Bonus minus

De voorbije weken stonden vooral in het teken van het ringwerk. Maar toch kwam er een soort bij op mijn Limburgs jaarlijst. Of toch niet?

Nr 202 – Kleine strandloper

Opnieuw was het aan het Schulensmeer te doen. Dit lijkt the place to be te zijn voor de komende periode. Vooral wat betreft steltjes. Want die langpotige waadstertjes zijn momenteel mijn grootste kanshebbers op nieuwe soorten. Dus was het niet verwonderlijk dat ik hier weer kon scoren. Op een zwoele avond reed ik dus richting Halen. Aan het beste vogelplekje van Limburg stond ook Peter Gabriels al door zijn telescoop te turen. Maar hij had die ‘kleine’ nog niet gevonden. Een paar loze vissertjes fungeerden dan ook nog eens als spelbrekers. Zij kwamen met hun rubberbootjes wel heel kort bij de slikeilandjes waar de meeste steltjes zaten. Terwijl ik de boze gedachten van geharpoeneerde vaartuigen of door haaien verslonden vissers uit mijn hoofd zette, zag ik plots een bleke steltloper tussen de vegetatie lopen. Jawel, onze kleine strandloper zat er nog en trok zich helemaal niets aan van de stoute overtreders van het toegankelijkheidsreglement van het Schulens meer. Hij – of zij – liep druk pikkend in de modder tussen de ondertussen bij vogelaars bekende palen. Weer een stap dichter bij mijn einddoel.

Kleine strandloper (archieffoto – Bichterweerd – 2008)

De oplettende volgers van mijn blog zullen opgemerkt hebben dat mijn teller geen stap verder is geraakt. Geen nr. 203, maar weer 202. Geen vergissing, maar een aanpassing van een blijkbaar foute waarneming. De draaihals is van mijn jaarlijst verdwenen. Ik kreeg al een opmerking doorgemaild van geert Beckers dat mijn waarneming van in Averbode Bos en Heide wel heel onwaarschijnlijk leek. Verkeerde biotoop, op het verkeerde moment. Dan kwam ik – jawel, alweer in Schulen – Geert tegen. Hij lichte zijn twijfels toe. Zijn opmerking dat de roep van een draaihals en de alarmroep van een boomvalk – een soort die op die plek veel logischer klinkt – wel heel hard op elkaar lijken en een luistersessie op mijn GSM, deed mij beslissen om deze soort van mijn lijst te schrappen. Effe pijnlijk, maar just is just. Dus eentje er af en eentje er bij.

Sprinkhaanfestijn

Ondertussen is mijn eeuwige keuzestress – ga ik ringen of ga ik vogels kijken – wat gedaald. De reden is een gebrek aan ringen. Bij het KBIN zijn ze blijkbaar in de administratieve mallemolen van de overheid gesukkeld. Een fenomeen dat ik ken en dus begrijp. Administratieve vereenvoudiging, a long way to go. Hierdoor kunnen er voorlopig geen ringen geleverd worden. We moeten het dus doen met wat we hebben. Daarom zakt mijn tempo van ringdagen naar maximaal twee dagen per week. Wat maakt dat ik op heel wat verlofdagen die ik had opgespaard om er volop tegen aan te gaan op mijn ringplek, kan benutten om vogelkes te gaan spotten. ‘Elk nadeel heb ze voordeel’, zei ooit een bekende voetballer.

Sprinkhaanzanger (archieffoto)

Het geeft mij wel een dubbel gevoel, want momenteel draaide mijn ringers-molen – in tegenstelling tot de al eerder vermelde overheidsmolen – op volle toeren. Is het de nieuwe geluidsinstallatie? Het presteren van meer uren op het juiste moment? Of zijn er gewoon meer vogels? Wie zal het zeggen. Met ruim 1.300 geringde vogels zitten we goed op koers om een goed jaar te draaien. Maar ik ben vooral verrast door de hoge aantallen rietvogels. Bijna 500 kleine karekieten met een verpulvering van mijn dagrecord. Maar liefst 128 exemplaren op 9 augustus. Ondertussen al 53 rietzangers (beste jaar tot nu toe was 2020 met 50 stuks), 4 snorren en zo maar eventjes 22 sprinkhaanzangers. Bijna een verdubbeling van jaarrecord tot op heden (12 in 2020). Wat nog ontbreekt zijn een paar – of eentje is al voldoende – grauwe klauwieren. Bij Eddy – in Nerem-Tongeren – vlogen er al vijf in de netten. Duidelijk een soort die in opmars is. Wie weet is er eentje onderweg naar Wellen. Hij is alvast hartelijk welkom.

Nr. 203 Zwarte ruiter

Altijd leuk als een stelling wordt ondersteund door bewijs. Op zaterdagavond – na een dagje balie doen in De Wissen – stond ik alweer aan de oever van het Schulensmeer. Een legerbedje en een popup-tentje zou handig zijn dacht ik even. In Kiewit ligt er zonder twijfel een hele voorraad na de Pukkelpoppers-uittocht. Maar terug naar de vogeltjes. Aan die beestjes was er in Schulen geen gebrek. Het wemelde er van steltjes. Met daartussen een juveniele zwarte ruiter. Het duurde niet heel lang voor ik hem er kon uitpikken. Het inhaalmaneuver was een feit. We staan weer waar we dachten te staan. Twee jagende boomvalken waren een leuke bonus voor ik mijn bedje opzocht.

Zwarte ruiter – Schulensmeer – 16 augustus 2025

Vier maal is geen krombek

Na een deugddoende vakantie in Drenthe met een bezoek aan een paar schitterende natuurgebieden – Dwingelderveld, het grootste natte heidegebied van West-Europa en Bargerveen – kon ik mijn queeste verder zetten. Zo veel mogelijk soorten zien dit jaar in Limburg.

In Drenthe kreeg ik alvast de zeearend in beeld. Ver maar duidelijk herkenbaar. Maar de afstand tot Belgisch Limburg was iets te ver om deze te mogen meetellen. Daarnaast sloeg het ringvirus weer genadeloos toe. Elke voormiddag zonder regen werd doorgebracht tussen de mistnetten en in mijn gezellige ‘ringkotje’. Dus bracht ik eigenlijk te weinig tijd door in het veld. Geen ideale manier om aan mijn lijst te werken.

Geen scheepsrecht

Zo werd er op 28 juli een krombekstrandloper ontdekt in Schulen. Ik ging maar liefst vier keer op pad. Maar blijkbaar telkens op het verkeerde moment. Eerst een paar keer in de namiddag. Dan bleek deze niet-meewerkende vogel vlak er voor of vlak na mijn bezoek actief te zijn op de gemelde locatie. Twee keer ging ik ook op een avond langs. De laatste keer zelfs in gezelschap van stevige buien. Vanonder mijn paraplu keek ik door mijn telescoop naar elk ‘steltje’ dat er pootje baadde. Maar geen krombek te zien. Het moet een belachelijk zicht geweest zijn. Mijn zoektocht leverde mij wel onder andere drie koereigers, een aantal bosruiters, een temmincks strandloper en een fotogenieke kemphaan op. Leuk , maar geen streepje op mijn lijst.

Kemphaan – Schulensbroek – 31 juli 2025

Nr. 201 – Kleine jager

Maar dan keerde het tij. Vrijdag kwam een melding binnen van een kleine jager – alweer – aan het Schulensmeer. Eén probleem: ik werd geacht naar een familiefeestje te gaan samen met mijn echtgenote. Maar de compromis werd snel gesloten – tegen de zin van mijn vrouwtje in weliswaar (dan is het geen compromis zeker?) – ik zou haar en haar moeder afzetten op het feestje en ging dan ‘even’ doorrijden tot in Schulen. Het werd een spannende rit. Zou hij er nog rondvliegen? En zoja, ging ik hem snel vinden? Stress in het kwadraat. Aan het Schulensmeer liep ik met mijn verrekijker in aanslag naar de gemelde plek van waar de vogel was gezien. Gelukkig stond er nog een vogelkijker, Peter Gabriëls, over het meer te kijken. Maar zijn eerste reactie was niet hoopgevend. ‘Ik heb hem even gezien en dan is hij hoog weggevlogen’. De moed zonk mij in de schoenen. Een paar andere vogelkijkers kwamen er ook bij staan. Zij hadden de kleine jager al gezien. Nog even stressen zeker. Tot de verlossende woorden werden uitgesproken: ‘daar is hij’. Inderdaad, een aanzeilende – vliegen doen jagers volgens mij niet echt – stip kwam snel dichterbij om even voor ons te komen paraderen in de lucht. Gezien!

Kleine jager – Schulensbroek – 1 augustus 2025 (Foto: Peter Gabriels)

Later bleek mijn euforie iets te voorbarig. Ik dacht dat ik een driepunter had gescoord (nieuwe Belg – nieuwe Limburger – soort op mijn jaarlijst). Maar thuis bleek dat ik 2009 al eentje zag aan de kust. Trouwens de meest logische plek om ze te vinden. Daar kwam nog een waarneming bij van 2010 in Koningssteen met fotobewijs. Dus werd het enkel een streepje om mijn jaarlijst. Maar dan kan ik zeker mee leven. Mijn echtgenote iets minder. Mijn reden om te laat aan te komen op het feestje was niet meer echt legitiem.

Deze soorten – er is een kleinste, kleine, middelste en grote jager – zijn de pestkoppen van de lucht. Als je denkt dat meeuwen ‘bully’s’ zijn, dan is dit nog een graad extra. Hun specialiteit is het achtervolgen van andere vogels – meestal meeuwen of sternen (zoals op de foto van Peter) – om ze zo hun prooi afhandig te maken. De Latijnse naam van deze kleine jager is dan ook parasiticus. Goed gekozen zou ik zeggen. Ze broeden in het hoge noorden en worden meestal gezien aan de kust. Want ze brengen de winter door op zee. Eentje zien in het binnenland is dus de uitzondering.

Nr. 202 – Drieteenmeeuw

Tijdens mij heel korte bezoek – je weet wel, het feestje – hoorde ik dat er ook een drieteenmeeuw was gespot door Geert. En aangezien ze de volgende dag redelijk wat regen voorspelden, besloot ik om terug naar het Schulens Meer te rijden en mijn mistnetten dicht te laten. Een abonnement voor dit natuurgebied – als dat daar al kon – zou een optie geweest zijn. De eerste vogel waar ik mijn telescoop voor neerplantte, was de kleine jager. Een groep cirkelende en schreeuwende meeuwen en sterns trokken mijn aandacht. In die groep vloog de vogel waarvoor ik gisteren een feestje aan de kant schoof. Mijn echtgenote zou dit zonder twijfel met een smalende opmerking aanhoren.

Kleine jager – Schulensbroek – 2 augustus 2025

Maar mijn opdracht was meeuwen bekijken. Want hopelijk vloog er een ‘drieteen’ tussen. Geen makkelijke opdracht, want in mijn ogen lijken al die verschillende soorten meeuwen op elkaar. Daarbij vliegen ze veel en snel. Maar wie niet waagt… Dus werd elke meeuw bekeken. Met succes. Want net op dezelfde locatie als Geert had doorgegeven kreeg ik een contrastrijk exemplaar in beeld. Jawel, een 1ste jaars drieteenmeeuw. Ik kon ze lang volgen met mijn telescoop en alle kenmerken afvinken. Een foto bleek te veel gevraagd. Daarvoor was ze mij wat te snel af.

Bosriet-tijd (2)

Met weinig uren in het veld en een periode dat er niet zo heel veel beweging is in het vogelwereldje, twee extra soorten op mijn lijst. Daar ben ik heel blij mee.

Nachtegaal – Wellen – 29 juli 2025

Daarnaast ben ik wel wat uurtjes bezig geweest met mijn ringwerk. De teller staat dan ook al op meer dan 600 vogels voor dit najaar. Mijn beste juli-maand tot nu toe. Maar ik heb dan ook 70 uur doorgebracht op mijn ringplek. Koploper is voorlopig de bosrietzanger met 222 geringde of gecontroleerde vogels – waarvan eentje uit Nederland. Deze zangertjes zijn een van de eerste soorten die hun trek naar Afrika aanvatten. Vanaf juli houden ze het hier al voor bekeken. Eerst de adulte vogels en daarna de jongen die dit jaar uit hun ei kropen. Die trekken dus alleen en voor de allereerste keer naar hun overwinteringsgebieden. Puur op instinct en via hun genen doorgegeven informatie. Een van de wonderen van de vogeltrek.

Het aantal soorten loopt ook wekelijks op. Daar zit ik aan 27 verschillende. Met leuke kersen op de ‘ringtaart’ zoals nachtegaal, snor of braamsluiper. Maar de verrassing voor dit najaar is het aantal spotvogels. We zitten aan 16 stuks, op twee na allemaal adulte vogels. Het dubbel van mijn beste jaar tot nu toe. Wat wil dat zeggen? Zijn er niet veel jongen en weinig geslaagde broedsels? Reageren de adulte vogels beter op het geluid dat ik speel op mijn ringplek dan de jonge vogels? Als ik de aantallen bekijken voor alle ringposten die hun gegevens op trektellen.be zetten, lijken de aantallen voor spotvogel niet extreem hoger dan andere jaren. Wetende dat in juli de meeste spotvogels passeren. Misschien de vraag eens op de mailgroep van de ringers gooien? Als er iets uitkomt, dan horen jullie het via mijn blog.

Ringverslaving

Ik wist het. Eenmaal die netten staan opgesteld in mijn tuin dan is het hek van de dam. Elke geschikte – of zelfs iets minder geschikte – dag zet ik mijn wekker om kwart na vier om te gaan ringen. Het is een verslaving. Momenteel is het in het veld wat rustiger. Maar toch vrees ik dat deze afwijking van een bedreiging gaat zijn voor mijn nieuwe doel.

Bosriet-tijd

Ondertussen gingen er al ruim 300 vogels door mijn handen. De bosrietzangers zijn duidelijk al op weg naar hun verre overwinteringsgebied in Afrika. Zij zijn een van de eerste soorten die aan hun jaarlijkse trek beginnen. Veel mensen denken dat trek van vogels iets is voor in de herfst. Maar niets is minder waar. Heb jij nog een koekoek gehoord? Denkelijk niet, want die zijn ook al op weg – sommige al aangekomen – ergens aan de evenaar. Vaak zijn de soorten die het laatste bij ons arriveren in het voorjaar dezelfde die vroeg vertrekken. Kortverblijvers noem ik ze wel eens. We zitten na 8 dagen ringen al aan 23 soorten, met een paar mooie krenten.

Bonte vliegenvanger 1ste jaars – Wellen – 19 juli 2025
Snor 1ste jaars – Wellen – 20 juli 2025

Haalbaarheidsstudie

Wie mijn blog al een tijdje volgt weet dat ik graag plan en lijstjes maak. Dus zat ik een avondje achter mijn computer om te bekijken welke soorten nog doenbaar zijn om dit jaar mijn Limburgse lijst nog wat aan te dikken. Tegelijk bekeek ik ook even welke maand die soort het meest werd gezien en hoe vaak dat het geval was in 2024. Kwestie van de kans om ze te vinden wat groter te maken. Maar eerlijk gezegd: viel dat even tegen!

Het bleek een korte lijst met niet zo hoopvolle info. Neem nu de zwarte ruiter. Deze prachtige steltloper ontbreekt nog op mijn jaarlijst. Ik ga hem moeten gaan zoeken in augustus. Haalbaar? Met vorig jaar 45 waarnemingen in onze provincie in de 2de jaarhelft moet dat lukken.

Grafiek aantal waarnemingen van zwarte ruiter
Zwarte ruiters in zomer- en winterkleed (archieffoto)

Ook voor augustus is de morinelplevier. Maar dit zal een ander paar mouwen zijn. Ze werden in 2024 in Limburg slechts 6 keer gezien. Volgende maand de akkers gaan scannen rond Gingelom staat al in mijn agenda (als ik niet ga ringen).

Nog ontbrekend, maar haalbaar lijken mij zeearend (oktober/november met 41 waarnemingen), zilverplevier (zelfde maanden met 27 waarnemingen), bokje (wintermaanden met 37 waarnemingen) en barmsijs (ook voor de winter met 29 waarnemingen). Opvallend was smelleken met meer dan 100 waarnemingen, vooral in oktober. Denkelijk zijn het meestal vogels die langs een telpost passeren. Dus zal ik ook daar regelmatig moeten gaan post vatten. Hopelijk op het juiste moment (iemand die mij dit kan voorspellen?).

Voor een aantal soorten zal ik op wat geluk en meer inspanning moeten rekenen. Ik denk dan aan kleine zwaan (vooral in december en vorig jaar 24 waarnemingen), kluut (november/december met slechts 5 waarnemingen), krooneend (zelfde maanden met 8 waarnemingen), velduil (oktober met 9 waarnemingen) en steltkluut. Maar voor die soort is de beste maand al voorbij. Hier gaat het vooral om meldingen van broedparen in het voorjaar. In Limburg werd deze soort vorig jaar maar drie keer gespot. Ook de eerder aangehaalde morinelplevier hoort thuis in dit lijstje.

Moest ik er in slagen om al deze soorten te ‘scoren’, dan kom ik uit op 213. Maar de kans dat dit lukt is helemaal niet zeker. Het woord ‘onmogelijk’ spookt even door mijn hoofd. Dat wil zeggen dat ik nog een 15 tot 20 andere zeldzaamheden – want de rest staat al op mijn lijstje – moet proberen te zien of zelf te vinden. Hopelijk wordt het een schitterend najaar voor dwaalgasten en leuke doortrekkers. En dan is er nog mijn verslaving. Wetende dat op de goede vogelkijk-dagen het ook prima omstandigheden zijn om te ringen, maakt het een verscheurende keuze. Het leven van een vogelkijker kan zwaar zijn.

Jaardoel gekruisd

Toen mijn collega’s mij dinsdag een goed verlof wensten, had ik geen idee dat dit de aankondiging was van twee schitterende dagen. Ze hadden meer dan gelijk deze keer. Want mijn vooropgestelde doel van 200 soorten op een jaar in Limburg is binnen.

Nr. 199 – Slangenarend

Woensdagmorgen stond ik om kwart voor 7 aan de rand van het militaire domein van Helchteren. Hopende op een slangenarend die er toch al een tijdje rondvloog. Nu is daar staan geen straf, integendeel. Roepende kwartels, zeilende zwarte en ‘gewone’ ooievaars, jodelende wulp en een jagende slechtvalk. Een spektakel waar je niet elke dag naar mag kijken. De eerste roofvogels met mogelijk het formaat van mijn doelsoort bleken buizerds. Tot er vanaf de bosrand een bleker exemplaar kwam aanvliegen. Toen deze rover ook nog eens boven de heide ging bidden steeg de adrenaline nog wat meer. Met mijn telescoop kon ik alle twijfels wegnemen. Ik keek naar een slangenarend! Die was dan ook nog eens zo vriendelijk om even later wat dichterbij te komen rondcirkelen. Het blijven prachtige beesten. Elk jaar duiken er wel een aantal op. Meestal tijdens de zomermaanden. Dus ook dit jaar. Nog één soort verwijderd van mijn jaardoel.

Slangenarend – Helchteren – 9 juli 2025

Nr. 200 – Kruisbek

Ik was al een paar keer in Averbode en Gerhagen gaan zoeken naar deze soort, maar zonder resultaat. De wijze uitspraak van de vader van Gert had mij de moeite kunnen besparen. ‘Als de renners door Frankrijk trekken, heb je kans op kruisbekken’.
Donderdag was ik op weg naar het Schulensbroek. Maar mijn gezeefde geheugen had er voor gezorgd dat mijn klak thuis nog op de kast lag. Met een op dat moment al stevig brandend zonnetje was op de dijk daar gaan flaneren met mijn uitgedunde haardos geen goed idee. Dus reed ik door naar Averbode om in de koele bossen nog een een poging te wagen om deze vogels met hun gekke bek te gaan zoeken. Voor ik als een kip zonder kop – ook een vogel trouwens, maar die telt niet voor mijn lijst – ging ronddwalen in deze uitgestrekte bossen met maar een paar kruisbekken, keek ik even of ze de voorbije jaren in juli daar waren gezien. Noppes. Tussen april en september nul waarnemingen in dit gebied. Bleek trouwens dat het aantal waarnemingen van deze soort in Limburg wel erg dun gezaaid waren. De soort lijkt wel te verdwijnen.

Waarnemingen kruisbek van 1-1-2024 tot 11-7-2025

Het leek een hele klus te worden om kruisbek aan mijn jaarlijst toe te voegen. Maar één waarneming trok toch mijn aandacht. Een groepje van 5 exemplaren op 14 april 2024 door Koen Leysen op een locatie vlakbij. Mogelijk had daar vorig jaar een paartje gebroed en wie weet vonden ze het daar wel zo leuk dat ze dat dit jaar opnieuw hadden gedaan. De plek was een open stuk met aan de rand dennen. Daar had ik nog als eens gestaan. Elke vogel die op of voorbij vloog werd bekeken. Ook de bosrand scande ik voortdurend. Na een uurtje landden er twee vogels in de top van een den. Eentje vloog dadelijk terug weg. Maar de andere begon aan een dennenappel te peuzelen. Met de telescoop kreeg ik een grijsgroene vogel in beeld met een gekruiste bek. Jawel, kruisbek! Een juveniel. Ze vonden hun broedlocatie dus blijkbaar heel leuk. Missie geslaagd!

Kruisbek adulte man – Munsterbilzen – foto: Karel Sauwens

Challenge 2025.02

Voila, doel bereikt. We kunnen in onze zetel gaan zitten. Of toch niet? Neen, zeker niet. We zijn pas begin juli. Een veelbelovende trekperiode en de daarop volgende winter komen er nog aan. De beste periode van het jaar moet nog komen. Dus doe ik wat ik meestal doe. Ik leg mijn lat zo hoog dat ik er vlot onderdoor kan. Na wat opzoekwerk blijkt dat het hoogste aantal soorten dat gezien werd in één jaar in Limburg 227 is. De gekende vogelkijker Carlo Vanderydt is de gele trui – om in de termen van de tour te blijven – in het Limburgse peleton. Er zijn trouwens maar vijf ‘spotters’ die 220 of meer soorten in één jaar konden bij elkaar sprokkelen in onze mooie provincie. Kan ik dat selecte kransje vervoegen? Ik ga het alvast proberen.

Momenteel loop ik trouwens weer tegen mijn jaarlijkse dilemma aan. Vogels gaan kijken of vogels gaan ringen? Deze week heb ik mijn ringplek terug klaar gemaakt voor het najaar. Elke keer opnieuw begint het dan te kriebelen. Het is een verslaving, net als vogels kijken. Twee gelijkwaardige ‘drugs’, welke kies je dan? Dat de eerste dag al dadelijk een orpheusspotvogel opleverde maakt mijn keuze niet makkelijker. Afwisselen zeker?

Orpheusspotvogel – Wellen – 11 juli 2025

Eclips met een twist

Na een periode van dertig graden of meer, koelde het tegen het einde van deze week gelukkig wat af. Tijdens het weekend kon ik dan ook opnieuw, zonder te puffen, vogeltjes gaan kijken. Met succes trouwens.

Zaterdag had ik balie-dienst in De Wissen. Ik zette mijn wekker extra vroeg en kon zo een paar uurtjes genieten van het prachtige natuurgebied Negenoord. Met 35 soorten scoorde ik een op dit moment mooie daglijst. De toppertjes waren een koerende zomertortel, een koppeltje druk voederende spotvogels en een schitterend mannetje grauwe klauwier.

Grauwe klauwier – Negenoord – 5 juli 2025

Zondag was het even bang afwachten wanneer de regenbuien Limburg zouden gaan besproeien. Maar die bleken de voormiddag nog even over te slaan. Dus gingen Pierre en ik op pad. Aangezien kruisbek nog steeds ontbreekt op mijn jaarlijst, kozen we voor een bosgebied met veel dennen. Gerhagen leek ons een mogelijke optie. En dit zou een goede keuze blijken. Tijdens een mooie wandeling streepten we 20 soorten aan (wat uitkomt op een weektotaal van 51 soorten) waaronder kuifmees – altijd leuk om deze meesjes met hun ‘Elvis-kapsel’ te mogen aanschouwen – en raaf. Maar de ontdekking van de dag kwam pas op het einde van onze zoektocht.

Nr. 198 – draaihals


Vlakbij de parking werden we opgeschrikt door een voor ons beiden niet zo bekende roep. Een schril en kort herhaald gekrijs. Na het checken van de geluiden op onze Collins vogelgids-app werd al snel duidelijk dat we net een draaihals hadden gehoord. We bleven nog even wachten, maar de vogel hield zijn snaveltje dicht. Het geluid was echt kenmerkend en bij ons was er geen twijfel. Geweldig! Zoeken naar een soort en een andere scoren. Altijd leuk en onverwacht. Een streepje op mijn lijst dat ik niet had zien aankomen.

Want op dit moment is het een stillere periode voor vogelkijkers. Waar een paar maanden geleden de meeste soorten er alles aan deden om op te vallen – niet voor ons maar voor de vrouwtjes – is het nu veel stiller. Bij heel veel soorten zijn de mannetjes vooral bezig met het helpen groot brengen van hun kroost. Met je bek vol eten is het moeilijker zingen. Een paar volhouders zoals tjiftjaf of roodborst blijven van katoen geven. Maar het zijn de uitzonderingen. Af en toe heb je ook een mannetje dat wegens gebrek aan een partner zich blijft laten horen. Zoals de braamsluiper momenteel in mijn tuin. Tot mijn grote jolijt trouwens.

Daar komt nog eens bij dat de ruiperiode er aan komt. Vogels wisselen elk jaar hun versleten verenpak in voor een nieuwe versie. Niet door te gaan shoppen in een drukke winkelstraat, maar door hun oude veren af te werpen en verse te laten groeien. Hiervoor gebruiken ze verschillende methodes. Sommige soorten beginnen hun rui vlak na het broedseizoen, zwartkop bijvoorbeeld. Anderen doen dat liever nadat ze zijn aangekomen in hun overwinteringsgebied, ik denk dan aan kleine karekiet of bosrietzanger. Belangrijk is dat die wisseling van verenpak je zo weinig mogelijk last bezorgt. Want niet goed kunnen vliegen is voor een vogel levensgevaarlijk. Vooral het ruien van de slagpennen van de vleugels is delicaat. Roofvogels, die hun vleugels gebruiken om te zweven, kiezen er dan ook voor om die te ruien gespreid over meerdere jaren. Kortom, het is een risicoperiode, waarin je je best gedeisd houdt.

Kuifeend – Negenoord – 5 juli 2025

Een soortengroep die wel een heel aparte manier hebben om hiermee om te gaan zijn eenden en ganzen. Zij kiezen er voor om hun slagpennen in een keer allemaal samen te ruien. Dat heeft als gevolg dat ze een periode totaal niet meer kunnen vliegen. ‘Flightless’ noemen ze dat in het wereldje van de vogelkijkers of ringers. Dat moment is het voor eenden een levensbedreigende situatie. Gelukkig kunnen ze zich ophouden op grote waterplassen of in rietvelden waar predators het moeilijk hebben om ze te pakken te krijgen. Zelfs als ze niet kunnen wegvliegen. Maar ze hebben nog wat trucjes om te overleven. Zo ruilen de mannetjes hun vaak uitbundige broedkleed in voor een verenkleed dat heel veel lijkt op dat van de vrouwtjes. Onopvallend en ‘saai’. Op de foto zie je een mannetje kuifeend dat stilaan op weg is naar dat saaie pakje. In vogeltermen noemen we dit het eclipskleed. Na een tijd lijken alle eenden op elkaar. Voor hen een zegen, voor mij een uitdaging. Ik heb ze toch liever in hun mooi gekleurde prachtkleed. Maar daar zal ik toch even geduld voor moeten oefenen.

Jeugd aan de macht

De teller bleef onaangeroerd op 197 staan. Maar eindelijk geraakte ik weer eens uit mijn zetel om vogels te gaan spotten. Ondanks de loden hitte.

Woensdag maakte ik een mooie wandeling in het vijvergebied van Midden-Limburg. Daar is altijd wel wat te zien. Een jagende bruine kiek of een voorbijvliegende woudaapje. Wat gedacht van een bezet nest met bijna vliegvlugge ooievaars. Dit laatste feit werd trouwens het thema van de voorbije week. Jong geweld.

Zondag waren ook Gert en Wouter van de partij. Eerst gingen we langs in de Caetswijers. In dit gebiedje – waar eigenaar en beheerder Limburgs Landschap grootse werken aan het uitvoeren is – ben ik gestart met een broedvogelinventarisatie. Dit jaar bleef dat beperkt tot een paar bezoekjes, omdat ik veronderstelde dat door die werken er weinig broedvogels hun nestje zouden bouwen. Fout gedacht dus. Meerkoet met jongen, een koppeltje tafeleenden met zeven rondobberende pluizebollen en als bonus minstens vijf juveniele ijsvogels die zich prachtig lieten bekijken. Tussendoor een al stevig uit de kluiten gewassen jonge grote gele kwik en een jagende eerste jaars slechtvalk. Deze moet echter nog wat oefenen. Eerst ging hij achter een boerenzwaluw aan, die hem zonder veel moeite het nakijken gaf. Om daarna een kievit te achtervolgen. Ook die overblufte deze jonge snaak met zijn vliegkunsten. Een tijdje later waren beide acteurs van deze achtervolgingsscene terug. Maar deze keer in een andere rol. De kievit was nu de (ver)jager en de slechtvalk de belaagde. Iets later zagen wij waarom. In een van de drooggelegde vijvers trippelden twee donzige kievitsjonkies.

We sloten onze vroege voormiddag af met een wandeling door de vallei van de Ziepbeek. Eerst even goeiemorgen zeggen tegen de daar nog altijd druk zingende cirlgors. Om dan op zoek te gaan naar een nieuwe soort voor de jaarlijst: kruisbekken. Een zoektocht die zonder resultaat bleef, toch wat betreft deze soort. Onze tocht was alles behalve vogelloos. Klauwier met jongen, wespendieven in de lucht, een juveniele bonte vliegenvanger en een mooi te bekijken en druk zingende geelgors. Een greep uit een mooi lijstje uit dit prachtige natuurgebied. Ik sloot de voorbije week af met 52 waargenomen soorten. Met als leuke aanvulling een nog steeds in mijn eigen tuin zingende braamsluiper.

Grauwe klauwier – 29 juni 2025 – Vallei van de Ziepbeek

Superkrachten

Een stille perdiode zal ik het maar noemen. De voorbije week was ik niet zo veel op pad. Eigenlijk helemaal niet. De reden: veel te warm. De vogels zijn dan veel minder actief en ik volg hun voorbeeld. Meer dan 25°C is voor mij al van het goede te veel. Dus bleef de teller steken op mijn 197 soorten voor dit jaar.

Ik kreeg al heel wat complimenten om nu al dit aantal bij elkaar gesprokkeld te hebben. Heb ik superkrachten? Zeker niet. Ik ben maar een middelmatige vogelkijker. Het is een mooie lijst, maar zeker geen onmogelijke opdracht. ik ben er van overtuigd dat iedereen die zijn zinnen er op wil zetten dit kan. Hoe? Ik geef een aantal tips.

Tip 1: Kom uit uw kot.

Een gekende politica, die aan haar postuur te zien zelf niet veel uit haar kot komt, riep ons ooit op om het tegenovergestelde te doen. Maar om vogeltjes te zien ga je best naar buiten. Het is bewezen dat de kans om vogels te zien vanuit je luie zetel in je woonkamer een stuk minder is dan buiten in de natuur. Pak elke kans om vogels te gaan kijken vast. Daarom moet je geen dag inplannen. ’s morgens voor je naar het werk gaat een wandeling maken kan perfect. Bij zonsopgang naar buiten of onderweg naar je werk ergens stoppen. Het levert altijd leuke waarnemingen op. Je komt ook nog eens fris en monter bij je collega’s aan. Echt een aanrader. Maar ook ’s avonds is er opnieuw de kans om op pad te gaan. Het weekend is sowieso gereserveerd voor vogeltjes. Je merkt het, opportuniteiten genoeg. Grijp ze.

Tip 2: Samen zie je meer

Met maten op pad gaan is niet alleen leuk, je ziet ook meer. Daarnaast is het ook een extra motivatie om regelmatig naar buiten te trekken. Er zijn ook heel wat vogelclubs of -werkgroepen. Zoek eens op of dat in jouw buurt ook zo is. Sluit je dan zeker aan. Je leert zonder twijfel leuke mensen kennen. Zij hebben ook vaak bruikbare informatie.

Tip 3: Noteer zo veel mogelijk

Als ik op pad ga probeer ik minstens elke soort die ik zie in te geven in mijn app van waarnemingen.be. Niet enkel de ‘leuke’ soorten – zijn er trouwens vogelsoorten die niet leuk zijn? – maar alles. Heel vaak blijven jaarlijsten korter omdat ‘gewone’ soorten ontbreken. Daarbij probeer ik ook extra informatie in te geven. Zingende mannetjes, gedrag dat aangeeft dat er een nest of jongen in de buurt zijn, jagend, overvliegend,… Die extra gegevens maken jouw waarnemingen in één klap een stuk waardevoller.

Tip 4: Bekijk elke vogel twee keer

Het is uiteraard een onmogelijke opdracht. Maar toch probeer ik bijna elke vogel die ik zie te bekijken. Zeker grote groepen scan ik zo volledig mogelijk. Want misschien zit er een ander – en dan vaak een speciaal – beestje tussen. Elke vogel telt. Scan ook de omgeving, ook als je geen of weinig vogels ziet. Grote waterplassen, houtkanten, bosranden, toppen van bomen. Op die manier vergroot je ongetwijfeld het aantal waarnemingen en zo ook het aantal soorten dat je ziet.

Tip 5: Ik heb een plan

Zelden ga ik onvoorbereid op pad. Er is voldoende info beschikbaar om uit te zoeken waar je kans hebt op welke soorten. Nu ik bezig ben met een jaarlijst, kijk ik welke soorten ik nog mis. Dan ga ik heel bewust uitzoeken wanneer en waar ik de grootste kans heb om deze te zien. Daarnaast is het internet en de social media met tal van whatsapp-gedoe een zegen voor elke vogelkijker. Je wordt bijna live op de hoogte gehouden van wat er waar te zien is. Zo kan je snel reageren op leuke waarnemingen. Maar wees dan ook solidair en geef jouw waarnemingen snel door. zelf probeer ik elk uur mijn lijstje op te laden. Bij zeldzamen soorten stuur ik ook dadelijk een berichtje in de whatsapp-groepjes waar ik lid van ben.

Tip 6: Appen is hot

Ze gooien je tegenwoordig dood met apps voor op je smartphone. Voor vogelkijkers is dat niet anders. Vogelgidsen op je scherm, geluiden determineren die de smartphone opneemt. Het kan niet op. Gebruik deze, maar met een stevige rem er op. Zo is de bekende app ‘Merlin’ – die geluiden herkent in het veld – een geweldig ding. Toch moet je voorzichtig zijn met de determinatie die op je scherm verschijnt. Regelmatig slaat hij de bal mis. Een goede raad: zorg dat je het geluid ook zelf hoort en nog beter, probeer de vogel ook te zien. Dan pas ben je zeker en mag je hem noteren.

Tip 7: Geniet van elke vogel

De belangrijkste tip in deze rij. Als je vogels gaat kijken, geniet met volle teugen. Want dat blijft toch het hoofddoel van deze hobby. Voor mij is het de manier om mijn hoofd volledig leeg te maken en al mijn zorgen even aan de kant te zetten. Dank je wel vogeltjes.

Aftrap met een mega

Opnieuw een lang weekend of een korte werkweek achter de rug. Een dilemma dat ik al eerder aan jullie voorschotelde. Maar het draaide iets anders uit dan gepland. Niet enkel komen we met juni in een wat rustigere periode terecht. De broedvogels zijn wat minder actief omdat ze met jongen zitten of het broedseizoen achter de rug hebben. Voor hen tijd om even te chillen. Daarnaast kom je op dit moment minder dwaalgasten tegen. Soorten die nu opduiken zijn vaak zwervers die helemaal de weg kwijt zijn. Of exemplaren die bij ons wat komen treuren over een mislukt broedsel. Als je dan als vogelkijker nog eens een stevige snotvalling krijgt dan is het helemaal een weekje in mineur. Zeker als man, wij hebben het wat betreft ziektebeelden toch een stuk zwaarder (of beelden we ons dat in?). De week begon schitterend en ook het einde was behoorlijk. De periode er tussen in laat ik onbeschreven en probeer ik zo snel mogelijk te vergeten.

Nr. 196 – Cirlgors

Maandag een vrije dag. Dus begon ik de week met een voormiddagje vogels kijken. Samen met Gert reed ik naar Peer om weer een paar uren over het militaire domein te turen. Hoewel onze doelsoort – slangenarend – niet present gaf, was het toch een leuke voormiddag. Rode wouw, kraanvogels, jagende havik, bruine kiekendieven achtervolgd door wulpen en kieviten. Ik heb al mindere voormiddagen meegemaakt. Net voor het middaguur kregen we een melding binnen van een zingende cirlgors in de Ziepbeekvallei. Dat is een straffe ontdekking. Want deze soort werd in Limburg nog maar drie keer eerder met zekerheid gezien. Eentje daarvan was in hetzelfde gebied in 2006. Bijna 20 jaar geleden. Dus wandelden we iets sneller dan anders naar onze wagen om richting Zutendaal te rijden. Daar stond Kristien – die blijkbaar in de buurt aan het vogels kijken was – al paraat. Maar het bleef stil in de houtkant waar hij zou moeten zingen. Wel een goed halfuur lang. Wij kregen ondertussen nog wat extra hulp. Maar ook dit bracht geen zoden aan de dijk. Tot Kristien teken deed dat ze iets hoorde. Jawel, vanuit een struik klonk de klingelende zang van deze zuidelijke neef van onze geelgors. Gehoord! Dat was al binnen. Nu nog zien. Even was hij te zien in een eik, verscholen tussen de bladeren. Maar toch herkenbaar. Hij maakte het ons niet makkelijk. De volgende bezichtiging was redelijk ver op een paaltje. Dat was al een stukje beter. Maar de apotheose moest nog komen. Want even later zat hij lustig te kwelen op datzelfde paaltje, maar nu stonden wij vlakbij. Adrenaline in kwadraat. Hij was zelfs zo vriendelijk om even in vol ornaat op de omheining van de weide te gaan zitten. Kicken! Een onverwachte bonussoort op mijn Limburgse jaarlijst.

Cirlgors – Vallei van de Ziepbeek – 9 juni 2025

Nr. 197 – Kerkuil

We maken dan een sprong naar vandaag, zondag. Tot dan vooral in mijn zetel gelegen, klagen en zagen over mijn fysieke toestand. Een beetje zielig, ik weet het. Maar vanaf zaterdag was ik terug een beetje de oude. Maar een brandend zonnetje was meer dan reden genoeg om mijn zetel toch weer op te zoeken. Veel kansen om vogels te kijken liet ik dus voorbij zeilen. Tot vandaag. Een berichtje van mijn favoriete bioboer Jon – tip, ga er eens langs https://www.kleinaart.be/, een topkerel met een topvisie over landbouw – schudde mij terug wakker. Er was een jonge kerkuil uit zijn nestkast gesukkeld. Ik gaf hem de raad om hem terug te zetten en ik zou wel eens langs gaan. Vandaag dus. Maar we waren te laat. De vogels waren gevlogen en het denkelijk terug geplaatste jong had het niet gehaald. Maar alweer een geslaagd broedsel op zijn bedrijf. Mooi.

Daarna reden we door naar de kerk van Herten. Want ook daar zit een koppel kerkuilen. Dit jaar wel zonder succesvol broedsel. Etienne, die er vlak naast woont, was op mijn vraag al eens gaan piepen. Lege nestkast met wel een ongeringde adult er in. Misschien zat die er nu nog op mij te wachten om een ring te krijgen. IJdele hoop. Wel kreeg ik een van de oudervogels te zien. Ik had mij strategisch opgesteld, zittend op het muurtje van het kerkhof. Toen Kristof en Etienne de trap opliepen in de kerk, vloog een kerkuil uit de toren, recht op mijn Limburgse jaarlijst.

Akker-depressie

De voorbije week mijn volgende telling voor het MAS-project (Meetnet Agrarische Soorten) afgewerkt. Ik zat dicht tegen de dead-line van 10 juni aan. Want ik bleef het maar uitstellen. Het is dan ook geen opbeurende ervaring. Op mijn tien telpunten had ik met moeite 23 waarnemingen van echte akkersoorten. Verdeeld over 6 soorten en dan tel ik de fazanten nog mee. Met een gemiddelde van 2,3 waarnemingen per telpunt is dit project een hele klus om vol te houden. De biep bij het bereiken van de 10 minuten teltijd klinkt vaak als een verlossing. Op mijn laatste telpunt slaagde ik er zelfs in om geen enkele waarneming te noteren. Gelukkig dat op de andere telpunten de veldleeuweriken nog wat moeite doen met 15 zingende exemplaren. Maar ik heb sterk mijn twijfels of die ook voor nakomelingen zorgen. Steriele akkers zonder voedsel voor hen. De schaarse hoogtepunten – als je ze zo mag noemen – waren een roepende kwartel en twee zingende geelgorzen. Van de hier vroeger voorkomende grauwe gors geen spoor. Maar ook geen kieviten te bespeuren. Als je de akkers scant dan weet je al snel waarom. Tussen de gewassen zie je geen sprietje onkruid. Hagen, bosjes of andere schuilplaatsen zijn zeer dun gezaaid, om het met landbouwtermen te zeggen. Vermoedelijk heb ik een aantal heel ‘magere’ telpunten, maar elders vrees ik dat het niet echt veel beter gaat zijn. Ons landbouwgebied is leeg. Ondanks de jarenlange tellingen die dit duidelijk aangeven en dito rapporten, blijft onze overheid blind voor dit probleem. Ik heb zelfs een sterk vermoeden dat ze het niet zien als een probleem. De voortdurende lobby door een machtige Boerenbond houdt de boot af met hun al lang afgezaagde en fake alibi dat wij gaan sterven van de honger als we de landbouwers geen carte blanche geven om massaal te produceren ten koste heel wat soorten die in een sneltreinvaart verdwijnen. Die landbouwers zitten dan weer muurvast in een pervers systeem dat hen dwingt om te kiezen voor schaalvergroting. Een vicieuze cirkel waarvan ik vrees dat we hem niet snel gaan kunnen doorbreken. Frustrerend. Ik word er na zo een telling – zoals jullie al hebben gemerkt – heel boos over. Akkervogels? Een uitstervend ras. Jammer maar helaas.

Grauwe gors (eigen archiefbeeld), hoelang nog?

Terug naar wat opbeurender nieuws. Mijn lijst groeit langzaam aan. De 200 soorten lijkt binnen handbereik. Maar nieuwe soorten vinden is een hele opgave. We blijven echter hoopvol en gaan telkens er tijd vrij is op pad.

Nr. 195 – Kanoet

Opnieuw was Koningssteen de place-to-be. Daar werd al een paar dagen een kanoetstrandloper gemeld. Ik had niet zo veel tijd na het werk. Dus sprak ik met Gert af om zaterdagvoormiddag te gaan kijken. Maar een sappige reeks regenbuien stak een stok in onze wielen. De zoektocht werd verschoven naar de namiddag. Dan zou het droger worden. Gert moest passen, maar Pierre en Wouter waren wel op post. Voor Pierre zou dit trouwens een nieuwe Belg zijn. Toen we uit de auto stapten in Kessenich werden we getrakteerd op een stevige wind met toch nog wat buitjes. Maar we gingen toch op zoek. Hopelijk was onze doelsoort ook blijven zitten door die regen. En dat bleek het geval. Want even later stonden we naar dit attractieve steltje te kijken. Ondanks de stevige wind kreeg ik hem mooi in mijn kijker. Die steenrode borst en flanken zijn een geschenk voor wie graag vogels ziet. Heel anders dan hun veel soberdere winterpakje.

Kanoet – Koningssteen – 7 juni 2025

12 punten voor noords zangtalent

Alweer een lang weekend. De maand mei is op dat gebied een gulle gever. Het is eigenlijk voor mij een omgekeerde week. Twee dagen werken en vijf dagen thuis. Veel kansen om vogelkes te gaan kijken. Met succes trouwens.

Nr. 190 – Matkop

Op woensdagmorgen bracht ik een bezoek aan Bergerven in Dilsen-Stokkem. Hopend op kruisbekken, maar die lieten zich niet zien. Dus reed ik door naar het Munsterbos waar al een aantal keer een matkop werd ingegeven. Vorige bezoeken bleven matkoploos. Deze keer had ik meer geluk. Want vlak langs het wandelpad kon ik deze – ondertussen zeldzaam geworden – mees mooi bekijken. Toen ze het bos invloog was ze nog zo vriendelijk om haar kenmerkende kermis-trompetjes-roepje te laten horen. Peuut-peuut.

Matkop (eigen archieffoto)

Nr. 191 – Oehoe

Wouter had al eerder in de week laten weten dat de pulli van een oehoe, waar wij de broedplek van wisten, zich mooi lieten zien. Dus gingen we op woensdagavond met ons groepje een poging wagen om zijn prestatie te evenaren. Met succes. Niet enkel twee pulli lieten zich even bekijken. Maar de aanvliegende oudervogel was het topmoment van deze observatie.

De dag nadien konden we opnieuw een oehoe aanschouwen. Twee keer prijs in twee dagen. Mijn geluk kon niet op. Deze zat midden in het stadscentrum van Maaseik. Geheimhouding is hier niet echt nodig. Enerzijds omdat heel vogelkijkend Limburg weet waarover ik het heb, anderzijds omdat daar meer dan genoeg sociale controle is en de broedplek goed afgesloten is. Na wat zoeken vond Gert – wie anders – een adulte vogel in een boom langs het pad. Deze liet zich mooi bekijken. Wij tuurden naar hem en hij bekeek ons met strenge blik. Een ware staarwedstrijd.

Oehoe – Maaseik – 29 mei 2025

Nieuwe Belg (# 312) – Noordse nachtegaal

De reden om ’s avonds met de vier ‘bird-ketiers’ – ik weet het, een flauwe woordspeling, maar ze zit al langer in mijn koppeke, mijn excuses- op pad te gaan was eigenlijk een ander vogeltje. In een piepklein natuurgebiedje in Lier had een buurtbewoonster een luid zingend beestje ontdekt en het geluidsopname opgestuurd naar iemand van Natuurpunt. Die had dadelijk door dat er daar een Noordse nachtegaal zat van katoen te geven. Het signaal voor heel wat vogelkijkers om hun GPS in te stellen op ‘Overstromingsgebied Plaslaar’. Zo ook onze bende. Na een succesvol bezoek aan de oehoe, reden wij dus richting het Antwerpse. Terwijl we daar uit de wagen stapten, kregen we al een voorsmaakje van de geweldige zang van deze Noordse tegenhanger van onze nachtegaal. Een zangtalent dat op het Eurovisie-songfestival zonder twijfel met heel veel punten zou beloond worden. Hoewel, hij ziet er voor dit uit de hand gelopen rariteitenkabinet misschien wat te sober uit. Zien was overigens niet aan de orde. Deze dwaalgast bleef netjes verscholen in de wilgenbosjes. Maar horen, dat lukte zelfs zonder hoorapparaat. Wat een volume!

Nr. 192 – Steenloper

Mijn geluk was blijkbaar nog niet helemaal opgebruikt. Donderdagmorgen gingen we met drie van ons viertal opnieuw op pad. Pierre moest verstek geven. Deze keer richting Kessenich. Daar waren de dag voordien een steenloper en een drieteenstrandloper gezien. Hopelijk waren ze er blijven overnachten. Eentje bleek dat gedaan te hebben: de steenloper. Hij was druk op zoek naar zijn ontbijt aan de waterkant. Zich totaal niets aantrekkend van die drie rare wezens die naar hem zaten te staren. Een kustvogel die even een tripje maakte naar het binnenland. Ik was er alvast heel blij mee.

Steenloper – Koningssteen – 29 mei 2025

Nieuwe Belg (#313) en nr. 193 – Dwergstern

Samen met Gert en Pierre reed ik op vrijdagmorgen richting Averbode. Dit schitterende natuurgebied was ons doel. Met een leuke daglijst waarop een boomvalk – mooi in zit -, wespendief en raaf mochten ingevuld worden, was het een mooi bezoek. Tijdens het nuttigen van een ijsje in de lekdreef – wij koppelen graag het aangename aan het aangename – zagen wij de melding van twee sternen-soorten in Schulen. Hoewel de waarnemingen van ’s morgens waren besloten we toch nog een omwegje te maken langs het Schulensbroek. Een goede keuze, want beide sternen waren nog aanwezig. Eerst kreeg ik de dwergstern in beeld. Niet enkel een streepje extra op mijn Limburgse jaarlijst, maar blijkbaar ook een soort die ik tot op heden nog niet in België had gezien. Een ware schaamsoort die ik nu kan afvinken.

Dwergstern – Schulen – 30 mei 2025 (Foto: Jan Severeyns)

Nr. 194 – Grote stern

Maar het bleef niet bij deze kleine rakker. Zijn grotere broer bleek ook nog op post. Tussen enkele visdiefjes en kokmeeuwen zat deze kustbewoner zich uitgebreid te poetsen. Terwijl dwergstern wel vaker opduikt in het binnenland – letterlijk en figuurlijk – doet de grote stern dat veel minder. De sternen-versie van mini en maxi samen is dan ook helemaal crazy.

Grote stern – Schulen – 30 mei 2025

Zaterdag ging ik samen met Pierre richting Voerstreek. Doelsoort was taigaboomkruiper. Eentje die ontbreekt om mijn Belgische en dus uiteraard ook op mijn Limburgse jaarlijst. Maar die vinden is geen makkelijke opdracht. Een tegen een boom kruipende naald in een hooiberg van prachtige bossen. En prachtig zijn ze. De Voerstreek is gewoonweg een pareltje. Eigenlijk jammer dat het door vogelkijkers een beetje ‘vergeten’ wordt. Bij het vertrek van onze wandeling konden we nog genieten van een mooie kolonie huiszwaluwen. Onder het poorthuis van een oude hoeve. Dat was al even geleden dat ik dat nog gezien had. Meerdere pulli zaten al klaar om uit te vliegen en kwamen aan de opening van de nesten piepen.
Met middelste bonte specht, grauwe vliegenvanger, glanskop en een enthousiast zingende fluiter sloten wij de meimaand af. Die taigaboomkruiper zal voor een volgende keer zijn.

Huiszwaluw – Voeren – 31 mei 2025

Zondag was het even wachten wat de weergoden van plan waren. Ze bleken met het juiste been uit bed gestapt te zijn. Dus reed ik toch nog eens richting de Maaskant. Terwijl half vogelkijkend Vlaanderen in de ban was van een rondzwevende steppearend, ging ik op zoek naar mijn ‘eigen’ vliegende deur: de zeearend. Methode werd ‘wait and see’. Dus zat ik – buiten een korte wandeling – een paar uurtjes op een bankje aan de oever van de plas. Het werd heel veel ‘waiten’ en geen arend te ‘seen’. Buiten een verre kanshebber. Maar die kon ik niet lang genoeg in beeld krijgen om hem met zekerheid op mijn lijstje te krijgen. Kritisch blijven is de boodschap. Gelukkig waren er heel wat vogels die zich wel goed lieten bekijken. Ze stellen nooit teleur.

Zomertortel – Bichterweerd – 1 juni 2025

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research