Competitievervalsing

Juli is een – wat vogels kijken betreft – wat saaie maand. De wintervogels zijn al lang vertrokken naar noordelijke streken. Op het einde van het jaar krijg ik de kans om ze mogelijk toch nog aan mijn lijstje toe te voegen. Geen doortrekkers op dit moment, buiten hier en daar een exemplaar dat geen vrouwtje kon vinden of wiens broedsel is mislukt en daarom maar koos om al wat rond te gaan hangen. Alle broedvogels zijn al aan hun tweede of derde nestje voor dit jaar toe en houden zich dan ook gedeisd. In het veld is het harken om een soort bij te scoren.

15 juli

Gelukkig heb ik een ringvergunning. Want vanaf 15 juli staan mijn mistnetten opgesteld om weer een seizoen vogels te ringen. Op de officiële lijst van waarnemingen.be mag ik die soorten niet meetellen. Terecht, want niet iedereen heeft de kans om vogels te ringen en dus soorten te zien – heel dichtbij – die je in het veld niet zo makkelijk kan ontdekken. Voor mij leverde dit al rietzangers op. Zonder twijfel zitten die ook in de beemden, maar vind ze maar! Hier vlogen er vandaag twee in mijn netten. Weer een soort erbij. Want op mijn eigen local-patch-lijstje tel ik ze wel mee.

Rietzanger, in de hand.

Nieuwe handsoort

Maar de klap op de vuurpijl was zonder twijfel een prachtige orpheusspotvogel die deze morgen werd gevangen. Ik had deze soort al wel eens gezien en ook bij andere ringers al kunnen bewonderen. Dit voorjaar twijfelde ik zelfs of er geen zat te zingen in de Grote Beemd. Maar ik kon mijn waarneming niet hard maken.

Maar nu staat hij dus op mijn jaarlijst voor de Herkvallei. Alles klopte: de minder intense gele kleur, de korte vleugelprojectie, de langere eerste handpen, de donkere teugel. Perfect. Voor mij een nieuwe soort voor mijn ringplek en ook voor mijn lijst van vogels die ik in de hand heb gehad. Al was het maar even.

Orpheusspotvogel

Klimaatsoort

Deze soort is trouwens stilaan onze streken aan het veroveren. Waar het vroeger een meer zuidelijke soort was, met een mooie populatie bij onze Waalse vrienden over de taalgrens. Blijkt hij nu ook steeds vaker in Vlaanderen voor te komen. Schuift hij mee met een warmtegrens ten gevolge van de klimaatverandering? Of doet hij het gewoonweg steeds beter? Onze ‘gewone’ spotvogel is ook al lang geen heel algemene soort meer. Schuift die mee? Of gaan ze elkaar ruimte gunnen? De kans bestaat dat er ook gemengde broedparen komen. Tijd voor een totaal nieuwe soort? Wie weet?
Daarom zijn vogels en de natuur in zijn geheel zo leuk. Altijd in beweging.

Misschien is er in de Grote Beemd al een broedgeval geweest? Vorig jaar een zingende exemplaar, dit voorjaar een mogelijke waarneming en nu vroeg op het seizoen een vangst van een adulte vogel. Toch blijven uitkijken naar deze leuke soort.

Waarnemingen van Orpheusspotvogel in 2000
Waarnemingen van Orpheusspotvogel in 2022

Grauw geluk

Snikhete dagen en bijna zomer. Er zijn betere tijden om naar vogels te kijken. Ik liep daarom niet zo vaak rond met mijn verrekijker. Hoewel met de waarnemingen die binnen kwamen het bewijs werd geleverd dat er altijd kansen zijn op leuke soorten. De opties om een vale gier of roodpootvalk tegen te komen waren blijkbaar gestegen. Maar ik was niet bij die gelukkigen.

Liegebeest

De lijst bleef dus stabiel op 84. Jawel, een soort meer dan wat ik tot nu toe schreef. Ik moet dan ook iets bekennen: er werd er eentje geheim gehouden.
Op 20 mei kreeg ik een telefoontje van mijn maatje Gert met de mysterieuze mededeling: ‘ze zijn aangekomen’. Bleek dat hij een mannetje grauwe klauwier had ontdekt. Even later stond ook ik naar deze mooie vogel te kijken.
Een soort waar we al langer op hoopten, stond vanaf nu dus op onze soortenlijst van de Herkvallei. Aangezien dit mannetje in een geschikte broedbiotoop zat werd de waarneming ‘onder embargo’ geplaatst. Zodat een eventuele broedpoging alle kansen zou krijgen. Een bonussoort met een dikke strik rond.

Mannetje grauwe klauwier op zijn uitkijkpost

Dame op bezoek

De volgende dagen bleef het mannetje uit beeld. Maar het zijn stiekemerds, die grauwe klauwieren. De hoop op een mogelijk broedgeval werd dan ook nog niet opgeborgen. Zeker niet toen ik op 27 mei een vrouwtje grauwe klauwier ontdekte. Weliswaar op een totaal andere locatie in de Herkvallei, maar toch.
Mijn aandacht werd, tijdens een van mijn wandelingen, getrokken door druk alarmerende koolmezen en grasmussen. Toen ik mijn kijker op het tumult richtte kreeg ik de dame in kwestie mooi in beeld. Deze keer kon ik Gert op de hoogte brengen. We hadden nu een waarneming van een mannetje en een van een vrouwtje, maar wel ver uit elkaar. Misschien dat ze elkaar toch vonden?

Vrouwtje grauwe klauwier

Hoopvol

Ondertussen zijn we dus half juni. Van onze grauwe klauwieren geen spoor meer. Zowel Gert als ikzelf passeren toch regelmatig op de plaatsen waar we het mannetje en het vrouwtje zagen. Als er een broedgeval zou geweest zijn hadden we hen toch nog eens moeten opgemerkt hebben. Volgens ons is dit voor dit jaar dus niet het geval. Maar niet getreurd, integendeel! Deze soort heeft ons natuurgebied ontdekt en de kans dat er ooit een koppeltje grauwe klauwieren er een nest jongen gaat grootbrengen is weer een flink stuk gestegen. Wij blijven alvast uitkijken.

Toveren met vogelzang

Review van de Merlin app

Hoorde ik het goed? De ratel van een braamsluiper in mijn tuin. Een soort die al een aantal jaren nergens meer te bespeuren viel in de ganse Herkvallei. In heel Zuid-Limburg trouwens een zeldzame verschijning. Nu dus in mijn tuin aan het zingen. Een dubbelcheck met de geluiden-app van Merlin gaf de zekerheid. Een bonussoort erbij op nog geen 50 m van mijn achterdeur.

Braamsluiper, eigen foto uit de oude doos.

Tovenaar

Nooit gehoord van Merlin? Een app die blijkbaar feilloos de juiste naam kan plakken op een geluid dat ergens uit een struik komt. Maar klopt dat wel? Hoe accuraat is deze app? Is het eentje die elke vogelaar op zijn smartphone moet zetten? Ik bekeek het wat nader.

Om te beginnen kan ik je vertellen dat deze – overigens gratis – geluidsapp de best werkende is van de reeks probeersels die ik al op mijn GSM heb gezet en er vaak dadelijk terug heb afgesmeten. Na de installatie wordt gevraagd om een soortenlijst te downloaden. Kies dan zeker voor de lijst ‘Birds of Europe’. Alles staat wel in het Engels en mijn pogingen om dat in het Nederlands te zetten via instellingen bleken tot op heden vruchteloos. Uiteindelijk bleek dit aan mijn gsm te wijten die de download niet wou doen. Ondertussen staat alles netjes in mijn moedertaal.

Slimme app?

Het gebruik van de app is heel simpel. In het veld druk je gewoon op de record-knop en de app begint de geluiden die hij waarneemt te scannen. Hij slaat deze op in een sonogram dat je bovenaan je scherm ziet lopen. Telkens hij een soort herkent geeft hij deze weer met een balkje. Hier zie je de – dus Engelse – naam en een foto. Hoort hij de zang opnieuw dan licht dat balkje op. Bij twijfel staat er een half gevuld rood cirkeltje achter de waarneming. Zodra je de opname stopt wordt dat lijstje opgeslagen. Je kan dit ten alle tijde terug oproepen. Klik je een balkje met een soort aan dan speelt hij de stukje van het sonogram af waar hij volgens jou deze soort hoort.

Maar is deze registratie correct?
Bij een aantal tests die ik de voorbije week deed in mijn gebiedje zag ik dat de soorten die de app registreerde zo goed als allemaal klopten. Slecht twee keer zat hij er naast. Een keer kwam er een grote zilverreiger op mijn scherm, waarvan ik 100% zeker was dat die er niet zat. Een ander moment hoorde de app de zwarte specht, weliswaar met een half cirkeltje er achter, dus een twijfelgeval. Dit een dag later opnieuw op net dezelfde plek. Ergens op de achtergrond moest er dus een geluid gemaakt worden dat de app koppelde aan deze soort. Foutje dus. Maar voor de rest zat hij er boenk op.

Stomme app!

Hebben we het middel gevonden om al die moeilijke vogelgeluidjes zo maar om te zetten in waarnemingen? Om dit in te schatten moet je even nadenken hoe dit systeem werkt. Het gaat dus om een zogenaamd geval van artificiële intelligentie. Dat wil zeggen dat de app zelf leert en blijft bijleren. Elke keer als ze een geluid koppelt aan een soort en niemand zegt dat het fout is wordt dit aanzien als weer een correct gegeven. Door miljoenen van deze koppelingen te laten passeren leert de app de juiste soortnaam te tonen bij het juiste stukje van de sonogram. Hij leert bij elke registratie die hij doet en waar hij geen correctie voor krijgt bij. Maar voor alle duidelijkheid. Deze app weet nul de botten van vogelgeluiden, hij kan alleen heel snel koppelingen analyseren en fouten uitfilteren. Als jij een registratie niet meldt als foutief, gaat de app er van uit dat hij juist zit. Een stomme app dus. Daarom is deze geweldige app een schitterend hulpmiddel, maar zeker geen manier om geluiden die je zelfs niet herkent om te zetten in de juiste soort.

Controleren

Dadelijk van je GSM smijten? Neen, zeker niet. Ik ga het heel vaak gebruiken. Maar de kunst is om dit op de juiste manier te doen.
Zie je een soort opduiken op je scherm waarvan je het geluid zelf niet hoort – tijdens het opnemen of nadien als je deze soort gaat zoeken – kan je deze waarneming best negeren. Controle of die soort er wel degelijk zit is super belangrijk. Een soort ingeven op waarnemingen.be enkel op basis van het feit dat de Merlin-app hem toont is gewoon not-done.
Zo kwam ik op waarnemingen.be een ingave tegen van een draaihals waar de waarnemer in de commentaar schreef ‘Gedetecteerd via app merlin, twee keer op zelfde plaats langs vijverrand met wilgen’. Ze was wel zo fair om haar waarneming op onzeker te zetten. De juiste reflex. Want zonder het geluid ook effectief zelf te horen – in de veronderstelling dat je de ‘zang’ van een draaihals herkent – of het beestje effectief te zien, is de melding op een app geen bewijs.
Laat de app een soort zien waar jij het geluid niet van kent, dan zou ik altijd op een andere app (bv. Collins Bird Guide) het geluid even opzoeken, luisteren of je dit geluid dan ook effectief hoort en liefst ook nog eens de soort proberen in beeld te krijgen. Je kan ook het geluid van de vogelgids vergelijken met het stukje dat de app aangeeft op het sonogram. Tripple check.
Een zwakte volgens mij is dat het geluid goed te horen moet zijn. Ik had telkens een langere lijst met soorten omdat de app verre geluiden – die ik wel hoorde – gewoon niet oppikte. Zoals je weet hebben de meeste vogels het niet graag dat je te dicht bij hen komt staan. Dan gaan de snaveltjes toe en heb je niets meer aan deze app.

Zelf ben ik niet de sterkste wat geluiden betreft. Maar via deze app kan ik snel bijleren en vooral mijn waarnemingen waar ik aan twijfel bijsturen. Wel op de hierboven aangegeven manier. Dat ik er mijn tuin-braamsluiper mee kon hard maken is zo een voorbeeld. Van meerwaarde gesproken…

Effe doorbijten

Een lang weekend was de gelegenheid om nog wat vogels te gaan kijken. Dankzij de laatste – volgens mijn lijstje – te verwachten zomergast in de Herkvallei zitten de ‘makkelijke’ soorten er op. Met spotvogel is de reeks compleet. Eerst gezien en niet gehoord (meestal is het net andersom). Maar vandaag ook mooi horen zingen. Nu wordt het harken.

Zingende spotvogel (Foto: Lucas Bollingh)

Alarm

Niet alleen door het feit dat we met 82 soorten al een mooi stuk zijn opgeschoten. Maar vooral omdat er een niet zo simpele periode aankomt om vogels te ontdekken. Dit om diverse redenen.
De meeste soorten zitten volop in het broedseizoen. Dan heb je wel iets anders aan je hoofd dan op een takje zorgeloos te gaan zingen. Werken is de boodschap. Er moeten heel wat mondjes gevoed worden. De klaterende zang is vaak vervangen door korte en moeilijk te determineren alarmroepjes.
Daar komt dan nog eens bij dat heel wat jongen al uit hun nest zijn gewipt. Hierdoor komen er nog een hele trits aan geluiden bij. Bedelende en hongerige kleuters, opgewonden pubers en oefenende, toekomstige zangers. Vaak niet te overzien of aan een soort te koppelen.

Jonge spreeuw, aan rare geluiden geen gebrek.

Groen

Daar komt dan nog eens bij dat de natuur zich ondertussen in alle tinten groen heeft gehuld. Mooi om te zien. Tenzij je op zoek bent naar een vogel in een dichte struik. Hun instinct zegt hen ook om zo snel mogelijk weg te wezen en onder te duiken. Dus krijg je de vogels nu vaak heel kort of gewoon niet te zien.
Dit zal de komende weken of zelfs maanden het geval zijn. Dus is het nu hopen op onverwachte gasten. Adulte vogels wiens broedsel mislukt is of die geen partner vonden durven al eens te gaan zwerven. Ook jongen die oud genoeg zijn om op eigen pootjes te staan kunnen stevige afstanden afleggen. Zo komen ze soms op onverwachte plekken terecht. Waarom niet in de Herkvallei?
De hoop is dus gevestigd op deze toevalstreffers. Veel buiten zijn en goed opletten kan die kleine kans op een bonussoort enkel maar verhogen.

Een decor waar we nu vogels in moeten vinden, een uitdaging.

Tur tur alarm

Gert had ze volgens hem al gehoord, maar niet gezien. De dag erna was hij zeker dat hij hem gehoord had. Zelf ging ik donderdag op zoek. Want zomertortel is nu eenmaal een soort die we niet elk jaar tegen komen in de Herkvallei.
Vroeg uit de veren en op pad in Graeterbeemd, waar Gert ze gehoord had. Maar het kenmerkende ‘tur-tur’ roepje bleef uit. Tot er een kleine tortel wegvloog uit de oude appelbomen. Niet goed genoeg gezien om een turkse tortel uit te sluiten, te snel weg. Er was echter toch al wat hoop. Ik bleef rondlopen en spitste mijn oren om de zachte roep op te vangen. Zonder resultaat. Toch klopt het blijkbaar dat de volhouder (soms) wint. Opnieuw vloog een tortel recht over mij uit een van de meidoornhagen. Deze keer zag ik duidelijk de witte buik. Een van de kenmerken waardoor ik turkse tortel deze keer kon uitsluiten. Zo goed als zeker. Alle twijfel werd iets later weggenomen toen ik kort, maar heel duidelijk, mijn zomertortel kon bekijken op een dode tak. Een van hun geliefkoosde rustplaatsjes. Eindelijk weer – mogelijk maar voor even – een zomertortel op mijn local patch op nog geen 400 meter van mijn achterdeur!

De prachtige zomertortel (foto: Andre Gaens)

Bedreigd

Dat ik zo gelukkig ben met deze waarneming komt doordat deze soort het alles behalve goed doet. Hier missen ze de geschikte biotoop en vooral voldoende plekken om voedsel te zoeken. Graeterbeemd is een uitzondering op deze regel. De graanakkers waar ze vroeger hun buikje vol aten, liggen er na de oogst steriel en leeg bij. Als je al een graanakker kan vinden. Daarnaast moeten ze elk jaar twee keer de hagelbolletjes ontwijken in heel wat Europese landen waar ze voorbij trekken. In heel wat landen mogen ze nog bejaagd worden. Onbegrijpelijk! Deze combinatie zorgt er voor dat deze soort dramatisch afneemt. Ze staan sinds 2015 als ‘kwetsbaar’ op de Europese rode lijst. Het is een zeldzame broedvogel in gans Vlaanderen. Zeker bij ons. Volgens cijfers die ik vond op internet zijn ze in Vlaanderen de voorbije 20 jaar met 80 tot 90% afgenomen. Maak er dus maar ‘ernstig bedreigd’ van.
Onderstaande grafiek geeft het aantal waarnemingen weer van zomertortel in de Herkvallei. Als je weet dat verschillende waarnemingen vaak over dezelfde vogel gaan, dan gaat het om telkens maar een of maximaal een paar exemplaren. Telkens doortrekkers die een paar dagen blijven. De realiteit is dat deze soort al sinds ongeveer 2000 niet meer als broedvogel voorkomt in de Herkvallei. Of dit exemplaar van plan is om er een nestje te bouwen, daar vrees ik ook voor. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dus hopen we op een broedgeval. Tegen beter weten in.

Nieuwe Belg

Het was al even geleden. Maar dankzij een ouderwetse twitch met ons groepje vogelfanaten kon ik nog eens een soort bijschrijven op mijn Belgische lijst. Een gezellige trip van pakweg 150km naar het verre Namen. Daar zat al maanden een cirlgors van katoen te geven op een vaste zangpost. Een conifeer en een den in een ecologisch opgezette voortuin in Roly.
De zanger van dienst was netjes op post. We waren nog maar net uit de auto gestapt of we hoorden zijn deuntje al. Mooi open op een dood takje van de den zat hij tevergeefs op een vrouwtje te roepen. Een hopeloze missie, maar voor ons een mooie soort erbij. Nog 5 te gaan en ik zit aan 300 soorten. Ver onder de toppers, maar toch een verdienstelijke score vind ik.

De cirlgors in zijn persoonlijke den

Drama in zwart-wit

Een ganse week heeft het ouwe wijven geregend. Liters en liters. Dat er dan een weekend volgt met een prachtige en zonnige ochtend is als vogelkijker een opsteker. Zangposten in overvloed, want in de gietende regen je territorium verdedigen is echt niet aangenaam. Dus voor hen tijd om de schade in te halen. De doordringende geur en prachtige witte bloemenovervloed van de op dit moment volop bloeiende meidoorns neem ik er graag bij.

Genieten in geuren en kleuren

Dubbelgangers

Dus kon ik weer een aantal soorten bijschrijven op de jaarlijst van mijn local patch. Het ging om de verwachte zomergasten. Eerst een paartje gierzwaluwen die – zonder hun kenmerkende gegier – even boven mijn hoofd kwamen ronddraaien. Voor hetzelfde geld had ik ze gemist.
Even later hoorde ik vanuit een rietkraag een variabel gebrabbel. Dat moest even gecheckt worden. Al gauw had ik door dat ik naar een bosrietzanger zat te luisteren. Redelijk op tijd teruggekeerd van zijn Afrikaans avontuur. Hi was zo vriendelijk om ook nog even te poseren. Zonder zijn zangprestatie had ik er evengoed een kleine karekiet van gemaakt. Want ze lijken echt als twee druppels water op elkaar. Zeker als hij dan ook nog eens in het riet zat rond te springen. Gelukkig voor mij bleef hij voluit zijn kenmerkende zang ten berde brengen. Die is echt heel verschillend voor deze soorten.

Bosrietzanger mooi in beeld

Even later stond ik aan het kalkmoeras opnieuw naar een liedje te luisteren. Deze keer zonder twijfel een kleine karekiet. Iets ervoor had ik al een schuchtere poging gehoord in een hoekje met riet. Maar dat bleef een twijfelgeval. Deze keer was het echter heel duidelijk. De krassende tonen van een kleine karekiet. Heel even in beeld. Want poseren doen deze stiekemerds niet graag. Maar zelfs dat was niet nodig. Zijn toontje was overtuigend genoeg.
Drie nieuwe soorten voor mijn jaarlijst. Niet slecht. Enkel de spotvogel ontbreekt nog van de te verwachten zomergasten.

Tachtig is prachtig

Een omwegje langs Herten met de wagen leverde mij nog een nieuwe jaarsoort op. Zo kon ik mijn weekend afsluiten met een mooi rond getal. Vanuit mijn ooghoek zag ik een zwaluw met een wit kontje voorbijvliegen. Niet onverwacht, want op die plek broeden er al jaren huiszwaluwen. Minstens eentje was dus al teruggekomen. Denkelijk zijn er al wat meer aan het broeden, maar ik had geen tijd om te stoppen. De komende weken toch eens een kijkje gaan nemen.

Net ervoor was ik nog eens op pad geweest om nog wat vogels te gaan ringen. Dit jaar is het nog maar een mager beestje geweest met één raaf – wel een topsoort – en een nestje van maar twee huismussen thuis in een nestkast. Dat moet beter!
Daarom ging ik even een kijkje nemen bij ‘mijn’ koppeltje kieviten aan de manège. Al snel kreeg ik drie pulli in beeld. Al stevige pubers met al een beginnend kuifje. Dus hoog tijd om ze te ringen. Ik printte de locatie waar ik eentje zag in mijn hoofd en stapte de akker op. Even later stond ik met een van de jongen in mijn hand. Nummer twee en drie waren – zoals zij dat zo goed kunnen – onzichtbaar geworden. De ouders voerden voortdurend dreigvluchten uit. Dus ging ik snel hun zoon of dochter van een ring voorzien en na het meten van de vleugel en het wegen mocht hij of zij terug vrij. De rest liet ik met rust, want eenmaal de ganse familie gealarmeerd blijven de jongen heel lang onbeweeglijk liggen. Ze vinden is dan onbegonnen werk en ik wil ze zeker niet te veel storen. Op twee andere locaties kon ik er nog drie en eentje ringen. Een stijging van mijn ringprestatie met bijna 200%.

Een net geringd kievitsjong

Hopelijk

Door ze te ringen hebben we kans om te weten te komen of deze jonge kieviten het halen. Want voor deze soort is het een harde strijd om te overleven. Van het koppeltje aan de manège zijn er minstens drie pulli nog in leven. Maar ik zag dat dit perceel nog moet bemest en ingezaaid worden. Dus kans dat ze nog sneuvelen.
Op de plek waar ik er drie kon ringen liggen de akkers er al mooi bewerkt bij. Geen idee hoeveel er daar die dagen overleefd hebben. De derde locatie was een hotspot voor kieviten. Maar nu was het er – buiten een eenzaam vrouwtje met een jong – heel stil. Aan de overzijde van de weg zaten een aantal kieviten op een pas bewerkte akker. Daar waren aardappelen geplant en lag alles kraaknet op rechte rijen. Op een van die rijen zat een vrouwtje – open en bloot – op een nest. Het teken dat haar vorige broedsel – eieren of jongen – het niet gehaald hebben. Ondergeploegd.

Wreed? Dat klopt. Maar het is voor boeren onmogelijk om, zonder hulp van vogelkijkers of natuurliefhebbers, hun werk uit te voeren zonder dat er slachtoffers vallen. Je kan moeilijk als landbouwer je akkers onbewerkt laten tot de jonge kieviten kunnen vliegen.
Dat de meeste boeren daar het hart van in zijn, bewees een telefoontje dat ik onlangs kreeg van een boer die ik ken. Hij ging mest uitrijden en vertelde mij dat er dit jaar toch wel wat kieviten zaten. ‘Hoe kan ik dat doen zonder dat ik ze verstoor?’ was zijn niet te beantwoorden vraag. Alle nesten opsporen of jongen vinden zou dagen, zelfs weken tijd kosten. Dus gaf ik hem de raad om tijdens het uitrijden van het mest toch proberen er een aantal te vinden en te ontwijken. Hopelijk is dat gelukt. Want de boeren moeten zoals je weet altijd verder ploegen.

Zwart en zwart-geel

Een groep van 22. Daarvoor gaan we al eens op verplaatsing. Dus reden Gert en ik zaterdag in de vroege uurtjes richting Schulensbroek. Want daar was een bende dwaalgasten gemeld die ik wel even wou zien.

Overshoot

Zwarte ibissen, 22 stuks – de meldingen variëren tussen de 15 en 25 – is een mooie groep voor Vlaanderen. Dat we hiervoor niet zo ver moeten rijden is een extra motivatie.
Toen we het gebied inwandelden was het voor mij ook dadelijk duidelijk waarom deze groep hier kwam bijtanken. Wat een gebied! De voorbije inrichtingswerken hebben er voor gezorgd dat dit een vogelparadijs is geworden. Een mooi plas-draszone, afgewisseld met wat bosjes en veel slootjes om in te badderen samen met een mooie grote waterplas met op verschillende plaatsen eilandjes met riet dat zijn kopje al begint op te steken. Samen met het aangrenzende landschap met mooie weides en haagkanten vormt dit een van de topgebieden in onze regio.

Een van de mooi ondergelopen zones in Schulensbroek

Dat er in Zuid-Europa meer stof ligt dan er water is in de moerasgebieden, is een reden voor deze zuiderse soort om – denkelijk bewust – een overshoot te doen.
Dit is de vogelaars-term voor zuiderse soorten die op trek over hun broedgebieden vliegen om enkele honderden kilometers te ver noordelijk terecht te komen. Gelukkig voor mij was dit in het Schulensbroek.

Een van de zwarte ibissen

Terug

Wie geen overshoot heeft gedaan, zijn onze zwart-gele geesten van de beemd. De wielewalen zijn terug. Netjes op hun broedlocaties. Voorlopig kon ik drie zingende mannetjes tellen. Gehoord, maar voorlopig niet gezien. Dat laatste is niet zo simpel. Hoog in het bladerdek van de vers uitgelopen populieren is hun zwart en knalgele verenpak de ideale camouflage. Maar ik krijg ze nog wel eens in de kijker. Altijd een topmomentje.

Ondertussen gonst het van het nieuwe leven in mijn gebiedje. De soorten die een paar weken geleden nog volop zaten te zingen, hebben hun geluidsrepertoire afgezwakt tot alarmroepjes. Een teken dat ze met een nestje zitten. Het zijn de nieuwkomers die nu ‘van jetje’ geven.
Bij sommige soorten kan je de jongen al zien rondlopen of zwemmen. Wilde eenden met schattige donsjongen, de jaarlijkse crêche van de canadese ganzen (zij vormen met een aantal vrouwtjes en een heleboel jongen een vaste groep) en tot mijn grote opluchting… vier rondtrippelende kievitsjongen op het vers omgeploegde akkertje waar ik eerder een nest vond. Dit stadium hebben ze alvast overleefd. Ik volg ze met de nodige bezorgdheid verder op voor jullie.

Moeder de gans met kroost

Bewijsfoto’s

Deze week nam ik mijn fototoestel mee op mijn wandelingen. Ik weet dat het een risico is, want dan ga ik mij zonder twijfel focussen op de leuke foto en niet meer zo goed op het kijken naar vogels. Maar op dit moment zijn bewijsfoto’s soms handig. Je weet momenteel niet wat je allemaal kan tegenkomen.

Een dagje verlof was de ideale gelegenheid om op pad te gaan in mijn plaatselijk gebiedje. Geen extra soorten op mijn lijst deze keer, maar wel een mooie waarneming van bonte vliegenvangers. Inderdaad, in het meervoud. Het begon met een koppeltje en nadien zag ik nog een exemplaar alleen. Drie stuks! Het is dan ook al eind april en de topperiode van de trek is al aangebroken. Op dit moment kan echt alles overal opduiken. Dus gaan we vaak op pad.
Het fototoestel bewees alvast zijn nut. De bewijsfoto werd voor een keer – met meer geluk dan kunde – een leuke plaat.

Mannetje bonte vlieg in volle glorie

Kiezen is verliezen

Deze morgen was er een momentje van stevige keuzestress. Onze regionale vogelwerkgroep had een wandeling gepland in het Schulens Broek. Daar kan je al wat tegenkomen. Maar het weer was prima en zoals ik al zei, nu kan je echt alles tegenkomen. Dus koos ik toch maar voor een wandeling in de Herkvallei.
Hierdoor miste ik een purperreiger. Jammer, maar helaas.

De purperreiger die ik niet zag (foto Andre Gaens)

Maar zelf kon ik toch twee extra soorten bijschrijven op mijn jaarlijst van de Herkvallei. Het begon met een tuinfluiter. Een moeilijke knakker. Zonder twijfel zijn die al een tijdje terug. Maar er eentje zien is een ander paar mouwen. Je kan ze ook herkennen aan hun zang. Maar voor mij blijft dit een tricky soort om op geluid te determineren. ‘Snelle merelzang’ zeggen mijn collega vogelkijkers. ‘Niet zo moeilijk’. Maar ik heb de voorbije weken al vaak stilgestaan bij een struik waar volgens mij die snelle merelzang uit kwam. Telkens bleek het om een zwartkop te gaan. Maar vandaag was het raak. Heel even liet dit mannetje tuinfluiter zich zien. Kleurloos en stevig, dan ben ik zeker.
Tweede nieuwkomer op mijn lijst was een witgatje. Dit steltlopertje duikt elk jaar wel een paar keer op langs de beek of aan de oever van een poeltje. Deze keer was het aan de visvijver. Hij vloog luid roepend op, dit geluid kan ik dan wel weer thuisbrengen. Gezien heb ik het niet, maar er was geen twijfel mogelijk. We zitten aan 75 soorten.
Dat er opnieuw een koppel grote gele kwikstaarten broedt in het centrum was een mooie bonus om deze week af te sluiten. Ik kreeg vader en moeder kwik mooi in beeld, een ‘mogelijk’ broedgeval noemen we dat. Maak er maar een ‘zeker’ van. Wel even een momentje dat de fotograaf het overnam van de vogelkijker. Tja…

Koppel grote gele kwikstaart

Primeur

Na een weekje intensief vogels kijken in het buitenland is het meestal even afkicken. Gelukkig waren in de week dat ik weg was een aantal zomergasten aangekomen. Zo kon ik op mijn extra vrije dag toch wat nieuwe soorten toevoegen aan de jaarlijst van mijn local patch. Een mooie overgang.

Koekoek

Het begon met een roepende koekoek. Altijd een geweldig moment, die eerste roep van het jaar. Dan is het voor mij pas echt lente. Voorlopig bleef het met horen, maar dat vond ik niet erg. Op het einde van de wandeling had ik er minstens drie kunnen noteren.

Koekoek, dat is pas lente.


Even later hoorde ik een bekend deuntje. Maar ik kon er niet dadelijk de juiste soort aan koppelen. Een teken dat er weer een nieuwkomer was gearriveerd. Voor mij is het telkens weer even de harde schijf in mijn hoofd terug afstoffen. De leeftijd zeker? Na wat zoeken kwam ik te weten wie die lustige zanger was. Een mannetje grasmus. Check.
Hoewel er donkere wolken achter mij aan rolden besliste ik toch om tot aan speeltuin in Alken te wandelen. Op de vijvers daar kan altijd iets leuks zitten. Een goede keuze bleek iets later. Boven de Herk aan de parking langs de manege zag ik een aantal sikkelvormige vleugels verschijnen: boerenzwaluw. Ook mijn eersten voor dit jaar. Het bleken er minstens zes.
Ondertussen was het beginnen druppelen. Dus besloot ik even aan de vijver met de bootjes onder een afdakje te schuilen. Tijdens het wachten hoorde ik vanuit de treurwilg op het eilandje een vogel zacht roepen. Na wat zoeken kreeg ik de producent van dit geluid in beeld. Een bonte vliegenvanger. Een leuke bonussoort. We zitten aan 73.

Eerste ring

Maar het hoogtepunt van de week was zonder twijfel de eerste vogel die ik dit jaar kon ringen. Al een tijdje volgen we in mijn regio een nest van raven. Uniek, want nooit eerder broedde deze soort in de buurt. De locatie werd (en wordt nog steeds) geheim gehouden. Niet alleen zijn deze prachtige vogels verstoringsgevoelig, maar er zijn nog altijd individuen die elke zwarte vogel als een bedreiging zien en ze liever kwijt dan rijk zijn.
Na een paar voorzichtige bezoekjes was gebleken dat het nest bezet was. Dus gingen we deze voormiddag een poging wagen om de jongen te ringen. Etienne, mijn klimmer klom naar boven en liet voorzichtig de waardevolle inhoud van het nest naar beneden. Daar kwam een prachtig en bijna volgroeid ravenjong te voorschijn. Zoals we hadden gedacht dus een jong koppel dat met een jong hun handen meer dan vol hebben.
De eerste Haspengouwse raaf. Een primeur!

Litouwse avonturen (3)

Richting het verre noorden, dat was ons doel toen we in het busje stapten. Een vrij lange rit, maar meer dan genoeg te zien onderweg. Ooievaarsnesten tellen, bij 50 ben ik na een tiental kilometers gestopt, onbegonnen werk. Ze zitten echt overal, lopend op de akkers of zittend op hun enorme nesten pal in de kleine dorpskernen. Op diezelfde akkers, die ondertussen het boslandschap waar we tot dan in rondreden hadden vervangen, ook regelmatig kraanvogels. Statig schrijdend op zoek naar voedsel.
Een noodstop was nodig toen Gert een roofvogel had ontdekt die duidelijk geen buizerd was. Het bleek een zwarte wouw en volgens onze gids een vrij zeldzame broedvogel in Litouwen. Die stond mooi op ons reislijst.

Gewoon of noch niet?

Om de lange rit wat te onderbreken maakten we een stop bij een voormalig visvijvercomplex. De brede rietkragen en de omliggende ‘meadows’ (natte en natuurlijk graslanden) zouden bij ons dadelijk een beschermingsstatus krijgen van de hoogste categorie. Tussen de verschillende eendensoorten, een paartje roodhalsfuten. Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hun baltsroep. Speciaal.
Een voorbijvliegende visarend maakte het plaatje compleet.
Nadat we aan onze slaapplek (die we minimaal zouden benutten) voor de komende nachten waren aangekomen gingen we dadelijk in de buurt op pad. Een historische plek met een bescheiden parkje errond leverde een middelste bonte specht op en een boomkruiper. Er was even verwarring in de groep toen de gids hem bestempelde als ‘common’. Het was wel degelijk de voor onze zeldzame taigaboomkruiper. De ondersoort die wij hier kennen als de ‘gewone’ komt hier simpelweg niet voor.

Hoogtemeters

Uitkijktorentje

Tegen de avond reden we naar een van de regionale parken die Litouwen rijk is. Een plaatselijk natuurgebiedje met wat voorzieningen, zoals wat zitbanken, plankenpaden en een kijkhutje of – toren. Die uitkijktoren bleek een wat uit de hand gelopen project dat met steun van Europa werd gebouwd om indruk te maken op de bezoekers. Opdracht geslaagd! Wat een unieke constructie. Vanaf het bovenste platform had je een prachtig zicht op het natuurgebiedje (naar Litouwse normen durf ik hier een verkleinwoord te gebruiken). Dat we in eerste instantie enkel een zwemmende wilde zwaan mochten aanschouwen was even niet mijn zorg. De toren trok – terecht – alle aandacht naar zich toe.

Geen plekje voor hoogtevrezende medemensen
Uitzicht vanaf de toren

Effe zoeken

Maar een van de doelen van deze lange trip was de oeraluil. In een bosgebied vlakbij ons hotel bevond zich de unieke plek waar vier broedparen van deze voor ons epische uilensoort elk jaar verbleven. Voor velen uit de groep een eerste kennismaking met deze soort. Volgens de gids kwamen ze jagen boven de slootjes die zich langs de boswegen bevonden. Wij zouden dus rondrijden in deze bossen en werden geacht om in de bosrand te speuren naar een bleke uil die meestal omlaag keek, zoekend naar zwemmende ‘water voles’ (vrij vertaald; waterwoelmuizen). Met goede moed vetrokken wij voor een 2 uur durende nachtrit over hobbelige boswegen. De koplampen van de busjes op volle sterkte en zo hoog mogelijk gericht. Dit samen met enkele lichtbundels vanuit de zijraampjes die op elke open plek over de bomen streelden. Een korte en zeldzame stop bracht alvast een andere uilensoort op de lijst: dwerguil. Een in de verte roepend exemplaar werd vakkundig door onze gids dichterbij gelokt. Dichterbij is een verkeerde uitdrukking. Een minuscuul uiltje kwam pal boven ons hoofd op een tak zitten. Druk rondkijkend en vaak terugroepend. Ondanks dat het al vrij donker was konden we het mooi bekijken. Hevige jongens die dwerguiltjes.
We zetten onze tocht verder. Overstekende das, spelende wasberen (niet zo welkom duidelijk). Maar voorlopig geen oeraluil. Buiten een korte roep uit de verte bij een stop bleef het uil-loos. De twee geplande uren waren al lang voorbij. Middernacht werd overschreden. De groep had er zich al bij neergelegd dat we zonder oeraluil ons bedje in zouden kruipen. Maar dat was zonder rekening te houden met onze gedreven gids. Een bruusk rem-maneuver en een gedempte euforische mededeling ‘Got one’, schudde iedereen wakker. In de lichtbundel van de zaklamp – open en bloot op een tak van een hoge boom – zat een oeraluil. Hoewel het denkelijk maar een paar tiental seconden waren kon ik hem mooi bekijken. Zalig beest!

Plaspauze-soort

Onze laatste vogelkijkdag in Litouwen was aangebroken. We gingen opnieuw op pad in de bossen waar we gisteren uren hadden gezocht naar onze mysterieuze oeraluil. Tijdens een ontbijt in een idyllische boshut werd de toon al gezet. Roepende kraanvogels op de weg, roffelende spechten en een mannetje keep. Een soort die wij in de winter ook thuis kunnen zien, maar zelden of nooit in het kleurenpallet dat ze hier tentoon spreiden.
We gingen op zoek naar witrug- en drieteenspecht. Geen makkelijke opdracht zo bleek. Maar de mogelijke troostprijzen waren ook van een hoge kwaliteit. Zwarte ooievaar mooi zittend op de bosweg, roepende en even later prachtige te bekijken grijskopspecht. ‘Common’, was de voor ons zwaar onderschatte uitspraak van de gids. Maar voorlopig geen zeldzamere spechten.
Ik was blij dat we na – weer een hobbelig – stukje bosweg de busjes aan de kant zetten. Mijn blaas gaf al even aan dat ze dringend moest geledigd worden. Dus zonderde ik mij snel af van de groep, die samen met de gids nog eens een opname van de roffel van drieteen het bos in stuurde. Tijdens mijn verlossende activiteit zag ik plots een specht landen op een dode spar vlak voor mijn neus. Mijn plasmomentje kon niet snel genoeg verlopen. Want ik zag geen enkele rode veer op dit exemplaar. Gelukkig bleef de specht langzaam naar boven hippen op de boomstam. Dit was een drieteen! Nadat ik mijn broek terug had dichtgeritst mocht ik met een gedempte stem mijn ontdekking – vergezeld met armengezwaai – melden aan de groep. Het beestje was zo vriendelijk van te blijven zitten, zelfs nog wat dichter te komen. Prachtig gezien. Op dat moment zweefde het idee om een plaspauzelijst te starten even door mijn hoofd. Ze zou alvast starten met een topsoort.

Epiloog: missing the moose

Even de conversatie tijdens een van onze eerste ochtendlijke zoektochten reconstrueren: ‘Stop, stop, een eland!’, ‘waar,waar?’, ‘achter die omgevallen den’, ‘It’s a kalf’, ‘het zijn er twee’, waar? waar!!?’, ‘ze lopen naar rechts’, ‘ze draait zich om’, ‘mooi, mooi!’, ‘waar? waar!!!?’, ‘net achter die omgevallen den’, ze komen terug’, ‘wow, nu mooi te zien’, ‘waar? waar!!!!!!?’, ‘ze wandelen weg’, ‘echt mooi gezien’,…

De waar’s uit dit gesprek kwamen vooral van mij. Zittend op de achterbank en aan de buitenkant. Geen eland gezien, in tegenstelling tot alle anderen. Maar geen nood, volgens onze gids, we gaan er zonder twijfel nog zien. Conclusie aan einde van de trip. De waanzinnige waarneming – volgens mijn medereizigers – van een moeder met een tweedejaars kalf bleek onze enige kans. Dus: I missed the moose.

Moose-shit

Het bleef de running joke tijdens de rest van onze trip. Mijn lichte ergernis werd nog wat aangewakkerd omdat we om de haverklap wel signalen tegen kwamen dat er elanden rondliepen. Stevige keutels van eland, pootafdrukken van eland, veegsporen van eland en mijn bij benadering beste waarneming, plonsende geluiden van een eland die volgens de gids binnen een paar tellen de weg ging oversteken. Niet dus. Voorlopig geen eland voor mij. Maar ik blijf hoopvol.

Wel 5 lifers: auerhoen, hazelhoen, dwerguil, oeraluil en drieteenspecht. En honderden prachtige en leuke herinneringen aan een mooie reis in Litouwen.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research