Vier kleine patatjes

De titel had ik gisteren al in mijn hoofd. Het is een uitspraak die mijn schoonvader zaliger op kienavonden door de zaal liet schallen als nummer 88 uit de trommel kwam. Tot ergernis van een deel van het publiek. En ook in mijn Wellense dialect ‘vier kleen jeppelkes’.

Maar dat was zonder een vrouwtje blauwe kiek gerekend die vandaag even haar prachtige jachtvlucht kwam tentoon spreiden tijdens onze wekelijkse uitstap met de muisjes. Dit keer samen met kersverse stagair ringwerk Thomas. Onze buit was trouwens drie torenvalken en twee buizerds. Voor die eerste is het zoeken met een vergrootglas voor die tweede soort gaat het deze winter prima. Ze reageren prima op de uitgesmeten muisjes. Honger!

Vrouwtje blauwe kiekendief uit mijn archief

Vrijdag nam ik een snipperdag en trok naar het Schulensmeer. Daar was het ook meer, veel meer. Water in overvloed. Alles stond er tot aan de rand vol. Dus was het vooral eendjes kijken en ganzen afspeuren. Dit leverde een mooie aanvulling aan mijn lijst op, met als stevige bonus een mooi mannetje witoogeend.

Gelukkig had iemand op tijd de sluizen dicht gedaan

Zaterdag ging ik op pad met Wouter en Pierre. We reden naar het verre Koningssteen. Ook daar kregen we weer wat mooie soorten in onze kijkers. Ooievaar en roodhalsfuut waren de toppertjes. Die laatste zat er al even. Hoewel ik heel de tijd naar het midden van de plas keek, bleven de middelste zaagbekken die ook waren doorgegeven, onzichtbaar. Het werd een geweldige middag met eindelijk wat zon. Dat was al even geleden.

Voila, we zitten aan 89.

Mannetje witoogeend met tafeleenden Schulens Meer- 1 februari 2025
Meewerkende holenduif – Koningssteen – 2 februari 2025

Van lichte zeden

Het waren de voorbije weken vogelarme dagen. Mist, regen en een stevige winterprik hielden de waarnemingsmeter op een laag pitje. Hadden de vogels andere oorden, of de vogelkijkers de warme deken opgezocht? Wie zal het zeggen? Het was alvast een opgave om met dat koude en vochtige weer toch naar buiten te trekken. Met vaak een pover lijstje. Zo stonden Gert en ikzelf vorig weekend naar een vijver te turen op zoek naar de nog steeds voor ons onvindbare witoogeend in Schulen. Dat we zelfs de overkant niet zagen was niet bemoedigend. Witoogeendloos terug naar huis dan maar.

Grote zilverreiger Zonhoven 18 januari 2025

Ransuil

Dit weekend ging ik alleen op pad. Wouter werkend, Pierre snotterend en Gert petekind ontvangend, stond op de afwezigheidsattesten. Het werd een stevige wandeling door het vijvergebied van Zonhoven. Schitterend gebied met normaal heel veel vogels, maar niet deze keer. Vrij kalm, maar wel zalig genieten van een mooi landschap. De berijpte bomen en de mist boven de vijvers deden er nog een paar schepjes sfeer bovenop. Het mannetje goudvink dat zich even liet zien was een bonus. Maar heel veel soorten voor mijn Limburgse jaarlijst kon ik niet scoren.

Vandaag bracht ik die lijst op 63 soorten. Dit dankzij de plaatstrouwe ransuil in Alken. Elke winter zit hij – soms met een aantal soortgenoten – in een sierden vlakbij een drukke weg te soezen. Hij was ook nu weer present. Makkelijke score.

Eentje per uur

Ondertussen zijn we ook weer aan ons ringwerk begonnen. Momenteel zijn het de torenvalken en buizerds die we proberen te verschalken. Samen met Kristof ging ik al een paar keer op pad. De muisjes mogen dan mee. Voorlopig mogen we niet klagen. Mijn doel is om één vangst per uur te scoren. We zitten momenteel met 11 exemplaren boven dat gemiddelde. Vier buizerds en zeven torenvalken.

Buizers 2de kalenderjaar

Er zat een terugvangst bij. Een geringde torenvalk van mijzelf. Altijd leuk. Hij werd geringd in 2018 op het nest in een schuur in Oetersloven. Voor mij een van de weinige koppels die niet in een nestkast zaten. Dit paartje had een brede houten balk uitgekozen om hun eieren uit te broeden. Het mannetje dat toen een ring rond de poot kreeg en we nu konden terug vangen is dus al 8 jaar oud. Een sloeber trouwens. Want wij vingen hem op de Chaussée d’Amour in Brustem. Tussen etablissementen voor de dames van lichte zeden. Wel op een vroege zondagmorgen. Dus denkelijk was hij niet op zoek naar betaalde liefde, want de dames sliepen denkelijk nog. Hoewel,… het oude mannetje dat op een raam stond te kloppen hoopte wel dat er iemand wakker was.

1 – 2 – 53 start

We zijn er aan begonnen. Op 1 januari ging ik naar gewoonte in de voormiddag op mijn local patch – de Herkvallei in Wellen – zoeken naar vogels. Lekker rustig. Met 25 soorten was het een bescheiden prestatie. Wel was ik blij met maar liefst 3 houtsnippen die ik zag opvliegen. Maar zeker met een prachtig mannetje appelvink dat zich even mooi liet bewonderen in een wilg. Wat een beesten en wat een stevige snavel. Jammer genoeg lag mijn fototoestel nog in de kast. Foutje.

Blitzstart

In het begin schiet het uiteraard goed op. Want bijna elke soort die je dan ziet is een streepje op de lijst. Dat tempo zal wel heel snel zakken. Vanaf dan wordt het harken en vooral in actie schieten bij elke nieuwe soort die opduikt.

Het weekend was dan ook zeer productief. Zaterdag gingen we met ons clubje op pad. Enkel Wouter moest forfait geven wegens werkverplichtingen. We begonnen goed met de roodkeelduiker die al even ronddobbert op het Albertkanaal in Genk. Hij was gelukkig voor ons nog steeds aan het dobberen toen wij aankwamen. Gelukkig,… want even later ging hij op de wieken om na een heel grote bocht boven Genk mooi voorbij te vliegen. Ik kon enkel een foto maken van een opvliegend beest.
Daarna ging het richting Paal voor de volgende duiker op ons lijstje: een ijsduiker. Die was wat moeilijker te vinden. Het kostte ons twee parkeerstops voor we hem in het vizier kregen.

IJsduiker Paalse Plas 4 januari 2025

Volgende doelsoort was witoogeend. Deze was al een hele tijd gemeld in Kleen Meulen. Maar blijkbaar gaf ze niet thuis. Het aantal zoekende vogelkijkers was behoorlijk, maar vruchteloos. De melding dat ze was vervlogen naar Zonhoven bleek achteraf foute info. Want de vogel die wij zochten was een mannetje, die in Zonhoven een vrouwtje. Tenzij ze van geslacht was veranderd. Onmogelijk? De toekomstige president van Amerika vertelde mij dat je soms je kind naar school doet als een jongetje en dat je ze gaat afhalen als een meisje. Dus je weet meer nooit.

Lazy birder

Zondag voorspelden ze rotweer. Na zware onderhandelingen – waar de politiekers een puntje aan kunnen zuigen – besloten mijn muisjes om binnen te blijven. De stemming was twee tegen één. Dus geen torenvalkjes ringen.
Toch ging ik op pad. Want vanuit de auto kan je ook vogels kijken. De heilige koe van onze weg is een prima schuilhut. Zowel om vogels te spotten, als om droog te blijven. Wel niet de manier die ik voor ogen had om mijn BMI nar de juiste waarde te krijgen, maar we maken van een nood een deugd.
Dus reed ik ’s morgens onder een zwaar bewolkte lucht en met een bakske regen richting Kwaadmechelen om koereigertjes te gaan zoeken. Voor Limburg zeker geen algemene soort. Na wat rondrijden kon ik ze ontdekken netjes op de doorgegeven locatie. Wel zag ik er maar 6 (nadien werden er opnieuw 7 doorgegeven, eentje raakte blijkbaar moeilijk uit zijn bed of van zijn tak). Alweer een iets minder makkelijke soort op mijn Limburgse jaarlijst.

Koereigers Kwaadmechelen 5 januari 2025

Aangezien ik toch op pad was, reed ik door naar Hochter-Bampd. Ook daar kan je vanaf de weg op sommige plaatsen de Maas goed zien. Zo kon ik alvast een aantal wintergasten afvinken: grote zaagbek en brilduiker.

Om het weekend af te sluiten – wat vogeltjes kijken betreft dan toch – stopte ik op de terugweg nog even aan een ondergelopen akker in Borgloon. De voorbije jaren scharrelde daar toch wel wat rond. Ook deze keer zaten er heel wat Canadese ganzen, nijlganzen en kokmeeuwen. Maar de leukste vondst was toch een bergeend.

Hiermee staat de teller – na een heel korte beginweek – op 53 soorten. Al 1/4de van mijn doel bereikt wat de score voor onze groenste provincie van het land betreft.

De laatste loodjes zijn Alpijns

Als ik heel eerlijk moet zijn, wist ik gisteren al dat er nog een blogpost zou komen. Want tijdens het schrijven van de vorige zag ik al de melding dat er in Mechelen een speciaal vogeltje was gespot binnenkomen. De ontdekking van deze vogel kwam er trouwens op een vreemde manier. Door de echtgenote van een gekende vogelkijker tijdens een fotozoektocht in de binnenstad van Mechelen. Vlakbij de StRomboutstoren. ‘Hé, daar zit een vreemd vogeltje’ was vermoedelijk de aankondiging van deze zeldzame dwaalgast.

Het bleek een alpenheggenmus te zijn. De neef van onze heggenmus die ik elke tuin wel wat zit rond te scharrelen. Mijn oom – die in Mechelen woont – stuurde mij via WhatsApp ook nog eens een berichtje. Dan moet je gewoon gaan. Ook al vond mijn vrouwtje het geen goed idee. Maar gelukkig kreeg ik groen licht en een paar minuten later was 75% van ons vogelvriendenclubje klaar om de volgende morgen – vandaag dus – naar Mechelen te carpoolen.

Het bleek een van de makkelijkste twitch-momentjes van het jaar. Het beestje zat op zijn vertrouwd plekje, omringd door een twintigtal vogelkijkers. Dit op soms minder dan een meter afstand. Sommige fotolenzen waren langer dan de afstand tot aan het beestje. De rit er naartoe en de warme choco achteraf duurde stukken langer dan de waarneming zelf. Maar voor mij dus wel een extra Belg en zelfs een nieuwe lifer. Reden tot juichen? Niet echt.

Close-up zonder veel telelens, een uitzondering (gelukkig)

Want dit exemplaar zag er alles behalve gezond uit. Zonder twijfel een van de redenen waarom hij of zij zich zo makkelijk liet benaderen. Tijdens onze gesprekjes met mede-vogelaars werd al geopperd dat het beestje zou opgehaald worden door een Opvangcentrum om het er door te krijgen. Hopelijk haalt ze 2025.

Met dubbele gevoelens komt deze soort dan ook op mijn lijstjes. Dus beste alpenheggenmus, een gemeende sorry en bedankt voor je verschijning.

Het onfortuinlijke fotomodel.

Update: 30/12/2024 om 18u27

In de namiddag werd het beestje opgehaald door het VOC van Herenthout. Het was verzwakt, mager en zat vol met parasieten in zijn maag en darmen. Blijkbaar had het geen kans op overleven en het vertrok dan ook naar de eeuwige alpenheggenmussen-jachtvelden.
Blij dat ik deze vogel nog mocht bewonderen, al was het dan in de laatste uren van zijn bestaan op aarde, aan een basiliek in Mechelen. Symbolischer kan al niet. Rust in vrede lieve vriend.

Leuk einde, ambitieus begin

Nog vier blaadjes en het jaar is voorbij, dat zegt mijn scheurkalender op het toilet. Tijd om mijn uitdaging die ik begin 2024 in mijn blog uitsprak te beoordelen.

200 soorten in gebieden van Limburgs Landschap

Het begon veelbelovend, maar het doel werd niet gehaald. Dit omdat ik veel te weinig tijd vond om in de prachtige natuurgebieden van Limburgs Landschap te gaan wandelen en vogeltjes spotten. Ik strandde op 125 soorten. Een mager resultaat vond ik zelf. Wel bezocht ik 18 gebieden, sommige maar heel kort en andere een paar keer. De top drie met het meeste aantal vogelsoorten waren Hochter-Bampd (54), Koningssteen (63) en Negenoord (75). Geen toeval dat het alledrie gebieden zijn langs de Maas. Een top-vogelgebied.
De meest waargenomen soort was roodborst (16), gevolgd door een drietal soorten met 14 waarnemingen: houtduif, vink en wilde eend. Leukste soorten waren ijseend, lepelaar (geslaagd broedgeval!), witwangstern en witoogeend.

Mijn voornemen om een autolijst bij te houden bleek ook geen lang leven beschoren. Het kwam dan ook terecht in de lade met de veel beloftes zoals ‘minder eten’, ‘stoppen met roken’ of ‘meer sporten’ die heel wat mensen uitspreken vlak voor nieuwjaar. Het werd een zeer kort en totaal onvolledig projectje. Slecht idee blijkbaar.

Negenoord- Kerkeweerd in Dilsen-Stokkem

De magische kaap

Gelukkig was er nog mijn ambitie om mijn Belgische lijst over de kaap van de 300 soorten te tillen. Want die is wel gelukt. Met een jaarlijst van 186 soorten doe ik het zeker niet geweldig. Wouter, een van mijn vogelmaten, rondde vlot de 200 soorten. Als nieuwkomer in ons groepje werkt zijn gedrevenheid inspirerend.
Maar blijkbaar wierpen onze uitstapjes met ons kwartet vruchten af. Door bewuste keuzes te maken – ook wel twitchen genoemd – kon ik mijn lijst aanvullen met maar liefst 9 nieuwe Belgen. Eentje kwam er gisteren zelfs nog bij: de parelduiker in het verre Wallonië.
Andere nieuwkomers waren blauwe rotslijster, ross’ gans, kleine rietgans (een schaamsoort), aziatische roodborsttapuit, notenkraker, grote grijze snip, grote stern (nog een makkelijke soort die ik nu pas in België kon zien) en struikrietzanger.
Vooral de notenkraker was een topper. Wij hadden de eer om te mogen genieten van een wel erg meewerkend exemplaar dat tot op een tiental meter van ons nootjes kwam zoeken. Een kippenvel-momentje. Ondertussen staat de teller op 306 soorten. Op naar een volgende kaap.

Notenkraker Membach 6 april 2024

Nieuwe uitdagingen

Hoog tijd om voor 2025 opnieuw plannen te maken. Ik heb nood aan een ‘trigger’ om op gang te geraken. Zo zit ik blijkbaar in elkaar. Daarbij zegt mijn huisdokter – en mijn weegschaal – dat het een goed idee is om meer te bewegen. Vogels kijken en wandelen is dan een ideale combinatie.

Daarom ga ik proberen om ’s morgens regelmatig samen met de zon op te staan en voor dag en dauw ergens vogels te gaan spotten. Met als doel om volgend jaar minstens 200 soorten te zien in ons groene Limburg. Alweer leg ik de lat zo hoog dat ik er vlot onderdoor kan. Maar misschien verras ik jullie en mijzelf wel.

Daarnaast ga ik mij weer eens wagen aan een inventarisatie van een gebied. Bedoeling is om op een wetenschappelijke manier alle broedvogels in kaart te brengen. Daarnaast ga ik de maanden buiten het broedseizoen maandelijks minstens één keer alle vogels noteren op een vaste route.
Het natuurgebied waar ik dit ga doen zijn de Caetswijers in Diepenbeek. Een verborgen parel tussen woonwijken met een mooie vijverketting. Limburgs Landschap voert hier momenteel grote werken uit om zo een prachtig stukje natuur te creëren. En ik wil weten welke soorten dit project in de toekomst gaat aantrekken.

Zicht op de Caetswijers voor de werken

Om vrije tijd helemaal te vullen wil ik ook nog eens zo veel mogelijk tijd doorbrengen op mijn ringplek. Want ook daar is elke soort die ik er zie – of kan ringen – eentje voor de Limburgse lijst. Dubbel op. 2025 is trouwens een belangrijk jaar voor mijn stagair, Kristof. Ik wil hem in de best mogelijke omstandigheden naar zijn eerste examen begeleiden.

Tenslotte probeer ik ook de draad van mijn blog terug op te nemen. Ook hier was mijn inspanning wat ‘geslabbakt’. Wekelijks een tekstje moet toch lukken. Niet?

Balans in kadans

Het jaareinde komt er aan, ik merk het aan de druivelaar op het toilet. Die heeft vaak minder blaadjes dan de wc-rol. Dan weet je het wel.

Tijd om een balans op te maken. Denkelijk komen er nog wat torenvalkjes en mogelijk een paar buizerds bij. Maar daar gaan we niet op wachten.
De teller in Papageno (nvdr. het voorhistorische programma om ringgegevens op te slaan) staat op 2.257 vogels die in 2024 door mijn handen gingen. Niet top, maar ik ben er toch blij mee.

Topdwerg

Op de ringplek kon ik 2.036 vogels een ringetje aan hun poot knijpen en werden er 89 ringen afgelezen. In navolging van alle radiozenders die nu ellenlange hitlijsten op ons afvuren, hierbij de top 5 van de 38 soorten die ik zag voorbij komen op mijn bescheiden ringplek.

Op nummer 5 een ex-aequo van tuinfluiter en tjiftjaf met elk 85 exemplaren. Nummer 4 was voor de bosrietzangers met 189 stuks. Brons ging naar de roodborsjes (229), zilver was voor de kleine karekieten (404) en opnieuw met stip op nummer 1, zwartkop met 634 geringde of gecontroleerde vogels. Die sympathieke zangers met hun zwarte petje zijn de Bohemian Rapsody van het ringwerk. Niet van plaats nummer één weg te krijgen.

De adrenaline-boosters voor dit jaar waren draaihals (5), grauwe klauwier, bladkoning, siberische tjiftjaf en uiteraard de vangst van een dwerggors. De kick van dit najaar.

Het prachtige kopje van dit ‘schattige’ gorsje – dwerggors 1ste jaars

Jong grut

Teleurstellend waren de aantallen voor nachtegaal (slechts 1) en gekraagde roodstaart (6). Jammer. Hopelijk een tijdelijk dipje.

Daarnaast werden er ook wat vogels op het nest geringd. Pulli of voor de niet-vogelaars, het jonge grut. Daar kon ik de teller op een ronde 100 afsluiten. Steenuil was de topper met 44 geringde pulli. Gevolgd door nog 6 andere soorten. Koolmees (23), pimpelmees (9), spreeuw (9), kerkuil (7), torenvalk (6) en raaf (2). Vooral het nest van de raven was super. Een nieuwkomer en zo te zien blijver voor onze regio. Maar ook het nest kerkuilen in een bosuilenkast vond ik een leuke waarneming. Altijd geweldig om te zien hoe soorten zich aanpassen. Timmeren de pilaren van dienst de ramen dicht van alle kerken en worden de schuren bij onze landbouwers bijna vacuüm afgesloten bouwsels, dan kruipen onze kerkuilen toch even in een bosuilenkast.

Controles

Tenslotte wil ik nog even de terugmeldingen in de kijker zetten van door andere collega’s geringde vogels. Want daar draait het ringwerk toch ook rond. Ik kon, buiten de 91 eigen controles (vogels die ik zelf ringde en nu terug controleerde), nog 13 ringen ingeven van ‘vreemde’ origine.

Het ging om kleine karekieten (2 uit België, 1 Duitsland, 1 Frankrijk), bosrietzanger (2 België), zwartkop (1 België, 1 Duitsland), torenvalk (2 België), steenuil (1 België), rietzanger (1 België) en tenslotte nog een roodborst (1 Zweden). Opvallend was het ontbreken van vogels met een ring uit Nederland. Die zitten er anders altijd bij. Komaan, hup Holland, hup.

Klaar voor een nieuw jaar vogels ringen. Ik denk dat de druk van mijn (vermoedelijk) twee stagairs de cijfers in 2025 terug de hoogte in gaat jagen. Wat mij betreft een welkome stimulans.

Niet elke terugmelding maakt mij blij – torenvalk >1 man verkeersslachtoffer

Grote dwerg

Het ringseizoen kabbelt langzaam maar zeker naar zijn einde. Dan toch op mijn ringplek. De nachttrek is zo goed als stilgevallen en de aantallen blijven steken op 20 tot 30 vogels per ringsessie. Ook al blijven de netten tot zonsondergang open staan. Rustige tijden met de hoop op een leuke soort die wil landen.

Daarom was ik al heel blij met de vangst van een bladkoning vorig weekend. Nummer 12 voor mijn bescheiden ringlocatie. En dat voor een soort waar we tien jaar geleden van dachten dat je ze enkel aan de kust in een eenzame boom kon vinden. Niets is minder waar.

Koning Blad de 12de van Wellen

Een lang weekend, dus veel tijd om wat vogels te ringen. Gisteren strandden we op 33 exemplaren (Kristof was er weer bij om te helpen). Met toch 3 puttertjes – altijd leuk – en controle van een koolmees die al in 2019 een ring rond de poot kreeg van mij als 1ste jaars beestje. Ondertussen 6 jaar oud, voor een koolmees een respectabele leeftijd.

Vandaag alleen aan de slag. De teller stond op iets meer dan 20 vogels. Elke ronde hingen er twee, soms 3 vogels in de netten. Maar de ronde van 13u30 leverde een verrassing op. Hoewel ik het geluid speelde was de kans klein. Maar soms is een waterkans voldoende. Eén vogel in de netten met een prachtige kastanjekleurige oorvlek. Jawel, dwerggors!
Alle kenmerken werden gecheckt samen met mijn zoon Jente die op bezoek was. Ze klopten stuk voor stuk. Een nieuwe soort voor mijn ringplek.

Soort 76 – dwerggors
De markante koptekening

Toevallige nieuwe Belg (of toch niet)

Zaterdag gingen we met onze bende weer op pad. Wouter moest afhaken wegens werkverplichtingen. Maar Pierre en Gert waren van de partij. Bestemming: Schulensbroek. Doelsoort: purperreiger. Want die was voor Gert en mij een aanwinst op onze Belgische lijst.

Hoe het had kunnen lopen

Wij parkeerden onze wagen op de kleine parking aan de zuidkant van het natuurgebied. Wij liepen richting de locatie waar de purperreiger die zich er al lang ophield het meest gezien werd. We stelden ons verdekt op en wachten geduldig. Vol spanning wachten we af. Na een tijd kwam de purperreiger van achter het riet te voorschijn wadend door het water. Eerst nog verborgen door wat rietstengels, dan in vol ornaat. Wij keken ademloos toe. Ik greep langzaam naar mijn fototoestel en kon prachtige beelden maken van deze mooie reiger.

Hoe het echt liep

Wij parkeerden onze wagen op de kleine parking aan de zuidkant van het natuurgebied. Wij liepen richting de locatie waar de purperreiger die zich er al lang ophield het meest gezien werd. Na een paar honderd meter bleek de weg versperd door een dikke laag modder. Na een korte discussie gingen Gert en Pierre op zoek naar een mogelijk alternatief om zonder modderige schoenen verder te geraken. De poort van de weide langs de weg lag toch open. Terwijl Gert zocht naar een andere uitgang, riep hij plots: ‘hier is hij!’. Ik stond nog aan de weg en zag in een flits een vogel opvliegen uit de diepe poel die in de weide lag. Mijn eerste idee was roerdomp. Maar Gert riep dat het de purperreiger was. De vogel was ondertussen al uit het zicht verdwenen. Hopende dat hij met een boog rond ons zou vliegen draaide ik mij om. Even later verscheen in de verte een voorbijvliegende reiger. Check: purperreiger. Ik kon hem met mijn verrekijker mooi in vlucht bekijken, ook al was het redelijk ver weg. Toen hij opnieuw uit het zicht verdween, stond mijn telescoop werkloos naast mij en hing mijn fototoestel ongebruikt over mijn schouder. Geen bewijsfoto, maar wel een leuke waarneming.

Al in 2008 op de lijst

Toen ik thuis kwam bleek ook nog eens dat dit voor mij geen nieuwe Belg bleek te zijn. Blijkbaar had ik ongeveer 16 jaar geleden er al eentje kunnen bekijken in Wijvenheide te Zonhoven. Toen kreeg ik wel de kans om dat exemplaar op foto te zetten?

Purperreiger gezien in Zonhoven in 2008

Teleurstelling? Totaal niet. Die voormiddag zag ik buiten deze prachtige reigersoort minstens 2 visarenden actief jagen aan het Schulens meer. Het was voor mij de eerste keer dat ik dit spektakel zo goed kon aanschouwen. De biddende jager, de haperende duikvlucht, de plons en de triomfantelijke herrijzenis met elke keer een prooi in de klauwen. Waanzinnig!
Ook op ons daglijstje: ijsvogels – inderdaad meervoud -, bruine kiekendief, zwarte stern in jeugdkleed, heel veel grote zilverreigers, kibbelende kleine zilverreigers en nog veel meer.

Vogels kijken is altijd genieten, zelfs voor een birding-kluns als mijzelf.

Vaste gasten

Mijn vogelactiviteiten van de voorbij maand hebben zich vooral afgespeeld op mijn ringplek. Elk moment dat er tijd was kon je mij daar vinden. Voormiddag toch. De rest van de dag bracht ik dan meestal door in een semi-comateuze toestand. Dat vroeg opstaan raak ik toch niet gewoon.

We – want ik krijg regelmatig hulp van twee stagairs die mijn microbe ook willen omzetten in een ringvergunning, Kristof en Nicolas – zitten al aan een stuk over de 1.200 geringde vogels. Deze maand (augustus) deden we er 821 bij. Vooral de kleine karekieten (309) en de zwartkoppen (222) deden een behoorlijke duit in dat zakje. De karekietjes zijn stilaan aan het afnemen, de zwartkoppen gaan gestaag in stijgende lijn. De reeds gemelde grauwe klauwier, twee bonte vliegenvangers en ondertussen al 4 draaihalzen waren de adrelanine-opstootjes van dienst. De vroege vertrekkers zijn ondertussen al voorbij. Zo had ik vermoedelijk de laatste bosrietzangers voor dit najaar in mijn handen. Met 189 stuks een gemiddeld jaar. Een opvallend dieptepunt zijn de gekraagde roodstaarten. We kregen er slechts 4 in onze netten. Geen idee waar de rest zit of is voorbij gevlogen.

Draaihals nummer 4

Nu de rustige periode achter de rug is in het veld, zijn we ook opnieuw op pad gegaan met onze groep vogeltoeristen. Met ons olijke kwartet reden we richting de Luikse akkers. Rond deze periode is dit het podium voor een opvallende en elk jaar weerkerende soort: de morinelplevier. Deze arctische broedvogels passeren onze streken en slagen er elk jaar weer in om ongeveer op dezelfde plaats een tussenstop te doen. ‘Ongeveer’ is trouwens een onderschatting. Heel vaak kan je ze – mits de omstandigheden niet te veel gewijzigd zijn – op juist dezelfde akkers terugvinden. Ze vertellen ons alleen niet op welke dag ze op bezoek komen. Wij stapten uit onze wagen in het onbekende Viemme. Een jonge vogelkijker stond al door zijn telescoop te turen. Een net voor ons aangekomen vogelaar in een cabrio (waarom zou je met een groene 4×4 op pad gaan) kreeg al de boodschap dat een groep van 12 morinellen net was opgevlogen. Tja, dat horen we wel vaker.

Maar nog geen 5 minuten later kreeg de jongeman ze opnieuw in het vizier, waarvoor dank. We konden ze even op respectabele afstand bekijken. Leuk, maar niet top. Daarna vlogen ze op om vrij dichtbij voorbij te komen. Mooi!

Man morinel, foto uit de oude doos

Wij zagen ze zo voorbijvliegen


We besloten om een doorgestuurde melding door Nicolas van een juveniele roodpootvalk te gaan omzetten in een toffe waarneming. Onderweg schreven we tapuitjes, kievit, gele kwik op ons lijstje. De roodpoot bleek gevlogen, maar we konden toch slechtvalk, heel wat torenvalkjes, havik, bruine kiekendief en een overzeilende rode wouw scoren. Alles in de buurt van een kunstmatig ingericht stukje biodiverse akkers. Dit in een woestijn van intensieve landbouw. De jaarlijkse morinellen zijn een leuke pleister op een grote, etterende wonde.

De groep ooievaars die ik ’s avonds na een verplicht bezoek aan de school van mijn echtgenote mocht aanschouwen, zittend op de verlichtingspalen van een drukke autoweg waren voor augustus een boeiende afsluiter.

Vroege vogels

Dankzij een gemotiveerde stagair (merci Kristof) staat mijn wekker momenteel op 4u50. Een van de nadelen van vogels ringen. In augustus moet je verdomd vroeg uit je bed. Maar er zijn een pak voordelen. Die vroege uren zijn prachtig. De gloed van de opkomende zon als ik de netten openschuif. Een steenuiltje roepend van zijn plekje ergens in de buurt. De koelte in de morgenuren.

Leuke soorten

Met ondertussen 555 geringde vogels mag ik niet klagen voor mijn bescheiden ringplekje in mijn eigen tuin. De kleine karekieten (169) hebben ondertussen de bosrietzangers (152) ingehaald. De normale gang van zaken. Eerst trekken de adulte bosrietjes weg, gevolgd door de eerstejaars. Op dat moment komen er ook de eerstejaars kleine karekieten bij. Nu doorspekt met regelmatig een adulte kleine karekiet. Die volgorde wordt netjes gerespecteerd.

Daartussen af en toe een leuke verrassing. Zoals een eerstejaars grauwe klauwier. Het was al van 2015 geleden dat ik die soort kon ringen. Hun opmars had mij hoop gegeven en die kwam dan ook uit. Ook leuk zijn de draaihalzen die opduiken. Al twee dit jaar. Eentje samen met Kristof die daarmee een nieuwe soort kon scoren.

1ste jaars grauwe klauwier. Die kunnen stevig bijten.
1ste jaars draaihals, wat een pallet aan bruine tinten!

In vertraging

Ik had het gevoel dat de zwartkoppen wat achter bleven. Op dit moment verwacht je toch meerdere tientallen in je netten. Maar dat valt tegen. Een kleine analyse van de aantallen op trektellen.nl – de website om het hele trektel- en ringersgedoe mooi te volgen – geeft een redelijk goed beeld wat er zo al geringd wordt.

Aantallen zwartkoppen – overzicht laatste 3 jaren voor augustus

Daaruit blijkt dat we inderdaad onder de aantallen van 2022 zitten. Maar wel op hetzelfde schema als vorig jaar. De grote aantallen moeten nog komen zo te zien. Ongeduld? Of toch een verschuiving naar een latere vertrekperiode?

Weerzien

Ook leuk zijn de terugvangsten. Zo is mijn ‘vaste’ merelvrouwtje nog steeds alive and kicking. Sinds ik ze als jonge vogel op 1 oktober 2021 een ring rond haar poot kneep, is ze elk jaar trouw op post. Dit jaar kwam ze al twee keer goedendag zeggen door in mijn netten te vliegen. Ik zit duidelijk in haar territorium te vangen. Ondertussen is ze al 4 jaar oud. een mooie leeftijd voor een turdus merula.
Regelmatig vang ik ook door mijzelf geringde vogels terug. Meestal zijn er dat van hetzelfde seizoen. Soms echter is het eentje van eerdere jaren. Zo ving ik een zwartkop terug van juli 2023 en een tjifke van augustus 2023. Mogelijk broedvogels van in de buurt ofwel zit ik op hun vaste trekroute. Nog leuker was een zwartkop die ik in juli 2020 had geringd. Die heeft al een pak kilometers op zijn tellerke.

Er kwamen ook twee buitenlanders langs. Alletwee kleine karekieten. Eentje met een Duitse ring en eentje met een Franse ring. De details volgen nog via het KBIN (*). Altijd spannend.

(*) Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research