Het waren spannende dagen in het begin van de week. De in Koningssteen gemelde zilverplevieren moest ik in het weekend laten passeren wegens andere verplichtingen. Zaterdag zat ik mijn stoel te schuifelen aan de balie in De Wissen en zondag moest ik de kerk in het midden houden met een bezoek aan de antiekmarkt in Tongeren. Mijn gedachten dwaalden meermaals af naar die zilverplevieren die dan netjes werden gemeld op zowel zaterdag als zondag. Ook maandag bleken ze aanwezig, maar die dag zat ik vast op het werk met een late vergadering, zodat ’s avonds even doorrijden naar Kessenich geen optie was. Dus was het wachten tot dinsdag. Maar dit koppeltje had het blijkbaar zo naar zijn zin, dat ze ook die morgen aanwezig waren. Deze keer was ik er ook. Ik kreeg ze prachtig in beeld. Een aantal wandelaars mochten mee genieten van de beelden via mijn telescoop. Met weer een soortje erbij op mijn jaarlijst als resultaat.
Zilverplevier – Koningssteen – 30 september 2025
Hoopvol slot
Woensdag werd de netten nog eens open geschoven voor een voormiddagje ringen. Met de handrem op, want voorlopig kan onze ringoverste geen ringen bij bestellen. Dus moeten we alles zo plannen dat ik tot half november alles wat in kan vangen ook een ring aan de poot kan knijpen. Met elke vangstdag meer dan 100 vogels is dat niet zo makkelijk. De zwartkoppen nemen wel wat af, maar de roodborsten en de mezen beginnen goed door te komen. Ook tjiftjaffen hebben hun tocht naar het zuiden duidelijk aangevat. Gelukkig krijgen die een kleinere ring aangemeten waar ik er normaal genoeg nog meer dan genoeg van heb. Kers op de taart van deze week was mijn tweede cetti’s zanger voor dit najaar. Een soort die de laatste jaren aan een stevige opmars bezig is.
Cetti’s zanger – ringvangst Wellen – 1 oktober 2025
We sloten het weekend af met een bezoek aan de telpost in Oetersloven. Eentje met veel wind en weinig vogels. Maar wel twee kersverse en jonge vogelkijkers voor onze regio die met veel enthousiasme mee zochten naar de schaars overvliegende vinken en graspiepers. Zo kreeg deze week een geweldig slot. Zoals de titel van mijn blog het zegt: iedereen moet vogels gaan kijken. Want het is een geweldige hobby. We zijn goed op weg, met weer twee extra birdaholics.
De voorbije week was er weer eentje van ups en downs. Zo sprong ik op vrijdagavond nog snel even in de auto richting Peer. De melding van een morinelplevier was voldoende om wat kilometers te maken. Die melding kwam wel laat. Een fotograaf-vogelkijker had op zijn foto’s ontdekt dat er op een van zijn foto’s een morinelplevier stond te blinken. Weer maar eens het bewijs dat vogels fotograferen niet bevorderlijk is voor vogels kijken. Maar dit terzijde.
Dus reed ik goed 45 minuten om de kleine kans dat de vogel er nog zat om te zetten in een extra soort op mijn jaarlijst. Toen ik aankwam stonden daar twee vogelkijkers gezellig te keuvelen. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel hebben ze de vogel al goed gezien en is die meestal weg gevlogen, ofwel hebben ze na lang zoeken de vogel niet meer gevonden. Deze keer bleek het de tweede optie. Maar ik gaf nog niet op. Een morinelplevier heeft namelijk de geweldige kunst om op te gaan in zijn omgeving. Misschien hadden ze hem wel over het hoofd gezien. Dit was zonder rekening te houden met andere vliegende wezens. Aan de horizon doken een drietal parapenters op. Je weet wel van die luidruchtig vliegende ventilators met een parachute. Deze vlogen heel laag over de akkers. De avondlijke rust en de aanwezige vogels wegblazend. Respectloos en egoïstisch. Mijn hoop om die morinel te vinden werd meteen ook weggeblazen. Ze vlogen dan ook even zonder enige schroom over het militaire domein. Als ik er 10 meter te ver ga staan krijg ik een stevige boete. Zij ook? De regels gelden blijkbaar niet voor iedereen.
Nr. 210 – Smelleken
Gelukkig begon mijn week met een extra soort. Op zondag werden er op de telpost in Averbode Bos en Heide heel wat roofvogels gezien. Waaronder een heleboel smellekens. Deze kleine valkjes vliegen op trek mee met hun prooien, kleine zangvogels. Een vliegend buffet kan je het noemen. Daarom worden ze op telposten wel vaker gezien. Maar september is volgens mij vrij vroeg. Toch trok ik op maandag naar Tessenderlo. Met resultaat. Want een van de eerste roofvogels die we zagen was een smelleken. Weliswaar redelijk ver. Maar met de bevestiging van toppers onder de vogelkijkers als Koen Leysen en Maarten Jacobs zette ik deze soort netjes op mijn Limburgs jaarlijst.
Smelleken – archieffoto 2018
Ondertussen lijkt de trek stevig op gang getrokken. Hopelijk levert dit nieuwe soorten op. Zilverplevier dook alvast op aan de Maas. Ik weet al waar ik een van de volgende dagen dat ik vrij ben naartoe ga.
Er kwam deze week weer een soortje bij. Uiteraard aan het Schulens meer.
Nr. 209 – Rosse grutto
Het noordse neefje van onze grutto is een doortrekker en wintergast in ons landje. In het binnenland zeker geen alledaagse verschijning. Terwijl de grutto ook broedt – weliswaar elk jaar minder en minder paartjes – in Vlaanderen, doet de rosse grutto dat in het hoge noorden van Europa. Een waarneming van de rosse variant is dan ook groot nieuws in Limburg. Ik kon hem dinsdag aan mijn jaarlijst toevoegen. Thuis bleek het ook een nieuwe Limburger voor mij. Dus zeker blij met deze mooie steltloper.
Rosse grutto – Schulensbroek – 16 september 2025 (foto: Peter Gabriels)
Tellen
De rest van de week zag ik heel wat leuke soorten, maar geen enkele kwam in aanmerking voor een nieuw streepje op mijn lijst. Wel kwam er met cetti’s zanger een nieuwe soort bij op mijn ringplek. De 4de ooit die ik mocht ringen.
Daarom ging ik weer eens grasduinen in het rijke digitale aanbod van informatie rond waarnemingen van vogels. Welke soorten zijn nog mogelijk? Ik maakte een overzicht van alle soorten die nog ontbreken op mijn lijstje en die de laatste vijf jaar tussen 15 september en 31 december werden gezien in Limburg. Dit leverde volgende lijstje op:
Uiteraard begin ik met de steltjes. Voorlopig blijven dit de grootste kanshebbers om te ontdekken. Eentje blijkt haalbaar: zilverplevier. Deze maand zou hij moeten opduiken. Hopelijk. Dan komt de maand oktober, de periode voor dwaalgasten en doortrekkers. Baardmannetje, bladkoning, velduil en smelleken kunnen daarbij horen. Vanaf november schakelen we dan over op wintergasten-modus. Te verwachten soorten zijn barmsijs, bokje en bij de watervogels die dan hier massaal komen overwinteren krooneend, topper, rotgans en kleine zwaan.
Makkelijke soorten zitten daar niet tussen. Die hebben we al allemaal gehad. Maar volgens mijn rekenkundige skills kom ik zo mogelijk aan 220 soorten. Met de nadruk op mogelijk. Want vogels zijn niet voorspelbaar. Gelukkig.
Als ‘ouwe zak’ in de sociale sector heb je het voordeel dat er wel wat verlof kan ingepland worden in je agenda. Zo komt er de komende maanden wel wat tijd vrij om mij te focussen op ‘mijn’ vogeltjes. Dat leverde deze week toch wel wat leuks op. Een topweekje!
Bijna
Maandag kon ik al op pad. Wel pas in de namiddag wegens een voormiddag met familiale verplichtingen. Die zijn er ook nog. Tegen de middag reed ik naar de Maaskant, want daar waren de voorbije dagen reuzensternen en een dwergaalscholver gezien. Dat las je al in mijn vorige post. Wie weet waren ze wel blijven plakken?
Ik begon in Hochter Bampd. Volgens mij een gebiedje waar je als dwergaalscholver wel wil zitten. Maar mijn doelsoort bleef spoorloos. Wel kon ik een mannetje witoogeend aanvinken. Toch ook een leuke soort. Volgens mij is deze vogel hier al het ganse jaar aanwezig.
Witoogeend – Hochter Bampd – 8 september 2025
Aangezien de reuzensternen het laatst waren gezien in Maaswinkel reed ik die richting uit. Je kan de achterzijde van dit mooie gebiedje bereiken via een leuk wegje dat vlak langs de Maas loopt. Een van de weinige plekken waar dit nog kan. Zo had ik onderweg nog kans om die dwergaalscholver te vinden. Mijn keuze bleek de juiste. Want bij de eerste bocht van de Maas die vol vogels zat ontdekte ik een kleine zwarte vogel op een boomstam. Met de verrekijker werd mijn vermoeden bevestigd. Jawel, onze ‘dwerg’ zat er nog. Hij liet zich prachtig bekijken. Alleen zat hij wel aan de Nederlandse kant van de rivier. Hij was ongeveer 135 meter verwijderd om nummer 205 te worden op mijn Limburgse jaarlijst. Tja, reglement is reglement. Na een bezoekje aan Maaswinkel waar er blijkbaar een grauwe ganzen-congres bezig was – ik telde er minstens 700 – ging ik nog een hele tijd aan de maasbocht staan. Misschien vloog de dwergaalscholver – om mij een plezier te doen – wel even over Limburg. Maar buiten een paar momentjes waar hij wat ging duiken, bleef hij netjes op zijn boomstam zitten zonnen. Leuk beest, zelfs aan de ‘verkeerde’ kant van de Maas.
Dwergaalscholver – Meers – 8 september 2025
Nr. 205 – Gestreepte strandloper
Dinsdag viel de regen met bakken uit de lucht. Mijn dagje recup werd omgezet naar een dagje lekker thuiswerken. Vogeltjes kijken stond niet op de agenda. Tot er rond half vier een melding binnen kwam op mijn gsm van een gestreepte strandloper in Schulen. Een zeldzame doortrekker! Gelukkig hadden de weergoden blijkbaar dit berichtje ook ontvangen. Want het werd stilaan droger. Dus reed ik rond 17 uur richting de -momenteel – beste vogelkijkplek van Limburg. Ik was niet de enige, want stilletjes druppelden de telescopen dragende medemensen binnen. Gelukkig bleef het met dàt gedruppel en hielden we het droog. Het was even zoeken, maar uiteindelijk hoorde ik de verlossende woorden: ‘daar zit em!’ Het gestreepte steltje was zelfs zo vriendelijk om wat dichterbij te vliegen. Hierdoor kon iedereen hem mooi bekijken. Topsoortje en weer een streepje – want dit strandlopertje had er toch genoeg – bij op mijn lijstje. Het was al even geleden dat ik dit mocht doen.
Gestreepte strandloper – Schulensbroek – 9 september 2025
Nr. 206 – Zwarte ibis
Na deze mooie waarneming wandelde ik samen met een paar andere vogelkijkers richting de parking. Daar kreeg ik het nieuws dat er in Zonhoven een zwarte ibis was gezien. Die ontbrak ook nog op mijn jaarlijst. Dus maakte ik een omwegje naar de Platwijers in Zonhoven. Deze keer was het niet lang zoeken. De ibis zat in een hoekje van de plas druk waterdiertjes te zoeken om zijn avondeten bij elkaar te schrapen. Het blijft een gekke ervaring om deze wat exotisch uitziende soort te bekijken in een Zonhovense koude plas. Ik heb altijd het gevoel dat ze niet bij elkaar passen. Maar de rest van vogelkijkend Vlaanderen doet er niet moeilijk over. Hij staat netjes op de juiste bladzijdes van de vogelgids. Hij mag zonder discussie meegeteld worden in welk lijst dan ook. Dus zette ik nog een streepje bij. Twee nieuwe soorten op één dag. Bonus op bonus.
Zwarte ibis – Platwijers Zonhoven – 9 september 2025
Woensdag nam ik de beslissing om – wegens niet geschikt weer om te ringen – een kijkje te gaan nemen op de telpost in Averbode. De verwachten waren hoog, te hoog blijkbaar. Bij aankomst was het platform bedenkelijk leeg. Er hing aan een kant ook een rood en wit lint te wapperen. Had ik ergens een aankondiging van grote werken gemist? Neen, er bleek een nest van Europese hoornaars onder het houten staketsel te zitten. Uit een filmpje dat je kon bekijken via een QR-code – ik blijf dat hele digitale gedoe hokus-pokus vinden – bleek echter dat het brave beestjes waren. Dus nam ik plaats op het platform. Maar het bleef heel stil. Weinig gefladder of gepiep. Na een tijdje kwamen er ‘tellers’ bij. Maar geen vogeltjes. Buiten een handvol zwaluwen vloog er bitter weinig. Een teleurstellend bezoek. Met enkel een mooie groep lepelaars die een gooi deden naar het hoogtepunt van de voormiddag. Dat er duidelijk geen was. Volgende keer beter. Want ik ga er zeker nog eens terug naartoe.
Nr. 207 – Drieteenstrandloper
Donderdag kwam er een melding binnen van drieteentjes in – waar had je anders gedacht – Schulen. De gestreepte strandloper lijkt wel wat volk aan te trekken, die dan op hun beurt weer wat leuks ontdekken. Deze ADHD bolletjes lopen normaal gezien voor de branding op aan het strand. Maar soms besluiten er een paar om ook eens in het binnenland op uitstap te gaan. Dit viertal had dat idee omgezet in de praktijk. Het weer was barslecht die avond. Dus liet ik de boel de boel.
Vrijdag sukkelde ik wat vroeger uit mijn kazemat. Ruim een uur voor ik op het werk moest zijn stond ik al op de dijk van het Schulensmeer. Ook deze keer niet alleen. Ik vond de vier rondrennende witte steltjes dit keer vrij snel en zonder hulp. De branding was er wel niet bij, maar dat zou mij een zorg wezen. Weer een soortje erbij.
Drieteenstrandloper – Schulensmeer – 12 september 2025
Nr. 208 – Zeearend
En nog was het feest niet voorbij. Zaterdagmorgen reed ik samen met Pierre naar het verre Bree. De voorbije dagen was er een zeearend gezien in de Luysen. De kans om deze nog ontbrekende soort bij te schrijven op mijn Limburgse jaarlijst. Toen we in de hut stonden werd deze imposante rover al terug gemeld op waarnemingen.be. Wel midden in het gebied door een vogelkijker die daar vermoedelijk wel mocht komen. We maakten nog een wandeling naar een andere kijkhut. Maar keerden al snel op onze stappen terug omdat de gemelde locatie toch dichter bij de vorige hut lag. Een gratis fitness-oefening. Vanaf dan was het wachten geblazen. De plaatselijke ijsvogels zorgden gelukkig regelmatig voor wat afleiding. Na ruim drie uur staren door het kijkgat van de hut vlogen plots alle dobberende ganzen luid snaterend op. Het signaal dat er iets op komst was. En jawel, voor ons kwam een enorme roofvogel aangezeild. Een blik door mijn verrekijker was voldoende om deze waarneming te bevestigen: zeearend! Een mooie afsluiter van een geweldige week.
Het werd een drukke week. Want de zwartkoppen hadden gezamelijk beslist om aan hun trektocht naar hun overwinteringsgebied in te zetten. Dat is althans het gevoel dat ik na twee dagen ringen had. Het gevoel in mijn vingers is dan weer verdwenen.
Zilverlijn
Woensdag maakte ik van mijn vrije dag gebruik om nog eens naar Schulen te rijden. Deze keer maakt ik een – lange – wandeling helemaal rond het meer. Er zaten wel wat steltjes, maar duidelijk minder dan de voorbije weken. Al bij al werd het een rustige tocht. Na een ‘lekkere’ tussenstop besloot ik dan ook om nog eens te passeren aan Kleen Meulen. Een kleiner gebiedje vlakbij het Schulensmeer. Daar was het wel druk. Toch wat vogels betreft. Op een van de vijvers telde ik maar liefst 50 grote zilverreigers. Met daartussen ook nog eens 7 kleine zilvers. Mooi om te zien.
Grote en kleine zilverreigers – Kleen Meulen – 3 september 2025
Werkendag
Vrijdag stond er in mijn agenda van het werk ‘recup’. Nu hadden de zwartkoppen dat mis begrepen. Want ze kwamen massaal door op mijn ringplek. Het dagrecord werd verbeterd met 136 exemplaren. Samen met nog wat soorten, waaronder nog een nachtegaal, kwam ik die voormiddag uit op 197 geringde vogels. Stevig.
Zwartkop
Zaterdag begon ik mijn eerste controle met een klein hartje. Zou het weer ‘koekenbak’ zijn. Jazeker, de netten hingen stampvol. Het dagrecord voor zwartkop ging nog een heel stuk scherper (154). Maar daarbij hadden ook de roodborsten (45), kleine karekieten (34) en de tjiffen (13) besloten om langs te komen. Met 273 vogels geringd zette ik mijn tweede beste dagresultaat ooit neer.
Trillers
Heeft die nieuwe geluidsinstallatie dan toch zo een positief effect? Het lijkt er wel op. Zo doen de rietsoorten het opvallend goed. Kwestie van een zuiverder geluid? Ik speel dezelfde geluiden en met hetzelfde volume als vroeger. Maar volgens mij klinkt het net iets zuiverder. Dit leverde tot nu toe 670 kleine karekieten op. Bijna een evenaring van het beste jaar ooit voor deze soort. En we hebben nog meer dan twee maanden te gaan.
Kleine karekiet
Bij de rietzangers is het resultaat nog verbluffender. Daar staat de teller op 66. Zaterdag kon ik er nog een drietal ringen. Hoewel voor deze soort de doortrek er bijna op zit, zit ik al een stuk hoger dan alle jaren voordien.
Rietzanger
En dan zijn er nog de sprinkhaanzangers. Daar is het helemaal uit de hand gelopen. Ik kon er tot nu toe 27 ringen. Dat is drie keer meer dan het beste jaar tot op heden. Een resultaat waar ik enkel maar blij kan mee zijn. Het is echt een leuke soort.
Sprinkhaanzager
Al deze soorten hebben een zang met hoge tonen en gekras of – zoals bij de sprinkhaanzanger – een ratelende triller. Blijkbaar zorgen mijn versterkertjes en de bijbehorende geluidsboxen voor een resultaat dat deze kereltjes wel kunnen smaken. Ze stromen toe.
Limburggevoel
Ondertussen lijkt het er ook op dat de kandidaten voor mijn Limburgse jaarlijst beginnen door te komen. De topmaanden voor vogeltrek en dus ook zeldzamere doortrekkers of dwaalgasten zijn begonnen. Zo zag ik meldingen van dwergaalscholver – die besloot om op Nederlandse bodem te blijven – en reuzenstern. Jammer genoeg zat ik op dat moment met mijn handen in het haar, ik bedoel vol vogels. Ringetjes aan de poten te knijpen. Op zondag moest ik ook noodgedwongen alle meldingen laten passeren. ’s Avonds zag ik dat er op de telposten massaal roofvogels waren voorbij gekomen. Ik weet alvast wat ik de volgende dagen ga doen…
Deze week geen nieuwe Limburgers, maar wel een mijlpaal in mijn ringers-loopbaan.
40.000
Op trektellen.be kan je mijn ‘prestaties’ bekijken van mijn ringplek thuis. Op waarnemingen.be staan soms leuke soorten die ik heb geringd. En zelf kan ik op Papageno – het registratieprogramma van het ringwerk met middeleeuwse trekjes – bekijken hoeveel vogels ik elke dag of elk jaar een ring aan hun poot kneep. Maar een totaaloverzicht ontbreekt. Daarom ging ik zelf aan de slag en zette alle cijfertjes netjes in de juiste hokjes. Zo kreeg ik een beeld van het aantal vogels dat ik de voorbije 14 jaar door mijn handen liet gaan. Eerst twee jaar met mijn ‘kleine’ vergunning. Toen kon ik enkel vogels ringen in het nest. Daarna ook adulte vogels die ik op allerlei manieren kon en mocht strikken.
Toen exell zijn werk had gedaan bleek ik op een zucht te staan van een mooi rond getal. Iets dat ik heel leuk vind. Zo wens ik elke vogel die een ring met een ‘rond’ nummer aan zijn poot krijgt stilletjes proficiat. Ook is een dag ringen dubbel geslaagd als ik kan afsluiten met een vol blad in mijn notitieboekje of een ringnummer dat eindigt op een nul. Een afwijking vrees ik. Maar eentje zonder gevaar voor derden. Dus was ik opgetogen dat de dag na mijn berekeningen ik met grote zekerheid mijn 40.000ste vogel zou ringen. Wat ook gebeurde. Dat waren al heel wat nullen.
Jubileum-vogel: fitis – 25 augustus 2025
Ontelbaar
Twee dagen later begon ik met het uithalen van de vogels tijdens de eerste ronde met een miezerig buitje. De weerman had zich duidelijk vergist en de beloofde droge voormiddag was een loze. Ik bracht alle gevulde zakjes naar binnen en wandelde dadelijk terug om de netten dicht te schuiven. Want er kwam volgens mijn buien-app nog heel wat regen aan. Ondertussen hingen er weer een tiental vogels in de netten. Waaronder een draaihals. Eindelijk! Bij deze beauty maakt mijn hart altijd een sprongetje.
Draaihals – ringvangst Graeterbeemd – 27 augustus 2025
Een soort die ik had moeten schrappen – lees dat verhaal op mijn post van 17 augustus – van mijn Limburgse jaarlijst. Nu hield ik er eentje in mijn handen. De drang om hem op waarnemingen.be te plaatsen kwam weer even in mijn hoofd. Dan wel als ‘ter plaatse’ of ‘opvliegend’. Want dat zou hij binnen enkele tellen toch doen. Want ingeven als ‘ringvangst’ levert geen extra soort op. De regel is duidelijk. Die tellen niet mee. Logisch trouwens. Want niet iedereen mag legaal vogels naar zijn tuin lokken, laat staan ze vangen. Hoewel, op dat eerste ‘vergrijp’ staan eigenlijk geen wettelijke straffen. Buiten het feit dat ‘tapen’ – het afspelen van vogelgeluiden via geluidsdragers met de intentie om ze te lokken – wordt afgeraden of zelfs als verwerpelijk wordt aanzien in het vogelkijkers-wereldje, is er geen regel die het echt verbied. Daarom wordt het dan ook door heel wat vogelaars toegepast. Soms in overdreven volume of tijdsduur. Zeker in het broedseizoen volgens mij echt not-done. Voor ringers is het echter de manier om mooie aantallen vogels – weliswaar voor wetenschappelijke doelstellingen en met vergunning – te kunnen verschalken en ringen. Dus lijkt de net uitgelegde regel dat hij niet mag geteld worden op welke lijst dan ook logisch.
Toch is mijn gevoel op zo een moment dubbel. Enerzijds begrip dat ik hem niet mag meetellen. Anderzijds de bedenking dat deze vogel die ik ringde en los laat voor iemand die net passeert en hem ziet voorbij vliegen of zou ontdekken vlak bij of zelf in mijn tuin, wel kan aangevinkt worden. Zo zijn er in het Zwin – waar wel vaker super-zeldzaamheden werden geringd – op zo een moment heel wat kustbewonende vogelkijkers op zoek gegaan naar dat exemplaar om hem toe te voegen aan hun levenslijst. Tja, regels zijn regels. Nadat ik hem eventjes had bewonderd en op de foto zette, gaf ik hem terug de vrijheid in mijn tuin. Hij vloog voorbij mijn bramenbosje om achter het hoekje te verdwijnen. Vaarwel.
Nieuwe lifer
Zondag mocht ik ‘werken’. Limburgs Landschap verzorgde als partner in bezoekerscentrum De Wissen – gelegen aan topgebied Negenoord in Stokkem – een infostand op de jaarlijkse Wissen-Fair. Er werden heel wat activiteiten en workshops georganiseerd. Zo had ik de eer om twee keer met mensen op pad te gaan om vogels te gaan zoeken in het natuurgebied. Het werd ‘sexy’ aangekondigd als een vogelsafari. Soms levert een andere woordkeuze extra deelnemers op.
Paapje – archieffoto
Maar niet deze keer. Om 11u vertrok ik met 8 deelnemers op safari. Voor mij altijd een activiteit om naar uit te kijken. Op pad met – vaak beginnende – natuurliefhebbers die enthousiast worden van een spetterende meerkoet of een badderende krakeend. En totaal uit de bol gaan met een blik door mijn telescoop op een rustende ijsvogel. Ik was dan ook blij om deze groep te laten kennismaken met een tureluur en een zwarte ruiter. In de namiddag deed ik mijn tochtje nog eens over. Deze keer met drie zeer geïnteresseerde dames, die na een kilometertje vogels kijken plots afhaakten. Koffietijd veronderstelde ik. Dus liepen we met vier – mij inclusief verder – verder. We trotseerden een stevige regenbui vanonder een niet echt waterdichte meidoorn. Het aantal vogels was op dat moment niet echt indrukwekkend. Maar even later werd mijn gidstocht en eigenlijk mijn hele week goedgemaakt. Bijna op het einde van de wandeling ontdekte ik in een grasland een tweetal paapjes. Een enthousiaste deelnemer en beginnende vogelkijker kon ze – met wat moeite en een reeks blijkbaar onduidelijke aanwijzingen – mooi bekijken. Zijn uitroep ‘deze had ik nog nooit gezien’ was voor mij echt een opsteker. Iemand een ‘lifer’ bezorgen is bijna zo goed, als zelf eentje op je eigen lijst bijzetten. Die niet aangevinkte draaihals was ik op dat moment al lang vergeten.
Geen idee of het bestaat: een multi-lister. Maar als het zo zou zijn, dan ben ik er zonder twijfel eentje. De voorbij week kon ik aan maar liefst 3 lijstjes een soort toevoegen.
Nr. 204 – Krombekstrandloper
Wie mij blog volgt weet dat ik al een mooi aantal keer naar een slikplaat in het Schulensmeer stond te staren waar net ervoor (of soms ook net erna) een krombekstrandloper had rondgelopen. Balen! Nu bleek hij terug – denkelijk een andere vogel, maar het idee dat het om een come-back ging is gewoon leuk. Waar anders dan aan het Schulensmeer, het steltjes-mekka van Limburg. Deze keer liet ik er geen gras over groeien. Zo gauw ik weg kon op het werk reed ik richting Schulensmeer. Met succes. Ons krombekje was present! Weer eentje erbij op mijn Limburgse jaarlijst.
Krombekstrandloper (achter een van de lelijke linten) – Schulensmeer – 18 augustus 2025
Hand-lijst
Ondertussen loopt het ringwerk ook verder. Het tempo van twee dagen per week lukt zonder moeite. Maar de aantallen liggen een stuk hoger dan de vorige jaren. Bijna elke keer als ik mijn netten open zet vliegen er meer dan 100 vogels in. Dit moest leuke soorten opleveren. Op dinsdag was het zo ver. Een paapje kwam langs. Een nieuwe soort voor mijn ringplek (nr. 77). Maar ook een nieuwe soort die ik mocht ringen, een zogenaamde handsoort. Die ‘hand-lijst’ is ondertussen 93 soorten lang. 100 lijkt mij een leuk doel.
Paapje – ringvangst Graeterbeemd – 20 augustus 2025
Nieuwe Belg
Na een paar dagen tevergeefs spelden zoeken in een hooiberg – voor wie niet kan volgen: morinelplevieren zoeken in landbouwgebied – gingen we met ons clubje (zonder Gert, maar die had onze doelsoort al op zijn lijst) nog eens een soortje scoren. De dame van de GPS van Wouter stuurde ons feilloos richting Zichem. Daar zat al maanden een vrouwtje roodkopklauwier. Maar deze waarneming was – terecht – geheim gehouden. Want deze vogel had een avontuurtje met een plaatselijke grauwe klauwier. Dus kans op een – weliswaar gemengd – broedgeval. Of dit iets heeft opgebracht weet ik niet. Maar nu het broedseizoen voorbij is, werd deze prachtige vogel op waarnemingen.be gemeld. Een soort die Pierre, Wouter en ikzelf nog niet hadden gezien in ons landje. Het vinden van de ingang van het gebied was moeilijker dan de ‘roodkop’ vinden. Hij zat mooi te wezen op zijn favoriete meidoorn vol knalrode bessen. Alle ingrediënten voor een topfoto. Alleen zat hij wat ver – dus alweer mijn excuses voor de barslechte foto. Haar bekijken met de telescoop was wel een traktatie. Zo komt mijn Belgische lijst op 314 soorten. We komen stilaan onder de mensen.
Roodkopklauwier – Snippenweide Zichem – 23 augustus 2025
De voorbije weken stonden vooral in het teken van het ringwerk. Maar toch kwam er een soort bij op mijn Limburgs jaarlijst. Of toch niet?
Nr 202 – Kleine strandloper
Opnieuw was het aan het Schulensmeer te doen. Dit lijkt the place to be te zijn voor de komende periode. Vooral wat betreft steltjes. Want die langpotige waadstertjes zijn momenteel mijn grootste kanshebbers op nieuwe soorten. Dus was het niet verwonderlijk dat ik hier weer kon scoren. Op een zwoele avond reed ik dus richting Halen. Aan het beste vogelplekje van Limburg stond ook Peter Gabriels al door zijn telescoop te turen. Maar hij had die ‘kleine’ nog niet gevonden. Een paar loze vissertjes fungeerden dan ook nog eens als spelbrekers. Zij kwamen met hun rubberbootjes wel heel kort bij de slikeilandjes waar de meeste steltjes zaten. Terwijl ik de boze gedachten van geharpoeneerde vaartuigen of door haaien verslonden vissers uit mijn hoofd zette, zag ik plots een bleke steltloper tussen de vegetatie lopen. Jawel, onze kleine strandloper zat er nog en trok zich helemaal niets aan van de stoute overtreders van het toegankelijkheidsreglement van het Schulens meer. Hij – of zij – liep druk pikkend in de modder tussen de ondertussen bij vogelaars bekende palen. Weer een stap dichter bij mijn einddoel.
Kleine strandloper (archieffoto – Bichterweerd – 2008)
De oplettende volgers van mijn blog zullen opgemerkt hebben dat mijn teller geen stap verder is geraakt. Geen nr. 203, maar weer 202. Geen vergissing, maar een aanpassing van een blijkbaar foute waarneming. De draaihals is van mijn jaarlijst verdwenen. Ik kreeg al een opmerking doorgemaild van geert Beckers dat mijn waarneming van in Averbode Bos en Heide wel heel onwaarschijnlijk leek. Verkeerde biotoop, op het verkeerde moment. Dan kwam ik – jawel, alweer in Schulen – Geert tegen. Hij lichte zijn twijfels toe. Zijn opmerking dat de roep van een draaihals en de alarmroep van een boomvalk – een soort die op die plek veel logischer klinkt – wel heel hard op elkaar lijken en een luistersessie op mijn GSM, deed mij beslissen om deze soort van mijn lijst te schrappen. Effe pijnlijk, maar just is just. Dus eentje er af en eentje er bij.
Sprinkhaanfestijn
Ondertussen is mijn eeuwige keuzestress – ga ik ringen of ga ik vogels kijken – wat gedaald. De reden is een gebrek aan ringen. Bij het KBIN zijn ze blijkbaar in de administratieve mallemolen van de overheid gesukkeld. Een fenomeen dat ik ken en dus begrijp. Administratieve vereenvoudiging, a long way to go. Hierdoor kunnen er voorlopig geen ringen geleverd worden. We moeten het dus doen met wat we hebben. Daarom zakt mijn tempo van ringdagen naar maximaal twee dagen per week. Wat maakt dat ik op heel wat verlofdagen die ik had opgespaard om er volop tegen aan te gaan op mijn ringplek, kan benutten om vogelkes te gaan spotten. ‘Elk nadeel heb ze voordeel’, zei ooit een bekende voetballer.
Sprinkhaanzanger (archieffoto)
Het geeft mij wel een dubbel gevoel, want momenteel draaide mijn ringers-molen – in tegenstelling tot de al eerder vermelde overheidsmolen – op volle toeren. Is het de nieuwe geluidsinstallatie? Het presteren van meer uren op het juiste moment? Of zijn er gewoon meer vogels? Wie zal het zeggen. Met ruim 1.300 geringde vogels zitten we goed op koers om een goed jaar te draaien. Maar ik ben vooral verrast door de hoge aantallen rietvogels. Bijna 500 kleine karekieten met een verpulvering van mijn dagrecord. Maar liefst 128 exemplaren op 9 augustus. Ondertussen al 53 rietzangers (beste jaar tot nu toe was 2020 met 50 stuks), 4 snorren en zo maar eventjes 22 sprinkhaanzangers. Bijna een verdubbeling van jaarrecord tot op heden (12 in 2020). Wat nog ontbreekt zijn een paar – of eentje is al voldoende – grauwe klauwieren. Bij Eddy – in Nerem-Tongeren – vlogen er al vijf in de netten. Duidelijk een soort die in opmars is. Wie weet is er eentje onderweg naar Wellen. Hij is alvast hartelijk welkom.
Nr. 203 Zwarte ruiter
Altijd leuk als een stelling wordt ondersteund door bewijs. Op zaterdagavond – na een dagje balie doen in De Wissen – stond ik alweer aan de oever van het Schulensmeer. Een legerbedje en een popup-tentje zou handig zijn dacht ik even. In Kiewit ligt er zonder twijfel een hele voorraad na de Pukkelpoppers-uittocht. Maar terug naar de vogeltjes. Aan die beestjes was er in Schulen geen gebrek. Het wemelde er van steltjes. Met daartussen een juveniele zwarte ruiter. Het duurde niet heel lang voor ik hem er kon uitpikken. Het inhaalmaneuver was een feit. We staan weer waar we dachten te staan. Twee jagende boomvalken waren een leuke bonus voor ik mijn bedje opzocht.
Na een deugddoende vakantie in Drenthe met een bezoek aan een paar schitterende natuurgebieden – Dwingelderveld, het grootste natte heidegebied van West-Europa en Bargerveen – kon ik mijn queeste verder zetten. Zo veel mogelijk soorten zien dit jaar in Limburg.
In Drenthe kreeg ik alvast de zeearend in beeld. Ver maar duidelijk herkenbaar. Maar de afstand tot Belgisch Limburg was iets te ver om deze te mogen meetellen. Daarnaast sloeg het ringvirus weer genadeloos toe. Elke voormiddag zonder regen werd doorgebracht tussen de mistnetten en in mijn gezellige ‘ringkotje’. Dus bracht ik eigenlijk te weinig tijd door in het veld. Geen ideale manier om aan mijn lijst te werken.
Geen scheepsrecht
Zo werd er op 28 juli een krombekstrandloper ontdekt in Schulen. Ik ging maar liefst vier keer op pad. Maar blijkbaar telkens op het verkeerde moment. Eerst een paar keer in de namiddag. Dan bleek deze niet-meewerkende vogel vlak er voor of vlak na mijn bezoek actief te zijn op de gemelde locatie. Twee keer ging ik ook op een avond langs. De laatste keer zelfs in gezelschap van stevige buien. Vanonder mijn paraplu keek ik door mijn telescoop naar elk ‘steltje’ dat er pootje baadde. Maar geen krombek te zien. Het moet een belachelijk zicht geweest zijn. Mijn zoektocht leverde mij wel onder andere drie koereigers, een aantal bosruiters, een temmincks strandloper en een fotogenieke kemphaan op. Leuk , maar geen streepje op mijn lijst.
Kemphaan – Schulensbroek – 31 juli 2025
Nr. 201 – Kleine jager
Maar dan keerde het tij. Vrijdag kwam een melding binnen van een kleine jager – alweer – aan het Schulensmeer. Eén probleem: ik werd geacht naar een familiefeestje te gaan samen met mijn echtgenote. Maar de compromis werd snel gesloten – tegen de zin van mijn vrouwtje in weliswaar (dan is het geen compromis zeker?) – ik zou haar en haar moeder afzetten op het feestje en ging dan ‘even’ doorrijden tot in Schulen. Het werd een spannende rit. Zou hij er nog rondvliegen? En zoja, ging ik hem snel vinden? Stress in het kwadraat. Aan het Schulensmeer liep ik met mijn verrekijker in aanslag naar de gemelde plek van waar de vogel was gezien. Gelukkig stond er nog een vogelkijker, Peter Gabriëls, over het meer te kijken. Maar zijn eerste reactie was niet hoopgevend. ‘Ik heb hem even gezien en dan is hij hoog weggevlogen’. De moed zonk mij in de schoenen. Een paar andere vogelkijkers kwamen er ook bij staan. Zij hadden de kleine jager al gezien. Nog even stressen zeker. Tot de verlossende woorden werden uitgesproken: ‘daar is hij’. Inderdaad, een aanzeilende – vliegen doen jagers volgens mij niet echt – stip kwam snel dichterbij om even voor ons te komen paraderen in de lucht. Gezien!
Kleine jager – Schulensbroek – 1 augustus 2025 (Foto: Peter Gabriels)
Later bleek mijn euforie iets te voorbarig. Ik dacht dat ik een driepunter had gescoord (nieuwe Belg – nieuwe Limburger – soort op mijn jaarlijst). Maar thuis bleek dat ik 2009 al eentje zag aan de kust. Trouwens de meest logische plek om ze te vinden. Daar kwam nog een waarneming bij van 2010 in Koningssteen met fotobewijs. Dus werd het enkel een streepje om mijn jaarlijst. Maar dan kan ik zeker mee leven. Mijn echtgenote iets minder. Mijn reden om te laat aan te komen op het feestje was niet meer echt legitiem.
Deze soorten – er is een kleinste, kleine, middelste en grote jager – zijn de pestkoppen van de lucht. Als je denkt dat meeuwen ‘bully’s’ zijn, dan is dit nog een graad extra. Hun specialiteit is het achtervolgen van andere vogels – meestal meeuwen of sternen (zoals op de foto van Peter) – om ze zo hun prooi afhandig te maken. De Latijnse naam van deze kleine jager is dan ook parasiticus. Goed gekozen zou ik zeggen. Ze broeden in het hoge noorden en worden meestal gezien aan de kust. Want ze brengen de winter door op zee. Eentje zien in het binnenland is dus de uitzondering.
Nr. 202 – Drieteenmeeuw
Tijdens mij heel korte bezoek – je weet wel, het feestje – hoorde ik dat er ook een drieteenmeeuw was gespot door Geert. En aangezien ze de volgende dag redelijk wat regen voorspelden, besloot ik om terug naar het Schulens Meer te rijden en mijn mistnetten dicht te laten. Een abonnement voor dit natuurgebied – als dat daar al kon – zou een optie geweest zijn. De eerste vogel waar ik mijn telescoop voor neerplantte, was de kleine jager. Een groep cirkelende en schreeuwende meeuwen en sterns trokken mijn aandacht. In die groep vloog de vogel waarvoor ik gisteren een feestje aan de kant schoof. Mijn echtgenote zou dit zonder twijfel met een smalende opmerking aanhoren.
Kleine jager – Schulensbroek – 2 augustus 2025
Maar mijn opdracht was meeuwen bekijken. Want hopelijk vloog er een ‘drieteen’ tussen. Geen makkelijke opdracht, want in mijn ogen lijken al die verschillende soorten meeuwen op elkaar. Daarbij vliegen ze veel en snel. Maar wie niet waagt… Dus werd elke meeuw bekeken. Met succes. Want net op dezelfde locatie als Geert had doorgegeven kreeg ik een contrastrijk exemplaar in beeld. Jawel, een 1ste jaars drieteenmeeuw. Ik kon ze lang volgen met mijn telescoop en alle kenmerken afvinken. Een foto bleek te veel gevraagd. Daarvoor was ze mij wat te snel af.
Bosriet-tijd (2)
Met weinig uren in het veld en een periode dat er niet zo heel veel beweging is in het vogelwereldje, twee extra soorten op mijn lijst. Daar ben ik heel blij mee.
Nachtegaal – Wellen – 29 juli 2025
Daarnaast ben ik wel wat uurtjes bezig geweest met mijn ringwerk. De teller staat dan ook al op meer dan 600 vogels voor dit najaar. Mijn beste juli-maand tot nu toe. Maar ik heb dan ook 70 uur doorgebracht op mijn ringplek. Koploper is voorlopig de bosrietzanger met 222 geringde of gecontroleerde vogels – waarvan eentje uit Nederland. Deze zangertjes zijn een van de eerste soorten die hun trek naar Afrika aanvatten. Vanaf juli houden ze het hier al voor bekeken. Eerst de adulte vogels en daarna de jongen die dit jaar uit hun ei kropen. Die trekken dus alleen en voor de allereerste keer naar hun overwinteringsgebieden. Puur op instinct en via hun genen doorgegeven informatie. Een van de wonderen van de vogeltrek.
Het aantal soorten loopt ook wekelijks op. Daar zit ik aan 27 verschillende. Met leuke kersen op de ‘ringtaart’ zoals nachtegaal, snor of braamsluiper. Maar de verrassing voor dit najaar is het aantal spotvogels. We zitten aan 16 stuks, op twee na allemaal adulte vogels. Het dubbel van mijn beste jaar tot nu toe. Wat wil dat zeggen? Zijn er niet veel jongen en weinig geslaagde broedsels? Reageren de adulte vogels beter op het geluid dat ik speel op mijn ringplek dan de jonge vogels? Als ik de aantallen bekijken voor alle ringposten die hun gegevens op trektellen.be zetten, lijken de aantallen voor spotvogel niet extreem hoger dan andere jaren. Wetende dat in juli de meeste spotvogels passeren. Misschien de vraag eens op de mailgroep van de ringers gooien? Als er iets uitkomt, dan horen jullie het via mijn blog.
Ik wist het. Eenmaal die netten staan opgesteld in mijn tuin dan is het hek van de dam. Elke geschikte – of zelfs iets minder geschikte – dag zet ik mijn wekker om kwart na vier om te gaan ringen. Het is een verslaving. Momenteel is het in het veld wat rustiger. Maar toch vrees ik dat deze afwijking van een bedreiging gaat zijn voor mijn nieuwe doel.
Bosriet-tijd
Ondertussen gingen er al ruim 300 vogels door mijn handen. De bosrietzangers zijn duidelijk al op weg naar hun verre overwinteringsgebied in Afrika. Zij zijn een van de eerste soorten die aan hun jaarlijkse trek beginnen. Veel mensen denken dat trek van vogels iets is voor in de herfst. Maar niets is minder waar. Heb jij nog een koekoek gehoord? Denkelijk niet, want die zijn ook al op weg – sommige al aangekomen – ergens aan de evenaar. Vaak zijn de soorten die het laatste bij ons arriveren in het voorjaar dezelfde die vroeg vertrekken. Kortverblijvers noem ik ze wel eens. We zitten na 8 dagen ringen al aan 23 soorten, met een paar mooie krenten.
Bonte vliegenvanger 1ste jaars – Wellen – 19 juli 2025Snor 1ste jaars – Wellen – 20 juli 2025
Haalbaarheidsstudie
Wie mijn blog al een tijdje volgt weet dat ik graag plan en lijstjes maak. Dus zat ik een avondje achter mijn computer om te bekijken welke soorten nog doenbaar zijn om dit jaar mijn Limburgse lijst nog wat aan te dikken. Tegelijk bekeek ik ook even welke maand die soort het meest werd gezien en hoe vaak dat het geval was in 2024. Kwestie van de kans om ze te vinden wat groter te maken. Maar eerlijk gezegd: viel dat even tegen!
Het bleek een korte lijst met niet zo hoopvolle info. Neem nu de zwarte ruiter. Deze prachtige steltloper ontbreekt nog op mijn jaarlijst. Ik ga hem moeten gaan zoeken in augustus. Haalbaar? Met vorig jaar 45 waarnemingen in onze provincie in de 2de jaarhelft moet dat lukken.
Grafiek aantal waarnemingen van zwarte ruiterZwarte ruiters in zomer- en winterkleed (archieffoto)
Ook voor augustus is de morinelplevier. Maar dit zal een ander paar mouwen zijn. Ze werden in 2024 in Limburg slechts 6 keer gezien. Volgende maand de akkers gaan scannen rond Gingelom staat al in mijn agenda (als ik niet ga ringen).
Nog ontbrekend, maar haalbaar lijken mij zeearend (oktober/november met 41 waarnemingen), zilverplevier (zelfde maanden met 27 waarnemingen), bokje (wintermaanden met 37 waarnemingen) en barmsijs (ook voor de winter met 29 waarnemingen). Opvallend was smelleken met meer dan 100 waarnemingen, vooral in oktober. Denkelijk zijn het meestal vogels die langs een telpost passeren. Dus zal ik ook daar regelmatig moeten gaan post vatten. Hopelijk op het juiste moment (iemand die mij dit kan voorspellen?).
Voor een aantal soorten zal ik op wat geluk en meer inspanning moeten rekenen. Ik denk dan aan kleine zwaan (vooral in december en vorig jaar 24 waarnemingen), kluut (november/december met slechts 5 waarnemingen), krooneend (zelfde maanden met 8 waarnemingen), velduil (oktober met 9 waarnemingen) en steltkluut. Maar voor die soort is de beste maand al voorbij. Hier gaat het vooral om meldingen van broedparen in het voorjaar. In Limburg werd deze soort vorig jaar maar drie keer gespot. Ook de eerder aangehaalde morinelplevier hoort thuis in dit lijstje.
Moest ik er in slagen om al deze soorten te ‘scoren’, dan kom ik uit op 213. Maar de kans dat dit lukt is helemaal niet zeker. Het woord ‘onmogelijk’ spookt even door mijn hoofd. Dat wil zeggen dat ik nog een 15 tot 20 andere zeldzaamheden – want de rest staat al op mijn lijstje – moet proberen te zien of zelf te vinden. Hopelijk wordt het een schitterend najaar voor dwaalgasten en leuke doortrekkers. En dan is er nog mijn verslaving. Wetende dat op de goede vogelkijk-dagen het ook prima omstandigheden zijn om te ringen, maakt het een verscheurende keuze. Het leven van een vogelkijker kan zwaar zijn.