Hollander met gele pootjes

Het is een zalige tijd. De zomergasten komen netjes een voor een aangevlogen en het weer is zalig. De oostenwind maakt het vaak wat schraler, maar wel een stuk spannender. Meerdere dagen met deze windrichting geeft altijd kans op leuke dwaalgasten. Zeker op dit moment, nu heel wat soorten op trek zijn. De teller staat ondertussen op 136.

Nr. 130 – Oeverzwaluw

Ze in zit waarnemen is geen makkie. Maar ik kreeg toch de kans toen een groepje boerenzwaluwen in Hochter-Bampd in de top van een boom gingen uitrusten na denkelijk een heel lange tocht. In mijn beeld van de telescoop zag ik dat er een paar kleinere ‘vreemdelingen’ tussen zaten. Oevertjes!

Nr. 131 – Geelpootmeeuw

Ik had deze soort al – onbewust – gezien in ’t Vinne. Maar aangezien ik daar over de Limburgse grens zat, telde ze niet mee voor mijn jaarlijst. Het ging dan ook nog eens om een verkeerde determinatie van mijzelf. Ik had ze als zilvermeeuw ingegeven. Een alerte meeuwenkenner liet mij weten dat het om een geelpootmeeuw ging. Meeuwen, zo moeilijk!
De voorbije week reed ik naar het verre Bree om vogeltjes te gaan kijken in De Luysen. Een dikke aanrader trouwens. Daar waren ook geelpootmeeuwen gemeld. Ze tekenden nog present. Eentje bleek zelfs geringd met een rode kleurring. Met wat moeite kon ik de code aflezen. Je kan die dan melden via de website https://cr-birding.org/nl/home. Heel snel kreeg ik een antwoord. Deze knaap bleek in 2017 als pullus geringd te zijn op de Stevolplas in Stevensweert. zijn eerste winter bracht hij door op de bekende ‘meeuwencomposthoop’ in Lixhe nabij Luik. Hij werd daar twee keer gemeld. Dan verdween hij jaren van de radar, waarna ik de kleurring kon aflezen vorige week. Altijd leuk die kleurringen. Als je er eentje ziet, zeker doorgeven.

Geelpootmeeuw – Bree – 3 april 2025

Nr. 132 – Boompieper

Tijdens mijn wandeling door De Luysen werd mijn aandacht getrokken door een zingende vogel in een rij populieren. Zo gaat het wel vaker: eerst horen en dan – hopelijk – ook zien. Na wat zoeken had ik de vertolker van het liedje in beeld. Een boompieper.

Boompieper – Bree – 3 april 2025

Nr. 133 – Koekoek

Tijdens wat werkjes in mijn tuin – ja hoor, dat doen we soms ook – kwam Gert A. even langs. Hij bracht een ring binnen van een torenvalk die zijn vader dood had gevonden op de straat voor zijn huis (ter info: door mij geringd als pullus op 27 mei 2019 in een nestkast in Kortessem). Tijdens ons gesprek liet hij even vallen dat hij zijn eerste koekoek voor dit voorjaar had gehoord. Dus oortjes open dacht ik. Nog geen uur later had ik ook prijs. In het natuurgebied achter mijn huis hoorde ik ook mijn eerste koekoek voor dit jaar. Makkelijke score op de lijst.

Nr. 134 – Tapuit

Na mijn tweede telling voor de inventarisatie van de Caetswijers was het nog vroeg – we starten dan ook bij zonsopgang. Dus tijd om elders nog wat vogeltjes te gaan kijken. De meldingen van heel wat doortrekkende bruine kiekendieven deed mij beslissen om de akkers rond Tongeren te gaan opzoeken. Het werden wel geen bruine ‘kieken’, maar wel een prachtig mannetje tapuit. Die stond nog niet op mijn lijst.

Tapuit – Lauw (Tongeren) – 5 april 2025

Nr. 135 – Grasmus

Deze morgen besloot ik om naar Schulen te rijden. Een melding van een beflijster was de trigger. Daar kreeg ik in tegenstelling tot de dag er voor wel een paar bruine kiekendieven op trek in de kijker. De koude oostenwind beet in mijn neus, maar toch ging ik voor een wandeling rond het meer. Bij mijn eerste stop werd ik getrakteerd op een appelvink die even mooi poseerde.

Appelvink – Schulensmeer – 6 april 2025

Maar de soort die mijn lijst weer wat langer maakte was een zingend mannetje grasmus. Mooi verborgen in een braamkoepel langs het pad. Heel even kon ik een glimp van hem opvangen, maar ik moest het vooral doen met zijn krassende deuntje. Maar ook dat vond ik dik ok.

Nr. 136 – Huiszwaluw

Boven het meer vlogen tientallen zwaluwen. Boerkes (boerenzwaluwen) en veel oeverkes (oeverzwaluw). Na wat zoeken kon ik eindelijk ook een ‘vliegend orkaatje’ ontdekken. Huiszwaluw. Afvinken!

Zwaluwen leren herkennen? Lees mijn post hierover hier https://iedereenbirdaholic.wordpress.com/2017/04/20/boerkes-of-toch-niet/

Op een zucht van 130

Weer een paar weekjes vogels kijken en ringen achter de rug. De focus bij het ringen ligt momenteel op de eksters. We konden er dit voorjaar toch al 50 klissen. Eentje was zelfs geringd (dat gebeurt niet vaak met deze slimmeriken). Door mijzelf op 18 maart 2018 in Hasselt als >2KJ vrouwtje, dus ondertussen minstens 9 jaar oud.

Ook mijn eerste telling van de inventarisatie van de Caetswijers is achter de rug. Maar het werd een kort en wat teleurstellend lijstje. Want de meeste vijvers stonden door de werken leeg. Een waarneming van een ijsvogel was het hoogtepunt. De komende maanden staan er nog heel wat tellingen op het programma.

Caetswijers – open en voorlopig ook ‘leeg’ topgebied in wording.

Ze hebben mij ook kunnen strikken voor tellingen in het MAS-project (Meetnet Agrarische Soorten). Bedoeling is om op 10 telpunten gedurende 10 minuten alle soorten te tellen in landbouwgebied. Meestal geen opbeurende tellingen, maar toch wil ik mijn steentje bijdragen en scoor ik zo mogelijk wat extra soorten voor mijn Limburgse lijst.

Die staat ondertussen op 129 soorten. Langzaam maar zeker sluip ik richting de 150 die ik vooropstelde als ik alle redelijk makkelijke soorten kan aanvinken. Hier soort per soort een overzichtje:

Nr. 119 – Blauwborst

Aan het Schulens Meer hoorde en zag ik de eerste blauwborsten voor dit voorjaar. Het blijven schitterende verschijningen. Een paar dagen later kreeg ik er eentje vol in beeld met mijn telescoop langs de Maas. Genieten!

Nr. 120 – Watersnip

Ook deze moest vroeg of laat passeren. Het gebeurde in Bernissem. Een natuurlijk ingericht wachtbekken in Sint-Truiden waar altijd wel iets leuks te zien is. Deze keer dus 2 opvliegende watersnippen.

Nr. 121 – Boerenzwaluw

De eerste zwaluw spotten is altijd even kicken. Ook dit was voor mij in Bernissem, sierlijk voorbij vliegend.

Nr. 122 – Zwarte roodstaart

De makkelijkste soort op mijn lijst volgens mij. Want elk jaar komt er een paartje broeden bij mijn overburen. Ik hoorde hem die morgen voor het eerst lekker ‘krassen’ – hun zang eindigt met een kenmerkend krasselend geluid – toen ik mijn krant uit de brievenbus ging halen. Hij zat in de berk van mijn buur van katoen te geven. Welkom terug!

Nr. 123 – Zomertaling

Dit prachtige eendje was al een paar dagen gemeld in het Schulensbroek. Eén bezoek was voldoende om hem op mijn jaarlijst te krijgen. Eerste een mannetje apart en nadien nog eens twee mannetjes en een vrouwtje samen.

Zomertaling – 26 maart – Schulensbroek

Nr. 124 – Bonte strandloper

Een voormiddag vogels kijken aan de Maaskant levert op dit moment altijd leuke soorten op. Twee foeragerende ‘bontjes’ bijvoorbeeld. Hopelijk de aanzet voor een hele trits leuke ‘steltjes’ de komende maanden.

Nr. 125 – Zwartkopmeeuw

Deze mooie meeuw was de reden om die dag in Bichterweerd te gaan vogeltjes kijken. Ze zaten netjes op de doorgegeven locatie. Een eilandje in de grote grindplas dat was gekaapt door een hele bende kokmeeuwen. Daartussen dus één paartje zwartkopmeeuwen. Kan jij ze vinden op onderstaande foto?

Zwartkopmeeuw – 26 maart – Bichterweerd (zoekplaatje)

Nr. 126 – Bruine kiekendief

Niet één , niet twee, maar drie ‘kieken’ vlogen rond aan de noordkant van de plas. Waaronder een mooi mannetje. De minst sierlijke van de kiekendieven, maar toch een leuke verschijning.

Nr. 127 – Fitis

Ze zijn terug! Op de strook tussen de grote plas in Bichterweerd en de Maas had ik minstens 10 zingende mannetjes.

Nr. 128 – Zwartkop

Tussen al dat ‘fitis-geweld’ ontwaarde ik een gekend deuntje dat ik al even niet meer gehoord had. Mijn eerste zingende zwartkop voor dit jaar. Maar zonder twijfel niet de laatste.

Nr. 129 – Gele kwikstaart

Gisteren mocht ik een wandeling begeleiden in Negenoord. We gingen op zoek naar grondbroeders. Een van de deelnemers wees mij op een ‘gele vogel’ aan de oever van een van de plassen. Het bleek een prachtige gele kwikstaart te zijn. Afvinken!

Eindelijk die kleine

Mijn Limburgse soortenlijst staat op 118. De winterpret is bijna voorbij. Grote zaagbekken en brilduikers beginnen stilaan terug te vertrekken naar hun noordelijke broedgebieden. Dus is het wachten op onze zomergasten. De eerste piek in mijn lijst is dan ook voorbij vrees ik.
Ik goot alles even in een grafiekje. Altijd leuk, ook al heeft het weinig wetenschappelijke waarde. Maar dat is ook niet mijn ambitie. Het laat gewoon zien dat bij de start van het jaar er een stevige piek is, want dan is elke soort die je ziet een nieuw ‘vinkje’ op de lijst. Daarna volgt weer een stevige stijging als je tijd kan vinden om naar goede gebieden met veel soorten die hier overwinteren te gaan.

Welke soorten kwamen erbij?

Nr. 113 – kleine plevier

Aan elke plas in Limburg loopt er wel eentje rond. Het is een echte pionier die je het makkelijkst kan vinden op pas ingerichte vlaktes of oevers van plassen. Ik vond mijn eerste voor dit jaar in Bichterweerd aan een grindplas.

Nr. 114 – tureluur

Een van de eerste steltjes die terugkeren in ons landje. Aan diezelfde plas liepen er twee langs de oever op zoek naar lekkers.

Nr. 115 – Lepelaar

Deze soort is in opmars. Vorig jaar was er nog een broedgeval langs de Maas. Is dit de voorbode van een vervolg voor dit jaar? Ik hoop het. Want deze gekke verschijning met zijn aparte snavel is wat mij betreft van harte welkom. Bij deze waarneming bleef die snavel trouwens netjes verborgen. Ik moest het doen met een rustend exemplaar op één poot.

Lepelaar – Elen – 11 maart 2025

Nr. 116 – Roerdomp

Een prachtige wandeling in het Hageven – een aanrader – begon met een korte roep van de roerdomp. Kort, maar heel duidelijk. Zien is een ander paar mouwen, maar hopelijk krijg ik die kans nog in de loop van dit jaar.

Nr. 117 – Wulp

Waarom een lange wandeling maken, als de ‘nieuwe’ soorten pas opduiken als ik bijna terug aan mijn wagen ben (mijn huisdokter zal het mij wel even uitleggen)?
De jodelende roep herken je uit duizenden. Al snel had ik ze ook in mijn kijker. Een koppel aan het Schulens Meer, waar er elk jaar wel een paar broedparen zitten. Weer een steltje – in dit geval zeg maar gerust ‘stelt – erbij op de lijst.

Wulp – Schulens Broek – 14 maart 2025

Nr. 118 – Kleine bonte specht

Ik werd al een beetje moedeloos. Want deze soort laat zich maar kort horen. Na heel wat bossen bezocht te hebben, bleef zijn vakje leeg op mijn lijst. Zelf het afspelen van het geluid bracht geen soelaas.
Maar tijdens het bekijken van het koppel wulpen trok een licht geroffel dat uit een bosje kwam mijn aandacht. Niet de korte roffel van een grote bonte of de snelle roffel van de kleine. Eerder een onregelmatig getokkel van een vogel die op zoek was naar eten of een broedholte aan het uithakken was. Dan vloog hij netjes voor mij door en kon ik zijn karakteristieke golvende vlucht zien. Kleine bonte!
Zo gaat het wel vaker. Lang en vruchteloos zoeken om dan op verrassing gepakt te worden. Daarom is vogels kijken zo boeiend.

Het eider-excuus

Vorige week hadden we een lang weekendje Texel gepland. Eentje met een verborgen agenda. Hoewel, na meer dan 35 jaar huwelijk is ‘verborgen’ niet meer van toepassing. Bij elke reis of uitstap die we plannen – zeker als mijn zoon Jente mee gaat zoals in dit geval – weet mijn lieftallige echtgenote dat er wel een leuk vogelgebied of een nog te ontdekken zeldzaamheid op het programma staat.

Deze keer was de keuze snel gemaakt, want aan de Texelse kust dobberde al een aantal weken een super-zeldzaamheid: een brileider. Zelfs in zijn broedgebied – Alaska en NO Siberië – is het geen makkie om er eentje te spotten. Nieuwe soort voor Nederland en door honderden vogelkijkers vanuit alle delen van de wereld al bezocht. Dat deze soort staat afgebeeld in de sectie dwaalgasten achteraan in mijn vogelgids is een bevestiging van zijn status. Een mega noemen ze dit in vogelkijkerskringen.

Na aankomst in ons hotel gingen we dan ook dadelijk richting de bewuste plek. Van een spannende zoektocht was geen sprake. Met een laconieke mededeling ‘hij zit daar tussen die twee palen’ van een plaatselijke eider-fan was de klus geklaard. Nieuwe lifer en genieten – de dag erna trouwens nog eens – van een schitterende Arctische soort mooi te zien met een aangenaam avondzonnetje.

Brileider – Texel – 6 maart 2025

De overige dagen was de routine: voormiddag een mooie wandeling met als doel mooie vogelgebieden, namiddag stadje bezoeken en ’s avonds opnieuw vogels kijken. Want aan vogels geen gebrek. Ze zaten werkelijk overal. We kwamen met een stevige triplijst terug naar huis waaronder leuke soorten als zwarte rotgans, dwerggans, goudplevier en een hele trits steltlopers.

Als je dan de dagen erna op pad gaat in ons eigen streek is het even een momentje van decompressie. Van honderden – misschien wel duizenden – vogels op het wad naar twee tureluurs en een koppeltje baltsende scholeksters in een goed gebied aan de Maas is een stevige aanpassing. Maar elke regio heeft zijn charmes en als er de komende maanden weer wat leuke soorten opduiken in Limburg ben ik even blij als met die schitterende brileider.

Zwarte rotgans – Texel – 7 maart 2025
Drieteenstrandlopers – Texel – 7 maart 2025
Grijze zeehond – Texel – 7 maart 2025
Goudplevieren in vlucht – Texel – 8 maart 2025

Zilte bonus

De lijst groeit langzaam maar zeker. Een paar dagen vrij geeft natuurlijk de kans om wat meer buiten te lopen. Dus hierbij mijn ‘aanwinsten’:

Nr 106 – kraanvogel

Het is een kwestie van op het juist moment op de juiste plaats te zijn. Want kraanvogels worden voor 95% (of zelfs meer) overvliegend waargenomen. Af en toe gaan er een aantal ergens overnachten of even uitrusten. Maar dat zijn de uitzonderingen en ze blijven ook niet vaak lang hangen.
Dat er veel waarnemingen worden doorgegeven is een signaal om met de neus in de lucht te lopen en vooral de oren te spitsen. Want om ons toch een kansje te geven om kraanvogels te zien, kregen ze een heel herkenbaar geluid mee. En dat geluid hoorde ik op mijn werk. Ik kon nog net een mooi, laag vliegende groep ‘kranen’ bekijken. Daar word je echt gelukkig van.

Nr 107 – Grote Zee-eend

Deze soort op de lijst krijgen had minder met geluk te maken. De melding dat er een grote zee-eend in Negenoord zat kwam 20 februari binnen en een dag later liepen Wouter, Pierre en ik al rond in dit prachtige gebied. De vogel was nog op post, hoewel zij niet echt meewerkte, al dobberend met de kop in de veren. Twitchgewijs kon ik deze zwarte eend – die even koos voor een uitstapje van haar vertrouwde grote zee naar een kleine grindplas in Stokkem – aanvinken. Een bonussoort van het ‘zeetje’.

Grote zee-eend – Negenoord – 21/02/2025

Nr 108 – Scholekster

Naar Negenoord rijden om enkel die grote zee-eend te zien. Vergeet het. We gingen er op pad en hadden een mooie daglijst met als hoogtepunt een mooie groep nonnetjes. Echt de meest artistieke eendjes die ik ken. Zeker de mannelijke exemplaren. Hun zwarte tekening lijkt wel met een penseel aangebracht op hun spierwitte verenpak. Waarom ze die geen ‘paterkes’ noemen blijft voor mij trouwens nog steeds een raadsel. Ook op die daglijst: scholekster. Blijkbaar nieuw voor mijn Limburgs jaarlijst.

Nr 109 – Goudplevier

Op diezelfde dag gingen we ook even langs in Bichterweerd. Vlakbij en altijd kans op leuke soorten. Ook deze keer. De miezerregen kon de pret niet bederven. Een plevier vloog laag en roepend over ons hoofd. Na een korte check werd de determinatie van Pierre bevestigd. Goudplevier. Pierre’s uren telpostervaring hebben hun nut bewezen. Voor mij zeker geen vanzelfsprekende soort om te spotten. Merci.

Wachten op de lente

De eerste tekenen zijn er al. Ik zag al mooie ‘plassen’ sneeuwklokjes en tijdens een boswandeling kwamen de blaadjes van het speenkruid al piepen. Aan het water kon ik de eerste baltsende futen al bekijken en in mijn tuin hoorde ik een voorzichtig aanzet van het deuntje van een heggenmus. Maar er is nog wat geduld nodig voor de eerste zomergasten terug in het land verschijnen. De aanzet voor een volgend piekje in mijn Limburgse jaarlijst.

Ik zit ondertussen aan 105 soorten. De meeste aanwezige wintergasten kon ik aanvinken. Maar er ontbreken er nog wel wat. Die zijn dan denkelijk voor de laatste maanden van dit jaar. Wat kwam er zoal bij?

Nr 100: Kwak

Drie bezoeken waren er nodig aan de Platwijers voor ik ze kon bekijken. Deze prachtige reiger is geen gewone verschijning. Hoewel hij in dit natuurgebied al enige jaren broedt, blijft het een hele opgave om hem te zien te krijgen. Een adulte vogel werd al weken op dezelfde plas gemeld. Waar hij zich – zo te zien op de foto’s die ik op internet zag – dan mooi liet zien. Bij mijn laatste bezoek zat hij blijkbaar vlak bij de plaats waar ik stond over het water te turen. Even later vloog hij op om helemaal aan de overkant in een omgewaaide boom te landen. Aan de vele foto’s te zien, zijn favoriete plekje.

Kwak met blauwe reiger – Platwijers Zonhoven 10 februari 2025

Nr 101: Zwarte mees

Na het ‘scoren’ van de kwak reed ik diezelfde dag richting Bosland. Geen pretpark voor houthakkers, maar een van de landschapsparken die Limburg rijk is. Eentje met veel bomen. Ik koos voor de blauwe route door het Hobos. Een leuke wandeling. Vooral de spechten kregen mijn aandacht. Maar de aanwinst voor mijn lijst bleek een zwarte mees te zijn. Eentje kwam mooi in beeld toen ze lekkere beestjes was aan het zoeken op het uiteinde van een tak van een den.

Nr 102: Groenling

Er staan nog een aantal ‘makkie’s’ op mijn lijst. Maar mogelijk is deze term verkeerd gekozen, want het duurde welgeteld 42 dagen voor ik mijn eerste groenling of groenvink mocht optekenen. Ze doen het niet zo goed, dat is duidelijk. Dan was het ook nog eens een toevalstreffer. Op weg naar de fotograaf om een draagtas te gaan kopen voor mijn fototoestel hoorde ik de kenmerkende lange toon van deze mooie vinkachtige. In de top van een berk zat een mannetje katoen te geven. Soms moet je ook wat geluk hebben.

Nr 103: Witgat

Met een weekje thuis was het elke dat vogeltjes kijken. Dat mag ook wel eens. De Maten in Genk zijn voor mij een vaste waarde. Wat een topgebied! Naast het mooie landschap kon ik toch wel wat soorten opschrijven. Het witgatje kwam al roepend overgevlogen. Ik heb ze liever in zit, maar toch kwam hij op mijn lijst terecht. Ik zal ze nog wel eens tegenkomen, om ze dan wat langer te kunnen bekijken.

Nr 104: Vuurgoudhaantje

Deze prachtige dwergjes zijn niet heel moeilijk te ontdekken. Ze broeden in heel wat Limburgse bossen. Gelukkig kan ik hun hoge toontjes nog horen. Want anders is het een heel ander verhaal. In deze periode is het iets moeilijker om ze te spotten. Maar eentje was zo goed om vlak voor mij even heel open en een paar secondes stil te zitten. Want als er iets is wat deze ADHD-gevalletjes niet kunnen, is het wel stilzitten. Als hij zijn kruintje even open zet weet je dadelijk waarom er ‘vuur’ in zijn naam staat. Leuke waarneming.

Nr 105: Raaf

Ik was al eens een kijkje gaan nemen bij ‘mijn’ raven. Een broedpaar dat nu al twee jaar een nest heeft in een bos vlakbij. Maar ze gaven niet thuis. Denkelijk hebben zij mij wel gezien en hielden ze gewoon hun snavel dicht. Slimme rakkers.
Om een tweede poging te doen om deze soort op mijn lijst te krijgen ging ik vandaag richting Averbode. Aan de bekende abdij met zijn beruchte lekdreef ligt een prachtig natuurgebied. Daar worden wel vaker raven gezien. Ze ontgoochelden niet. Gehoord en gezien. Plus een mooie wandeling door een geweldig stuk natuur.

De groep van 10 ooievaars op de terugweg naar huis nam ik met plezier bij.

Ooievaar (uit groep van 10) Diest – 14 februari 2025

Averbode bos en heide – 14 februari 2025

Bijna een century

Als snookerspeler zou ik met een ontgoochelde blik terug op mijn stoel gaan zitten. Maar als vogelkijker weet ik dat er nog heel wat aankomt. We zitten op 99 soorten in Limburg.

Dankzij een trip samen met Gert naar Bichterweerd kon ik met een verre middelste zaagbek en een triootje nonnetjes (met twee prachtige mannetjes) mijn wintersoorten nog wat aanvullen. Er komt weliswaar op het einde van het jaar nog een tweede poging aan. Maar die we hebben, die hebben we.

De zonderbokken waarom ik geen 3 cijfertjes kon intikken in deze tekst zijn een kwak die regelmatig opduikt in Zonhoven, maar blijkbaar niet op de momenten dat ik er ga rondlopen. En een roodhalsgans die in Heppeneert mooi paradeert tussen de kolganzen. Maar ook hier weer niet als Gert en ik er staan de kijken naar een groep van minstens 1.000 gakkende grazers.

Deeltje van de mooie groep kolganzen – Heppeneert

Leuk was een actieve groep patrijzen in Bichterweerd. Ze lieten zich horen en de met testosteron overlopende mannetjes liepen als gekken achter de vrouwtjes aan. De lente is op komst, dat is zeker.

Patrijzen – Bichterweerd

Maar het meest blij was ik met een groepje van vier ringmussen tijdens onze ringsessie. De tijden kunnen veranderen. Aan een vogelakker in Lauw hoopten we op grauwe gorzen. Maar die zaten er niet of lieten zich alvast niet zien. Die ringmusjes wel. Het was van oktober 2019 geleden dat ik er nog zag!

Wat vroeger een pestsoort was voor de landbouw is nu een zeldzaamheid. De status ‘algemeen’ is al lang achterhaald. Ze zijn enorm dun gezaaid. Een woordkeuze die hun achteruitgang in de verf zet. Intensieve landbouw met groene ‘woestijnen’ zonder hagen of rommelige hoekjes. Na de oogst blijft er zo goed als niets meer over. De doodsteek voor heel veel akkersoorten, waaronder deze sympathieke musjes. Gedoemd om op korte termijn helemaal te verdwijnen. Een veeg teken en doodjammer. Alweer een pijnlijke woordkeuze.

Vier kleine patatjes

De titel had ik gisteren al in mijn hoofd. Het is een uitspraak die mijn schoonvader zaliger op kienavonden door de zaal liet schallen als nummer 88 uit de trommel kwam. Tot ergernis van een deel van het publiek. En ook in mijn Wellense dialect ‘vier kleen jeppelkes’.

Maar dat was zonder een vrouwtje blauwe kiek gerekend die vandaag even haar prachtige jachtvlucht kwam tentoon spreiden tijdens onze wekelijkse uitstap met de muisjes. Dit keer samen met kersverse stagair ringwerk Thomas. Onze buit was trouwens drie torenvalken en twee buizerds. Voor die eerste is het zoeken met een vergrootglas voor die tweede soort gaat het deze winter prima. Ze reageren prima op de uitgesmeten muisjes. Honger!

Vrouwtje blauwe kiekendief uit mijn archief

Vrijdag nam ik een snipperdag en trok naar het Schulensmeer. Daar was het ook meer, veel meer. Water in overvloed. Alles stond er tot aan de rand vol. Dus was het vooral eendjes kijken en ganzen afspeuren. Dit leverde een mooie aanvulling aan mijn lijst op, met als stevige bonus een mooi mannetje witoogeend.

Gelukkig had iemand op tijd de sluizen dicht gedaan

Zaterdag ging ik op pad met Wouter en Pierre. We reden naar het verre Koningssteen. Ook daar kregen we weer wat mooie soorten in onze kijkers. Ooievaar en roodhalsfuut waren de toppertjes. Die laatste zat er al even. Hoewel ik heel de tijd naar het midden van de plas keek, bleven de middelste zaagbekken die ook waren doorgegeven, onzichtbaar. Het werd een geweldige middag met eindelijk wat zon. Dat was al even geleden.

Voila, we zitten aan 89.

Mannetje witoogeend met tafeleenden Schulens Meer- 1 februari 2025
Meewerkende holenduif – Koningssteen – 2 februari 2025

Van lichte zeden

Het waren de voorbije weken vogelarme dagen. Mist, regen en een stevige winterprik hielden de waarnemingsmeter op een laag pitje. Hadden de vogels andere oorden, of de vogelkijkers de warme deken opgezocht? Wie zal het zeggen? Het was alvast een opgave om met dat koude en vochtige weer toch naar buiten te trekken. Met vaak een pover lijstje. Zo stonden Gert en ikzelf vorig weekend naar een vijver te turen op zoek naar de nog steeds voor ons onvindbare witoogeend in Schulen. Dat we zelfs de overkant niet zagen was niet bemoedigend. Witoogeendloos terug naar huis dan maar.

Grote zilverreiger Zonhoven 18 januari 2025

Ransuil

Dit weekend ging ik alleen op pad. Wouter werkend, Pierre snotterend en Gert petekind ontvangend, stond op de afwezigheidsattesten. Het werd een stevige wandeling door het vijvergebied van Zonhoven. Schitterend gebied met normaal heel veel vogels, maar niet deze keer. Vrij kalm, maar wel zalig genieten van een mooi landschap. De berijpte bomen en de mist boven de vijvers deden er nog een paar schepjes sfeer bovenop. Het mannetje goudvink dat zich even liet zien was een bonus. Maar heel veel soorten voor mijn Limburgse jaarlijst kon ik niet scoren.

Vandaag bracht ik die lijst op 63 soorten. Dit dankzij de plaatstrouwe ransuil in Alken. Elke winter zit hij – soms met een aantal soortgenoten – in een sierden vlakbij een drukke weg te soezen. Hij was ook nu weer present. Makkelijke score.

Eentje per uur

Ondertussen zijn we ook weer aan ons ringwerk begonnen. Momenteel zijn het de torenvalken en buizerds die we proberen te verschalken. Samen met Kristof ging ik al een paar keer op pad. De muisjes mogen dan mee. Voorlopig mogen we niet klagen. Mijn doel is om één vangst per uur te scoren. We zitten momenteel met 11 exemplaren boven dat gemiddelde. Vier buizerds en zeven torenvalken.

Buizers 2de kalenderjaar

Er zat een terugvangst bij. Een geringde torenvalk van mijzelf. Altijd leuk. Hij werd geringd in 2018 op het nest in een schuur in Oetersloven. Voor mij een van de weinige koppels die niet in een nestkast zaten. Dit paartje had een brede houten balk uitgekozen om hun eieren uit te broeden. Het mannetje dat toen een ring rond de poot kreeg en we nu konden terug vangen is dus al 8 jaar oud. Een sloeber trouwens. Want wij vingen hem op de Chaussée d’Amour in Brustem. Tussen etablissementen voor de dames van lichte zeden. Wel op een vroege zondagmorgen. Dus denkelijk was hij niet op zoek naar betaalde liefde, want de dames sliepen denkelijk nog. Hoewel,… het oude mannetje dat op een raam stond te kloppen hoopte wel dat er iemand wakker was.

1 – 2 – 53 start

We zijn er aan begonnen. Op 1 januari ging ik naar gewoonte in de voormiddag op mijn local patch – de Herkvallei in Wellen – zoeken naar vogels. Lekker rustig. Met 25 soorten was het een bescheiden prestatie. Wel was ik blij met maar liefst 3 houtsnippen die ik zag opvliegen. Maar zeker met een prachtig mannetje appelvink dat zich even mooi liet bewonderen in een wilg. Wat een beesten en wat een stevige snavel. Jammer genoeg lag mijn fototoestel nog in de kast. Foutje.

Blitzstart

In het begin schiet het uiteraard goed op. Want bijna elke soort die je dan ziet is een streepje op de lijst. Dat tempo zal wel heel snel zakken. Vanaf dan wordt het harken en vooral in actie schieten bij elke nieuwe soort die opduikt.

Het weekend was dan ook zeer productief. Zaterdag gingen we met ons clubje op pad. Enkel Wouter moest forfait geven wegens werkverplichtingen. We begonnen goed met de roodkeelduiker die al even ronddobbert op het Albertkanaal in Genk. Hij was gelukkig voor ons nog steeds aan het dobberen toen wij aankwamen. Gelukkig,… want even later ging hij op de wieken om na een heel grote bocht boven Genk mooi voorbij te vliegen. Ik kon enkel een foto maken van een opvliegend beest.
Daarna ging het richting Paal voor de volgende duiker op ons lijstje: een ijsduiker. Die was wat moeilijker te vinden. Het kostte ons twee parkeerstops voor we hem in het vizier kregen.

IJsduiker Paalse Plas 4 januari 2025

Volgende doelsoort was witoogeend. Deze was al een hele tijd gemeld in Kleen Meulen. Maar blijkbaar gaf ze niet thuis. Het aantal zoekende vogelkijkers was behoorlijk, maar vruchteloos. De melding dat ze was vervlogen naar Zonhoven bleek achteraf foute info. Want de vogel die wij zochten was een mannetje, die in Zonhoven een vrouwtje. Tenzij ze van geslacht was veranderd. Onmogelijk? De toekomstige president van Amerika vertelde mij dat je soms je kind naar school doet als een jongetje en dat je ze gaat afhalen als een meisje. Dus je weet meer nooit.

Lazy birder

Zondag voorspelden ze rotweer. Na zware onderhandelingen – waar de politiekers een puntje aan kunnen zuigen – besloten mijn muisjes om binnen te blijven. De stemming was twee tegen één. Dus geen torenvalkjes ringen.
Toch ging ik op pad. Want vanuit de auto kan je ook vogels kijken. De heilige koe van onze weg is een prima schuilhut. Zowel om vogels te spotten, als om droog te blijven. Wel niet de manier die ik voor ogen had om mijn BMI nar de juiste waarde te krijgen, maar we maken van een nood een deugd.
Dus reed ik ’s morgens onder een zwaar bewolkte lucht en met een bakske regen richting Kwaadmechelen om koereigertjes te gaan zoeken. Voor Limburg zeker geen algemene soort. Na wat rondrijden kon ik ze ontdekken netjes op de doorgegeven locatie. Wel zag ik er maar 6 (nadien werden er opnieuw 7 doorgegeven, eentje raakte blijkbaar moeilijk uit zijn bed of van zijn tak). Alweer een iets minder makkelijke soort op mijn Limburgse jaarlijst.

Koereigers Kwaadmechelen 5 januari 2025

Aangezien ik toch op pad was, reed ik door naar Hochter-Bampd. Ook daar kan je vanaf de weg op sommige plaatsen de Maas goed zien. Zo kon ik alvast een aantal wintergasten afvinken: grote zaagbek en brilduiker.

Om het weekend af te sluiten – wat vogeltjes kijken betreft dan toch – stopte ik op de terugweg nog even aan een ondergelopen akker in Borgloon. De voorbije jaren scharrelde daar toch wel wat rond. Ook deze keer zaten er heel wat Canadese ganzen, nijlganzen en kokmeeuwen. Maar de leukste vondst was toch een bergeend.

Hiermee staat de teller – na een heel korte beginweek – op 53 soorten. Al 1/4de van mijn doel bereikt wat de score voor onze groenste provincie van het land betreft.

NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research