Kuifje in puntjesland

Een van de projecten waar ik mij dit jaar voor opgaf was PTT. Dit staat voor Punt Transect Telling. Het reeksje woorden zegt perfect waar het over gaat. Je telt tijdens een vast traject dat je afloopt op 20 punten gedurende 5 minuten alle vogels die je ziet. Het is een winterproject. Je moet je telling tussen 15 december en 15 januari uitvoeren. Doel is om een zicht te krijgen op trends of evolutie van soorten die in ons landje de winter doorbrengen.

Hoe begin je er aan?

Bij Sovon – onze Nederlandse buren – wordt Dit project het fietsrondje voor de wetenschap genoemd. Want je kan dit inderdaad ook met de fiets afwerken. Zelf deed ik het te voet en was ik toch ruim vier uur onderweg. Het tellen alleen al neemt 20 keer 5 minuten ofwel 1 uur en 40 minuten in beslag. De punten moeten ook minstens 500m uit elkaar liggen of in dichtere biotopen zoals bos 250m. Je hebt na deze telling dus al gauw 10 kilometer in de benen. Een nuttige en ook nog eens gezonde bezigheid. Ik ben alvast fan.

Om zelf aan de slag te gaan selecteer je een route. Een goed idee is om punten van het ABV – Algemene Broedvogels, waar je later nog info over krijgt – of een bestaande wandelroute te kiezen. Want het is de bedoeling om een zo goed mogelijke doorsnee van de aanwezige biotopen van het gebied waar je gaat tellen te selecteren. Zelf ga ik daar een beetje in de fout, omdat ik al mijn tellingen in het natuurgebied heb gelegd. Maar ik wilde dan ook graag een zicht krijgen op de soorten die er komen overwinteren.

Zodra je je route kent ga je best ter plaatse om de punten uit te zetten. Op geopunt kan je de afstanden – thuis op je computer – tussen de punten goed afmeten. zodat ze zeker niet te dicht bij elkaar liggen. Was even puzzelen, maar het is bij mij toch gelukt. (https://www.geopunt.be/). Daarna maak je op waarnemingen.be je telgebied aan. Goed opletten dat alle punten er netjes binnen liggen. Vanuit Natuurpunt-Studie raden ze aan om te kiezen voor een rechthoekig gebied. De reden ontgaat mij een beetje. Makkelijkste manier om te selecteren misschien?

Puntjes tellen

Daarna kan je aan de slag. Ik gaf mijn telling in via ObsMap. Vrij simpel. aangekomen op het punt klik je in het menu op ‘route/punttelling’. Vervolgens op ‘start punttelling’. Dan klik je ‘gebruik timer’ aan en zet dat op 5 minuten. En je kan beginnen tellen. Zelf ga ik dan terug naar het hoofdmenu waar ik de app op ‘spraak’ zet. Dan kan je de soorten inspreken. Zo verlies je geen tijd of je aandacht omdat je je waarnemingen moet intikken. Als de telling voltooid is krijg je een signaal. Maar dan kan je nog meer details ingeven. Aantal vogels in groepen, soorten die op het laatste moment nog opdoken,…
Wel belangrijk. Je mag enkel de soorten en aantallen doorgeven die tijdens de vijf minuten teltijd worden gezien. Net er voor of net erna is jammer. Ook vogels die je ziet als je naar een volgend punt wandelt geef je niet in bij de punttellingen. Je mag die uiteraard wel gewoon als losse waarneming ingeven.

Je slaat nadat je alle punten hebt geteld alles op en zo worden de gegevens naar waarnemingen.be gestuurd. Daarna heb je nog een beetje huiswerk. Thuis kan je dan aan je computer je project openen, de datum van je telling aanklikken, opladen en klaar is kees. Alle gegevens zitten dan netjes in de database van Natuurpunt.Studie. Bijdrage geleverd.

Kuifje

Mijn eerste bijdrage aan dit project is dus binnen. Echt leuk om te doen. Met toch een paar mooie soorten erbij.

Kuifeend – illustratie John Gould

Zo had ik op bijna elk telpunt een aantal merels. Geruststellend, aangezien deze soort de voorbije jaren stevige klappen kreeg door een hardnekkig virus. Het plezante is dat ‘gewone’ soorten die je mag aanvinken zorgen voor een ‘hoogtepuntje’ bij elke telling. Een goudhaantje dat tussen een groep mezen meelift. Een groep staartmezen. Een waterhoentje dat plots wegzwemt op de beek.

De soort van de telling was echter een mannetje kuifeend. Die dobberde op de vijver aan Maupertuus – waar ook een telpunt is – tussen een groep van 120 wilde eenden en een tiental krakeendjes. Tijdens het tellen en tegelijk afspeuren van de groep kreeg ik ze in de kijker. Voor dit natuurgebied een zeldzame soort. Ze werd in 2019 voor het eerst met zekerheid doorgegeven – door Gert uiteraard, wie anders – maar daarvoor was er geen enkele melding. Dus een leuke opsteker.

Vandaag gingen Kristof en ik op pad met de muisjes. Buiten wat buizerds – die dan ook telkens het hazenpad kozen – en een biddende torenvalkje was het huilen met de pet op. Wel prachtige landschappen dankzij de sneeuw. Hoogtepunt was een groep boomleeuweriken die – gek genoeg – vlak voor de auto op de weg kwamen foerageren. Wat ze daar zochten? Wie zal het zeggen. Ze kwamen telkens terug, zelfs al een auto ze opjoeg. Dus was er toch iets te vinden.
De dag ervoor had ik tijdens mijn sneeuw-wandeling door de Grote Beemd naast alweer een paar houtsnippen die voor mijn voeten opvlogen, ook een roepend mannetje middelste bonte specht. Buiten één melding in maart 2013 is dit ook een primeur. De aankondiging van een broedgeval? Dat zal blijken uit mijn verdere tellingen. Spannend!

Elke vogel telt dit jaar

De feesten zijn weer achter de rug. Ik ben ze zo goed als heelhuids doorgekomen. Het had verkeerd kunnen aflopen. Want ik sneed mijn duim aan de rand van een potje humus bij het openen van het beleg voor de toastjes die ik moest smeren voor onze gasten. Een voorval dat mijn huisgenoten van ver zagen aankomen. Ik ben nu eenmaal een kluns in dat soort dingen. Maar ik heb het overleefd. Met een belachelijke pleister rond mijn vinger kon ik 2025 uitwuiven en het nieuwe jaar verwelkomen. Samen met een nieuwe challenge om mijn blog mee te spijzen. Welkom in 2026!

Traditie

Ondertussen heb ik mijn eerste vogelwandeling er al op zitten. Het is een gewoonte geworden om op de eerste dag van het jaar op tijd uit mijn bed te sukkelen en in het natuurgebied vlakbij op pad te gaan. Hoewel het weer wat tegenviel – zwaar bewolkt en wat miezer – kon ik toch al wat vogels op mijn jaarlijst zetten. Waaronder ook houtsnip. Die probeer ik elk jaar op dat moment te ontdekken. Gelukt! Ze vloog voor mijn voeten op zoals enkel houtsnippen dat kunnen. Maar lijstjes zullen dit jaar veel minder een rol spelen voor mij. Niet dat ik geen leuke soorten meer ga zoeken of bekijken. Zeker wel. Want ik wil mijn Limburgse en Belgische lijst graag nog wat uitbreiden. Samen met mijn maten.
De focus zal deze keer liggen op een missie om het nuttige aan het aangename te koppelen. Want wees eerlijk. Soorten aankruisen op een lijstje, gewoon om zo veel mogelijk vinkjes te scoren is wel leuk – echt heel leuk – maar heeft op zich weinig waarde. Het is gewoon een vogel die op een bepaald moment op een – vaak onverwachte – bepaalde plek aanwezig was. Dat is het.
Voor alle duidelijkheid. Ik oordeel hier niet over wie dan ook en op welke manier je naar vogels moet kijken. Iedereen die naar vogels kijkt of er mee bezig is, levert een meerwaarde. Of je nu zit te kijken naar een groep mezen op je voedertafel vanachter je keukenraam of je een parelduiker bekijkt door je tele op een ijskoude dijk aan de kust of vogels gaat inventariseren in een natuurgebied in jouw buurt. Elke vogelkijker telt. Maar deze vogelkijker gaat nu echt tellen, vogels tellen.

Merci Simon

Dankzij een inspirerende lezing van Simon Feys kwam ik op het idee om mij volop te smijten op de projecten die in Vlaanderen lopen om te weten te komen hoe het nu juist zit met de toestand van ons vogelwereldje. Zoals je mij ondertussen wel zal kennen ga ik er 200% voor. Met de grote kans dat ik tijdens het jaar moet vaststellen dat ik de lat weer zo hoog heb gelegd, dat ik er vlot onderdoor kan. We zien wel waar we uitkomen.


De keuze aan leuke en boeiende telmogelijkheden is ruim. Maar ik wil ze allemaal wel eens uittesten. WVT, ABV, PTT, BMP, MAS. Aan afkortingen geen gebrek. Ze staan stuk voor stuk voor projecten waar slimme wetenschappers hun hoofd over hebben gebroken om een methode te ontwikkelen die de grootste kans geeft om bruikbare data te genereren. De basis is altijd dezelfde. Vaste methode, door zo veel mogelijk tellers, op zo veel mogelijk locaties die samen een doorsnee zijn van ons landschap en omgeving.
Elk van deze projecten komt dit jaar aan bod. Omdat ik ze wil leren kennen, maar ook om mensen warm te maken voor deze nuttige manier van vogels kijken. Hopelijk kan ik anderen – misschien ook jou – overtuigen om mee te tellen en een bijdrage te leveren aan die data. Want die zijn belangrijk. Om de vinger aan de vogelpols te houden. Maar ook om overheden – lokaal, landelijk en zelfs Europees – te wijzen op soorten die achteruit gaan en hen oplossingen aan te bieden om het tij te keren. Dit is dan weer de rol van grote organisaties zoals Vogelbescherming, Natuurpunt of op internationaal vlak Birdlife International of WWF. Zij zijn blij met de data die jij als ‘bescheiden’ teller aanlevert. Elke bijdrage is een stukje van een grotere en belangrijke puzzel. Op mijn blog kan je mijn deeltje van dit verhaal alvast volgen. Samen met andere vogelavonturen voor dit jaar.

Kerreget

Maar even terugkomen op mijn eerste tocht om vogels te gaan kijken. De eerste vogel voor 2026 hoorde ik al toen ik wakker werd in mijn bed. Iets later vloog hij door mijn tuin: een ekster. Ik zag hem toen ik – deze keer zonder mij te verwonden – mijn boterham aan het smeren was. Bij ons noemen ze dat een ‘kerreget’. Niet ok als je de titel van je blog moet verklaren.

Ekster (A. Thorburn)

Zoals je kan zien geen foto van een ekster, maar een oude afbeelding. Ik ben namelijk een grote fan van de illustrators en kunstenaars die in oude vogelboeken platen schilderden om de pracht van vogels aan ons te tonen. In mijn kast staan al een heleboel van die oude boeken. Ik kan ze niet laten liggen in stoffige boekenwinkels of op rommelmarkten. Er komen er voortdurend bij. Ze zijn dan ook prachtig. Daarom ga ik mijn blogs van dit jaar zo veel mogelijk met zulke afbeeldingen opfleuren. Als eerbetoon aan deze geweldige artiesten. Zoals in dit geval Archibald Thorburn. De originele uitgave van zijn werk bevat vier delen met 82 kleurplaten. Jammer genoeg heb ik die nog niet in mijn boekenkast staan. Wie weet ooit,…

Waarom was ik blij met deze ekster? Wel, meestal gaat de houtduif met de prijs van eerste vogel van het jaar lopen. Niet dat ik iets tegen houtduiven heb. Maar eksters staan toch iets hoger op mijn favorietenlijstje. Het zijn dan ook prachtige dieren. Als je ze in volle zonlicht kan betrappen, dan vallen hun kleurschakeringen pas echt op. Maar vooral hun intelligentie maakt mij een grote fan. Een bewondering die door veel mensen niet gedeeld wordt. Jammer, want hun beschuldigingen aan de ekster en andere kraaiachtigen is totaal onterecht.

Onschuldig

De mensen die mij al aanspraken over het feit dat die wrede moordenaars al hun vogeltjes in hun tuin hebben verslonden, zijn heel talrijk. Wel, ze hebben allemaal ongelijk. Het verhaal dat eksters systematisch vogelnesten zoeken en de jongen naar binnen spelen is klinkklare onzin. Uiteraard zullen ze wel eens een nestje oppeuzelen, maar dat is eerder de uitzondering dan de regel.

Zo las ik onlangs een artikel in het magazine van Sovon. Toch niet de eerste de beste bron. Daar werd in een artikel over eksters dieper ingegaan op hun voedsel. Het zijn echte generalisten. Naast zaden, bessen en fruit staan er ook insecten, aas, kleine zoogdieren, jonge vogels, eieren en afval op het menu. Ze trekken zelfs hun neus – of snavel, als je die al kan optrekken – niet op voor een lekkere portie hondenpoep. Smakelijk. Vogeltjes staan er toch bij, hoor ik jullie al zeggen. Klopt, maar in welke hoeveelheid?
Uit een Engels onderzoek waar de maaginhoud van heel wat eksters werd onderzocht bleek dat hun jaarrondmenu voor slecht 2% bestaat uit resten van vogels. Daar zat ook aas bij.
In Nederland werd ook een onderzoek uitgevoerd via zichtwaarnemingen en maagonderzoek. Hier werd ontdekt dat hun menu vooral veel insecten en ongewervelden bevatte, alsook vruchten en plantaardig materiaal. Vogeltjes: minder dan 1%.
In Praag werd dan weer een vergelijking onderzocht tussen eksters in steden en die op het platteland. De eksters op de buiten aten vooral ongewervelden. In steden leefden ze vooral van de afval die de inwoners achterlieten. Makkelijke keuken. Van de meer dan 1.000 prooien in de stad werden er twee met jonge vogels gevonden. Op het platteland was de score nul.
Tenslotte was er een onderzoek in een buitenwijk van Parijs waar men het effect van eksters op de vogelbevolking wilde meten. Ook daar was het aantal eksters stevig gestegen. Net als in de meeste steden. Men selecteerde twee zones. In eentje werd een groot deel van de eksters weggevangen. Tot meer dan 40%. In het andere gebied liet met de eksters met rust. Wel, uit tellingen bleek dat het wegvangen van de eksters totaal geen effect had.
Uit een literatuurstudie bleek dan ook nog eens dat in 81% van de onderzochte gevallen kraaiachtigen geen negatieve invloed hebben op het broedsucces van andere soorten. Er is zelfs sprake van een positief effect. Zo is hun alarmerend gedrag bij de aanwezigheid van predators zoals katten of roofvogels voor andere vogels vaak een signaal om hun biezen te pakken.
De stelling dat eksters vogelmoordenaars zijn is dus totaal onwaar. Spread the message.

Eerste ring

Uiteraard gaat er ook nog geringd worden. Hopelijk zelfs meer dan de voorbije jaren. Niet alleen kan ik er weer wat meer tijd voor vrij maken. Maar het enthousiasme van onze kersverse ringer Kristof en onze ringer in wording Thomas werkt aanstekelijk. Vooral tijdens het broedseizoen ga ik zeker actiever worden. Jonge vogels op het nest ringen levert belangrijke en interessante gegevens op. Dus in de spirit van ‘elke vogel telt’ gaan we hier weer aan de slag. Vandaag ging ik voor het eerst dit jaar op pad, samen met Kristof. De eerste vogel die we konden ringen was een buizerd. In een besneeuwd landschap dook hij van zeker 100 meter ver naar de balchatri. Altijd spectaculair om te zien. Verder konden we drie torenvalken vangen, waarvan de laatste al een ring had. Een mannetje dat vorig jaar uit het ei kroop. Via Eddy, onze ringoverste, kreeg ik de melding dat het geen vogel van onze werkgroep was. Dus waar dat ei juist lag is nog even afwachten. Altijd spannend.

Op de valreep

Het leek er op – met nog 3 blaadjes aan mijn scheurkalender in het toilet – dat ik mijn jaar vogels kijken ging stranden op een mooie 222. Maar dat bleek niet zo te zijn.

Nr. 223 – Parelduiker

Want op zondag zag ik ’s avonds dat er in Kessenich – waar anders – een parelduiker was ontdekt door Miel, de vaste vogelkijker van de Maaskant. Het werd al donker, dus het zou voor de volgende dag worden. Dat ik dat pas zo laat zag is alweer een bewijs dat ik toch niet zo een geweldige twitcher ben. De harde kern was al gepasseerd meldde mijn smartphone. Dat op dat moment Jacotte ook nog even kwam vertellen dat er dikke mist op komst was, was nog een dompertje op mijn plannen voor de volgende dag.

Toch zette ik mijn wekker om 7 uur om bij het krieken van de dag aan de plas te staan in Kessenich. Ze gingen mij daar ondertussen wel kennen zeker, want ik was er de laatste tijd regelmatig te gast. Nu bleek die mist goed mee te vallen. Het was wel volledig bewolkt. Een foto in het zonnetje van deze bonussoort zou niet lukken. Maar eerst moest ik hem nog vinden uiteraard. Dat bleek een fluitje van een cent. Auto parkeren, even praatje slaan met een fotograaf die ook kwam zoeken, alles uitpakken, mijzelf inpakken, dijk over en in de richting kijken waar de fotograaf – die al aan de oever in fotopositie zat – naartoe wees en daar was hij dan: de parelduiker. Ook nog eens een nieuwe soort op mijn Limburgse levenslijst. Dubbele pret.

Parelduiker – Kessenich – 29 december 2025

Met deze parelduiker scoor ik drie duikers dit jaar in Limburg. Op 4 januari zag ik een ijsduiker op de Paalse plas en diezelfde dag een roodkeelduiker op het Albertkanaal in Diepenbeek. Tja, blijkbaar bestel ik ze steeds per twee. Want de parelduiker van vandaag combineerde ik met een ijsduiker in Lanaken. Roodkeel, parel en ijs. Een leuk trio. Zeker zo een aantal dagen na kerst. Ze doen mij denken aan de drie wijzen uit het oosten. Maar hier gaat het over de drie duikers uit het noorden. Zonder cadeaukes.

Doel gehaald

Mijn voornemen om 200 soorten te zien in Limburg bleek achteraf gezien niet echt ambitieus. Want op 1 augustus had ik die kaap al gerond met een kleine jager aan het Schulensmeer. Gevonden door wie anders dan Geert Beckers. Hij had trouwens een topjaar. Maar liefst 230 soorten in Limburg dit jaar. Een nieuw record voor onze provincie. Maar vooral het feit dat hij er heel veel zelf heeft ontdekt vind ik een geweldige prestatie. Ik doe heel nederig mijn petje voor hem af.
Zelf eindig ik dit jaar op 223 soorten gezien dit jaar in Limburg. Ik ben er toch een beetje fier op. Een mooi avontuur dat ook nog eens 17 nieuwe Limburgse soorten opleverde. Daar zit ik nu aan het mooie ronde getal – en jullie weten ondertussen dat ik daar van hou – van 260. Maar ook nog eens 9 nieuwe Belgen. Qua aantal soorten veruit mijn beste jaar ooit.
Daarbij ringde ik ook nog eens 4.587 vogels. Ruim 4.400 kregen een ring rond de poot van mij. De rest waren controles. Hiervan waren er dan weer 69 met een ring die niet door mij was dichtgeknepen. Als ik alles bekijken durf ik het een boerenjaar noemen.
Eindigen deed ik dinsdag met een waarneming van een prachtig mannetje smelleken. Ondanks dat ik deze soort al op mijn jaarlijst had staan, was deze ontmoeting toch een opsteker. Zo een prachtige wintergast in vol ornaat in een laat winterzonnetje kunnen bewonderen. Dat lukt niet elk jaar.

Smelleken – Mielen-boven-Aalst – 30 december 2025

Topje drie

Als ik terugkijk naar die jaarlijst dan zijn er toch een paar hoogtepuntjes bij.
De bronzen plak gaat naar de cirlgors die ik op 9 juni ging twitchen. Gevonden door Jos Rutten in de Vallei van de Ziepbeek. Mooi zingend op een prikkeldraad schitterend kunnen bekijken.
Het zilver gaat naar de griel gevonden door Carlo Menten op 15 april in Rutten. Vooral omdat het in de regio van mijn Vogelwerkgroep gebeurde. Een uurtje nadat hij hem vond, stond ik er naar te kijken door mijn telescoop. Zoals een echt twitcher het zou doen.
Maar met stip op één staat zonder twijfel mijn eigen vondst van een havikarend. Die vloog op 19 april over mijn hoofd. Of toch bijna, redelijk ver weg maar toch kunnen hard maken dankzij wat foto’s. Heel onverwacht en dus een complete verrassing. Jammer dat ik er alleen stond. Deze ervaring had ik graag met mijn maten of anderen gedeeld. Die dag aan het militaire domein in Helchteren zal ik niet snel vergeten. Verdiend goud.

De scheurkalender is ondertussen bijna helemaal opgescheurd. Morgen heb ik andere taakjes gekregen en zal er niet naar vogeltjes gekeken worden vrees ik. Het was een leuk en boeiend jaar. Ondertussen staan de volgende plannen en uitdagingen al klaar in mijn hoofd en ook al deels op papier en mijn kalender van 2026. We gooien het over een totaal andere boeg. Maar daarover hoor je volgende keer meer.

Toppertje

Topper – Koningssteen Kessenich – 26 december 2025

Nr. 222 – Topper

Tweede kerstdag reed ik nog eens richting Koningssteen. Een verre verplaatsing met als doel het vinden van een topper. Deze overwinterende eend kon ik hier al vaker vinden. Raar, hoe je toch steeds weer terug grijpt naar vroegere ervaringen. Want eigenlijk is de kans dat ze elders opduiken veel groter.
Met een koude wind in je nek op de dijk eendjes afkijken. Dat is geen cadeau. Een eerste scan leverde wel grote zaagbekken, wilde eenden, kuifeendjes, slobeenden, wintertalingen en krakeendjes op. Maar geen topper. Dus zette ik mijn wandeling verder. Gelukkig, zo kon ik mij een beetje opwarmen. Vanaf de andere zijde van de plas kon ik heel wat eenden wat dichterbij bekijken. Het was – zoals wel vaker – in de laatste groep kuifeendjes dat ik plots een vrouwelijk exemplaar zag met een wel heel grote witte vlek aan de snavel. Even opletten, want ook vrouwtjes kuifeend hebben dat wel. Maar hier was het toch anders. De kop was ook mooi rond, geen enkel spoor van een kuif of wat de aanzet zou kunnen zijn. Toen ook de flanken wat grijziger toonden dan die van de vrouwtjes kuifeend die in de buurt zwommen, was de determinatie rond. Ik had mijn topper gevonden. Zo kon ik die drie tweetjes opschrijven. een mooi getal om het jaar te eindigen? Misschien, want dat jaar telt nog een drietal dagen.

Speuren

Ondertussen ging ik ook een paar keer op pad om torenvalken en buizerds te ringen. Het bleek een ware speurtocht. Op woensdag zag ik 12 buizerds, waarvan er geen enkele bleef zitten of interesse had voor mijn muisjes. Wel kon ik twee torenvalken strikken. Het waren de enige twee die ik zag na een rit van meer dan 100 kilometers. Waar zitten ze allemaal?
Vandaag ging ik samen met Thomas opnieuw op pad. Bestemming waren de akkers rond Tienen. Opnieuw hetzelfde scenario. Redelijk wat buizerds, waarvan we er tegen de middag in extremis toch nog eentje konden vangen. Maar weer heel weinig torenvalken. We vingen er drie. Twee geringde en eentje zonder ring. Maar ons gespeur werd beloond met een paar andere leuke waarnemingen. Een vrouwtje en een geweldig en dichtbij voorbijvliegend mannetje blauwe kiekendief. En als extra kerstcadeautje een vrouwtje smelleken dat zich prachtig liet zien. Jammer genoeg stonden we in Vlaams-Brabant. Dus geen streepje op mijn Limburgse jaarlijst.

Speld gevonden

We hobbelen stilaan naar het jaareinde toe. Met nog enkel verlofdagen op mijn agenda toch wel wat tijd om vogeltjes te kijken. Maar dat viel tegen. Familiale verplichtingen – jawel, die zijn er ook nog -, wat regendagen en een hardnekkige keelontsteking waren de party-poopers. Toch kon ik nog een soortje scoren voor mijn jaarlijst.

Nr. 221 – Kleine rietgans

Ik heb de voorbij week veel ganzen gezien, héél veel. Want de kleine rietgans zwierf nog steeds rond in de Maasvallei. Dinsdag dus terug op pad. Bestemming was Bichterweerd. Bij het water zaten bijna geen ganzen, maar ik hoorder er wel wat snateren in de verte. Toen die zo vriendelijk waren om even op te vliegen wist ik waar ik naartoe moest en begon ik aan een wandeling in hun richting. Op een grasland en akker zaten er honderden. Dus de telescoop neergezet en gansjes kijken.

Ik vond er opnieuw eentje met een halsring. Deze had veel minder kilometers op haar teller dan de vorige die ik kon aflezen. Ze werd in november vorig jaar geringd door alweer Gerard Müskens. Dan bleef ze tot in februari van dit jaar wat rondhangen in Nederland, om uiteindelijk door mij afgelezen te worden in Stokkem. Het blijft een leuke bezigheid, dat ringen aflezen. Ga ik meer doen.
Dan kreeg ik ook een rare kolgans in de kijker. Deze viel echt op tussen de rest omdat ze veel bruiner van kleur was. Eentje met een foutje in haar kleerkast.

Melanistische kolgans – Stokkem – 16 december 2025

Maar van de kleine rietgans geen spoor. Dus zonder nieuwe soort terug naar huis. Donderdag ging ik opnieuw op missie. Het zoeken van een kleine speld in een grote berg ganzen. Nu bleken op heel wat plaatsen helemaal geen ganzen te zitten. Dan wordt het wel echt moeilijk. In Aldeneik had ik dan toch mijn eerste grote groep. Wel heel ver weg. Toch probeerde ik ze een voor een te checken. Niet dadelijk iets wat op een kleine rietgans leek. Dus reed ik door naar Heppeneert. Daar zitten vaak grote groepen. Ook zo deze keer. Honderden. Ze allemaal afkijken was een stevige klus. Maar ook hier kon ik mijn doelsoort niet vinden. Dan nog maar eens doorrijden tot Koningssteen. De graslanden aan de grote plas waar vorige keer een grote groep zat lagen er verlaten bij. Een tegenvaller. Omdat het nog geen middag was reed ik nog maar eens naar Heppeneert. Misschien waren er ganzen bijgekomen of had ik die ‘kleine’ gewoon gemist.
Het bleek een goed idee. Want na een uurtje gansjes kijken kreeg ik eindelijk een exemplaar in de kijker die een kanshebber was. Redelijk ver weg. Maar ik kon een voor een de kenmerken afvinken. Mijn kleine rietgans was binnen. Toen ik nog een foto wou maken strooide een wandelaar met een – uiteraard loslopende – hond roet in het eten en vloog de groep waar mijn fotomodel tussen zat op. Jammer.

Kleine rietgans – Foto: Maarten Drybooms 2021

Eeuwige liefde

Geen nieuwe soort voor mijn jaarlijst. De al een paar gemelde kleine rietgans kon ik niet vinden tussen een groep van meer dan 500 kolganzen. En de vandaag in Montenaken ontdekte hop was te ver weg voor mijn elektrische auto. Daar ging ik niet meer geraken zonder duwwerk. Geen optie dus.

Koppeltje

Wat ik dinsdag wel kon ontdekken waren twee geringde kolganzen. Niet enkel met een wetenschappelijk ring rond hun poot, maar ook met een opvallende halsband rond hun nek. Die kan je tenminste aflezen met je telescoop. Aan zo een metalen ring heb je op afstand nadda. Sommigen mensen vragen mij of dat niet hinderlijk is, zo een ring rond je nek. Wel, als je deze twee bezig zag, dan weet je dadelijk het antwoord. Ze vertonen totaal hetzelfde gedrag als de rest van de bende.

Ik had trouwens niet dadelijk door dat het er twee waren. Eerst had ik eentje ontdekt en die halsring kon ik snel aflezen: grote T en dwarse 5A. Snel ze ook even op foto zetten, want mijn geheugen is ook niet meer van de beste. Op foto kan ik ze niet vergeten. Voila, mooi in beeld en klik. Maar bij het bekijken van de foto’s zag ik inderdaad een grote T, een 5 maar dan een D. Had ik mij zo vergist? Na een kijkje door mijn telescoop werd het mysterie snel opgelost. Er waren twee kolganzen met een halsring. Vlak bij elkaar.

Kolgans met halsring – Kessenich – 9 december 2025

Thuis gaf ik de ringnummers in op de website https://submit.cr-birding.org/. Daar krijg je ogenblikkelijk een zogenaamde ‘life history’. Een overzicht van de waarnemingen van deze vogels. Het was de moeite.

Ze werden op 14 december 2022 gevangen en geringd door Harry van Kessel – die overleden is ondertussen, zelfs dat kon ik daar zien – en Gerard Müskens. Daarna bleven ze nog even in Nederland rondhangen. Vervolgens vlogen ze met een tussenstop in Duitsland (Mannhausen) naar hun broedgebied in Finland. Daar werden ze op 9 mei 2024 afgelezen in Alavus. In de winter van 2024 doken ze terug op in Nederland met vier meldingen. Het volgende broedseizoen kwam er opnieuw een melding op 23 april 2025 vanuit Finland, Kutila deze keer. Beide plaatsen in Finland liggen in vogelvlucht minder dan 200 km van elkaar. Vermoedelijk waren ze op weg naar Alavus. In oktober passeerden ze weer in Duitsland. Om dan op 9 december door mij afgelezen te worden in Kessenich. Altijd met hun tweetjes samen. dit is toch echte liefde.

Buteo buteo

Twee dagen ging ik weer op pad met de muisjes. Een keer in gezelschap van Toon Willems, een ringer van het noorden van Limburg. Die wou eens zien hoe ik dat aanpakte. Met maar liefst zeven torenvalkjes in mijn val was de demonstratie meer dan geslaagd. Toon was danig onder de indruk.

Vandaag ging ik opnieuw op pad. Deze keer in mijn eentje. In Bilzen kon ik een vrouwtje en een mannetje torenvalk strikken. Op minder dan 200 meter van elkaar. Vermoedelijk ook een echtpaar. Dan was het een paar uurtjes rondrijden zonder succes. Tot ik in Hoeselt een buizerd zag zitten. Mijn balchatri werd uitgezet. Volgens mijn ervaring wel heel dichtbij, maar zonder succes. Na een halfuurtje wachten besloot ik om ze nog wat dichter te zetten. De vogel zou wellicht gaan vliegen. Maar hij bleef tot mijn verbazing mooi zitten. Nadat ik achteruit reed kwam hij op een paal dichterbij zitten. Om vervolgens naast de val plaats te nemen. Uiteindelijk schoot hij in actie en werd gevangen. Wat ik al dacht gezien te hebben, werd bevestigd. Hij was al geringd. Een controle van een buizerd. Die heb je niet vaak. Benieuwd wat zijn ‘life history’ zal zijn?

Tipje van de sluier

Op zaterdag reed ik naar de Caetswijers in Diepenbeek. Een natuurgebied dat momenteel in de steigers staat, figuurlijk dan. Het ziet er echt niet uit. Deze vijverketting wordt grondig onder handen genomen door Limburgs Landschap vzw.

Werken Caetswijers Diepenbeek – 13 december 2025

Alle opslag wordt verwijderd, de dijken hersteld, het sluizensysteem volledig vernieuwd en in verschillende vijvers worden met het vuile slib dat er door de jaren heen in is gekomen rieteilanden gemaakt. Ik wil wel eens weten welk resultaat dit gaat geven. Volgens mij wordt dit een van de mooiste natuurgebieden in de regio. Dus ga ik het kort opvolgen. Echt boeiend. Hoe? Dat hou ik nog even voor mezelf. Maar het is een hint naar mijn plannen voor 2026.

Rond gerond

Wie mijn blog al even volgt, weet dat ik een fan ben van ronde getallen. Daarom was mijn 220ste soort voor dit jaar in Limburg eentje waar ik een dubbel vreugdedansje – figuurlijk, want mijn dansmoves zijn even sterk als die van een oranje staatshoofd in Amerika – voor zou doen.

Nr. 220 – Bokje

Met nog drie ‘haalbare’ vogels op mijn lijstje met doelsoorten, was de info die ik kreeg van een lokale vogelkijker in Zonhoven zeer welkom. Hij wees mij een locatie aan waar hij regelmatig bokjes zag. De bestemming voor onze weekenduitstap lag dan ook heel snel vast. Deze kleine snipachtige is niet zo makkelijk te zien. Hij heeft de gewoonte om zich liever te verstoppen dan weg te vliegen. Als hij actief is, dan doet hij dat op een slinkse manier, liefst in een rietkraag. Het bleef dus een uitdaging om deze soort bij te schrijven op mijn jaarlijst.

Zoekplaatje bokje – eigen archieffoto

Samen met Gert en Simon deed ik een poging. Het duurde wel even voor we er eentje konden opstoten. Hij vloog vlak voor mij op uit een stukje riet. Maar deze waarneming was heel kort en niemand van ons drie kon goed de kenmerken zien. Gert had het beestje zelfs helemaal gemist. Maar de manier van opvliegen – pas als je er heel dichtbij bent -, de stille vlucht en de rechte lijn deden ons toch sterk vermoeden dat we ons eerste bokje van dit jaar hadden gespot. Watersnippen vliegen meestal roepend op en dit in een zig-zagvlucht. Gelukkig kregen we iets later een groepje in de kijker dat op de grond zat. De warmtekijker die Gert gebruikte had hen verraden. Maar zelfs dan was het niet makkelijk. Toen ze opvlogen zagen we duidelijk dat het een vijftal watersnippen waren met daartussen twee kleinere exemplaren. Nu waren we zeker. Nummer 220 was binnen. Ook Simon kon een rond getal afvinken met zijn 200ste soort voor dit jaar in Limburg.

Nieuwe wind

Vrijdagavond stond er – wat mij betreft – weer een van de leukste momenten van het jaar op mijn programma. De samenkomst voor Limburgse vogelkijkers georganiseerd door de LIKONA Vogelwerkgroep. Hier hebben sinds vorig jaar een aantal nieuwe bestuursleden de fakkel overgenomen van het ‘oude’ bestuur. Zonder afbreuk te doen aan de prestaties van hun voorgangers, doen ze dit met een aanstekelijk enthousiasme. Zo aanstekelijk dat ik ook lid ben geworden van deze leuke bende. Naast tal van activiteiten organiseren ze dus jaarlijks een avond waar heel wat leuk nieuws te rapen valt over het voorbije vogelkijkertjes-jaar. Resultaten van trektelposten, ringwerk, oproep voor tellers van broodnodige projecten, een ondertussen beruchte kwis en als kers op de taart een hoofdspreker die iets te vertellen heeft over vogels in Limburg.

Deze keer was het een dikke kers. Koen Leysen kwam op zijn ongeëvenaarde wijze een prachtig en vooral inspirerend verhaal vertellen over zijn loopbaan als vogelkijker gekoppeld aan een geweldig gebied waar hij enorm veel uren doorbracht: het Schulensbroek. We werden meegenomen in een meeslepend epos over wilde zwanen, roodborsttapuiten, middelste jagers, boze jagers, veldleeuweriken en kwartelkoningen. Met een foto uit een wel heel oude doos als afsluiter bracht Koen een positieve boodschap dat natuurherstel wel degelijk het verschil maakt. Iedereen die voor deze lezing met een zwaar gemoed rondliep en het idee dat de natuur voorgoed verloren was, ging terug naar huis met een pakje hoop dat het nog lang niet zo ver is. Waar een wil is, kan een weg plaats maken voor prachtige natuur.

Dankzij deze bende leuke mensen en hun acties heb ik mij alvast voorgenomen om weer wat steentjes extra bij te dragen aan die natuur. Hoe? Dat hou ik nog even voor mezelf.

Muizentijd

Ondertussen ga ik wekelijks toch een paar keer op pad met mijn muisjes. Met acht torenvalken en drie buizerds voorzien van een ring mogen we niet klagen. Maar het is al duidelijk geworden dat er veel minder roofvogels te vinden zijn in de Zuid-Limburgse akkers dan de voorbije jaren. Een slecht broedseizoen en een lege landbouwwoestijn zijn volgens mij de hoofdredenen hiervoor. Maar we gaan er voor. Met de vangsten van begin dit jaar erbij zit ik op 25 torenvalken – waarvan drie terugmeldingen – en 10 buizerds. Daar gaan er zonder twijfel nog heel wat bijkomen. Mijn muizen hebben dit trouwens bevestigd en beloven hun uiterste best te doen.

Daarnaast blijf ik gaan voor een zo lang mogelijke Limburgse jaarlijst. 220 is dan wel een mooi rond getal. Maar 222 vind ik ook wel aantrekkelijk. Twee soorten

Zwart wit weekend

Nr. 218 – Kleine zwaan

Na een paar meldingen vanuit de Luysen in Bree en een tip van een collega van een groepje van 6 zwanen op een akker in die buurt, was de beslissing snel gemaakt om op dinsdag naar het noorden van Limburg te rijden.

Een kort bezoekje aan de kijkhut was jammer maar helaas zwaan-loos. Dus reed ik naar de locatie die Jos mij had doorgegeven. Tijdens die rit doorkruiste ik heel wat akkers. Op sommige zaten wat ganzen, maar geen zwanen. Het zou toch niet… Want in deze regio zijn veel akkers, héééél veel akkers, waar deze zwanen zich kunnen ophouden. Maar mijn twijfel werd al snel weggenomen. Op de doorgegeven plek zaten niet zo heel ver weg zes grote witte vogels. Nu nog even checken of het ‘kleine’ waren. Want de wilde zwaan – die overigens zeldzamer is dan de kleine – had ik al op mijn lijstje. En jawel, het formaat ten opzichte van de rietganzen die erbij zaten, maar vooral de tekening op de snavel gaven uitsluitsel. Weer een soortje erbij.

Kleine zwaan – Kinrooi – 25 november 2025

Hoe hou je ze uit elkaar? Want samen met de knobbelzwaan gaat het telkens om grote witte vogels.

De knobbelzwaan komt het meest voor. Het gaat om heel grote vogels en hun houding geeft het vaak al weg, dikwijls van heel verre afstand. Ze houden hun hals bijna altijd in een S-vorm. Daarnaast hebben de adulte dieren een oranje snavel met een zwart knobbel er op. Daarom ook hun naam.
Wilde zwanen zijn even groot. Maar zij houden hun hals altijd recht. Het grote verschil zit in de snavel. Hier geen knobbel, maar een zwart en geel gekleurde snavel. Nu komt de catch. Het geel loopt bij wilde zwanen ver naar voor door. Tot een stukje voorbij het neusgat. Dus een verrekijker of liefst nog een telescoop is hier handig. Kleine zwanen zijn, zoals de naam zegt, een stuk kleiner dan de twee vorige soorten. Als ze samen zitten zie je dat duidelijk. Maar als dat niet zo is heb je daar geen zak aan. Bij mijn waarneming zaten ze samen met rietganzen, dan kan je die gebruiken als vergelijkingsmiddel. Ik heb dat niet moeten doen, want de gele tekening op de snavel was voldoende om ze te determineren. Deze gele vlek blijft beperkt tot de achterkant en is ook dwars over de snavel afgetekend.

Holland boven

Het was trouwens een topweek. Niet omdat ik een prachtige lijst met soorten kon afleveren, maar omdat we op zaterdag weer eens naar Ede mochten rijden. Daar ging de Landelijke dag van SOVON door. De hoogmis voor elke Nederlandse – en een aantal Belgische – vogelkijkers. We vertrokken al op vrijdag om de dag erna met een fris kopje aan de reeks lezingen te starten. En het was weer de moeite. Naar mijn mening een van de beste edities van dit topevenement.

Lekker druk op de infostands

De spits werd afgebeten door onderzoekers van toerenvalken. 2025 was bij SOVON het jaar van de torenvalk. Geen goed-nieuws-show, want het gaat niet goed met deze soort. Sinds 1980 is het aantal broedparen gehalveerd. Dat hadden we hier bij ons ook al gemerkt. Opvallende slide was die met de resultaten van 59 gezenderde jongen. Zestien er van trokken naar het zuiden. Niet zo maar eventjes de grens over, maar meer dan 100 km ver. Eentje zelfs tot op de Canarische eilanden. Geen enkele gezenderde vogel bleef in zijn geboorteregio. Een verrassing. Wel keerden er meerdere nadien terug.

Daarna luisterden we met al onze aandacht naar een monument binnen de Nederlandse vogelkijkers-wereld, Arend Van Dijk. Hij zette samen met een maat een telreeks neer van maar liefst 44 jaar. Dit in een van de meest natuurrijke regio’s: Zuid-West Drenthe. Ik was hier samen met mijn gezin dit jaar nog op vakantie. Blijkbaar een goede keuze. Hoewel hier ook wel wat soorten de mist in gingen, – grutto verdampte van 1.047 broedparen bij het begin van de telling tot amper nog eentje dit jaar – was er toch goed nieuws. Door de jaren heen steeg het aantal soorten met 26. Met tot de verbeelding sprekende beesten zoals kraanvogels. De oorzaak van dit positieve verhaal was volgens de spreker zonder enige twijfel de creatie van heel wat nieuwe natuur. Zo een enthousiaste en boeiende lezing zorgt bij mij altijd voor extra motivatie en inspiratie om ook met telprojecten te starten. Een doel van dit congres, dan zonder twijfel resultaat geeft. Bij mij althans wel.

Zelfde effect bij de volgende lezing. Het controleren van nesten van bruine kiekendief met drones. De wat verwarde spreker gaf mij – ondanks zijn soms wat onhandige manier van presenteren – dadelijk zin om via bol.com een drone met warmtecamera te bestellen. Jammer dat ik net heel wat centjes had besteed aan de aankoop van een nieuwe verrekijker. Foto’s van nesten uit het standpunt van de drone zagen er echt schitterend uit. Het feit dat de oudervogels er zich bitter weinig van aantrekken gaf een extra bonus om met zo een wijze van controleren te starten. De tips die werden gegeven heb ik allemaal netjes opgeschreven. Want deze manier van nesten zoeken en controleren lijkt mij echt top. Die drone zal er zonder twijfel ooit wel komen.

Wolfbirds

Maar de beste lezing van de dag was zonder twijfel die over de interactie tussen wolven en raven op de Hoge Veluwe. Wat een schitterende beelden kregen we daar op ons netvlies gesmeten! Het is duidelijk dat raven en wolven elkaar perfect aanvoelen en aanvullen. De prooien van onze nieuwe predator zijn voor raven een bron van voedsel. Maar ook voor andere soorten zoals vos, everzwijn, – die ruimen zo een karkas in minder dan een week volledig op – maar zelfs ook das. Het was geweldig om te zien op de filmbeelden hoe raven hun vrienden de wolven constant volgen. Zelfs ook aanporren om op jacht te gaan. Een verbluffend verhaal over een partnerschap tussen twee soorten die na heel wat jaren opnieuw mogen schitteren in onze natuur. Hun aanwezigheid zorgt voor een wezenlijk verschil en positieve invloed op het ecosysteem. Mensen die geen fan zijn van de wolf of de raaf moeten dit ook zien. Ze gaan hun mening zonder twijfel helemaal herzien (hoop ik).

Volle zaal – tot twee keer toe – voor de wolf en de raaf

Nr. 219 – Zwarte zee-eend

Maar de week had nog een extra vinkje in petto. Tijdens een – overigens heel lekker- afsluitend etentje na een dagje lezingen over vogels met onze bende, zagen wij dat er een melding binnenkwam van een zwarte zee-eend op Bichterweerd. Gert en ik – de rest had andere dingen te doen – wisten dadelijk wat we de dag erna gingen uitspoken. Een van meldingen was ‘verborgen’ (dat wil zeggen dat je de details van de locatie niet kan zien). Vreemd? Had de waarnemer schrik dat een verwarde feestvierder zijn kerstkalkoen ging vervangen door een vers geschoten zee-eendje? Nadien bleek dat deze waarnemer denkelijk deze functie bij zijn app had vergeten uit te zetten (volgens een vogelkijker die hem kende).

Zwarte zee-eend – Bichterweerd – 30 november 2025

Om 9u zondagmorgen waren we al opnieuw paraat. Gelukkig viel het weer mee. Buiten een koude bries bleef het droog. Een voorzichtig winterzonnetje kwam er zelfs even door. Wij keken vanaf het fietspad over de plas in Bichterweerd. Al snel vond ik mijn doelsoort. Een donkere eend met een bleke zijkop. Eerst actief duikend, nadien soezend met de kop in de veren. Weer een soort erbij! Eentje die niet elk jaar opduikt in Limburg. Dus een bonus. Met een witte zwaan en een zwarte eend was het weer een leuke week.

Nu komt die 200 wel heel dichtbij. Met nog een paar doenbare soorten op mijn tot-do-lijstje moet dit lukken. We hebben nog een volledig maand. Ik ga er alvast helemaal voor. Benieuwd waar dit avontuur gaat eindigen. Jij ook?

Kuifje in Maasland

Het werd een wat mindere week in termen van vogeltjes kijken. De weergoden hebben de blik met winterweer open getrokken. Nog geen sneeuwlaagje, maar wel bitter koud met een laagje regensaus er over. Niet mijn favoriete weer. De twee dagen dat ik samen met mijn vrienden van onze plaatselijke natuurvereniging ’t Bokje besteedde aan onze jaarlijkse vleesverkoop was ook vogel-kijk-loos. Dus was ik heel blij met een leuke afsluiter op zondag.

Muizenissen

De ringplek is opgeruimd. Alle stokken en netten liggen netjes binnen. Einde seizoen voor dit najaar. Toch voor het vangen met de mistnetten. Want nu schakelen we over op de rovers. Mijn muizen mochten op dinsdag voor het eerst aan de slag. Ze zitten blijkbaar goed in hun vel, want eentje paste maar net in mijn vangkokertje om ze van hun verblijf naar de kooitjes over te zetten. Hotel Dirk is voor muizen zo te zien een goede plek.

Mijn eerste mogelijke vangst was al in mijn eigen dorp. Op een straatlamp spotte ik een mannetje torenvalk. Maar hij negeerde de uitgezette val volledig. Hij vloog wat verder en ging daar op een andere lamp zitten. Ik reed naar hem toe en zette de val terug uit. Zonder succes. Het valkje vloog over een akker en verdween uit het zicht. Valse start. Dan begon ik aan een lange tocht met weinig roofvogels. Slechts drie torenvalken en zes buizerds kruisten mijn pad. Het is duidelijk dat deze soorten aan een stevige terugval bezig zijn. De mindere bezetting van de nestkasten had dit al aangegeven. Eentje kon ik verschalken. Nadat ik de val uitzette, dook hij naar beneden vanaf zijn zitplek. Alweer een straatlamp. Echter niet naar de val, maar vlak onder de paal waar hij op zat. Gelukkig was zijn duik onsuccesvol. Hij vloog tot op de paal waar mijn val net onder stond. Niet veel later liet hij zich als een steen op de kooi vallen. Altijd een spectaculair zicht. Mijn eerste torenvalk voor dit jaar was gevangen en kon geringd worden. Hopelijk het begin van een lange lijst.

Torenvalk adult man – ringvangst – Sint-Truiden – 18 november 2025

Nr. 217 – Kuifduiker

Dan duurde het tot zondag voor ik weer op pad kon gaan. Ik ging opnieuw op bezoek bij mijn vriend de Maes Keiker. In Negenoord was de dag ervoor een kuifduiker gezien. Hopelijk zat hij er nog. Een eerste scan over de plas waar hij was doorgegeven leverde niets op. Hoewel, niets is de verkeerde woordkeuze. Wintertaling, kuifeendjes – toch al een deeltje van de naam van de soort die ik zocht -, slobeenden, krakeenden, grauwe, canadese en nijlganzen en futen. Veel futen, die ik een voor een bekeek. Want mijn doelsoort is familie van deze prachtige watervogels. Kleiner van stuk, met een knalrood oog en een mooi afgelijnd petje dat niet lager komt dan dat rode oogje. Een geoord fuutje in winterkleed lijkt er enorm op. Daar staat dat oog volledig in de zwarte kopkap en is de aflijning veel minder strak. Opletten dus.

Na een eerste poging wandelde ik naar de uitkijktoren om een hoekje van de plas te bekijken die ik vanaf mijn eerste locatie niet kon zien. Aangekomen zag ik vrij dicht bij de oever een groepje kuifeendjes en meerkoeten. Daartussen zwom een witte vogel. Jawel, mijn kuifduiker! Hij liet zich prachtige bekijken. Wat een leuk beestje. Ik nam enkele foto’s om dan terug over te schakelen op puur-genieten-modus. Ondertussen kwam er een andere vogelkijker bij staan. Het signaal aan de kuifduiker om even te verdwijnen. Dus scanden we samen de plas af om ook hem ‘zijn’ kuifduiker te bezorgen. Geen spoor meer van deze kleine fuut. Wel ontdekten we een mannetje brilduiker, een groepje grote zaagbekken en ook de de dag er voor ook gemelde roodhalsfuut. Na een kwartiertje dook onze kuifduiker opnieuw vlak voor ons terug op.

Kuifduiker (al stretchend) – Negenoord – 23 november 2025

Omdat mijn maat hem nu ook had gezien besloot ik nog even rond de plas te wandelen. Kwestie van wat kilometerkes te maken op doktersadvies. Dit leverde een nog beter zicht op op de roodhalsfuut en mijn eerste nonnetje voor dit najaar. Een vrouwtje dat kwam aangevlogen en even op de plas ging rusten. Leuk, maar haar echtgenoot blijft toch de traktatie die ik graag ontvang. Volgens mij het mooiste eendje dat je in ons landje kan zien. Laat de winterse dagen maar komen!

Snorremans en Litouws bezoek

Nadat we maandag een dagje er op uit trokken, ging ik dinsdag weer aan de slag op mijn ringplek. Met alweer meer dan 100 was het voor november een onverhoopt succes. Het waren zonder twijfel de pimpelmezen die mij boven dit aantal tilden met maar liefst 88 stuks. Eentje kwam zelfs speciaal vanuit Duitsland om even goeiedag te zeggen. Maar de ster van de dag was een koolmees met een Litouwse ring rond de poot. Een eerstejaars vrouwtje, zonder twijfel in deze verre Baltische staat uit het ei gekropen. Wie dacht dat mezen geen trekvogels zijn, mis poes! Dit najaar wordt dit idee stevig de kop ingedrukt met een massa trekkende pimpel- en koolmezen.

De trekroute van onze Litouwse gast in rechte lijn

Nr. 216 – Baardman

Woensdag reed ik alweer naar het noorden van onze provincie. In de Luysen was er de voorbije dagen een baardmannetje gezien. Hoewel,… de ontdekker zag het pas toen hij thuis op het computerscherm naar de filmpjes die hij had gemaakt vanuit de vogelkijkhut van een groepje rietgorzen. Groot was zijn verbazing toen er op de achtergrond een mannetje baardman was te zien.

Toen ik aankwam zat diezelfde fotograaf al in de hut. Hij vertelde opnieuw uitvoerig zijn verhaal. Even later hoorde ik de kenmerkende metaalachtige roep van baardmannetjes. Door even het geluid af te spelen kregen we een vrouwtje en mannetje mooi te zien. Ze hipten door het riet en gingen af en toe open en bloot zitten mooi te wezen. Iets waar ze heel goed in zijn. Mijn hutgenoten lieten hun fototoestellen volop klikken. Ik genoot terwijl van dit prachtige vogeltje. Daarom had ik geen goede foto. Gelukkig was een van de fotografen zo vriendelijk om een van zijn – vermoedelijk tientallen – foto’s naar mij door te sturen. Ik blijf echter met een grote vraag zitten. Waarom noemt met deze vogeltjes baardmannetjes, volgens mij zie ik toch een dikke snor. Ik moet altijd denken aan stripfiguur Kiekeboe. Of ligt het aan mij?

Baardman – De Luysen Bree – 11 november 2025 (Foto: Stefan Geuns)

Opgeruimd staat netjes

Donderdag ging ik dan weer richting Negenoord. Want om mijn Limburgse jaarlijst verder aan te vullen heb ik nog wat eendjes nodig. Die zaten er genoeg, maar buiten een aantal grote zaagbekken bleef het bij ‘gewone’ soorten. Toch werd het een prachtige wandeling met heel wat waarnemingen. Groepjes putters, een mannetje roodborsttapuit in de zon, voorbijvliegende slobeenden, badderende smientjes en een enorme groep kolganzen die roepend overvlogen. Ik word er telkens weer erg blij van. Dit onder het toeziend oog van de ‘Maas Keiker’.

Zeer geslaagd kunstwerk ‘de Maas Keiker’ aan de Wissen

Vrijdag gingen de netten voor de laatste keer dit seizoen nog eens open. Zonder nachtgeluid, met wat miezerig weer en een luidruchtige houthakselende fruitboer vlakbij lagen mijn verwachtingen er laag. Met maar vijf vogels in de eerste ronde kwam die voorspelling uit. Dit werd volgens mij een typische eindeseizoenswedstrijd van twee ploegen die niets meer te winnen of verliezen hebben. Maar dan kwam er toch wel wat beweging op gang. Uiteindelijk kregen toch nog een mooi aantal pimpelmezen, wat goudhaantjes en nog eens twee barmsijsjes een ring rond de poot. Een deftige afsluiter van een mooi najaar. Ondanks het ‘probleempje’ met de levering van de ringen.

Ik klopte af op 4.398 vogels die ik in mijn handen had. Hier waren er 161 van geringd. Een groot deel terugvangsten van vogels die zelf ringde, maar toch ook een aantal ‘vreemde’ controles. De top vijf was zwartkop (906), kleine karekiet (685), tjiftjaf (595), pimpelmees – uiteraard – (363) en roodborst (334). Kersen op de taart waren draaihals, bladkoning (2), siberische tjiftjaf, orpheusspotvogel en vooral mijn eerste paapje ooit op mijn ringplek.

NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research