanse versie van onze eigen wintertaling heeft een paar opvallende verschillen met zijn Europese neef.
De meest duidelijke is de verticale witte streep op de zijborst. Die mist onze wintertaling. Die heeft dan weer een horizontale streep op zijn flank (hoewel je die vaak niet echt kan zien). Het is een beetje zoals het Amerikaanse kiessyteem. Je hebt de keuze uit twee dingen. In dit geval horizontaal of verticaal.
Verder heeft onze wintertaling een geelbruine omlijning rond de groene vlek op de kop. Ook hier weer is dat niet altijd duidelijk te zien. De borstkleur van de Amerikaanse versie is ook dieper van kleur. Kortweg, die verticale witte streep is de trigger om een Amerikaanse wintertaling te herkennen.

De Amerikaanse wintertaling van Hollogne (foto Paul Pugh)
‘Gewone’ wintertaling met hier heel duidelijk die witte lijn en omlijning op kopvlek (Foto Wikimedia)

Twee keer gescoord

Dankzij dit leuke eendje stijg ik met 1 soort op mijn Belgische lijst (296). Weer iets korter bij die begerenswaardige 300.
Maar ook mijn jaarlijst van mijn local patch steeg met 1 soort. Deze morgen bleken mijn netten bevroren. Dus geen ringwerk voormiddag met een dagje verlof op het programma. Ik besloot dan om nog eens vogels te gaan kijken in de Broekbeemd. Gert had mij gezegd dat de waterral zich opnieuw regelmatig liet horen. Ook voor mij bleek deze jaarlijkse wintergast zijn stem te verheffen. Nummer 102 op mijn lijst voor dit jaar.

Century met twee keer zwart

Een aantal onder jullie weten dat er in de titel verwezen wordt naar het, dankzij een Limburgse wereldkampioen, populaire snooker. De kenners onder hen zien ook dat er een grote fout zit in diezelfde titel. In snooker is er maar één zwarte bal. Die is wel 7 punten waard. Maar bij mij zijn die zwarte vogels, waar ik naar verwijs, elk één punt waard.

Zwart nummer 100

Het was een eerste zwarte vogel die mij bij de 100 bracht. Een overvliegende raaf tijdens het ringen. Op dit moment zeker geen enorm zeldzame soort om te zien. Ze zijn aan een meer dan stevige opmars bezig. Broedgevallen in Limburg stijgen als de kostprijs van je winkelkarretje in de supermarkt. Heel snel dus.
Dat ik er dit jaar eentje op het nest kon ringen bij mij in de buurt is het bewijs dat mijn stelling klopt. (lees het verhaal over die raaf hier).

De overvliegende raaf boven mijn tuin merkte ik op dankzij een groep kauwen die stevig van hun neus (of is het snavel) maakten. Meestal een teken dat er een roofvogel voorbij komt. Deze keer was het een raaf. Deze imposante vogel zelf kreeg ik niet te zien. Maar hij verraadde zijn aanwezigheid door meermaals de lage en knorrende roep te laten horen.

Exemplaar dat diezelfde dag over de telpost vloog

Zwart nummer 101

Ondertussen zitten we net boven de 100. Dit dankzij een zwarte mees die zo vriendelijk was om in mijn netten te vliegen.
Ondanks dat we al in oktober zijn beland, loop ik elke morgen nog met een t-shirt aan tussen mijn netten. Aangenaam, maar totaal niet normaal. De soortenlijst is dan ook redelijk beperkt. Logisch volgens mij. Wie haalt het in zijn hoofd om een lange en gevaarlijke tocht aan te vatten, als het zo een weertje is en er ook nog eens eten in overvloed rondvliegt. Ik zou ook in mijn (strand)zeteltje blijven zitten.

Eerste zwarte mees voor dit jaar

De septemberverklaring

Als de politiek het nodig vindt om in september de balans op te maken, kan ik niet achter blijven. Wat bracht dat vroeg opstaan om te gaan ringen nu eigenlijk op?

Cijfertjes

Mijn netten hebben deze maand (sept 2023) 71u30 open gestaan. Dit leverde 1.282 vogels op met een gemiddelde van net geen 18 vogels per uur. Toch een vermelding in de top drie waard.

De top vijf per soort werd zoals altijd geleid door de zwartkoppen (743), gevolgd door roodborst (108), kleine karekiet (85), fitis (73) en tjiftjaf (68).
Vette kersen waren draaihals, bladkoning, cetti’s zanger en noordse fitis. Leuk waren ook een late bosrietzanger en een snor. De eerste vuurgoudhaantjes vlogen ook al in de netten.

Het oranje ‘kroontje’ van de vuurgoudhaan blijft mij verbazen

Acredula

Met nu al 100 geringde fitissen op de teller lijkt het gebruik van het geluid dat Eddy mij doorstuurde te werken. Het gros is wel al voorbij, maar toch is het een mooi aantal voor mijn ringplek.
De kans om dan een ‘noordse’ te vangen is dan ook groter. Op 16/9 lukte mij dat. Een opvallend lichtere fitis met een veel grijsbruinere tint. De onderzijde bijna volledig wit. Een noordelijke gast op bezoek.

Ondersoort acredula
Zo goed als volledig witte onderzijde

Nieuw bloed

Ik zit op één soort van de magische 100 soorten op mijn local patch. Dit dankzij een motiverende cursus over vogels kijken. Wat het ene met het andere te maken heeft lees je hier.

Bruine kiek

Nadat ik met een aantal cursisten op pad ging aan het Schulens Meer, kreeg ik door hun enthousiasme zelf opnieuw zin om nog eens een wandeling te maken op mijn local patch. Het ringwerk neemt veel tijd in beslag en dus was het al even geleden dat ik daar ging zoeken naar vogels. Ik koos er voor om naar een aangrenzend klein akkergebiedje te gaan. Daar bleken de velden pas geoogst en dus bijzonder geschikt voor soorten als tapuit of piepers. Die hoopte ik dan ook te zien. Niet dus.
Geen tapuit te zien. Maar wel verschillende buizerds die van de gelegenheid gebruik maakten om een snelle hap te scoren. Na maaiwerken liggen er altijd wel wat dode knaagdieren voor het oprapen. Een stuk makkelijker dan er eentje levend te vangen. Plots merkte ik een overvliegende roofvogel op die helemaal anders was dan die buizerds die ik al even zat te bekijken. Veel bredere vleugels, een omlaag gerichte snavel en kop. Dit was een bruine kiekendief! Met mijn verrekijker zag ik de gele kruin die mijn vermoeden bevestigde. Een nieuwe jaarsoort voor hier.

Bruine kiekendief (ander beest dan waarover ik schreef)

Op de terugweg ging ik, zoals vaker, nog even langs bij de vijver van Maupertuus. Water is altijd een aantrekkingspool voor vogels en blijkbaar dus ook voor mij. Daar vond ik nummer 99 voor dit jaar. Tussen de wilde eenden zag ik een kleiner beestje dobberen: dodaars. De kleinste fuut in ons landje. Een heel gewone soort, maar niet voor mijn gebied. Dat het er twee waren belooft voor volgend broedseizoen. Een beetje dromen mag.

Oranje kiek

Het enthousiasme van de groep cursisten had mij dus twee extra soorten opgeleverd. Maar hun kennismaking met de hobby vogels kijken zullen ze ook niet snel vergeten. Nadat we vrijdagavond hun hadden verteld hoe je vogels kan determineren, gingen we zondagmorgen op pad om dit ook in de praktijk toe te passen. In laatste instantie kozen we voor het Schulens Meer. Een terechte en gouden switch bleek later.

Een aantal cursisten in actie (foto Andre Gaens)


Niet enkel startte de dag met een prachtige zonsopgang over een met mist overdekte meer, maar er werd een indrukwekkend soortenlijstje bij elkaar gevogeld. Wat gedacht van krombekstrandloper, ijsvogel (meermaals mooi in zit op een paaltje), visarend (voor sommigen zelfs in actie, duikend in het water naar een dikke vis) en velduil (recht op ons af vliegend opgejaagd door een bende schreeuwerige meeuwen). Soorten waar ik vaak lang heb over gedaan om ze te zien te krijgen. Zij kregen ze op hun eerste uitstap aangeboden.
Maar de ster van de dag was zonder twijfel een juveniele kiekendief die vlak voor onze neus kwam voorbij glijden.

Grauwe of steppekiek (Foto Leen Proesmans)

Mystery-bird

Dadelijk gingen er bij een aantal van de leden van onze Vogelwerkgroep (die waren erbij om de cursisten te begeleiden tijdens hun determinatieopdracht) alarmbellen af. De kreet ‘blauwe kiek!’ werd al snel naar de achtergrond verbannen. Want de oranje onderzijde van deze roofvogel en de opvallende bleke halsring waren kenmerken voor grauwe en mogelijk zelfs steppekiek.
Omdat het beestje zo vriendelijk was geweest om vlakbij de groep langs te zeilen, werden er heel wat goede foto’s gemaakt. Die werden dan ook druk bekeken. Het woord ‘steppe’ viel al vrij snel. Maar was het er ook effectief eentje?
Het verhaal stopte dan ook niet na de uitstap. Eerst werden heel wat foto’s verzameld om zo veel mogelijk kenmerken te kunnen checken. Maar binnen onze werkgroep raakten we er nog niet volledig uit. De score voor grauwe en steppe stond op een ex aequo. Dus schakelden we de kiekendief-specialisten in (jawel, die bestaan). Daar kwam het antwoord ook niet dadelijk en ook daar waren er tegengestelde determinaties. Maar op het einde kwam er dan toch een verdict: steppekiek!

Het was op basis van deze foto van Andre Gaens dat de balans in de juiste richting sloeg. Waar ik er van uit ging dat die lichte halsring en de donkere ‘boa’ een belangrijk kenmerk was, bleek dat niet altijd zo te zijn. Er vliegen blijkbaar ook grauwe kiekendieven rond waar dit er zo kan uitzien.
Ook de kleur van de onderdelen is niet altijd een uitsluitsel. De reden waarom zie je perfect in mijn blog. De kleur van de onderzijde van de vogel is bij de eerste foto veel intensiever dan bij die op de onderste foto. Dit gaat om hetzelfde exemplaar. Lichtinval, intensiteit van het zonlicht en vooral de interpretatie van die kleur is zeer variabel. Nadien conclusies trekken op basis van een foto is heel gevaarlijk.
Het kenmerk waardoor de specialisten met zekerheid er een steppekiek van maakten is de ondervleugel. Op de foto van Andre is die deels te zien. Maar net genoeg om een oordeel te vellen. Zo zie je op de foto een duidelijk witte wig aan de basis van de slagpennen. De ‘boomerang’ noemen de specialisten het.
Genoeg bewijs om deze zeldzame steppekiekendief te noteren op een geweldig lijstje van onze uitstap met de cursisten. Dat is pas een binnenkomer!

Royaal bezoek

Eind september, dan wordt het elke dag uitkijken wat er allemaal voorbij komt. Naar de netten lopen is dan extra spannend, want alles is op dit moment mogelijk. Vandaag werd dat nog maar eens bewezen.

Klein juweeltje

Terwijl de ‘tjiffen’ stilaan op gang komen hoopte ik op een leuke bijvangst. De bladkoning is er zo eentje. Waar men vroeger dacht dat deze soort enkel aan de kust voorbij kwam, bleek dat totaal verkeerd. Vanaf het moment dat er ook ringers in het binnenland het geluid gingen afspelen, werden er regelmatig ook daar gevangen. Zo ook bij mij. Deze morgen haalde ik nr. 11 voor mijn ringplek uit de netten.
Met zijn opvallende gele wenkbrauwstreep en subtiele, dubbele vleugeltekening is het een beauty. In de hand zie je pas wat een liliputter dit vogeltje is. Met pakweg 10cm is hij net iets groter dan een goudhaantje. Ik was alvast heel blij om hem nog eens te ontmoeten.

Bladkoning nummer 11

Knaller

Maar daar hield het niet mee op. Twee netten verder was er een tweede verrassing. Een Cetti’s zanger. Nog maar de 3de voor mij op mijn ringplek. Wat een beetje verwonderlijk is, want deze soort is alom tegenwoordig. Wel vaker in gebieden met riet, maar de kans dat er eentje hier voorbijkomt moet toch groter zijn dan ik nu kan vaststellen.
Het is een soort die wel niet echt trekgedrag vertoont in ons landje. Ze overwinteren hier. Dus hoor je ze gans het jaar door. En horen doe je ze. Hun zang lijkt op een explosie van tonen. Heel kort en heel luid. Maar hem zien is een heel ander verhaal. Ze sluipen als het ware door het riet.
Dat ik er vandaag eentje in de hand had ik dan ook een voorrecht.

Cetti’s zanger, zonder geluid.

Ondertussen zit ik aan 97 soorten voor mijn local patch. Met dank aan een prima jaar op mijn ringplek. Eén soort boven mijn jaardoel en op 3 soorten van de magische grens van 100 soorten. En dat met nog ruim 3 maanden te gaan.

NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research