Wittekop of niet ?

Eén van de sympathiekste vogeltjes die ik ken is het staartmeesje. Een nerveus bolletje met een lange staart. Zijn naam heeft hij dus niet gestolen. Ze duiken op dit moment op in groepjes actief rondhippend in de struiken in groepjes van vaak tientallen vogels. Vaak vergezeld van andere mezen of ander klein grut. Groepen die trouwens vaak het bekijken waard zijn, want er kan vanalles tussen meehuppelen.

Noorderling.

En soms zitten er exemplaren tussen met een volledig witte kop. Dit kan een witkopstaartmees zijn of de Noordelijke ondersoort caudatus. Maar opgelet een witkopstaartmees heeft altijd een witte kop. Maar een staartmees met een witte kop is niet altijd een witkopstaartmees.

Een echte caudatus heeft een zuiver witte kop. Met het minste bruin of zwart in de wangen of hals spreken van een “witkoppige staartmees”. Een tussenvorm, mogelijk een hybride, of een afwijkende vogel. Een caudatus is ook op de onderzijde merkelijk witter dan “onze” staartmees. Opvallend is ook de zachte roze schijn op de flanken. Ook het wit op de vleugeldekveren is meestal opvallender en breder.

Dus zeg niet te snel witkopstaartmees tegen eentje met een witte kop. Goed bekijken is de boodschap en met zo een nerveus rondspringend bolletje is dat niet altijd simpel.

Aegithalos_caudatus

Een “witkoppige” staartmees.

Длиннохвостая_синица_(Aegithalos_caudatus)

Een witkopstaartmees, echte caudatus.

TV-birding.

De laatste dagen “genieten” we van miezerig en nat winterweer. En dan is vogels gaan kijken niet altijd aan de orde. Enerzijds is het niet leuk om bij regenweer naar buiten te gaan. En anderzijds zie je ook veel minder vogels. Die zitten ook liever droog.

Alternatief.

Dus die dagen geen vogeltjes om naar te kijken ? Neen hoor, er zijn tal van alternatieven. Het moment bijvoorbeeld om je vogelgids langs een warm kacheltje eens door te nemen. Op die manier leer je ook vogels kennen.

Maar ook heel plezant is om vogels te kijken op je TV. Niet echt iets wat ik wil promoten, maar soms breekt nood wet. Dan denk ik allereerst aan de mooie natuurdocumentaires die je kan bekijken. Maar soms kan je ook in andere programma’s vogels tegen komen. Dat is nog spannender dan die mooie docu’s. Want op elk moment kan er wel ergens een soort opduiken.

31b5523b-4660-4c4e-9b31-96bdd00cec64

Wat dacht je van deze (duidelijk opgezette) roodborstlijster in de Disney-prent Mary Poppins.

TV-lijst.

Zo ben ik ooit gestart met een heuse TV-lijst. Alle soorten die ik op TV tegenkwam werden genoteerd en bijgehouden. Ik heb het niet zo lang volgehouden omdat de real stuff toch nog altijd veel leuker is. Maar misschien willen jullie dit wel eens proberen. Groot voordeel… je kan het beeld stopzetten en de vogel zo lang bekijken als je dat wil. Zo kan je alle kenmerken mooi noteren en hem daarna in je vogelgids opzoeken. Let wel op want soms is je gids van Europa niet voldoende. Je kan zo de hele wereld afreizen zonder in een vervuilend vliegtuig te moeten stappen en zo heel wat vogels ontdekken.

angry_bird_tv

En soms zitten er soorten bij die in geen enkele vogelgids staan.

Werk van barmhartigheid.

In heel wat tuinen worden momenteel vogeltjes van lekkere hapjes voorzien. Deze pop-up restaurantjes zijn leuk maar ook belangrijk voor onze tuinvogels. Want de winter blijft een harde periode om door te komen.

Menu.

Maar wat zetten we op het menu ? De variatie kan enorm zijn van zaadmengeling, vetbollen, pindasnoeren tot potjes met pindakaas en zelfs meelwormen. Zowat alles is mogelijk. Let er enkel op dat je geen gezouten dingen op de voedertafel legt. Want dat is funest. Vetbollen zijn meestal favoriet. Want ze weten dat daar heel veel energie in zit om het warm te krijgen. Een lekker vette vogel is meestal ook een overlevende vogel.

Weet dat je zulke vetbollen makkelijk zelf kan maken. Je vindt er alles over op internet. Zelf koop ik vaak pakken frituurvet. De goedkoopste versie is prima. En die prik ik gewoon op een schroef op mijn voedertafel. Anders gaan de houtduiven er snel mee vandoor. Vooral spreeuwen vinden dit een delicatesse.

Etages.

Zorg ook dat je op een paar plaatsen een pop-upje maakt. De concurrentie is heel groot en met meerdere plaatsen kunnen ook de iets minder baldadige soorten een graantje meepikken. En strooi ook ergens een deel zaad of kapot geklopte vetbollen op de grond uit. Soorten als vinken, heggenmussen, merels vinden dat dan leuker om eens langs te komen. Bij stevig vriesweer is een schaal met water ook een aanrader.

kramsvogel0001-2

Merel en kramsvogel ruzieën over een appeltje.

Genieten.

En voor de rest is het puur genieten. Zorg dat je je voederplaats mooi kan bekijken van achter je raam. En ik ben er zeker van dat je je verrekijker dan wel ergens bij de hand gaat houden. Hou eens bij welke soorten je allemaal te gast krijgt in je pop-up. En als je dan toch aan het tellen en noteren bent. Dan kan je evengoed meedoen met de tuinvogeltellingen. Een aanrader.

Alle info voor België op https://vogelweekend.natuurpunt.be  en voor Nederland op http://www.tuinvogeltelling.nl

Ne ruige of gene ruige.

De meest voorkomende roofvogel in ons land is de Buizerd. Dus als je een grote roofvogel ziet is het meestal deze rakker. Hoog opcirkelend op de thermiek of luid “miauwend” overvliegend. En vaak zittend op een paaltje in een akker- of weidegebied.

Wesp.

Een soort die er vaak op lijkt en heel vaak ook wordt verward met buizerd en omgekeerd is de wespendief. Momenteel zitten die lekker in een Afrikaans zonnetje te soezen. Dus nu kan je ze niet verwarren. Want zowel de buizerd als de wespendief lijken niet alleen in vorm veel op elkaar. Maar beide soorten hebben ook een zeer variabel verenkleed. Van bijna volledig witte vogels tot heel donkere exemplaren. Ze noemen de buizerd dan ook bij onze Waalse vrienden een busse variable.

Wespenbussard_Pernis_apivorus_by_A._Görtler_Edit

Een wespendief is over het algemeen slanker en minder zwaar dan een buizerd. Hij vliegt ook anders, zwevend als een zweefvliegtuig met zijn staart draaiend als roer. De kop noemen ze “duifachtig”, wat duidt op de smalle en spitse vorm. De staart is duidelijk langer dan bij buizerd. Kenmerkend in vlucht is de grote ovale of rechthoekige polsvlek die bij een buizerd een meer halvemaanachtige vorm heeft. En als je het geluk hebt om hem van dichterbij te bekijken dan valt de kleine snavel en het helgele oog op.

Ruigpoot.

Minde makkelijk wordt het met de ruigpootbuizerd. Een wintergast die af en toe opduikt in ons landje. Er zijn buizerds die wel heel hard proberen op hun neefje de ruigpoot te lijken. Dus voor je deze soort in je noteboekje neerpent best twee (of zelfs drie tot vier) keer goed kijken.

buizerd0001-3

Buizerd

Buteo_lagopus_Iona1

Ruigpootbuizerd.

Onze Noordse gast kan je soms herkennen aan zijn gedrag. Want hij heeft een totaal andere manier van jagen als de buizerd. Ruigpoten bidden boven hun jachtgebied. Let op, buizerds doen dit doms ook, maar onhandiger en minder elegant dan de ruigpootbuizerd. Dus dit is zeker geen goede manier om te besluiten dat je er eentje gezien hebt.

Afvinken.

De ruigpoot is iets groter en forser dan de buizerd en heeft langere vleugels. De staart is altijd het bekijken waard. Ze hebben een duidelijk felwitte staartbasis met witte bovenstaartdekveren afgezoomd met een duidelijke zwarte eindband. Onderkant iets minder duidelijk. De kop en borst is meestal roomwit en goed contrasterend met de donkere bruinzwarte buik. Een ruigpoot heeft ook steeds een zwarte buikvlek en heel opvallende polsvlekken (geen komma’s zoals buizerd). De staartband is bij juveniele vogels minder uitgesproken. En bij adulte vogels mooi scherp afgetekend vaak met twee of drie smallere banden erboven, vooral bij mannetjes. En natuurlijk (even toevoegen dankzij een opmerkzame lezer), bij een ruigpootbuizerd is de tarsus beverderd tot aan de basis van de tenen en heeft een buizerd een kale tarsus. Hij heet niet voor niets een ruigpootbuizerd.

Dus de boodschap is als je denkt een ruigpootbuizerd te zien. Alle kenmerken overlopen en afvinken en als dan alles past kan je buizerd uitsluiten. En heb je weer een knalsoort bij op je life-list.

 

Vink or not to vink.

Op dit moment kan je op heel wat plaatsen mooie groepen vinken tegen komen. Ze gaan op pas geoogste akkers, stroken met onkruiden of op open plekken in het bos samen op zoek naar voedsel. En het is altijd een goed idee om zulke groepen wat beter te bekijken. Want de meer noordelijker broedende neef van de vink, onze keep, zoekt zulk gezelschap graag op. En hoewel een vink zeker meer dan de moeite is om te bekijken. Een keep, zeker een adult mannetje, laat mijn hartje toch nog net iets sneller kloppen.

Oranje.

Maar hoe haal je die kepen er nu uit ? In zomerkleed zou dit geen probleem zijn. Want zomerse mannetjes keep hebben een pikzwarte kop en mantel. En dit in combinatie met een warm oranje keel, borst en schouders. Dat is niet te verwarren met onze plaatselijke vink. Maar op dat moment zitten die kepen in hun broedgebied. En dat is jammer voor ons het noorden van Europa.

In de winter zijn ze iets minder opvallend gekleurd. Het zwart is bedekt met lichtbruine zomen. Dat gaat later door slijtage van de veren verdwijnen. De mantel is ook zwart met roodbruine zomen en niet pikzwart zoals in het broedkleed. Maar de grote verschillen met onze vink zijn de blekere flanken met meestal wat donkere vlekjes, de witte stuit die vooral in de vlucht fel opvalt, de oranje borst en schouders, de gele snavel en de oranje vleugelstreep. Bij de vink is de stuit nooit wit en de vleugelstreep wit of lichtbeige.

Fringilla_montifringilla_-Poland_-male-8

Mannetje keep in winterkleed.

Dames.

Bij de vrouwtjes is het nog wat beter opletten. Ook hier kan de vleugelstreep uitsluitsel geven, oranje bij de keep en wit tot beige bij de vink. Bij de vrouwtjes keep is de kruin en de nek donkerder, maar minder uitgesproken dan bij de mannetjes. Ook hier een oranje tint op de borst, schouders en ook de flank. Maar minder hevig als bij de mannetjes. De buik is bleek tot wit, terwijl bij onze vrouwtjes vink deze meer beige is.

En dan is er natuurlijk het geluid. Op het moment dat beide soorten bij ons samen voorkomen zal je ze niet vaak horen zingen. Dus is het letten op de roep. Bij de vink een kort en helder pink-pink. De keep laat een nasaal en luid k-jèèp horen. Dankzij dit geluid wordt hij hier bij ons een kwèèk-vink genoemd.

9294_chaffinch_bofink_fringilla_coelebs_maderensis_ribeiro_frio_madeira_portugal_20100413_4_1200

Vrouwtje vink

Fringilla_montifringilla_-Poland_-female-8

Vrouwtje keep.

Gorzen.

Gorzen zijn een leuke groep vogels die je op dit moment zeker kan tegenkomen. Zo zijn geelgors en grauwe gors standvogels en trekken rietgorzen nu door en zijn er die hier overwinteren.

Grauwe gors.

Ik begin met de meest zeldzame van de drie, de grauwe gors. Deze soort doet het heel slecht en wordt stilaan een heel zeldzame soort zowel als broedvogel als overwinteraar. De Belgische populatie wordt momenteel geschat op minder dan 300 broedparen.

Je kan de grauwe gors herkennen aan zijn fors formaat. Zijn verenpak is heel sober, daarom noemen ze hem dan ook denkelijk de grauwe gors. In vlucht vlat hij vaak op door hangende pootjes. En zijn zang is heel kenmerkend, het lijkt op een rinkelende sleutelbos.

Geelgors.

Gulspurv

Dan heb je de geelgors. Deze soort doet het beter en is de laatste jaren zelfs wat toegenomen. Hier heb je een veel opvallender verenkleed. De mannetjes zijn op de buik, borst en kop knalgeel. Ook in de winter kan je dat geel goed zien. Voor de rest een mengeling van bruin en geel op de vleugels en een warmbruine stuit. Op dit moment kan je ze meestal in groepjes tegenkomen naar voedsel zoekend op akkers. De vrouwtjes zijn minder geel, maar in hun verenkleed kom je toch altijd gele tinten tegen.

Rietgors.

352px-Reed_Bunting_male_and_female

Een derde soort die je vaker tegenkomt is de rietgors. Zoals zijn naam al laat vermoeden een bewoner van rietvelden. Maar tijdens de winter kan je ze, ook hier vaak in groepjes, overal tegenkomen. De mannetjes zijn te herkennen aan hun zwart witte koptekening. Deze is in de winter wel veel minder uitgesproken. De zwarte bevedering zit dan vaak wat verborgen onder de nog niet gesleten nieuwe veren van de rui. Maar naargelang het broedseizoen nadert komt door sleet die zwarte kop en keeltekening te voorschijn. Om in het broedseizoen klaar te zijn om, terecht, mee te pronken. De vrouwtjes zijn minder spectaculair getekend. Maar je kan ze toch herkennen aan de typische rugtekening, de donkere keel en de opvallende bleke wenkbrauw- en baardstreep.

Nog een rijtje.

Er zijn nog een aantal leuke soorten die je hier kan tegenkomen. Niet als broedvogel, maar vaak als dwaalgast of doortrekker.

We denken dan aan witkopgors (eind 2016 prachtig exemplaar in Widooie), ortolaan (meerdere doortrekkers elk jaar), dwerggors (zeldzame dwaalgast), ijsgors (elk jaar enkele op doortrek) en sneeuwgors (vaak aan de kust overwinterende groepjes).

1024px-Snow_Buntings_(Plectrophenax_nivalis),_Kwade_Hoek,_Netherlands

We reigeren ze aan elkaar.

Een reiger langs een sloot of zelfs midden in de stad is al lang geen ongewoon beeld meer. Deze soorten hebben zich goed aangepast aan ons mensen. Meestal gaat het hier om blauwe reigers. Maar ondertussen is de grote zilverreiger ook al een ingeburgerde gast in ons land. Het is de kleine zilverreiger die de zeldzame gast is geworden. En dan zeker in het binnenland. Maar hoe houden we ze uit elkaar ?

Blauwe.

Blauwe_Reiger

De meest voorkomende reiger in ons land en zelfs in heel Europa. Een indrukwekkende verschijning. In de vlucht opvallend postuur met zware vleugelslag, donkere en sterk naar beneden gebogen vleugels. Ingetrokken hals en naar achter gestrekte poten. Kleur blauwgrijs met blekere borst en hals. Bij adulte vogels een opvallende donkere wenkbrauwstreep die doorloopt in een kuif. Juveniele vogels missen deze kuif en hebben een niet zo zwarte wenkbrauwstreep en een valere borst en hals.

Grote zili.

grote zilver 21-01-2009

Met deze koosnaam benoemen vogelkijkers de grote zilverreiger. Volledig wit verenkleed valt dadelijk op. In de vlucht ook te herkennen door zijn majestueuze postuur. Snavel in winterkleed geel (in zomerkleed zwart) en poten donker (in zomerkleed geel).

Kleine.

16989430903_2943969975

Als er een grote is dan is er ook vaak een kleine. Zo ook bij de zilverreigers. De kleine zilverreiger kan je van de grote onderscheiden door de afmetingen. Maar als hij alleen zit is de snavelkleur het beste kenmerk. Altijd zwart met in de winter een blauwgrijze teugel (deel tussen oog en snavelbasis). In zomerkleed is dit geel. Vaak nog de mooie sierveren te zien van het broedkleed op de rug. Poten zwart met gele “voeten”.

Roofvogels in de vlucht.

Oktober is de maand bij uitstek om roofvogels te spotten. Heel wat soorten doorkruisen ons luchtruim op weg naar het zuiden. Want ook roofvogels trekken in de winter naar andere oorden. Zo duiken er in ons landje heel wat buizerds op van uit het koudere noorden. Ze herkennen als ze voorbij zweven is een hele uitdaging.

Grootte.

Het inschatten van de grootte van een vliegende vogel is niet makkelijk. Zeker niet als je geen vergelijking kan maken met andere vogels. Daarom dat er heel vaak mensen zijn die mij komen vertellen dat ze een arend hebben gezien. Na hun beschrijving van de vogel die ze waarnamen of in de gevallen dat er een foto werd gemaakt moet ik meestal vertellen dat ze een buizerd hebben gezien. Waarna ik meestal de reactie krijg “neen, die was veel groter dan een buizerd”. Terwijl het 100% zeker een buizerd was. Inschatten van grootte is niet simpel en zeker als je door een verrekijker of telescoop kijkt. Dus daar moet je dan ook mee opletten.

Een goed begin is om de roofvogel die je ziet proberen te plaatsen in de juiste familie. Dat kan door op bepaalde kenmerken te letten.

Valken.

In hun vliegbeeld vallen deze op door hun smallere vorm, meestal toegevouwen staart in vlucht en spitse en geknikte vleugels. Vertegenwoordiger zijn torenvalk, boomvalk, smelleken en slechtvalk.

Falco_peregrinus_-Morro_Rock,_Morro_Bay,_California,_USA_-flying-8

Slechtvalk

Kiekendieven.

Deze herken je meestal door hun gedrag. Ze hebben een typische manier van jagen. Laag boven de grond zoeken ze de beplanting af naar prooien. Dit met een “hobbelige” vlucht. Hoog in de lucht vallen ze op door hun smal lichaam (bruine iets breder), lange vleugels met vingers. Dit zijn de handpennen die los van elkaar kunnen onderscheiden worden.Vertegenwoordigers zijn bruine, blauwe, grauwe en als kers op de taart steppenkiekendief.

Blauwe_Kiekendief

Vrouwtje blauwe kiekendief.

Wouw.

Een zeer goed kenmerk is bij deze soorten de gevorkte staart in de vlucht. Bij rode heel duidelijk, maar bij zwarte iets minder opvallend. En daarmee heb je ook de twee vertegenwoordigers, de rode en de zwarte wouw.

1280px-Milvus_milvus_Jura

Rode wouw.

Snelle jagers.

Dan heb je de sperwers en de havikken. Soms moeilijk uit elkaar te houden. Het mannetje havik en het vrouwtje sperwer zijn dan ook nog eens ongeveer even groot. In de vlucht brede vleugels met stompe uiteindes. Het zijn heel snelle jagers die hun prooien tot tussen de begroeiing achtervolgen. Sperwer komt ook in je tuin jagen.

Accipiter_nisus_-in_flight-8-4c

Vrouwtje sperwer.

Buizerds.

De meest voorkomende soort in ons land. Zeker tijdens de trekperiode. Dus heel vaak gaat een roofvogel die je ziet vliegen of thermieken (omhoog cirkelen op warme lucht) een buizerd zijn. Hier zijn de brede vleugel, wat plompe vorm en brede staart een kenmerk (foto buizerd bovenaan post). Hoewel niet echt een vertegenwoordiger van die groep, want het is een andere familie, is de wespendief die erg op een buizerd lijkt in de vlucht. Verschil is de iets langere vleugels en de smalle spitse “duivenkop”.

Wespenbussard_Pernis_apivorus_by_A._Görtler_Edit

Wespendief

Grootste.

En dan heb je de groep van de arenden. Dit zijn roofvogels met grote spanwijdte (de afstand tussen de toppen van de opengesperde vleugels). Maar zoals al gezegd is dit vaak niet goed in te schatten. Maar als je ze ziet vliegen er vaak andere vogels in hun buurt zoals kraaien of buizerds om ze proberen te verjagen. Dan vallen ze dadelijk op door hun immense afmetingen. Zeearend noemen ze bijvoorbeeld de vliegende deur omdat hun tot 2m50 spanwijdte heeft. Arenden kan je herkennen aan hun forse bouw, brede staart en de vingers aan hun vleugels. De meest voorkomende soorten in ons landje zijn visarend en zeearend. Maar meest voorkomend is niet de juiste woordkeuze. Want deze familie blijft een zeldzame verschijning. En andere soorten zoals slangenarend, dwergarend en onlangs keizerarend in Nederland zetten een telpost gegarandeerd op stelten. Maar dat is dan weer een andere vogelfamilie.

Haliaeetus_albicilla_-Littleisland,_Norway_-juvenile-8a_(6)

Juveniele zeearend.

 

Paap of tapuit ?

Tapuit mannetje in zomerkleed

Momenteel zijn heel veel vogels op trek. En daar zitten nu regelmatig tapuiten en paapjes tussen. Hier zie ik er heel wat op de geoogste akkers. Het zijn beestjes die graag meewerken want ze hebben de gewoonte om op hogere plekjes te gaan zitten. Paaltjes, omhoogstekende planten in akkers of gewoon hoopjes aarde. Daardoor vallen ze goed op. Maar wie is nu wie ?

Tapuiten.

We hebben het hier voor alle duidelijkheid over de gewone tapuit. Want als je je vogelgids erbij haalt zal je merken dat er een hele trits tapuiten in staan. Dus als je een tapuit ziet zeker nog eens extra goed bekijken. Misschien is het wel een zeldzame soort. In winterkleed lijken al die soorten trouwens redelijk fel op elkaar.

Oenanthe_oenanthe_no

Vrouwtje tapuit

Een opvallend kenmerk van tapuit is de zwart en witte staartekening. Het is meestal door die tekening dat ik ze opmerk op akkers. Mannetjes hebben een brede zwarte oogstreep afgeboord met wit erboven en eronder. De borst bij de mannetjes is ook iets warmer van kleur dan bij de vrouwtjes. Deze herken je ook hun staarttekening. Maar die missen de zwarte oogstreep. In winterkleed verdwijnt dat zwarte masker. Maar toch kan je vaak toch nog sporen er van zien, vooral in de teugel die zwart blijft.

Paapje.

Vaak zie je in de buurt van tapuiten ook paapjes. Die zitten heel graag op hoge plekjes om de omgeving goed te bekijken. In alle kleden kan je ze herkennen aan de brede witte of beige wenkbrauwstreep. In broedkleed is het mannetje opvallend zwart-wit gekleurd met een fel oranje borst die naar de flanken loopt. Maar in de winter ruien ze naar een kleed dat gelijk is aan dat van de vrouwtjes. Enkel de witte vlek aan de basis van de handdekveren laat bij sommige exemplaren (vooral adulte vogels) zien dat het om mannetjes gaat. De bovenstaartveren en stuit zijn altijd bruin gevlekt wat ze ook onderscheid van de tapuit.

Saxicola_rubetra_1_(Martin_Mecnarowski)

Paapje, adulte man zomerkleed.

14470456263_4a6bf7997e_b

Paapje winterkleed.

Robotap.

En dan hebben we nog de roodborsttapuit, door heel wat vogelkijkers die niet graag schrijven afgekort naar robotap. In zomerkleed zijn de mannetjes onmiskenbaar. Maar in winterkleed wordt het al iets moeilijker. Hier geen witte of beige wenkbrauwstreep. zo kan je hem onderscheiden van de paapjes die die altijd hebben. En geen zwart-witte staarttekening. Dat is een kenmerk waarmee je hem van de tapuit kan onderscheiden. Maar dit gaat niet gebeuren want de vorm van een roodborsttapuit is heel anders dan die van een tapuit. Veel gedrongener en ronder in tegenstelling tot de meer langgerekte vorm van een tapuit.

En zie je toch een robotap met een witte stuit (geen staarttekening voor alle duidelijkheid) dan is het opletten geblazen. Want mogelijk kijk je dan naar de zeldzame aziatische roodborsttapuit die af en toe opduikt in ons landje.

cbcc51888647a70f469367a0d4b6b25a

Roodborsttapuit man.

sax-tor-rub-02b

Roodborsttapuit, links man rechts vrouwtje.

 

De kleintjes.

Deze keer gaan we voor de miniatuur-vogeltjes. Je herkent denkelijk al dadelijk de winterkoning. Een heel klein bruin vogeltje met een vage lichte wenkbrauwstreep en een kenmerkend kort staartje dat hij vaak rechtopstaand draagt. Het geluid is een voor dit kleine dutske opmerkelijk luid gezang met een voor mij kenmerkende ratel erin. Van uitzicht en zang onmiskenbaar. Maar toch is dit niet het kleinste vogeltje in ons land.

Goud.

Die titel gaat naar het goudhaantje. Een soort die zich graag ophoudt in naaldbomen. En dat meestal verborgen in de toppen. Ze horen is makkelijker dan ze zien. Hun hoge roep en zang is voor sommige mensen met gehoorproblemen buiten bereik. Krijg je ze in beeld dan valt vooral de kruinstreep op. In rust verborgen, maar eenmaal nerveus (en dat zijn ze vaak) dan valt ze heel goed op. Bij de mannetjes geel met oranje. Bij de vrouwtjes enkel geel. Ze hebben een duidelijke vleugelstreep en witte toppen op de vleugeldekveren. Een op de bovenzijde groen verenkleed en de onderzijde bleker beigegroen. Ze hebben een “vriendelijke uitdrukking” op hun gezicht.

goudhaan0001

Vuur.

Dan heb je ook vuurgoudhaan. Ook een weliswaar zeldzamere broedvogel en overwinteraar in ons landje. Heeft dezelfde kenmerken als het goudhaantje maar alles is wat feller van kleur. De rugkleur is helderder groen. De kruinstreep is veel feller van kleur. Bij de vrouwtjes geel en bij de mannetjes knallend oranje (dus vurig). Ze hebben een brede witte wenkbrouwstreep en snorstreepje. Afgeboord met een zwarte oogstreep.

DSC04670

Nog een koning.

Op zoek gaan naar deze rakkertjes levert soms wel eens leuke “bijvangsten” op. Nu de winter nadert gaan deze kleine zenuwpeesjes zich verzamelen in groepen om dan door struiken en hagen in groep te foerageren. Dit in gezelschap van soorten als staartmezen, pimpel- en koolmezen. Zulke groepen goed afkijken is een aanrader.

Misschien kom je zo wel een bladkoning tegen. Deze noordse soort duikt de laatste jaren steeds vaker op. Hij lijkt op het goudhaantje maar mist de opvallende kruinstreep. Ze hebben ook twee duidelijke vleugelstrepen en gele toppen op de vleugeldekveren. De algemene kleur is ook meer mosgroen.

En eenmaal je in deze categorie bent aangekomen. Dan gaat er een hele wereld van mogelijke dwaalgasten voor je open. Een wereld van nerveuze en moeilijk te volgen vogeltjes met minieme verschillen in hun verenkleed. Niet makkelijk, maar wel super leuk.

bladkoning1005-4

NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research