Nieuw kleedje

Twee dagen geringd dit weekend en het maandtotaal voor september staat al op 356. Twee ‘vette’ dagen met heel veel vogels. Met 29 gekraagde roodstaarten en 28 fitissen deden deze soorten een stevige duit in het zakje. Mijn derde draaihals voor dit najaar en het eerste vuurgoudhaantje waren leuke krenten.

Gekraagde roodstaart, prachtige beestjes

Ruistrategie

Het op leeftijd brengen van vogels tijdens het ringen is heel vaak een kwestie van te kijken naar hun verenkleed. Zoals je weet vervangt een vogel elk jaar zijn veren minstens één keer. Dit doen ze op verschillende manieren. Zo ontstaan er verschillende wijzes waarop vogels ruien.

Een groep soorten kiest voor de wijze waarop de 1ste jaars (jongen die dit jaar geboren zijn) gedeeltelijk ruien. Ze behouden hun slagpennen en vaak ook de staartveren. Ruien hun lichaamsveren en een aantal of alle dekveren op hun vleugel. Hierdoor ontstaat er contrast in die dekveren. Sommige zijn de oorspronkelijke veertjes die ze nog hebben vanop het moment dat ze het nest hebben verlaten. Andere zijn nieuwe veertjes. De adulte vogels ruien volledig en al hun veren zijn nu vers. Geen contrast te zien in de vleugels. Vroeg in het seizoen – nu dus soms ook – krijg je vogels in je handen die actief aan het ruien zijn. Voorbeelden zijn zwartkoppen, tjiftjaf, fitis.

Fitis

Een andere veel voorkomende ruistrategie is dat zowel de 1ste jaars vogels als de adulte vogels nu een gedeeltelijke rui doen en in hun winterkwartier volledig ruien. Kleine karekiet, bosrietzanger en heel wat soorten uit deze familie doen dit. Hier is het dus niet zoeken naar contrast, maar naar sleet. De 1ste jaars vogels vliegen hoop en al 5 maanden rond met hun verenkleed. Het ziet er dus nog vrij vers uit. De adulte vogels hebben hun terugreis van het zuiden gedaan met de veren die ze nu hebben. Dan zijn ze druk in de weer geweest om een aantal nesten groot te brengen. Dat verslijten je veren wel even. Dus kan je goed zien dat die veren hebben afgezien. Sleet dus.

Analfabeet

Al deze info staat in de bijbel voor ringers: ‘Identification Guide to European Passerines’ van Lars Svensson (bij een bijbel hoort een God). Voor elke soort wordt de ruistrategie uitvoerig beschreven. Voor de meest voorkomende soorten kent een ringer dit verhaal op zijn duimpje.
Tot er plots een exemplaar opduikt dat mij even doet twijfelen. Zo kreeg ik een sprinkhaanzanger in mijn handen die duidelijk die bijbel niet had gelezen.
‘De Svenson’ – zoals ze in het wereldje van de ringers zeggen – schrijft duidelijk dat zowel de 1ste jaars als de adulte vogels nu gedeeltelijk ruien en in hun overwinteringsgebied een volledige rui uitvoeren. Deze vogel had echter een deel van zijn slagpennen geruid en een paar waren nog aan het groeien. Door de stevige sleet, vooral in de staart, ging het duidelijk om een adulte vogel. De rui was in beide vleugels identiek. Een bewijs dat het hier om ‘echte’ rui ging en niet het vervangen van per ongeluk verloren veren. Een voetnoot in mijn boek vertelt dat sommige vogels afkomstig van Azië nu een volledige of uitgestelde rui uitvoeren. Dus mogelijk was dit zo een exemplaar. Maar dat zou dan een stevige omweg zijn. Het zal een mysterie blijven, gelukkig.

Sprinkhaanzanger, sterk gesleten staartveren
Rui van slagpennen in vleugel


De aanhouder wint

Het werd een wisselvallig weekend op mijn ringplek. Vrijdag viel letterlijk en figuurlijk in het water. De regen viel met bakken uit de lucht en mijn dag verlof werd dus ingevuld met andere activiteiten dan het ringwerk. Mijn vrouwtje was er blij mee.

Slappe was

Zaterdag gingen de netten wel open. Gert kwam langs om een handje te helpen. Maar het bleek een rustige voormiddag te worden. In totaal 35 vogels sukkelden in de netten. Leuk was wel een vrouwtje merel dat we terug vingen. Het was door mij geringd als 1ste jaar vogel in 2018. Al 6 jaar oud ondertussen en een overlever van het voor deze soort gevaarlijke virus.

Bingo

Vandaag begon mijn dag met een stevige onweersbui. Even twijfelde ik of ik er wel aan ging beginnen. Want de weerman had een wisselvallig dagje voorspeld. Toch maar naar buiten en tijdens het openzetten van de netten kreeg ik opnieuw een regenbui te verwerken. Maar mijn buienradar op mijn gsm vertelde mij dat het daarna droog zou blijven. Kristof ging langskomen, dus stonden iets later alle netten open.

Gelukkig, want tijdens de eerste ronde sloeg mijn hart een paar slagen over toen ik een stevige grasmus in het net zag. Omdat hij vlak langs een zwartkop hing, viel dadelijk zijn formaat op. Ik wist ogenblikkelijk wat er die nacht was aangekomen: sperwergrasmus!
Na bijna 10 jaar in augustus het geluid – soms een paar dagen, maar dit jaar elke nacht – gespeeld te hebben, was het nu bingo. Een nieuwe soort voor mijn ringplek die kon tellen.

Mijn eerste sperwergrasmus

Oosterling

Deze prachtige grasmusachtige broedt in Oost-Europa. De mannetjes zijn als adulte vogels prachtig gebandeerd. Daar komt dan ook de verwijzing naar sperwer van. Als volwassen vogel valt hun knalgele oog ook hard op. Ik kon er ooit eentje bewonderen in Bulgarije.

Sperwergrasmussen trekken in hun eentje naar Afrika. Dit via de oostelijke route. Maar jonge vogels wijken af van deze route en komen wel eens vaker in West-Europa terecht. Aan de kust worden elk jaar een of meerdere vogels ontdekt. In het binnenland gaat het meestal over ringvangsten.
Eentje was zo vriendelijk om dit weekend bij mij langs te komen. Hij (of zij) was alvast van harte welkom.

Voor de zon op

Mijn tweede week verlof stond bijna volledig in het teken van het ringwerk. Vanaf maandag liep mijn wekker om 5 uur af. Snel uit de veren om de netten open te zetten een uur voor zonsopgang. Enkel op donderdag bleef ik wat langer in mijn nest liggen wegens andere verplichtingen. Maar voor de rest was het vroeg uit de veren om elke voormiddag vogels te ringen.

Karekietjestijd

Gelukkig had ik regelmatig hulp van Nicolas, Kristof of Gert. Want bijna elke dag waren er meer dan 100 vogels te ringen. Op die zes dagen werden er 673 geringd of gecontroleerd. Vooral de karekieten bleken goed op dreef. Op dinsdag kon ik mijn dagrecord voor deze soort zelfs nog wat aanscherpen. De te kloppen score staat nu op 75 op één dag. Er waren ook leuke terugmeldingen met kleine karekieten die ergens in Frankrijk, Nederland of Zweden al van een ring werden voorzien door een collega van ginder.

Kleine karekiet

Plus 90

Hoewel ik ze volgens de ongeschreven wetten van het lijstjes maken niet mag meetellen – gevangen vogels tellen niet meer, weet je nog – kwamen er een paar leuke soorten bij op de jaarlijst van mijn local patch. Sprinkhaanzanger, gekraagde roodstaart, boompieper, draaihals en nachtegaal. Vooral met deze laatste scoor ik momenteel goed. Met reeds 7 geringde exemplaren evenaar ik mijn beste jaar 2014. En het ringseizoen is nog niet voorbij. Ook bonte vliegenvangers komen redelijk vlot door. Met 4 geringde exemplaren is dit mijn beste jaar tot nu toe op mijn ringplek. Met wespendief erbij – vandaag trokken er nog twee over mijn tuin – staat mijn jaarlijst op 94 soorten (dat regeltje vergeet ik even). Mijn doel komt in zicht.

Nachtegaal

Parketvogel

De soort die elke keer weer met de aandacht gaat lopen is zonder twijfel de draaihals. Vorige vrijdag kon ik er twee ringen. Als je hem in je handen hebt doet hij zijn naam alle eer aan. Als afweermiddel draait hij rondjes met zijn nek. Het lijkt wel een slechte imitatie van een slang die uit een mand omhoog komt. Maar het meeste indruk maakt mij met zijn schitterende verenkleed. Het is een legpuzzel van alle tinten bruin en grijs. Dit op zowel zijn vleugels als staart. Een ingewikkelde mozaiek-tekening die een parketlegger tot de waanzin zou drijven. Alles in functie van een perfecte camouflage. Die dan ook werkt, want een draaihals in het veld ontdekken is niet vanzelfsprekend. Hij wordt meestal op een gazon of grindwegje gezien op zoek naar zijn lievelingseten, mieren. Want hem ontdekken in een boom of struik lijkt mij onbegonnen werk. Gelukkig kan ik hem uit mijn net halen en dan van dichtbij even bewonderen. Als een gevederd kunstwerk.

Draaihals

Deens intermezzo

Een weekje familievakantie stond op het programma. De weergoden beslisten dat we de eerste dagen van ons verblijf in Kopenhagen vooral binnen doorbrachten. Veel wind en regen was ons lot. Erg? Zeker niet, de musea en te bezoeken historische en andere locaties waren meer dan de moeite. Maar aan vogels kijken kwam ik dus niet echt toe. Dat was ook niet het doel.

Bruinvissen

Het was nochtans hoopvol begonnen. We maakten onze reis met de auto en daar zat een overtocht van bijna een uurtje met de ferry bij. Op deze tocht (zowel heen als terug) kon ik bruinvis spotten. Toch geen alledaagse waarneming. Onderweg had ik al kunnen genieten van ooievaars en een paar rondcirkelende zeearenden. Maar dan sloeg het weer om.
Vanaf dan beperkte mijn waarnemingen zich tot de alom-tegenwoordige bonte kraaien en de vogels die op schilderijen of graffiti opdoken. Maar elke echte vogelkijker blijft zoeken naar gevleugelde beestjes. Ook al staan ze op een muur of de zijkant van een boot.

Vrije interpretatie van een goudhaantje (denk ik)

Groen

Wat op mij het meeste indruk maakte was hoe groen een stad kan zijn. Op bijna geen enkele plek in Kopenhagen heb je het gevoel dat je in een drukke grootstad aan het wandelen bent. Je wandelt als het ware van het ene groene plekje naar het andere. Stadsparken zijn gewoonweg grotere groene zones. Elk hoekje is voorzien van de nodige beplanting. Zelfs kale muren worden omgetoverd tot verticale groene zones. Die gekke Scandinaven lopen ver voor op ons. Zo bezochten we op het einde van de week een paar begraafplaatsen (ik heb er een zwak voor) en ik dacht even dat ik in een natuurgebied was terecht gekomen. Wat een manier om met zulke open ruimtes om te gaan!

Groene plekken in de stad, overal.

Lijstje

Een dag konden we dan toch een voormiddag echt naar vogels gaan kijken. Het weer was redelijk, dus reden we 20km naar het zuiden om aan de kust te belanden, vlak onder Kopenhagen. Met de (weer van groendaken voorziene) building op de achtergrond genoten we van een prachtig binnendijks gebied. Tal van steltlopers, waaronder kluut, bonte en een mooi groepje Temminck’s standlopertjes kregen we in beeld. Goud- en zilverplevieren nog in hun prachtige zomerkleed waren zeker de moeite. De aangekondigde roodhalsfuut liet zich prachtig bekijken met een bijna volgroeid jong erbij. Zo kon ik mijn bescheiden Kopenhaagse vogellijstje toch wat aanvullen.

Ondertussen stonden er al een paar mooie soorten op mijn vakantielijstje: braamsluiper die verdwaasd zat te wezen nadat de storm hem in de de treurwilg had geblazen waar Jente hem ontdekte, een aalscholverkolonie op een mini-eilandje in een stadspark, een bonte kraai die parmantig voor mij wandelt op een fietspad, een visdief die langs een brug sierlijk voorbij komt vliegen (of was het toch een noordse stern?) en een grote groep grauwe ganzen (veel g’s) die op een mooi gemaaid grasveld komen grazen vlakbij een bende spelende kinderen. Vogels kijken en een stad bezoeken, het kan perfect samen.

Kalvebod Faelled, natuurgebied vlakbij de hoofdstad
Moeder een zoon die vogels kijken, een momentje om te koesteren

Topidee

Tijdens een van onze wandelingen door een stukje groen Kopenhagen stootte ik op een concept waar ik instant grote fan van werd. Ik maakte er mijn gezinsleden attent op dat dit op mijn lijstje mocht om te realiseren als ik het tijdelijke voor het eeuwige zal omwisselen. Hoewel ik dit moment toch nog even wil uitstellen, gaat dit concept mijn laatste rustplaats sieren: een mooie grafsteen inclusief vogelbadje.

Bosrietmaandje

Maten die komen helpen op mijn ringplaats, niet enkel voor ze klaar te maken voor dit najaar, maar ook tijdens het ringwerk, werkt duidelijk motiverend. Kristof en Nicolas kwamen alvast regelmatig langs. Nadat ik vorig jaar juli liet voor wat het was en mijn netten dicht bleven, gaan we er opnieuw vol voor. Het weer was wel niet aan onze kant, maar we konden toch ruim 34uur volmaken.

Bosrietzanger

De soort van juli is zoals elk jaar de bosrietzanger. Deze afrika-gangers zijn dan al stevig onderweg. Eerst de adulte vogels en ondertussen de jongen van dit jaar. Maar zijn er dit jaar meer bosrietzangers onderweg dan anders? Ik had alvast de indruk dat op mijn local patch er meer zingende mannetjes zaten dan anders. Hoe bekijk je zoiets? Een goede methode is om een berekening te maken van het aantal exemplaren dat ik kon ringen per uur van elk jaar. Zo een grafiek is vrij simpel te maken.

En mijn vermoeden werd bevestigd. Qua gemiddeld aantal ‘bosrietjes’ per uur het beste jaar tot nu toe. We zien trouwens een stijgende lijn. Deze soort doet het blijkbaar niet zo slecht. Dat is alvast mijn (voorzichtige) conclusie. Ik ben er alvast blij mee. Want het is een van mijn favorietjes.

Bosrietzanger

Twee erbij

Als ik naar het totaal aantal vogels kijk, ook gemiddeld per uur, zie ik ook dat het voor juli 2023 een mooi resultaat was. Een stevige uitschieter. Maar hier spelen zo veel factoren dat ik daar geen besluiten uit trek.

Met 330 gevangen vogels verspreid over 19 soorten zijn we goed begonnen. In absolute cijfers en ook soortenspreiding zijn er betere maanden, maar het is een goed gemiddelde.

Top was natuurlijk de orpheusspotvogel, een nieuwkomer voor mijn ringplaats. Maar met de eerste fitis voor dit jaar en een snor ging mijn bloed toch ook even wat sneller stromen. Op naar een mooi ringseizoen? Ik hoop het alvast. Dankzij mijn maten staat de teller ondertussen op 88 soorten gezien op mijn local patch, gevangen soorten meegeteld.

Snor, 1ste jaars

Competitievervalsing

Juli is een – wat vogels kijken betreft – wat saaie maand. De wintervogels zijn al lang vertrokken naar noordelijke streken. Op het einde van het jaar krijg ik de kans om ze mogelijk toch nog aan mijn lijstje toe te voegen. Geen doortrekkers op dit moment, buiten hier en daar een exemplaar dat geen vrouwtje kon vinden of wiens broedsel is mislukt en daarom maar koos om al wat rond te gaan hangen. Alle broedvogels zijn al aan hun tweede of derde nestje voor dit jaar toe en houden zich dan ook gedeisd. In het veld is het harken om een soort bij te scoren.

15 juli

Gelukkig heb ik een ringvergunning. Want vanaf 15 juli staan mijn mistnetten opgesteld om weer een seizoen vogels te ringen. Op de officiële lijst van waarnemingen.be mag ik die soorten niet meetellen. Terecht, want niet iedereen heeft de kans om vogels te ringen en dus soorten te zien – heel dichtbij – die je in het veld niet zo makkelijk kan ontdekken. Voor mij leverde dit al rietzangers op. Zonder twijfel zitten die ook in de beemden, maar vind ze maar! Hier vlogen er vandaag twee in mijn netten. Weer een soort erbij. Want op mijn eigen local-patch-lijstje tel ik ze wel mee.

Rietzanger, in de hand.

Nieuwe handsoort

Maar de klap op de vuurpijl was zonder twijfel een prachtige orpheusspotvogel die deze morgen werd gevangen. Ik had deze soort al wel eens gezien en ook bij andere ringers al kunnen bewonderen. Dit voorjaar twijfelde ik zelfs of er geen zat te zingen in de Grote Beemd. Maar ik kon mijn waarneming niet hard maken.

Maar nu staat hij dus op mijn jaarlijst voor de Herkvallei. Alles klopte: de minder intense gele kleur, de korte vleugelprojectie, de langere eerste handpen, de donkere teugel. Perfect. Voor mij een nieuwe soort voor mijn ringplek en ook voor mijn lijst van vogels die ik in de hand heb gehad. Al was het maar even.

Orpheusspotvogel

Klimaatsoort

Deze soort is trouwens stilaan onze streken aan het veroveren. Waar het vroeger een meer zuidelijke soort was, met een mooie populatie bij onze Waalse vrienden over de taalgrens. Blijkt hij nu ook steeds vaker in Vlaanderen voor te komen. Schuift hij mee met een warmtegrens ten gevolge van de klimaatverandering? Of doet hij het gewoonweg steeds beter? Onze ‘gewone’ spotvogel is ook al lang geen heel algemene soort meer. Schuift die mee? Of gaan ze elkaar ruimte gunnen? De kans bestaat dat er ook gemengde broedparen komen. Tijd voor een totaal nieuwe soort? Wie weet?
Daarom zijn vogels en de natuur in zijn geheel zo leuk. Altijd in beweging.

Misschien is er in de Grote Beemd al een broedgeval geweest? Vorig jaar een zingende exemplaar, dit voorjaar een mogelijke waarneming en nu vroeg op het seizoen een vangst van een adulte vogel. Toch blijven uitkijken naar deze leuke soort.

Waarnemingen van Orpheusspotvogel in 2000
Waarnemingen van Orpheusspotvogel in 2022

Grauw geluk

Snikhete dagen en bijna zomer. Er zijn betere tijden om naar vogels te kijken. Ik liep daarom niet zo vaak rond met mijn verrekijker. Hoewel met de waarnemingen die binnen kwamen het bewijs werd geleverd dat er altijd kansen zijn op leuke soorten. De opties om een vale gier of roodpootvalk tegen te komen waren blijkbaar gestegen. Maar ik was niet bij die gelukkigen.

Liegebeest

De lijst bleef dus stabiel op 84. Jawel, een soort meer dan wat ik tot nu toe schreef. Ik moet dan ook iets bekennen: er werd er eentje geheim gehouden.
Op 20 mei kreeg ik een telefoontje van mijn maatje Gert met de mysterieuze mededeling: ‘ze zijn aangekomen’. Bleek dat hij een mannetje grauwe klauwier had ontdekt. Even later stond ook ik naar deze mooie vogel te kijken.
Een soort waar we al langer op hoopten, stond vanaf nu dus op onze soortenlijst van de Herkvallei. Aangezien dit mannetje in een geschikte broedbiotoop zat werd de waarneming ‘onder embargo’ geplaatst. Zodat een eventuele broedpoging alle kansen zou krijgen. Een bonussoort met een dikke strik rond.

Mannetje grauwe klauwier op zijn uitkijkpost

Dame op bezoek

De volgende dagen bleef het mannetje uit beeld. Maar het zijn stiekemerds, die grauwe klauwieren. De hoop op een mogelijk broedgeval werd dan ook nog niet opgeborgen. Zeker niet toen ik op 27 mei een vrouwtje grauwe klauwier ontdekte. Weliswaar op een totaal andere locatie in de Herkvallei, maar toch.
Mijn aandacht werd, tijdens een van mijn wandelingen, getrokken door druk alarmerende koolmezen en grasmussen. Toen ik mijn kijker op het tumult richtte kreeg ik de dame in kwestie mooi in beeld. Deze keer kon ik Gert op de hoogte brengen. We hadden nu een waarneming van een mannetje en een van een vrouwtje, maar wel ver uit elkaar. Misschien dat ze elkaar toch vonden?

Vrouwtje grauwe klauwier

Hoopvol

Ondertussen zijn we dus half juni. Van onze grauwe klauwieren geen spoor meer. Zowel Gert als ikzelf passeren toch regelmatig op de plaatsen waar we het mannetje en het vrouwtje zagen. Als er een broedgeval zou geweest zijn hadden we hen toch nog eens moeten opgemerkt hebben. Volgens ons is dit voor dit jaar dus niet het geval. Maar niet getreurd, integendeel! Deze soort heeft ons natuurgebied ontdekt en de kans dat er ooit een koppeltje grauwe klauwieren er een nest jongen gaat grootbrengen is weer een flink stuk gestegen. Wij blijven alvast uitkijken.

Toveren met vogelzang

Review van de Merlin app

Hoorde ik het goed? De ratel van een braamsluiper in mijn tuin. Een soort die al een aantal jaren nergens meer te bespeuren viel in de ganse Herkvallei. In heel Zuid-Limburg trouwens een zeldzame verschijning. Nu dus in mijn tuin aan het zingen. Een dubbelcheck met de geluiden-app van Merlin gaf de zekerheid. Een bonussoort erbij op nog geen 50 m van mijn achterdeur.

Braamsluiper, eigen foto uit de oude doos.

Tovenaar

Nooit gehoord van Merlin? Een app die blijkbaar feilloos de juiste naam kan plakken op een geluid dat ergens uit een struik komt. Maar klopt dat wel? Hoe accuraat is deze app? Is het eentje die elke vogelaar op zijn smartphone moet zetten? Ik bekeek het wat nader.

Om te beginnen kan ik je vertellen dat deze – overigens gratis – geluidsapp de best werkende is van de reeks probeersels die ik al op mijn GSM heb gezet en er vaak dadelijk terug heb afgesmeten. Na de installatie wordt gevraagd om een soortenlijst te downloaden. Kies dan zeker voor de lijst ‘Birds of Europe’. Alles staat wel in het Engels en mijn pogingen om dat in het Nederlands te zetten via instellingen bleken tot op heden vruchteloos. Uiteindelijk bleek dit aan mijn gsm te wijten die de download niet wou doen. Ondertussen staat alles netjes in mijn moedertaal.

Slimme app?

Het gebruik van de app is heel simpel. In het veld druk je gewoon op de record-knop en de app begint de geluiden die hij waarneemt te scannen. Hij slaat deze op in een sonogram dat je bovenaan je scherm ziet lopen. Telkens hij een soort herkent geeft hij deze weer met een balkje. Hier zie je de – dus Engelse – naam en een foto. Hoort hij de zang opnieuw dan licht dat balkje op. Bij twijfel staat er een half gevuld rood cirkeltje achter de waarneming. Zodra je de opname stopt wordt dat lijstje opgeslagen. Je kan dit ten alle tijde terug oproepen. Klik je een balkje met een soort aan dan speelt hij de stukje van het sonogram af waar hij volgens jou deze soort hoort.

Maar is deze registratie correct?
Bij een aantal tests die ik de voorbije week deed in mijn gebiedje zag ik dat de soorten die de app registreerde zo goed als allemaal klopten. Slecht twee keer zat hij er naast. Een keer kwam er een grote zilverreiger op mijn scherm, waarvan ik 100% zeker was dat die er niet zat. Een ander moment hoorde de app de zwarte specht, weliswaar met een half cirkeltje er achter, dus een twijfelgeval. Dit een dag later opnieuw op net dezelfde plek. Ergens op de achtergrond moest er dus een geluid gemaakt worden dat de app koppelde aan deze soort. Foutje dus. Maar voor de rest zat hij er boenk op.

Stomme app!

Hebben we het middel gevonden om al die moeilijke vogelgeluidjes zo maar om te zetten in waarnemingen? Om dit in te schatten moet je even nadenken hoe dit systeem werkt. Het gaat dus om een zogenaamd geval van artificiële intelligentie. Dat wil zeggen dat de app zelf leert en blijft bijleren. Elke keer als ze een geluid koppelt aan een soort en niemand zegt dat het fout is wordt dit aanzien als weer een correct gegeven. Door miljoenen van deze koppelingen te laten passeren leert de app de juiste soortnaam te tonen bij het juiste stukje van de sonogram. Hij leert bij elke registratie die hij doet en waar hij geen correctie voor krijgt bij. Maar voor alle duidelijkheid. Deze app weet nul de botten van vogelgeluiden, hij kan alleen heel snel koppelingen analyseren en fouten uitfilteren. Als jij een registratie niet meldt als foutief, gaat de app er van uit dat hij juist zit. Een stomme app dus. Daarom is deze geweldige app een schitterend hulpmiddel, maar zeker geen manier om geluiden die je zelfs niet herkent om te zetten in de juiste soort.

Controleren

Dadelijk van je GSM smijten? Neen, zeker niet. Ik ga het heel vaak gebruiken. Maar de kunst is om dit op de juiste manier te doen.
Zie je een soort opduiken op je scherm waarvan je het geluid zelf niet hoort – tijdens het opnemen of nadien als je deze soort gaat zoeken – kan je deze waarneming best negeren. Controle of die soort er wel degelijk zit is super belangrijk. Een soort ingeven op waarnemingen.be enkel op basis van het feit dat de Merlin-app hem toont is gewoon not-done.
Zo kwam ik op waarnemingen.be een ingave tegen van een draaihals waar de waarnemer in de commentaar schreef ‘Gedetecteerd via app merlin, twee keer op zelfde plaats langs vijverrand met wilgen’. Ze was wel zo fair om haar waarneming op onzeker te zetten. De juiste reflex. Want zonder het geluid ook effectief zelf te horen – in de veronderstelling dat je de ‘zang’ van een draaihals herkent – of het beestje effectief te zien, is de melding op een app geen bewijs.
Laat de app een soort zien waar jij het geluid niet van kent, dan zou ik altijd op een andere app (bv. Collins Bird Guide) het geluid even opzoeken, luisteren of je dit geluid dan ook effectief hoort en liefst ook nog eens de soort proberen in beeld te krijgen. Je kan ook het geluid van de vogelgids vergelijken met het stukje dat de app aangeeft op het sonogram. Tripple check.
Een zwakte volgens mij is dat het geluid goed te horen moet zijn. Ik had telkens een langere lijst met soorten omdat de app verre geluiden – die ik wel hoorde – gewoon niet oppikte. Zoals je weet hebben de meeste vogels het niet graag dat je te dicht bij hen komt staan. Dan gaan de snaveltjes toe en heb je niets meer aan deze app.

Zelf ben ik niet de sterkste wat geluiden betreft. Maar via deze app kan ik snel bijleren en vooral mijn waarnemingen waar ik aan twijfel bijsturen. Wel op de hierboven aangegeven manier. Dat ik er mijn tuin-braamsluiper mee kon hard maken is zo een voorbeeld. Van meerwaarde gesproken…

Effe doorbijten

Een lang weekend was de gelegenheid om nog wat vogels te gaan kijken. Dankzij de laatste – volgens mijn lijstje – te verwachten zomergast in de Herkvallei zitten de ‘makkelijke’ soorten er op. Met spotvogel is de reeks compleet. Eerst gezien en niet gehoord (meestal is het net andersom). Maar vandaag ook mooi horen zingen. Nu wordt het harken.

Zingende spotvogel (Foto: Lucas Bollingh)

Alarm

Niet alleen door het feit dat we met 82 soorten al een mooi stuk zijn opgeschoten. Maar vooral omdat er een niet zo simpele periode aankomt om vogels te ontdekken. Dit om diverse redenen.
De meeste soorten zitten volop in het broedseizoen. Dan heb je wel iets anders aan je hoofd dan op een takje zorgeloos te gaan zingen. Werken is de boodschap. Er moeten heel wat mondjes gevoed worden. De klaterende zang is vaak vervangen door korte en moeilijk te determineren alarmroepjes.
Daar komt dan nog eens bij dat heel wat jongen al uit hun nest zijn gewipt. Hierdoor komen er nog een hele trits aan geluiden bij. Bedelende en hongerige kleuters, opgewonden pubers en oefenende, toekomstige zangers. Vaak niet te overzien of aan een soort te koppelen.

Jonge spreeuw, aan rare geluiden geen gebrek.

Groen

Daar komt dan nog eens bij dat de natuur zich ondertussen in alle tinten groen heeft gehuld. Mooi om te zien. Tenzij je op zoek bent naar een vogel in een dichte struik. Hun instinct zegt hen ook om zo snel mogelijk weg te wezen en onder te duiken. Dus krijg je de vogels nu vaak heel kort of gewoon niet te zien.
Dit zal de komende weken of zelfs maanden het geval zijn. Dus is het nu hopen op onverwachte gasten. Adulte vogels wiens broedsel mislukt is of die geen partner vonden durven al eens te gaan zwerven. Ook jongen die oud genoeg zijn om op eigen pootjes te staan kunnen stevige afstanden afleggen. Zo komen ze soms op onverwachte plekken terecht. Waarom niet in de Herkvallei?
De hoop is dus gevestigd op deze toevalstreffers. Veel buiten zijn en goed opletten kan die kleine kans op een bonussoort enkel maar verhogen.

Een decor waar we nu vogels in moeten vinden, een uitdaging.

Tur tur alarm

Gert had ze volgens hem al gehoord, maar niet gezien. De dag erna was hij zeker dat hij hem gehoord had. Zelf ging ik donderdag op zoek. Want zomertortel is nu eenmaal een soort die we niet elk jaar tegen komen in de Herkvallei.
Vroeg uit de veren en op pad in Graeterbeemd, waar Gert ze gehoord had. Maar het kenmerkende ‘tur-tur’ roepje bleef uit. Tot er een kleine tortel wegvloog uit de oude appelbomen. Niet goed genoeg gezien om een turkse tortel uit te sluiten, te snel weg. Er was echter toch al wat hoop. Ik bleef rondlopen en spitste mijn oren om de zachte roep op te vangen. Zonder resultaat. Toch klopt het blijkbaar dat de volhouder (soms) wint. Opnieuw vloog een tortel recht over mij uit een van de meidoornhagen. Deze keer zag ik duidelijk de witte buik. Een van de kenmerken waardoor ik turkse tortel deze keer kon uitsluiten. Zo goed als zeker. Alle twijfel werd iets later weggenomen toen ik kort, maar heel duidelijk, mijn zomertortel kon bekijken op een dode tak. Een van hun geliefkoosde rustplaatsjes. Eindelijk weer – mogelijk maar voor even – een zomertortel op mijn local patch op nog geen 400 meter van mijn achterdeur!

De prachtige zomertortel (foto: Andre Gaens)

Bedreigd

Dat ik zo gelukkig ben met deze waarneming komt doordat deze soort het alles behalve goed doet. Hier missen ze de geschikte biotoop en vooral voldoende plekken om voedsel te zoeken. Graeterbeemd is een uitzondering op deze regel. De graanakkers waar ze vroeger hun buikje vol aten, liggen er na de oogst steriel en leeg bij. Als je al een graanakker kan vinden. Daarnaast moeten ze elk jaar twee keer de hagelbolletjes ontwijken in heel wat Europese landen waar ze voorbij trekken. In heel wat landen mogen ze nog bejaagd worden. Onbegrijpelijk! Deze combinatie zorgt er voor dat deze soort dramatisch afneemt. Ze staan sinds 2015 als ‘kwetsbaar’ op de Europese rode lijst. Het is een zeldzame broedvogel in gans Vlaanderen. Zeker bij ons. Volgens cijfers die ik vond op internet zijn ze in Vlaanderen de voorbije 20 jaar met 80 tot 90% afgenomen. Maak er dus maar ‘ernstig bedreigd’ van.
Onderstaande grafiek geeft het aantal waarnemingen weer van zomertortel in de Herkvallei. Als je weet dat verschillende waarnemingen vaak over dezelfde vogel gaan, dan gaat het om telkens maar een of maximaal een paar exemplaren. Telkens doortrekkers die een paar dagen blijven. De realiteit is dat deze soort al sinds ongeveer 2000 niet meer als broedvogel voorkomt in de Herkvallei. Of dit exemplaar van plan is om er een nestje te bouwen, daar vrees ik ook voor. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dus hopen we op een broedgeval. Tegen beter weten in.

Nieuwe Belg

Het was al even geleden. Maar dankzij een ouderwetse twitch met ons groepje vogelfanaten kon ik nog eens een soort bijschrijven op mijn Belgische lijst. Een gezellige trip van pakweg 150km naar het verre Namen. Daar zat al maanden een cirlgors van katoen te geven op een vaste zangpost. Een conifeer en een den in een ecologisch opgezette voortuin in Roly.
De zanger van dienst was netjes op post. We waren nog maar net uit de auto gestapt of we hoorden zijn deuntje al. Mooi open op een dood takje van de den zat hij tevergeefs op een vrouwtje te roepen. Een hopeloze missie, maar voor ons een mooie soort erbij. Nog 5 te gaan en ik zit aan 300 soorten. Ver onder de toppers, maar toch een verdienstelijke score vind ik.

De cirlgors in zijn persoonlijke den
NaTUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research