Rotloos eindje

De herfst is duidelijk in het land. Veel wind en nattigheid zorgde er voor dat ik niet zo heel veel kansen kreeg om vogeltjes te gaan kijken. Woensdag was de beste dag van de week en gingen de netten weer eens open. Alweer met meer dan 100 vogels. Ze blijven komen. Blijkbaar zijn er heel wat pimpelmezen op komst. Ik kreeg al een voorsmaakje. Ik voel het nog aan mijn vingertoppen.

Vuur en rood

Maar ik was vooral blij met de vier barmsijsjes die ik kon ringen. Twee er van waren adulte mannetjes. Wat forser en een mooi karmijnrood petje en borst. Deze wintergastjes zijn echte traktaties als je ze van zo dichtbij kan bekijken.

Barmsijs – ringvangst Wellen – 22 oktober 2025

Blijkbaar heeft mijn geluid ook een beter effect op goudhaantjes. Ondertussen zijn het er al 55. Af en toe zitten er ook vuurgoudhaantjes tussen. De allerkleinste vogeltjes in ons landje. Maar hun verenkleed is dan weer een grootse prestatie. Zeker als je mannetjes vangt en die in al hun opwinding hun knaloranje kuifje openspreiden. Vuurwerk!

Vuurgoudhaan – ringvangst Wellen – 22 oktober 2025

Geen happy end

De week sijpelde naar zijn einde. Het was pas op zondag dat er opnieuw naar vogeltjes kon worden gekeken. Maar zonder veel ambitie. Want eerst moest ik voor het werk promomateriaal gaan afgeven aan een sympathieke MTB-club die tijdens hun jaarlijkse toertocht centjes voor de natuur wou inzamelen. Waarvoor dank. Aangezien ik toch in de buurt van Stamprooierbroek was maakte ik daar een -overigens prachtige – wandeling. Zonder veel gevlieg of gepiep. Ik zag vooral beversporen. Want die zijn in dat gebied heer en meester.

Beverdam – Stamprooierbroek Bree

‘Voila, deze week zit er op’ dacht ik. Maar dan zag ik de melding van Miel dat er in Heppeneert een rotgans zat mooi te wezen. Deze aan de kust veel voorkomende gans is in Limburg een zeldzame verschijning. Voor mij was het van 2008 geleden dat ik er in onze regio eentje kon spotten. Wel moest ik eerst nog een aan mijn zoon beloofd bezoek aan een stripbeurs afwerken. Mijn collectie Asterix-strips is weer wat groter geworden.
Even later reed ik dan toch richting Maaseik. Zonder veel hoop. Die eenzaten hebben de gewoonte om zich aan te sluiten met elke groep ganzen die opvliegt. Dus was ik er vrij zeker van dat de vogel gevlogen was. Maar je weet maar nooit. Zo kreeg ik wat meer hoop toen ik zag dat er op de locatie waar Miel in de voormiddag de rotgans zag er een grote groep ganzen zat. Het sein voor een spelletje gansjes afkijken. Een activiteit die jaarlijks rond deze periode terugkomt.

Portie gans gemengd – Heppeneert – 26 oktober 2025

Maar ik kon er geen rotgans tussen vinden. Ganzen hebben dan ook nog eens de gewoonte om in groepjes weg te vliegen of er weer bij te komen zitten. Dat wil zeggen, nog eens opnieuw beginnen. Tussendoor kon ik een geringde kolgans aflezen. Niet de pootring, dat is onbegonnen werk. Maar ze krijgen een brede en duidelijke halsring rond de nek. Benieuwd waar kolgans B1U vandaan komt? Altijd leuk.
Terug aan de auto wist ik dat er geen ‘rotje’ op mijn lijst zou komen. Maar even was er toch nog een sprankeltje hoop, toen ik met de verrekijker een donkere gans zag. Maar door de telescoop bleek het een wat vreemd exemplaar te zijn. De app determineerde het gekke beest als een hybride keizergans met brandgans. Toch iets speciaals aan het einde van een winderige en natte week.

Hybride keizergans x brandgans – Heppeneert – 26 oktober 2025

Volgende week is er meer tijd om vogeltjes te kijken. Want ik heb een ganse week verlof. Misschien dat er dan toch nog een ‘rotje’ uit de bus komt.

Afgekeurde driepunter

De voorbije week was eentje met maar liefst (bijna) drie nieuwe soorten op mijn jaarlijst. Dat was al even geleden en gezien de stand van zaken een mooie opsteker.

Dinsdag en zaterdag gingen de netten open op mijn ringplek. En het was opnieuw bingo. Met 165 en 176 gevangen vogels was het ‘werkendag’. De hulp van Kristof op dinsdag was dan ook zeker welkom. Zaterdag stond ik er alleen voor en was het dus overuren draaien. Het is trouwens een geweldig najaar op mijn ringplek. Bijna elke keer als ik mijn netten openschuif rond ik makkelijk de kaap van 100 vogels.

Nr. 213 – Krooneend

Toch was mijn eerste ‘vinkje’ niet op mijn ringplek. Hiervoor moest ik in allerijl naar Negenoord. Daar werd een krooneend gevonden. Eerst was het even balen omdat ik geen auto beschikbaar had. Maar even later reed ik dan toch de drukke weg op naar Stokkem. Gelukkig was het mannetje krooneend nog aanwezig. Enkele andere vogelkijkers waren zo vriendelijk om mij naar de juiste plek te sturen. Zo was deze nieuwe soort voor dit jaar snel binnengekopt. Want een uurtje later moest ik gaan genieten van een grappige voorstelling. Alles lukte mooi op tijd ondanks een stevige avondspits.

Krooneend – Negenoord – 17 oktober 2025

Net niet nr. 214 – Bladkoning

Zaterdag kon ik mijn jaarlijkse bladkoning verwelkomen op mijn ringplek. Op de andere locaties binnen onze werkgroep hadden ze deze zeldzaamheid al kunnen ‘scoren’. Nu was ik dus aan de beurt. Deze kleine schoonheid werd netjes van een ringetje voorzien en kreeg dan opnieuw de vrijheid. Toen ik even later naar mijn netten wandelde, hoorde ik – zonder twijfel de vogel die ik net geringd had – een bladkoninkje roepen in het bosje in mijn tuin. Het voordeel van het ringwerk is dat ik wist dat er in mijn tuin mogelijk nog een bladkoning zat. Dus was ik uiteraard alert toen ik naar buiten ging. Weer een soort erbij op mijn lijst? Toch niet. Want blijkbaar is de regel dat je een vogel die geringd is dezelfde dag niet kan meetellen op een lijst. Volgens mij een oneerlijke regel, want stel dat jij net passeert vlakbij, dan mag jij die wel aanvinken. Jij hebt op dat moment uiteraard geen idee dat deze vogel net vlakbij geringd werd.
Sorry dat ik er weer over begin – in een vroegere post heb ik mij hier nog al eens over opgewonden – maar ik heb het nu eenmaal moeilijk met regels die volgens mij oneerlijk zijn of niet uit te leggen zijn door de personen die deze regel hebben uitgevonden. In dit geval voldoet deze regel aan beide voorwaarden, reden genoeg om mij er over te ergeren. Dat dacht ik even. Maar er zijn wel ergere dingen denk ik dan maar. Wat trouwens zeker het geval is. Dus nummer 214 werd even uitgesteld.

Bladkoning – Wellen – 18 oktober 2025

Net wel nr. 214 – Barmsijs

Even maar. Want niet veel later die voormiddag kon ik toch een soortje bijschrijven. In oktober speel ik overdag ook op barmsijs. Vandaag met succes, maar liefst zes exemplaren lieten zich verschalken. Maar mogelijk waren het er nog meer geweest. Want tijdens een van de laatste controles vlogen er drie barmsijsjes over mijn hoofd. Ze riepen even en gingen in de top van een berk zitten. Jammer genoeg had ik geen verrekijker bij om ze te bewonderen. Maar dat kon ik wel uitgebreid doen met hun soortgenoten die zich wel lieten vangen en ringen.
De dag er voor was ik naar deze ‘roodkapjes’ gaan zoeken in De Maten en op de Mechelse Heide. Zonder succes. Ze nu zien in mijn eigen tuin was een mooie verrassing. Gelukkig vlogen ze nadien niet in mijn netten. Want anders kon ik deze barmsijsjes ook op mijn buik schrijven.

Barmsijs – Wellen – 18 oktober 2025

Het ging trouwens om kleine barmsijzen. Maar die opsplitsing mag ik niet meer maken. Alle barmsijzen zijn sinds kort allemaal barmsijzen. Dit lijkt een opmerking van een verwarde vogelkijker. Toch klopt het, ik probeer het even uit te leggen. Een ‘raad der wijzen’ beslist regelmatig over het samenvoegen of opsplitsen van soorten. Zij vonden dat de verschillende barmsijzen – het gaat over kleine en grote – dezelfde soort waren. Ze worden dus beschouwd als ondersoorten. Witstuitbarmsijs is wel een aparte soort. Maar die heb ik voorlopig nog nooit gezien. Maar wat nog niet is, kan altijd komen. Hopelijk ooit…

Ellendig geluk

Nr. 112 – Taigaboomkruiper

Dinsdag reed ik onder een zwaar bewolkte hemel en met een driezel-regen richting de Voerstreek. Dit is volgens mij een van de meest door vogelkijkers ondergewaardeerde regio in ons landje. Ik kom er zelf ook te weinig. Dit jaar zeker, want Voeren hoort bij Limburg. Dus hier iets zien is scoren op mijn jaarlijst.

Het weer bleef echter tegenspruttelen. Wat eerst begon als een licht gemiezer werd naar de middag toe een lichte regenbui. Dus zette ik mijn doel om wat leuke soorten te vinden al snel uit mijn hoofd. In dit weer bleven de kleine vliegenvangers of bladkoninkjes – die ik in gedachten had – goed beschut in de struiken zitten. Dit was echter zonder een andere klein vogeltje gerekend. Toen ik mijn lange – overigens ondanks het slechte weer prachtige – wandeling bijna had afgewerkt werd ik aan het Schophemerbos opgehouden door een gemengd groepje van goudhaantjes en pimpelmezen. Hun actieve rondgehip met dito geluid deed mij even stoppen. Want één ‘piepje’ dat ik in de groep hoorde kon ik niet dadelijk thuisbrengen. Het was net op dezelfde plaats waar ik in het voorjaar samen met Pierre als eens was gaan zoeken naar taigaboomkruiper. Toen was de kans groter omdat ze in het broedseizoen vaak zingen. We gingen echter zonder een waarneming terug naar huis. Had ik deze keer meer geluk? Want mijn eerste reactie was ‘taiga?’. Toen ik de roep even checkte op mijn gsm, kwam er dadelijk een bleek vogeltje dichterbij gevlogen. Even kon ik hem goed bekijken met mijn verrekijker. Kruipend tegen een stam. Oogstreep, witte flanken en de roep van een taiga. Weer een soortje erbij!

Taigaboomkruiper – Foto: Wouter Berden

Traditie in wording

Vrijdag vertrok ik met de vier ‘birdketiers’ richting onze kust. Hoewel het pas het tweede jaar was dat we dit deden, lijkt het een grote kanshebber te worden als jaarlijkse traditie. Drie dagen vogeltjes kijken aan zee, wat wil een mens nog meer. Het weekend werd opgesmukt met een hoop peperdure bolides op een treffen van mensen die zo te zien weten wat ze ‘meer willen’. Een mooi intermezzo. Maar we grijpen even terug naar de belangrijke zaken: de vogels. We starten net zoals vorig jaar aan het Zwin. Daar was het vrij rustig. De gemelde ijsgors bleek – na het afspeuren van honderden paaltjes – niet aanwezig, althans niet zichtbaar. Maar we lieten ons niet uit het lood slaan. Onze volgende stop was de Sashul in Heist. Een iconische bosje waar al heel wat zeldzaamheden werden bewonderd. Deze keer was het een sperwergrasmus. Waar deze soort vaak goed verscholen in een bosje af en toe een oog of een staartpunt laat zien, was dit exemplaar veel toegeeflijker. Regelmatig kwam hij in vol ornaat te voorschijn. Genieten!

Sperwergrasmus – Heist – 10 oktober 2025 (Foto: Wouter Berden)

Wouw, een topper

De soort van ons weekend was zonder twijfel een grijze wouw. Al weken voor onze aankomst werd er een exemplaar gezien – de foto’s gaven aan dat het de moeite was – vlakbij ons verblijf. Dus gingen we de eerste dag, nadat we onze koffers hadden uitgeladen op zoek naar dit showbeest. Het bleef echter met een zicht op de boom waar deze prachtige roofvogel de voorbij tijd had doorgebracht. Geen wouw te zien. De teleurstelling was bijna zo groot als die over de prestatie van onze Rode Duivels ’s avonds op tv tegen een voetbaldwerg uit een land waar een salade met groenten zonder twijfel het nationaal gerecht moet zijn.

De volgende dag gingen we opnieuw op pad. Een bezoek aan de telpost Spanjaerdduinen werd een topmomentje. Allereerst werden we enorm hartelijk ontvangen door de tellers. Maar daarnaast bleek er zich een fenomenale vinkentrek te voltrekken. Een stroom van grote groepen – vaak verschillende honderden exemplaren – vinken kwam voorbij. Wat een spektakel! De mislukte zoektocht naar een bladkoning in de Fonteintjes kon ons dan ook niet uit ons lood slaan. Toen de melding binnen kwam van een kleine topper aan het waterbekken in Woumen gaf ons weer hoop op weer een knaller op onze weekendlijst. Onderweg kwamen we tot het besef dat we vorig jaar op dezelfde plaats hadden rondgereden om te ontdekken dat dit gebied niet toegankelijk is. Maar om een of andere reden sloegen wij die kennis in de wind. We belden zelfs overmoedig aan, aan de poort van het bedrijf om proberen toch binnen te geraken. Tevergeefs. De topper werd een ‘flopper’. We besloten die teleurstelling door te spoelen met een tasje koffie en een pannenkoek met hoeve-ijs vlak bij het spaarbekken. Terwijl we een geanimeerd debat hielden waarom we toch zo ver waren gereden, terwijl we wisten dat we die eend nooit zouden zien, kwam er een nieuwe melding binnen. Er zat vlakbij een grijze wouw. We speelden onze pannenkoeken wat sneller binnen en reden snel naar de plek waar deze ‘topper’ zou zitten. Na even zoeken kregen wij een bleke roofvogel in beeld zittend op een meidoorn. Grijze wouw in the pocket! Het beestje was zo vriendelijk om – net als zijn familielid van vlakbij ons huisje – een mooie show te geven door wat te gaan jagen. Het geluk was dan toch weer aan onze kant.

Grijze wouw – Woumen – 11 oktober 2025

Tjilp

Onze laatste dag besloten we om onszelf te trakteren op een lekker en uitgebreid ontbijt. Maar aangezien de zaak die we hadden uitgekozen volzet was, werd dit voornemen vervangen door een meer bescheiden versie in de Panos. Dit zorgde er wel voor dat we sneller naar onze eerste tussenstop konden rijden. De Uitkerkse Polders met als doelsoort velduil. Hier is er al jaren een slaapplaats en kan je deze mooie nachtrovers vaak goed bekijken. Toen wij aankwamen moesten we een boer laten wegrijden om onze wagen te kunnen parkeren. Deze ‘agrariër’ bleek een rol te gaan spelen in het vervolg van dit verhaal. Want aangekomen bij de aanwezige vogelkijkers kregen wij de boodschap dat nog geen vijf minuten geleden alle uiltjes waren opgevlogen om elders een uiltje te gaan knappen. Een boer was door de weide gelopen en had 14 velduilen verjaagd. Jawel, diezelfde boer die wij net hadden gezien. Het was weer even een Rode Duivels-Macedonië gevoel.

Koereiger – Uitkerke Weiden – 12 oktober 2025

Maar niet lang getreurd. We gingen weer op pad. Wel pas nadat we de mooie blauwe kiekendief en de koereigertjes – die zoals het past tussen de koeien rondtrippelden – nog even bewonderden. We belandden na een stop in de baai van Heist waar we een gemelde ijsgors dipten (dat is een vogel missen die werd doorgegeven), maar wel een mooie groep rotganzen zagen voorbij vliegen – nieuwe soort voor Wouter en Gert op hun Belgische lijst – terug in de Fonteintjes. Daar zat volgens onze info een draaihals die we wel vonden. Wat een schitterende beesten toch. Ik kon ze al een paar keer bewonderen toen ik ze uit mijn net haalde bij het ringen thuis. Maar zo eentje vlak voor je neus zien rondhuppelen is toch nog leuker. We sloten ons weekend af zoals het begonnen was, in het Zwin. Want daar was er een grote pieper gezien. Dankzij de dure auto’s en de massa autofanaten was het wel aanschuiven rond en in Knokke. De tijd begon te dringen. Om 17u ging het park dicht. We kwamen gelukkig nog ruim op tijd aan. Na het betalen van een stevige inkomsom wandelden we de Zwinvlakte op. Op zoek naar een pieper tussen veel andere piepers op een grote vlakte met veel plekken om je weg te steken. Een pieper in een hooiberg. Maar deze keer bleek het wel goed voor ons uit te draaien. Na een uurtje zoeken vloog er een luid ‘tjilpende’ vogel op. Tot twee keer toe. Grote pieper! Voor mij trouwens een nieuwe soort op mijn Belgische lijst. Een mooie afsluiter van een geweldig weekend.

De lange terugweg met de nodige files – met deze keer heel wat peperdure auto’s die ook stil stonden – zette ons weer met beide voeten in de ‘echte’ wereld. Maar wel met alweer een hoop mooie herinneringen die ze ons niet meer afpakken. Volgend jaar zijn we er weer…

Geduld is zilver

Nr. 211 – Zilverplevier

Het waren spannende dagen in het begin van de week. De in Koningssteen gemelde zilverplevieren moest ik in het weekend laten passeren wegens andere verplichtingen. Zaterdag zat ik mijn stoel te schuifelen aan de balie in De Wissen en zondag moest ik de kerk in het midden houden met een bezoek aan de antiekmarkt in Tongeren. Mijn gedachten dwaalden meermaals af naar die zilverplevieren die dan netjes werden gemeld op zowel zaterdag als zondag. Ook maandag bleken ze aanwezig, maar die dag zat ik vast op het werk met een late vergadering, zodat ’s avonds even doorrijden naar Kessenich geen optie was. Dus was het wachten tot dinsdag. Maar dit koppeltje had het blijkbaar zo naar zijn zin, dat ze ook die morgen aanwezig waren. Deze keer was ik er ook. Ik kreeg ze prachtig in beeld. Een aantal wandelaars mochten mee genieten van de beelden via mijn telescoop. Met weer een soortje erbij op mijn jaarlijst als resultaat.

Zilverplevier – Koningssteen – 30 september 2025

Hoopvol slot

Woensdag werd de netten nog eens open geschoven voor een voormiddagje ringen. Met de handrem op, want voorlopig kan onze ringoverste geen ringen bij bestellen. Dus moeten we alles zo plannen dat ik tot half november alles wat in kan vangen ook een ring aan de poot kan knijpen. Met elke vangstdag meer dan 100 vogels is dat niet zo makkelijk. De zwartkoppen nemen wel wat af, maar de roodborsten en de mezen beginnen goed door te komen. Ook tjiftjaffen hebben hun tocht naar het zuiden duidelijk aangevat. Gelukkig krijgen die een kleinere ring aangemeten waar ik er normaal genoeg nog meer dan genoeg van heb. Kers op de taart van deze week was mijn tweede cetti’s zanger voor dit najaar. Een soort die de laatste jaren aan een stevige opmars bezig is.

Cetti’s zanger – ringvangst Wellen – 1 oktober 2025

We sloten het weekend af met een bezoek aan de telpost in Oetersloven. Eentje met veel wind en weinig vogels. Maar wel twee kersverse en jonge vogelkijkers voor onze regio die met veel enthousiasme mee zochten naar de schaars overvliegende vinken en graspiepers. Zo kreeg deze week een geweldig slot. Zoals de titel van mijn blog het zegt: iedereen moet vogels gaan kijken. Want het is een geweldige hobby. We zijn goed op weg, met weer twee extra birdaholics.

Trektellen telt ook

De voorbije week was er weer eentje van ups en downs. Zo sprong ik op vrijdagavond nog snel even in de auto richting Peer. De melding van een morinelplevier was voldoende om wat kilometers te maken. Die melding kwam wel laat. Een fotograaf-vogelkijker had op zijn foto’s ontdekt dat er op een van zijn foto’s een morinelplevier stond te blinken. Weer maar eens het bewijs dat vogels fotograferen niet bevorderlijk is voor vogels kijken. Maar dit terzijde.

Dus reed ik goed 45 minuten om de kleine kans dat de vogel er nog zat om te zetten in een extra soort op mijn jaarlijst. Toen ik aankwam stonden daar twee vogelkijkers gezellig te keuvelen. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel hebben ze de vogel al goed gezien en is die meestal weg gevlogen, ofwel hebben ze na lang zoeken de vogel niet meer gevonden. Deze keer bleek het de tweede optie. Maar ik gaf nog niet op. Een morinelplevier heeft namelijk de geweldige kunst om op te gaan in zijn omgeving. Misschien hadden ze hem wel over het hoofd gezien. Dit was zonder rekening te houden met andere vliegende wezens. Aan de horizon doken een drietal parapenters op. Je weet wel van die luidruchtig vliegende ventilators met een parachute. Deze vlogen heel laag over de akkers. De avondlijke rust en de aanwezige vogels wegblazend. Respectloos en egoïstisch. Mijn hoop om die morinel te vinden werd meteen ook weggeblazen. Ze vlogen dan ook even zonder enige schroom over het militaire domein. Als ik er 10 meter te ver ga staan krijg ik een stevige boete. Zij ook? De regels gelden blijkbaar niet voor iedereen.

Nr. 210 – Smelleken

Gelukkig begon mijn week met een extra soort. Op zondag werden er op de telpost in Averbode Bos en Heide heel wat roofvogels gezien. Waaronder een heleboel smellekens. Deze kleine valkjes vliegen op trek mee met hun prooien, kleine zangvogels. Een vliegend buffet kan je het noemen. Daarom worden ze op telposten wel vaker gezien. Maar september is volgens mij vrij vroeg. Toch trok ik op maandag naar Tessenderlo. Met resultaat. Want een van de eerste roofvogels die we zagen was een smelleken. Weliswaar redelijk ver. Maar met de bevestiging van toppers onder de vogelkijkers als Koen Leysen en Maarten Jacobs zette ik deze soort netjes op mijn Limburgs jaarlijst.

Smelleken – archieffoto 2018

Ondertussen lijkt de trek stevig op gang getrokken. Hopelijk levert dit nieuwe soorten op. Zilverplevier dook alvast op aan de Maas. Ik weet al waar ik een van de volgende dagen dat ik vrij ben naartoe ga.

Tellertje

Er kwam deze week weer een soortje bij. Uiteraard aan het Schulens meer.

Nr. 209 – Rosse grutto

Het noordse neefje van onze grutto is een doortrekker en wintergast in ons landje. In het binnenland zeker geen alledaagse verschijning. Terwijl de grutto ook broedt – weliswaar elk jaar minder en minder paartjes – in Vlaanderen, doet de rosse grutto dat in het hoge noorden van Europa. Een waarneming van de rosse variant is dan ook groot nieuws in Limburg. Ik kon hem dinsdag aan mijn jaarlijst toevoegen. Thuis bleek het ook een nieuwe Limburger voor mij. Dus zeker blij met deze mooie steltloper.

Rosse grutto – Schulensbroek – 16 september 2025 (foto: Peter Gabriels)

Tellen

De rest van de week zag ik heel wat leuke soorten, maar geen enkele kwam in aanmerking voor een nieuw streepje op mijn lijst. Wel kwam er met cetti’s zanger een nieuwe soort bij op mijn ringplek. De 4de ooit die ik mocht ringen.

Daarom ging ik weer eens grasduinen in het rijke digitale aanbod van informatie rond waarnemingen van vogels. Welke soorten zijn nog mogelijk? Ik maakte een overzicht van alle soorten die nog ontbreken op mijn lijstje en die de laatste vijf jaar tussen 15 september en 31 december werden gezien in Limburg. Dit leverde volgende lijstje op:

Uiteraard begin ik met de steltjes. Voorlopig blijven dit de grootste kanshebbers om te ontdekken. Eentje blijkt haalbaar: zilverplevier. Deze maand zou hij moeten opduiken. Hopelijk.
Dan komt de maand oktober, de periode voor dwaalgasten en doortrekkers. Baardmannetje, bladkoning, velduil en smelleken kunnen daarbij horen.
Vanaf november schakelen we dan over op wintergasten-modus. Te verwachten soorten zijn barmsijs, bokje en bij de watervogels die dan hier massaal komen overwinteren krooneend, topper, rotgans en kleine zwaan.

Makkelijke soorten zitten daar niet tussen. Die hebben we al allemaal gehad. Maar volgens mijn rekenkundige skills kom ik zo mogelijk aan 220 soorten. Met de nadruk op mogelijk. Want vogels zijn niet voorspelbaar. Gelukkig.

Van nietes naar (4x) welles

Als ‘ouwe zak’ in de sociale sector heb je het voordeel dat er wel wat verlof kan ingepland worden in je agenda. Zo komt er de komende maanden wel wat tijd vrij om mij te focussen op ‘mijn’ vogeltjes. Dat leverde deze week toch wel wat leuks op. Een topweekje!

Bijna

Maandag kon ik al op pad. Wel pas in de namiddag wegens een voormiddag met familiale verplichtingen. Die zijn er ook nog. Tegen de middag reed ik naar de Maaskant, want daar waren de voorbije dagen reuzensternen en een dwergaalscholver gezien. Dat las je al in mijn vorige post. Wie weet waren ze wel blijven plakken?

Ik begon in Hochter Bampd. Volgens mij een gebiedje waar je als dwergaalscholver wel wil zitten. Maar mijn doelsoort bleef spoorloos. Wel kon ik een mannetje witoogeend aanvinken. Toch ook een leuke soort. Volgens mij is deze vogel hier al het ganse jaar aanwezig.

Witoogeend – Hochter Bampd – 8 september 2025

Aangezien de reuzensternen het laatst waren gezien in Maaswinkel reed ik die richting uit. Je kan de achterzijde van dit mooie gebiedje bereiken via een leuk wegje dat vlak langs de Maas loopt. Een van de weinige plekken waar dit nog kan. Zo had ik onderweg nog kans om die dwergaalscholver te vinden. Mijn keuze bleek de juiste. Want bij de eerste bocht van de Maas die vol vogels zat ontdekte ik een kleine zwarte vogel op een boomstam. Met de verrekijker werd mijn vermoeden bevestigd. Jawel, onze ‘dwerg’ zat er nog. Hij liet zich prachtig bekijken. Alleen zat hij wel aan de Nederlandse kant van de rivier. Hij was ongeveer 135 meter verwijderd om nummer 205 te worden op mijn Limburgse jaarlijst. Tja, reglement is reglement. Na een bezoekje aan Maaswinkel waar er blijkbaar een grauwe ganzen-congres bezig was – ik telde er minstens 700 – ging ik nog een hele tijd aan de maasbocht staan. Misschien vloog de dwergaalscholver – om mij een plezier te doen – wel even over Limburg. Maar buiten een paar momentjes waar hij wat ging duiken, bleef hij netjes op zijn boomstam zitten zonnen. Leuk beest, zelfs aan de ‘verkeerde’ kant van de Maas.

Dwergaalscholver – Meers – 8 september 2025

Nr. 205 – Gestreepte strandloper

Dinsdag viel de regen met bakken uit de lucht. Mijn dagje recup werd omgezet naar een dagje lekker thuiswerken. Vogeltjes kijken stond niet op de agenda. Tot er rond half vier een melding binnen kwam op mijn gsm van een gestreepte strandloper in Schulen. Een zeldzame doortrekker! Gelukkig hadden de weergoden blijkbaar dit berichtje ook ontvangen. Want het werd stilaan droger. Dus reed ik rond 17 uur richting de -momenteel – beste vogelkijkplek van Limburg. Ik was niet de enige, want stilletjes druppelden de telescopen dragende medemensen binnen. Gelukkig bleef het met dàt gedruppel en hielden we het droog. Het was even zoeken, maar uiteindelijk hoorde ik de verlossende woorden: ‘daar zit em!’ Het gestreepte steltje was zelfs zo vriendelijk om wat dichterbij te vliegen. Hierdoor kon iedereen hem mooi bekijken. Topsoortje en weer een streepje – want dit strandlopertje had er toch genoeg – bij op mijn lijstje. Het was al even geleden dat ik dit mocht doen.

Gestreepte strandloper – Schulensbroek – 9 september 2025

Nr. 206 – Zwarte ibis

Na deze mooie waarneming wandelde ik samen met een paar andere vogelkijkers richting de parking. Daar kreeg ik het nieuws dat er in Zonhoven een zwarte ibis was gezien. Die ontbrak ook nog op mijn jaarlijst. Dus maakte ik een omwegje naar de Platwijers in Zonhoven. Deze keer was het niet lang zoeken. De ibis zat in een hoekje van de plas druk waterdiertjes te zoeken om zijn avondeten bij elkaar te schrapen. Het blijft een gekke ervaring om deze wat exotisch uitziende soort te bekijken in een Zonhovense koude plas. Ik heb altijd het gevoel dat ze niet bij elkaar passen. Maar de rest van vogelkijkend Vlaanderen doet er niet moeilijk over. Hij staat netjes op de juiste bladzijdes van de vogelgids. Hij mag zonder discussie meegeteld worden in welk lijst dan ook. Dus zette ik nog een streepje bij. Twee nieuwe soorten op één dag. Bonus op bonus.

Zwarte ibis – Platwijers Zonhoven – 9 september 2025

Woensdag nam ik de beslissing om – wegens niet geschikt weer om te ringen – een kijkje te gaan nemen op de telpost in Averbode. De verwachten waren hoog, te hoog blijkbaar. Bij aankomst was het platform bedenkelijk leeg. Er hing aan een kant ook een rood en wit lint te wapperen. Had ik ergens een aankondiging van grote werken gemist? Neen, er bleek een nest van Europese hoornaars onder het houten staketsel te zitten. Uit een filmpje dat je kon bekijken via een QR-code – ik blijf dat hele digitale gedoe hokus-pokus vinden – bleek echter dat het brave beestjes waren. Dus nam ik plaats op het platform. Maar het bleef heel stil. Weinig gefladder of gepiep. Na een tijdje kwamen er ‘tellers’ bij. Maar geen vogeltjes. Buiten een handvol zwaluwen vloog er bitter weinig. Een teleurstellend bezoek. Met enkel een mooie groep lepelaars die een gooi deden naar het hoogtepunt van de voormiddag. Dat er duidelijk geen was. Volgende keer beter. Want ik ga er zeker nog eens terug naartoe.

Nr. 207 – Drieteenstrandloper

Donderdag kwam er een melding binnen van drieteentjes in – waar had je anders gedacht – Schulen. De gestreepte strandloper lijkt wel wat volk aan te trekken, die dan op hun beurt weer wat leuks ontdekken. Deze ADHD bolletjes lopen normaal gezien voor de branding op aan het strand. Maar soms besluiten er een paar om ook eens in het binnenland op uitstap te gaan. Dit viertal had dat idee omgezet in de praktijk. Het weer was barslecht die avond. Dus liet ik de boel de boel.

Vrijdag sukkelde ik wat vroeger uit mijn kazemat. Ruim een uur voor ik op het werk moest zijn stond ik al op de dijk van het Schulensmeer. Ook deze keer niet alleen. Ik vond de vier rondrennende witte steltjes dit keer vrij snel en zonder hulp. De branding was er wel niet bij, maar dat zou mij een zorg wezen. Weer een soortje erbij.

Drieteenstrandloper – Schulensmeer – 12 september 2025

Nr. 208 – Zeearend

En nog was het feest niet voorbij. Zaterdagmorgen reed ik samen met Pierre naar het verre Bree. De voorbije dagen was er een zeearend gezien in de Luysen. De kans om deze nog ontbrekende soort bij te schrijven op mijn Limburgse jaarlijst. Toen we in de hut stonden werd deze imposante rover al terug gemeld op waarnemingen.be. Wel midden in het gebied door een vogelkijker die daar vermoedelijk wel mocht komen. We maakten nog een wandeling naar een andere kijkhut. Maar keerden al snel op onze stappen terug omdat de gemelde locatie toch dichter bij de vorige hut lag. Een gratis fitness-oefening. Vanaf dan was het wachten geblazen. De plaatselijke ijsvogels zorgden gelukkig regelmatig voor wat afleiding. Na ruim drie uur staren door het kijkgat van de hut vlogen plots alle dobberende ganzen luid snaterend op. Het signaal dat er iets op komst was. En jawel, voor ons kwam een enorme roofvogel aangezeild. Een blik door mijn verrekijker was voldoende om deze waarneming te bevestigen: zeearend! Een mooie afsluiter van een geweldige week.

Zeearend – De Luysen Bree – 13 september 2025

Sylvia versnelling

Het werd een drukke week. Want de zwartkoppen hadden gezamelijk beslist om aan hun trektocht naar hun overwinteringsgebied in te zetten. Dat is althans het gevoel dat ik na twee dagen ringen had. Het gevoel in mijn vingers is dan weer verdwenen.

Zilverlijn

Woensdag maakte ik van mijn vrije dag gebruik om nog eens naar Schulen te rijden. Deze keer maakt ik een – lange – wandeling helemaal rond het meer. Er zaten wel wat steltjes, maar duidelijk minder dan de voorbije weken. Al bij al werd het een rustige tocht. Na een ‘lekkere’ tussenstop besloot ik dan ook om nog eens te passeren aan Kleen Meulen. Een kleiner gebiedje vlakbij het Schulensmeer. Daar was het wel druk. Toch wat vogels betreft. Op een van de vijvers telde ik maar liefst 50 grote zilverreigers. Met daartussen ook nog eens 7 kleine zilvers. Mooi om te zien.

Grote en kleine zilverreigers – Kleen Meulen – 3 september 2025

Werkendag

Vrijdag stond er in mijn agenda van het werk ‘recup’. Nu hadden de zwartkoppen dat mis begrepen. Want ze kwamen massaal door op mijn ringplek. Het dagrecord werd verbeterd met 136 exemplaren. Samen met nog wat soorten, waaronder nog een nachtegaal, kwam ik die voormiddag uit op 197 geringde vogels. Stevig.

Zwartkop

Zaterdag begon ik mijn eerste controle met een klein hartje. Zou het weer ‘koekenbak’ zijn. Jazeker, de netten hingen stampvol. Het dagrecord voor zwartkop ging nog een heel stuk scherper (154). Maar daarbij hadden ook de roodborsten (45), kleine karekieten (34) en de tjiffen (13) besloten om langs te komen. Met 273 vogels geringd zette ik mijn tweede beste dagresultaat ooit neer.

Trillers

Heeft die nieuwe geluidsinstallatie dan toch zo een positief effect? Het lijkt er wel op. Zo doen de rietsoorten het opvallend goed. Kwestie van een zuiverder geluid? Ik speel dezelfde geluiden en met hetzelfde volume als vroeger. Maar volgens mij klinkt het net iets zuiverder. Dit leverde tot nu toe 670 kleine karekieten op. Bijna een evenaring van het beste jaar ooit voor deze soort. En we hebben nog meer dan twee maanden te gaan.

Kleine karekiet

Bij de rietzangers is het resultaat nog verbluffender. Daar staat de teller op 66. Zaterdag kon ik er nog een drietal ringen. Hoewel voor deze soort de doortrek er bijna op zit, zit ik al een stuk hoger dan alle jaren voordien.

Rietzanger

En dan zijn er nog de sprinkhaanzangers. Daar is het helemaal uit de hand gelopen. Ik kon er tot nu toe 27 ringen. Dat is drie keer meer dan het beste jaar tot op heden. Een resultaat waar ik enkel maar blij kan mee zijn. Het is echt een leuke soort.

Sprinkhaanzager

Al deze soorten hebben een zang met hoge tonen en gekras of – zoals bij de sprinkhaanzanger – een ratelende triller. Blijkbaar zorgen mijn versterkertjes en de bijbehorende geluidsboxen voor een resultaat dat deze kereltjes wel kunnen smaken. Ze stromen toe.

Limburggevoel

Ondertussen lijkt het er ook op dat de kandidaten voor mijn Limburgse jaarlijst beginnen door te komen. De topmaanden voor vogeltrek en dus ook zeldzamere doortrekkers of dwaalgasten zijn begonnen. Zo zag ik meldingen van dwergaalscholver – die besloot om op Nederlandse bodem te blijven – en reuzenstern. Jammer genoeg zat ik op dat moment met mijn handen in het haar, ik bedoel vol vogels. Ringetjes aan de poten te knijpen. Op zondag moest ik ook noodgedwongen alle meldingen laten passeren. ’s Avonds zag ik dat er op de telposten massaal roofvogels waren voorbij gekomen. Ik weet alvast wat ik de volgende dagen ga doen…

De grote verleiding

Deze week geen nieuwe Limburgers, maar wel een mijlpaal in mijn ringers-loopbaan.

40.000

Op trektellen.be kan je mijn ‘prestaties’ bekijken van mijn ringplek thuis. Op waarnemingen.be staan soms leuke soorten die ik heb geringd. En zelf kan ik op Papageno – het registratieprogramma van het ringwerk met middeleeuwse trekjes – bekijken hoeveel vogels ik elke dag of elk jaar een ring aan hun poot kneep. Maar een totaaloverzicht ontbreekt. Daarom ging ik zelf aan de slag en zette alle cijfertjes netjes in de juiste hokjes. Zo kreeg ik een beeld van het aantal vogels dat ik de voorbije 14 jaar door mijn handen liet gaan. Eerst twee jaar met mijn ‘kleine’ vergunning. Toen kon ik enkel vogels ringen in het nest. Daarna ook adulte vogels die ik op allerlei manieren kon en mocht strikken.

Toen exell zijn werk had gedaan bleek ik op een zucht te staan van een mooi rond getal. Iets dat ik heel leuk vind. Zo wens ik elke vogel die een ring met een ‘rond’ nummer aan zijn poot krijgt stilletjes proficiat. Ook is een dag ringen dubbel geslaagd als ik kan afsluiten met een vol blad in mijn notitieboekje of een ringnummer dat eindigt op een nul. Een afwijking vrees ik. Maar eentje zonder gevaar voor derden. Dus was ik opgetogen dat de dag na mijn berekeningen ik met grote zekerheid mijn 40.000ste vogel zou ringen. Wat ook gebeurde. Dat waren al heel wat nullen.

Jubileum-vogel: fitis – 25 augustus 2025

Ontelbaar

Twee dagen later begon ik met het uithalen van de vogels tijdens de eerste ronde met een miezerig buitje. De weerman had zich duidelijk vergist en de beloofde droge voormiddag was een loze. Ik bracht alle gevulde zakjes naar binnen en wandelde dadelijk terug om de netten dicht te schuiven. Want er kwam volgens mijn buien-app nog heel wat regen aan. Ondertussen hingen er weer een tiental vogels in de netten. Waaronder een draaihals. Eindelijk! Bij deze beauty maakt mijn hart altijd een sprongetje.

Draaihals – ringvangst Graeterbeemd – 27 augustus 2025

Een soort die ik had moeten schrappen – lees dat verhaal op mijn post van 17 augustus – van mijn Limburgse jaarlijst. Nu hield ik er eentje in mijn handen. De drang om hem op waarnemingen.be te plaatsen kwam weer even in mijn hoofd. Dan wel als ‘ter plaatse’ of ‘opvliegend’. Want dat zou hij binnen enkele tellen toch doen. Want ingeven als ‘ringvangst’ levert geen extra soort op. De regel is duidelijk. Die tellen niet mee. Logisch trouwens. Want niet iedereen mag legaal vogels naar zijn tuin lokken, laat staan ze vangen. Hoewel, op dat eerste ‘vergrijp’ staan eigenlijk geen wettelijke straffen. Buiten het feit dat ‘tapen’ – het afspelen van vogelgeluiden via geluidsdragers met de intentie om ze te lokken – wordt afgeraden of zelfs als verwerpelijk wordt aanzien in het vogelkijkers-wereldje, is er geen regel die het echt verbied. Daarom wordt het dan ook door heel wat vogelaars toegepast. Soms in overdreven volume of tijdsduur. Zeker in het broedseizoen volgens mij echt not-done. Voor ringers is het echter de manier om mooie aantallen vogels – weliswaar voor wetenschappelijke doelstellingen en met vergunning – te kunnen verschalken en ringen. Dus lijkt de net uitgelegde regel dat hij niet mag geteld worden op welke lijst dan ook logisch.

Toch is mijn gevoel op zo een moment dubbel. Enerzijds begrip dat ik hem niet mag meetellen. Anderzijds de bedenking dat deze vogel die ik ringde en los laat voor iemand die net passeert en hem ziet voorbij vliegen of zou ontdekken vlak bij of zelf in mijn tuin, wel kan aangevinkt worden. Zo zijn er in het Zwin – waar wel vaker super-zeldzaamheden werden geringd – op zo een moment heel wat kustbewonende vogelkijkers op zoek gegaan naar dat exemplaar om hem toe te voegen aan hun levenslijst. Tja, regels zijn regels. Nadat ik hem eventjes had bewonderd en op de foto zette, gaf ik hem terug de vrijheid in mijn tuin. Hij vloog voorbij mijn bramenbosje om achter het hoekje te verdwijnen. Vaarwel.

Nieuwe lifer

Zondag mocht ik ‘werken’. Limburgs Landschap verzorgde als partner in bezoekerscentrum De Wissen – gelegen aan topgebied Negenoord in Stokkem – een infostand op de jaarlijkse Wissen-Fair. Er werden heel wat activiteiten en workshops georganiseerd. Zo had ik de eer om twee keer met mensen op pad te gaan om vogels te gaan zoeken in het natuurgebied. Het werd ‘sexy’ aangekondigd als een vogelsafari. Soms levert een andere woordkeuze extra deelnemers op.

Paapje – archieffoto

Maar niet deze keer. Om 11u vertrok ik met 8 deelnemers op safari. Voor mij altijd een activiteit om naar uit te kijken. Op pad met – vaak beginnende – natuurliefhebbers die enthousiast worden van een spetterende meerkoet of een badderende krakeend. En totaal uit de bol gaan met een blik door mijn telescoop op een rustende ijsvogel. Ik was dan ook blij om deze groep te laten kennismaken met een tureluur en een zwarte ruiter. In de namiddag deed ik mijn tochtje nog eens over. Deze keer met drie zeer geïnteresseerde dames, die na een kilometertje vogels kijken plots afhaakten. Koffietijd veronderstelde ik. Dus liepen we met vier – mij inclusief verder – verder. We trotseerden een stevige regenbui vanonder een niet echt waterdichte meidoorn. Het aantal vogels was op dat moment niet echt indrukwekkend. Maar even later werd mijn gidstocht en eigenlijk mijn hele week goedgemaakt. Bijna op het einde van de wandeling ontdekte ik in een grasland een tweetal paapjes. Een enthousiaste deelnemer en beginnende vogelkijker kon ze – met wat moeite en een reeks blijkbaar onduidelijke aanwijzingen – mooi bekijken. Zijn uitroep ‘deze had ik nog nooit gezien’ was voor mij echt een opsteker. Iemand een ‘lifer’ bezorgen is bijna zo goed, als zelf eentje op je eigen lijst bijzetten. Die niet aangevinkte draaihals was ik op dat moment al lang vergeten.

Multi-lister

Geen idee of het bestaat: een multi-lister. Maar als het zo zou zijn, dan ben ik er zonder twijfel eentje. De voorbij week kon ik aan maar liefst 3 lijstjes een soort toevoegen.

Nr. 204 – Krombekstrandloper

Wie mij blog volgt weet dat ik al een mooi aantal keer naar een slikplaat in het Schulensmeer stond te staren waar net ervoor (of soms ook net erna) een krombekstrandloper had rondgelopen. Balen! Nu bleek hij terug – denkelijk een andere vogel, maar het idee dat het om een come-back ging is gewoon leuk. Waar anders dan aan het Schulensmeer, het steltjes-mekka van Limburg. Deze keer liet ik er geen gras over groeien. Zo gauw ik weg kon op het werk reed ik richting Schulensmeer. Met succes. Ons krombekje was present! Weer eentje erbij op mijn Limburgse jaarlijst.

Krombekstrandloper (achter een van de lelijke linten) – Schulensmeer – 18 augustus 2025

Hand-lijst

Ondertussen loopt het ringwerk ook verder. Het tempo van twee dagen per week lukt zonder moeite. Maar de aantallen liggen een stuk hoger dan de vorige jaren. Bijna elke keer als ik mijn netten open zet vliegen er meer dan 100 vogels in. Dit moest leuke soorten opleveren. Op dinsdag was het zo ver. Een paapje kwam langs. Een nieuwe soort voor mijn ringplek (nr. 77). Maar ook een nieuwe soort die ik mocht ringen, een zogenaamde handsoort. Die ‘hand-lijst’ is ondertussen 93 soorten lang. 100 lijkt mij een leuk doel.

Paapje – ringvangst Graeterbeemd – 20 augustus 2025

Nieuwe Belg

Na een paar dagen tevergeefs spelden zoeken in een hooiberg – voor wie niet kan volgen: morinelplevieren zoeken in landbouwgebied – gingen we met ons clubje (zonder Gert, maar die had onze doelsoort al op zijn lijst) nog eens een soortje scoren. De dame van de GPS van Wouter stuurde ons feilloos richting Zichem. Daar zat al maanden een vrouwtje roodkopklauwier. Maar deze waarneming was – terecht – geheim gehouden. Want deze vogel had een avontuurtje met een plaatselijke grauwe klauwier. Dus kans op een – weliswaar gemengd – broedgeval. Of dit iets heeft opgebracht weet ik niet. Maar nu het broedseizoen voorbij is, werd deze prachtige vogel op waarnemingen.be gemeld. Een soort die Pierre, Wouter en ikzelf nog niet hadden gezien in ons landje. Het vinden van de ingang van het gebied was moeilijker dan de ‘roodkop’ vinden. Hij zat mooi te wezen op zijn favoriete meidoorn vol knalrode bessen. Alle ingrediënten voor een topfoto. Alleen zat hij wat ver – dus alweer mijn excuses voor de barslechte foto. Haar bekijken met de telescoop was wel een traktatie. Zo komt mijn Belgische lijst op 314 soorten. We komen stilaan onder de mensen.

Roodkopklauwier – Snippenweide Zichem – 23 augustus 2025
NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research