Grensgeval-lifer

Het was een mooie week met meer dan 10 extra soorten op mijn jaarlijst. En het hadden er meer kunnen zijn, als Nederland niet bestond. Even wat meer uitleg.

Vogels kijken aan de Maas is top, alleen zit je soms te kijken naar vogels die niet in Limburg zitten of vliegen. Soms een beetje frustrerend. De regel is dan dat de vogel de locatie bepaald waar de waarneming werd gedaan. Een ongeschreven feit dat mij door een toffe, maar strenge vogelkijkster – jawel, ze bestaan – nog eens duidelijk werd gemaakt in onze Limburgse Whatsapp-groep. Volkomen terecht trouwens. Want ik had in mijn enthousiasme twee soorten ingegeven op de plaats waar ik stond te kijken. Foutje. Ze horen niet thuis op mijn Limburgse lijst.
Eentje was zelfs een lifer voor mij: de bronskopeend. Maar het werd geen ‘vinkje’ op mijn Belgische lijst. Niet enkel omdat het een eend is en dus vermoedelijk voordien ergens in een kot heeft gezeten. Maar ook hier, omdat ze besloot om aan de Nederlandse kant van de grens in de Maas te dobberen. Dus blijft ik hier ook dobberen op 309 soorten. Just is just!
Dat de vorkstaartplevier later op de dag – toen ik er al lang niet meer stond – ‘naar het noorden wegvloog langs beide oevers’ was voor mij van geen tel meer. Eerlijk duurt het langs en zorgt voor een kortere lijst. Wel grappig om op waarnemingen de euforie te voelen in de commentaren als een leuke soort beslist om even boven Belgisch – of Nederlands – grondgebied te vliegen.

Dit kan zelfs tot hilarische taferelen leiden. Zo herinner ik mij onze twitch uit 2022 van de zanggors in Doel. Dat beestje vloog daar rond in een wijkje op de grens met Nederland. Je kon aan de reacties van de aanwezige vogelkijkers perfect zien welke nationaliteit ze hadden. Vloog de vogel naar een tuin in België dan werden alle Belgen enthousiast. Verplaatste hij zich naar een bomenrij op Nederlands grondgebied dan volgden alle Nederlanders hem in galop naar hun land.
Ik ben er zeker van dat vandaag bij de vorkstaartplevier een aantal Belgische vogelkijkers Poetin-achtige ideeën kregen om een stukje Nederland langs te Maas te annexeren. Ik moet toegeven dat ik zelf ook even met die gedachte heb gespeeld. Heel even maar.

Vorkstaartplevier – Maastricht – 4 mei 2025

Dan hierbij het overzicht van de soorten die wel op mijn Limburgse jaarlijst mogen. We gingen vlot over de 170 soorten. Dus heel wat leesvoer. Mijn lijstje van easy-peasy wordt snel korter en korter. Nog even en dan zal duidelijk worden of ik een prima of een middelmatige vogelkijker ben. Daar gaan we…

Nr. 160 – Purperreiger

Iets vroeger vertrokken op het werk om mijn ‘koppeke leeg te maken’. Dat bleek om verschillende redenen een goede beslissing. Tijdens mijn rit naar het Schulensbroek kreeg ik een ‘rare’ reiger in het vizier. De duidelijk andere kleuren en de opvallende bocht in de hals tijdens zijn vlucht gaven zijn identiteit weg: purperreiger. Een snelle stop langs de weg leverde jammer genoeg geen foto op.

Nr. 161 – Groenpootruiter

Aan het Schulensmeer is het momenteel voor elke vogelkijker een feest. Wat een topgebied! Hoewel de steltjes maar langzaam verschijnen – of mogelijk al snel zijn doorgevlogen de voorbije weken – kon ik er toch een aantal ontdekken in de plasjes in het binnenbekken. Waaronder mijn eerste ‘groenpootjes’ voor dit jaar.

Nr. 162 – Bosruiter

Deze week was deze soort goed op dreef. Overal waar er wat slijk lag werden ze gezien. Dus ook aan het Schulensmeer. Het waren er drie. Ondertussen kon ik ze op meerdere plaatsen in beeld krijgen en staan er al meer dan 10 op mijn lijstje.

Bosruiter – Diepenbeek – 1 mei 2025

Nr. 163 – Zomertortel

Op de dag van de arbeid is het voor veel vogelkijkers werkendag. Terwijl ze in Schulen hun 24uur-marathon afhaspelen met alweer een – in navolging van de klimaatopwarming – gesneuveld record (nvdr. 112 soorten werden er gezien), besloot ik om naar het uiterste puntje van de provincie te rijden: Koningssteen. Een goede beslissing bleek achteraf. Waar ik stiekem op gehoopt had, werd waarheid. Ik hoorde er mijn allereerste zomertortel van dit jaar. Een steeds moeilijker te vinden sympathiek duifje. Door het zachte gekoer te localiseren kreeg ik ze ook in beeld. Zowel ik als zij genietend van een lekker zonnetje.

Zomertortel – Kessenich – 1 mei 2025

Nr. 164 – Witvleugelstern

Van een andere vogelkijker kreeg ik de info dat er een groep zwarte sterns op de grote plas waren gezien met daartussen een ‘witvleugel’. Maar ze waren dadelijk doorgevlogen. Toch even checken dacht ik. Al gauw bleek dat er nog steeds sternen rondvlogen met daartussen een prachtig exemplaar met contrasterend witte stuit en blekere vleugels. Hij was er nog. Een dikke bonussoort op mijn lijst. Wat een beauty!

Witvleugelstern – Kessenich – 1 mei 2025

Nr. 165 – Poelruiter

Dan kwam er in de namiddag de melding van een poelruiter ‘ter plaatse’ in Zonhoven. Jammer genoeg in een afgesloten deel van het vijvergebied. Maar de ontdekker was zo vriendelijk om er voor te zorgen dat wie dat wilde uitzonderlijk toegang kreeg. Mits het opvolgen van een aantal logische regels. Een berichtje aan Gert zorgde voor gezelschap. Voor hem was het een nieuwe Belg. Een groepje vogelkijkers was het bewijs dat hij er vermoedelijk nog zat toen we aankwamen. Als die allemaal door hij telescoop turen in dezelfde richting is dat altijd een goed teken. Twee dikke bonussoorten op één dag. Wat een luxe!

Poelruiter – Zonhoven – 1 mei 2025

Nr. 166 – Kemphaan

Dat we hier even mochten vogels kijken was een opsteker. Deze plas zat vol met vogels, waaronder ook meerdere steltjes. Eentje stond nog niet op mijn lijst: kemphaan. Mooi meegenomen dus.

Nr. 167 – Gierzwaluw

Zo een topdagje mocht wel met een terrasje afgesloten worden. Gert en ik gingen dan ook nog iets drinken aan de haven van Hasselt – jawel, onze Limburgse hoofdstad heeft er een. We zaten nog maar net neer of Gert wees mij op een aantal snel voorbijvliegende vogels. Mijn eerste gierzwaluwen voor 2025 waren binnen. Een soort van de easy-peasy-lijst, maar toch leuk om ze nu al te mogen noteren.

Nr. 168 – Wielewaal

De verjaardag van mijn lieftallige echtgenote. Dus besloot ik om niet de ganse voormiddag en ver weg te rijden om vogels te kijken. Tijd om nog eens op mijn local patch te gaan rondlopen. Het deed deugd en leverde zelfs een paar nieuwe jaarsoorten op. Zo hoorde ik minstens drie wielewalen hun jodelende tonen ten gehore brengen. Eentje was zelfs zo vriendelijk om even over mij te vliegen. Een feestje in geel en zwart.

Nr. 169 – Bosrietzanger

Iets verder stond ik opnieuw met gespitste oren te luisteren naar een deuntje. Mijn Merlin-app sloeg helemaal tilt door deze zanger die een mix van allerlei liedjes van meerdere soorten door elkaar haspelde. De bosrietzanger is de DJ in het vogelwereldje. Ik hoorde onder andere tonen van fitis, grasmus en spreeuw in zijn repertoire. Blij dat ze terug zijn. Het is een van mijn favoriete vogels.

Bosrietzanger – Bichterweerd – 3 mei 2025

Nr. 170 – Sprinkhaanzanger

Deze soort werd al op meerdere plaatsen gemeld en mijn achtervolging bleef voorlopig zonder resultaat. Als ik op de aangegeven locaties kwam hield hij zijn snaveltje dicht – zoals een wijze uil op tv ooit meermaals vroeg. Tot ik deze week in de vroege uurtjes rondliep in Bichterweerd. Daar kreeg ik een persoonlijk optreden van deze imitator van een naaimachine. Wat ik met een denkbeeldig maar welgemeend applaus in ontvangst nam.

Nr. 171 – Grauwe vliegenvanger

Na het afspeuren van de Maas en de aanwezige plassen naar steltjes of andere leuke soorten besloot ik om de weg tussen de machtige rivier en de plas van Bichterweerd te nemen om terug naar mijn auto te wandelen. Een vogel in de top van een dode boom trok mijn aandacht. De telescoop bracht opheldering. Een grauwe vliegenvanger zat te speuren naar insecten om te doen wat zijn naam zegt.

Grauwe vliegenvanger – Bichterweerd – 3 mei 2025

Nr. 172 – Temmincks strandloper

’s Avonds zag ik op waarnemingen.be dat ik op een paar minuutjes na een ontmoeting met deze sneaky steltjes had gemist. Terwijl ik wegwandelde van de zandwinning, werd daar door een andere vogelkijker een Temmincks strandloper – twee stuks dan nog wel – gespot. Omdat ik de dag erna toch in De Wissen moest zijn, vertrok ik ’s morgens wat vroeger om opnieuw te gaan zoeken. Met succes. Ik vond er niet twee, maar een groep van maar liefst tien Temminckjes. Ze trippelden op hun muisachtige wijze rond, mij totaal negerend. Mooie afsluiter van mijn week dacht ik op dat moment.

Temmincks strandlopers – Bichterweerd – 4 mei 2025

Maar dat was uiteraard zonder de vorkstaartplevier gerekend. Ondanks dat ik hem niet op mijn jaarlijst schreef, was het toch een geweldige ontmoeting met deze zeldzame dwaalgast. Als Vladimir P. een Belgische vogelkijker was geweest was mijn lijstje misschien al iets langer. Maar ik heb een klein vermoeden dat de nadelen van deze gedachte groter zijn dan de voordelen.

Uiltjes-cadeau

Je verjaardag vieren als vogelkijker, hoe doe je dat? Wel, door bijna de klok rond met vrienden vogels te gaan spotten. Dus vertrokken we om 4 uur – ’s morgens wel te verstaan – richting Elsenborn om een nieuwe Belg te scoren.
Ongeveer twee uurtjes later hoorde ik voor het eerst in ons landje een dwerguil roepen. Gezien hebben we hem niet, maar met een roepend exemplaar was ik heel blij. Weer een streepje bij op mijn Belgische lijst. Een mooi verjaardagscadeau.

Dwerguil (Foto Wouter Berden – 2024)

Maar daar hield het niet mee op. Met Wouter als reis-organisator reden we van leuke plek, naar leuke plek. Met een steeds langer wordende daglijst met vogels die we zagen. Rode wouwen à volonté. Op een locatie zaten er meer dan 15 op een pas gemaaid grasveld. Tussendoor ook nog zwarte ooievaar om tenslotte de dag af te sluiten met een roepende ruigpootuil. Topdagje.

Visarend – Rechterbach – 21 pril 2025
Zwarte ooievaar – Rechterbach – 21 april 2025
Aan mooie landschappen geen tekort
Vallei vol wilde narcissen – Büllingen

Maar er werd ook aan mijn Limburgse uitdaging gewerkt. De teller steeg met twee soorten. Een kleine sprong, maar wel leuke waarnemingen.

nr. 158 – Braamsluiper

Aan het vliegveld van Brustem werd al meerdere keren een braamsluiper gemeld. Hoewel het weer niet ideaal was, ging ik toch een kijkje nemen. Met succes. Even later stond ik naar het deuntje van deze stiekeme grasmusachtige te luisteren. Ik kreeg hem zelfs even mooi in beeld.

Braamsluiper – Brustem – 23 april 2025

Nr. 159 – Fluiter

Een trip naar de Voerstreek. Om mij volkomen onbekende redenen – het zal mij trouwens een zorg zijn – is deze prachtige regio ook Limburgs grondgebied. Daar ben ik blij om, want het is voor vogels een geweldige streek. Met prachtige bossen en een uniek landschap. In die bossen is fluiter een van de mogelijke soorten. Samen met Wouter ging ik op zoek naar deze ‘philo’. Hij tekende present vlakbij de plaats waar hij voordien was gemeld.

Fluiter – Teuven – 26 april 2025 (Foto: Wouter Berden)

Tussenspurtje met een bonus en een klapper

Om in de terminologie van de Ronde Van Limburg te blijven, even een tussenspurtje getrokken. Een weekje vrij en een periode dat heel wat soorten terugkeren in onze provincie. Dan gaat het iets vlotter.

Nr. 145 – Grutto

Na toch wel wat bezoekjes aan het Schulensbroek kon ik hem eindelijk op mijn jaarlijst zetten: de grutto. Koningin van de weidevogels die zo vriendelijk is om in dit prachtige natuurgebied te komen broeden. Weliswaar met maar één schamel koppeltje, maar ze zitten er wel. Ik zag beide partners bij het opkomen van de dag. Nadien waren ze weer spoorloos voor mij. Ik en grutto’s, het is zo te zien geen match.

Grutto – Schulen – 15 april 2025

Nr. 146 – Rietzanger

Tijdens diezelfde voormiddag kon ik toch wel wat soorten bijschrijven op mijn lijstje. Zo hoorde en zag ik – heel even maar – een rietzanger van katoen geven.

Ook blauwborst bleek volop terug. Want ik noteerde die voormiddag op een korte wandeling 5 zangposten. Eentje was zelfs zo beleefd om vlakbij op de top van een meidoorn post te vatten. Waarvoor mijn welgemeende dank.

Blauwborst – Schulen – 15 april 2025

Nr. 147 – Paapje

Tijdens het afscannen van de vlakte aan het Schulensmeer kwam ik hem tegen: het paapje. Deze soort trekt nu door en was wel verwacht. Maar die kleine rakker met zijn opvallend oogstreep is toch altijd een aangename ontmoeting. Ook al zit hij redelijk ver weg rond te hippen.

Nr. 148 – Snor

Aan het Schulensmeer kom je altijd wel collega-vogelkijkers tegen. Ik sla dan graag een praatje. Zo kreeg ik de melding dat de snor aan Kleen Meulen – een gebiedje vlakbij Schulensbroek – die morgen nog steeds van jetje zat te geven. Dus maakte ik een korte stop daar. Vanuit de kijkhut moest ik hem wel kunnen horen. Zijn kenmerkende ratel draagt redelijk ver. Maar buiten wat watervogelgekwaak en een alomtegenwoordige cetti’s hoorde ik niets. Het was wel al bijna middag. Misschien was hij moe-gerateld?
Misschien toch even het geluid laten horen? Dat hielp, want plots zat er een warm-bruin vogeltje mij even vanuit het riet aan te staren. Ik vraag mij nog steeds af wat hij op dat moment moest gedacht hebben. ‘Wat zit die andere snor daar in dat houten barakje te zingen?’. Nadien zong hij zelf zijn eentonige, maar leuke deuntje zonder mijn hulp.

Nr. 149 – Griel

Het was van 2010 geleden dat zijn koninklijke schoonheid de griel onze regio met een bezoek vereerde. Toen was het Rutten, nu Aalst-bij-Sint-Truiden. Het was Carlo Menten die het beestje ontdekte. Voor hem een nieuwe soort, voor mij een stevige bonussoort op mijn jaarlijst en een blij weerzien. Schoonheid is hier relatief. Want het blijft een gekke vogel. Met zijn volgens mij te lange poten en een dikke kop met heel grote, knalgele ogen is het een vreemde verschijning. Dat hij kan vertrouwen op zijn schutkleuren bleek uit de gesprekken tussen de waarnemers die langskwamen om deze griel te bewonderen. ‘Waar zit hij?’, ‘Ik zie hem niet?’, ‘Daar vlak voor die draad, rechts van de grasstrook.’. Het blijft verbazen hoe een soort die hier niet voorkomt toch zo goed als volledig kan verdwijnen op een akker. Ik kreeg hem wel mooi in beeld. Een tweede kalenderjaar aan de onduidelijke en niet mooi afgelijnde witte vleugelstreep te zien. Een dik kruisje op mijn Limburgse jaarlijst.

Griel – Aalst bij StTruiden – 14 april 2025

Nr. 150 – Kleine karekiet

Samen met Wouter en Pierre gingen we ’s avonds richting Schulensmeer met als doel nr. 151 – hierover in de volgende alinea meer. Tijdens het wachten op het ondergaande zonnetje liepen we wat rond. Al snel pikten we de zang op van een echte rietspecialist: kleine karekiet. Een vrij veel voorkomende broedvogel. Maar de eerste van het jaar blijft altijd speciaal.

Nr. 151 – Porseleinhoen

Sinds de inrichting van dit natuurgebied is Schulen een hot-spot voor deze soort. Al een paar avonden werd hij gemeld. Roepend in het ideaal voor hem gemaakte biotoop. Vochtig grasland, zeg maar kletsnat. Net voor de zon de hemel prachtig rood kleurde hoorden we zijn ‘zweepslag’. Zien is op dit moment en op die plaats wel heel moeilijk. Dus we waren tevreden met ‘gehoord’ als boodschap op mijn app.

Archief-foto: Porseleinhoen – Anderstad – 22 augustus 2009

Nr. 152 – Oeverloper

Negenoord is altijd een goede keuze om vogels te gaan kijken. Volop roodborsttapuit, zingende nachtegaal op minstens 3 plaatsen en ook mooi een ooievaar op de nestpaal. Hopelijk heeft hij of zij grote plannen. De eerste soort voor mijn jaarlijst die ik tegenkwam was een oeverloper. Eerst eentje aan het sterneneilandje, nadien nog eens drie aan de Maas.

Nr. 153 – Dwergmeeuw

Na een tip van Miel – een plaatselijke vogelkijker – dat er op de grote plas aan de Maas een zevental dwergmeeuwtjes rondvlogen, ging ik er nog een kijkje nemen. De beloofde soort was aanwezig. In diverse verenkleden. Check.

Dwergmeeuwen – Negenoord – 18 april 2025

Nr. 154 – Zwarte stern

Tijdens het bekijken van de dwergmeeuwen vloog er ook een donkere stern door mijn beeld. Zwarte stern, weer een vinkje erbij op mijn lijst. Ik kon zijn sierlijke vlucht mooi bekijken. Altijd genieten geblazen.

Zwarte stern – Negenoord – 18 april 2025

Nr. 155 – Visarend

Als ik naar Negenoord ga, passeer ik altijd de Maas. Deze machtige rivier stelt zelden teleur. Ook deze keer niet. Want er vloog midden over de stroom een visarend voorbij. Hij was duidelijk op doortrek, maar keek regelmatig ook even naar beneden in het water. Een snelle hap tussendoor zal hij niet laten. Jammer genoeg voor mij bleef hij doorvliegen. Visarend in duikvlucht is een waarneming met een extra dimensie. Niet dus, deze keer. Maar eentje zien voorbij zeilen is ook al een cadeautje.

Visarend – Negenoord – 18 april 2025

Nr. 156 – Tuinfluiter

Tijdens mijn wandeling in Negenoord hoorde ik minstens twee tuinfluiters. De eerste keer was het nog even checken met mijn app Merlin of het deuntje wel afkomstig was van deze zomergast. Mijn GSM gaf bevestiging. De tweede keer kon ik hem zo herkennen. Veel rustiger, melodieuzer en zachter dan de alom tegenwoordige zwartkoppen. Ik haal ze in het begin nog wel eens door elkaar. Elk jaar is toch weer even wennen.

Nr. 157 – Havikarend

Deze zal ik niet gauw – eigenlijk nooit – vergeten. Na mijn bezoek aan de steppeklapekster (die ik de nodige aandacht gaf in een vorige post op mijn blog) besloot ik om daar in de buurt wat vogels te gaan kijken. Vlak bij het ontoegankelijke militaire domein met op sommige plaatsen mooi uitzicht op de vlakte waar ook de wolf thuis is. Er zijn minder goede plekken om wat te zien. Vanaf een kleine heuveltje kon ik een aantal vennetjes bekijken. Roodborsttapuitje, zingende geelgors, overtrekkende rode wouw. Ik heb al mindere dagen gehad.
Dan werd mijn aandacht getrokken door een groepje kraaien die een roofvogel lastig vielen. Altijd de moeite om te bekijken, maar wel redelijk ver weg. Toen ik het gezelschap in de kijker kreeg was het dadelijk duidelijk dat dit wel iets leuk kon zijn. De kraaien vergezelden een grote rover. Zonder twijfel een arend. Maar ik bleef voorzichtig. Snel nam ik mijn fototoestel erbij om wat bewijsfoto’s te maken. Daarna keek ik verder met de telescoop om zo veel mogelijk kenmerken te zien. Wat opviel was de rossige onderzijde, de lange staart en vooral de donkere tekening op de ondervleugel. Ondertussen was de roofvogel al een heel stuk opgeschoven.
Tijd om te bekijken of ik bruikbare foto’s had. Een eerste blik op het kleine schermpje van mijn fototoestel en de Collins’app erbij deed mijn adrenaline-gehalte een stevig stuk stijgen. De roofvogel die het meeste kenmerken kon afvinken was havikarend! Dat kan je toch niet menen.? Maar ik bleef voorzichtig.
Thuisgekomen gooide ik de foto’s op waarnemingen.be, eerst als mogelijke dwergarend. Want ik die een havikarend kon spotten in Limburg? Dat zou toch wel wat van het goede te veel zijn. Het was ongeduldig wachten op een eerste reactie van de specialisten. En die kwam, met geweldig nieuws.
Het was toch een havikarend! Kicken man! Een nieuwe Belg en een héééél vette soort op mijn jaarlijst.

Havikarend – Helchteren – 19 april 2025

De ondersoort-discriminatie

Het zal je maar overkomen. Je bent een zeldzame en wondermooie verschijning. Die beslist om een benefiet-optreden te organiseren voor het grote publiek. Maar er duiken een paar kijkers en een paardekop op. Frustrerend!

Zo moet de steppeklapekster zich ongeveer gevoeld hebben toen ze besloot om even een tussenstop te houden in Houthalen-Helchteren.
Vandaag telde ik het schamele aantal van slechts zeven geïnteresseerden die deze mooie vogel kwamen bekijken. Het merendeel waren fotografen die zelfs niet uit hun auto kwamen. Denkelijk of fotografische redenen, maar ik heb toch mijn twijfels. Ik stond er alleen door een telescoop te turen. Op de opening van het klapekster-festival gisteren waren er dat volgens de website van waarnemingen.be 25 bezoekers.

Bij elke zeldzame soort mag je daar zeker een paar nullen achter zetten. Maar de steppeklapekster heeft het nadeel dat ze een ‘ondersoort’ is. En die telt niet mee op de lijstjes. Dus blijft het overgrote deel van vogelkijkend Vlaanderen of zelfs Limburg in zijn zetel zitten suffen. Nu moet ik toegeven dat ik gisteren ook twijfelde of ik deze melding wel ging opvolgen en de trip naar Houthalen-Helchteren zou aanvatten. Dus ik gooi zeker geen steen (dat laat ik over aan David toen hij Goliat ging bezoeken). Maar vandaag was ik dus wel paraat. Ook al was het geen aanwinst voor mijn Limburgse jaarlijst. Gewoon uit respect en steun.

Steppeklapekster – Helchteren – 19 april 2025
Wat is nu een ondersoort?

Bij de indeling van het dierenrijk en dus ook alle vogelsoorten werd er door heel slimme wetenschappers een overzicht opgesteld. Dit noemen ze taxonomie. Deze indeling is zoals op de afbeelding hieronder. Maar het stopt niet bij soort. Er worden soms ook nog eens ondersoorten benoemd.

Wikipedia beschrijft het als volgt:

Een ondersoort is een taxonomische rang in de hiërarchische indeling van organismen. Een ondersoort staat in de taxonomie lager in rang dan een soort. Een soort kan uit verschillende ondersoorten bestaan die meestal niet in hetzelfde gebied voorkomen. Een geïsoleerde populatie van een soort, bijvoorbeeld op een eiland, of in een moeilijk bereikbaar bergdal, kan op termijn evolueren naar een nieuwe ondersoort of zelfs een geheel nieuwe soort. Van een ondersoort is sprake als de populatie waarneembare genetische verschillen heeft met de ‘moedersoort’.

Kort door de bocht is een ondersoort dus eigenlijk een variatie van een bepaalde soort. In mijn vogelgids vond ik veel ondersoorten bij bijvoorbeeld gele kwikstaart, tjiftjaf, pimpelmees en inderdaad,… klapeksters.
In de beschrijving zie je de wat neerbuigende uitspraak ‘lager in rang’ staan. Het bewijs dat ondersoorten met een scheef oog worden bekeken. Ze horen er niet echt bij. Ze worden zelfs lijst-gewijs uitgesloten. Pure discriminatie noem ik dat.

Engelse gele kwikstaart – Bernissem – 7 mei 2011

Dit alles is trouwens wat mij betreft totaal onterecht. Mijn mail naar UNIA staat klaar om verzonden te worden. Ik eis gelijkheid voor alle vogels die momenteel als ondersoort door het leven gaan of vliegen.
Want vaak zijn het hele andere vogels dan die de ‘soort’ vertegenwoordigen. Soms zijn het subtiele verschillen. Maar als er de term ‘ondersoort’ bij staat tellen ze niet mee. Regelmatig veranderen die wetenschappers hun indeling om dit onrecht te verdoezelen. Zo werden nog niet zo lang geleden alle barmsijzen op een hoopje gesmeten en werden het allemaal ondersoorten. Het zal je maar overkomen als fiere, grote barmsijs.

Dus bij deze een oproep aan alle vogelkijkers om – ook al komen ze niet op je lijstje – deze mooie verschijningen te gaan bekijken. Zij verdienen evenveel aandacht als de ‘echte’ soorten. Of niet soms? Leve de steppeklapekster (zonder nummer in mijn blog).

Een wa(o)uw-week

We lopen hopeloos achter. Drukke tijden in vogelkijkland. Met de aankomst van onze broedvogels, MAS-tellingen, inventarisaties en tussendoor veel vogeltjes spotten. Zalig!
Dus komt mijn verslag van week 2 van april er nu pas aan. Mijn oprechte excuses. We hebben de kaap van 140 al ruim voorbijgestoken. Dus het loopt momenteel lekker.

Nr. 137 – Zwarte wouw

Op vraag van een goede vriend, Nicolas, ben ik terug begonnen met MAS (Meetnet Agrarische Soorten)-tellingen. En na de eerste telling wist ik weer waarom ik er mee gestopt was. Wat een ellendige en zielige akkerlandschappen hebben wij ondertussen in het zuiden van onze provincie. Mijn telpunten liggen nochtans in een kerngebied voor de hamsters. Dat die beestjes er de brui aan geven snap ik volledig. Op sommige telpunten (het zijn er tien) kon ik met moeite één veldleeuwerik noteren. Ik wil niet weten wat een gevloek die zingt in zijn op het eerste zicht vrolijke liedje. Maar af en toe is er toch een lichtpuntje. Zoals een koppeltje grauwe gorzen (die staan op nr. 138), een eenzame tapuit of een jagende zwarte wouw.
Het was even opletten, want ik dacht eerst dat het een rode was. Maar bij een tweede en duidelijkere kijk bleek het een zwarte te zijn.

Nr. 138 – Grauwe gors

Ik had hem al aangekondigd. Ik kon gelukkig nog één koppeltje spotten tijdens mijn MAS-telling. Maar ze gaven geen kick. Het kenmerkende rinkelende deuntje bleef uit. Na de telling reed ik nog even naar Montenaken, waar Wouter eerder al grauwe gorzen had gespot. Daar wel dadelijk rinkelende zangers. Een heerlijk geluid, dan jammer genoeg steeds zeldzamer wordt. Volgens mij een eindig verhaal. Hopelijk heb in ongelijk. Grauwe gors, check!

nr. 139 – Rode wouw

Zwarte hadden we al. Maar voorlopig bleef rode voor mij onvindbaar. Ze waren er toch, dat kon ik zien aan de waarnemingen die dagelijks op mijn computer voorbij kwamen. Maar het was een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek te zijn.
Een bezoek aan een wat vergeten stukje van Wijvenheide achter de camping in Zonhoven was een voltreffer. Een aanrader trouwens. Toegankelijke vijvers en veel vogels. Terwijl ik naar een groep van 21 (jawel!) grote zilverreigers zat te kijken, viel mijn oog op een verre ‘rover’ die voorbij trok. In de telescoop zag ik dadelijk de gevorkte staart. Rode wouw was binnen!

Nr. 140 – Beflijster

Een tweede bezoek aan een broedplaats van oehoe bleef uil-loos (als ik die roepende bosuil even nageer). Geen geroep van zijn naam of een korte show in de volle maan. Dus voorlopig geen oehoe op mijn jaarlijst. Maar tijdens het wachten op respectabele afstand van het bos zag Gert – wie anders? – een overvliegende beflijster. Kort maar goed kunnen zien. De typische vlucht en de ‘doorschijnende’ vleugels waren de triggers om hem te determineren.
Twee dagen later kon ik er eentje in vol ornaat bekijken. Tijdens een tochtje richting Maaskant kreeg ik een melding door van een beflijster aan de Teut in Zonhoven. Dus rechtsomkeer en even later had ik niet één, maar twee exemplaren in beeld. Een mannetje en een vrouwtje.

Beflijster man – Teut Zonhoven – 12 april 2025

Nr. 141 – Bonte vliegenvanger

Geluiden blijven mijn zwakke punt. Ik kan er wel wat herkennen, maar ik moet elk jaar wat op gang komen. Tegen dat ik op kruisnelheid ben zijn de meesten al vertrokken naar hun overwinteringsgebied. Tja, het zij zo.
Gelukkig wees Veerle – een collega op het werk – na een alcoholische afsluiter van een vergadering mij op de zang van een bonte vliegenvanger op de parking van Hengelhoef. Inderdaad, ik herkende het deuntje na een paar strofes weer. Zien zal ik hem wel de komende weken. Maar alvast gehoord en dus mag hij op mijn jaarlijst.

Nr. 142 – Gekraagde roodstaart

Aangezien ik dankzij de melding van de beflijster toch in de Teut was, ging ik daar even op pad. De ontdekker van deze leuke soort vertelde mij dat hij was gaan zoeken naar gekraagde roodstaart. Een soort die daar als broedvogel voorkomt. Maar hij had er geen gevonden.
Dat geluid kende ik blijkbaar wel nog, want even later hoorde ik er meerdere zingen. Ik kreeg er zelfs eentje in beeld.

Gekraagde roodstaart – Teut Zonhoven – 12 april 2025

Nr. 143 – Nachtegaal

Zondag begon de dag met wat buien. Toch besloot ik om op pad te gaan. Aan Hochter Bampd kwam de regen echter stevig naar beneden. Naar huis of toch verder vogels kijken? Ik besloot het tweede te doen.
Ik vond een mooie weg langs de Maas in Maasmechelen. Vanuit de wagen kon ik mooi de grindeilandjes afspeuren zonder nat te worden (ik haat regen). De zon kwam er zelfs even door. Dat moment greep ik aan om even een heel korte wandeling te maken in Maaswinkel, een mooi gebied van Natuurpunt. Nog maar net in het gebied werd ik verwelkomd door een luid zingende nachtegaal. Dat is pas gastvrijheid.

Nr. 144 – Visdief

De grote plas wemelde van het leven. Het broedseizoen was duidelijk begonnen. Gakkende ganzen, baltsende eenden en futen, sierlijk voorbijzoevende zwaluwen en uit elk bosje klonken de smekende deuntjes van mannetjes op zoek naar een partner. Tijdens het genieten van dit spektakel kwamen er twee visdiefjes voorbij. Eentje ging op zijn elegante manier ook jagen boven de plas. Ze zijn terug voor een nestje op de grindeilandjes in onze natuurgebieden. Wat mij betreft, een blij weerzien.

Hollander met gele pootjes

Het is een zalige tijd. De zomergasten komen netjes een voor een aangevlogen en het weer is zalig. De oostenwind maakt het vaak wat schraler, maar wel een stuk spannender. Meerdere dagen met deze windrichting geeft altijd kans op leuke dwaalgasten. Zeker op dit moment, nu heel wat soorten op trek zijn. De teller staat ondertussen op 136.

Nr. 130 – Oeverzwaluw

Ze in zit waarnemen is geen makkie. Maar ik kreeg toch de kans toen een groepje boerenzwaluwen in Hochter-Bampd in de top van een boom gingen uitrusten na denkelijk een heel lange tocht. In mijn beeld van de telescoop zag ik dat er een paar kleinere ‘vreemdelingen’ tussen zaten. Oevertjes!

Nr. 131 – Geelpootmeeuw

Ik had deze soort al – onbewust – gezien in ’t Vinne. Maar aangezien ik daar over de Limburgse grens zat, telde ze niet mee voor mijn jaarlijst. Het ging dan ook nog eens om een verkeerde determinatie van mijzelf. Ik had ze als zilvermeeuw ingegeven. Een alerte meeuwenkenner liet mij weten dat het om een geelpootmeeuw ging. Meeuwen, zo moeilijk!
De voorbije week reed ik naar het verre Bree om vogeltjes te gaan kijken in De Luysen. Een dikke aanrader trouwens. Daar waren ook geelpootmeeuwen gemeld. Ze tekenden nog present. Eentje bleek zelfs geringd met een rode kleurring. Met wat moeite kon ik de code aflezen. Je kan die dan melden via de website https://cr-birding.org/nl/home. Heel snel kreeg ik een antwoord. Deze knaap bleek in 2017 als pullus geringd te zijn op de Stevolplas in Stevensweert. zijn eerste winter bracht hij door op de bekende ‘meeuwencomposthoop’ in Lixhe nabij Luik. Hij werd daar twee keer gemeld. Dan verdween hij jaren van de radar, waarna ik de kleurring kon aflezen vorige week. Altijd leuk die kleurringen. Als je er eentje ziet, zeker doorgeven.

Geelpootmeeuw – Bree – 3 april 2025

Nr. 132 – Boompieper

Tijdens mijn wandeling door De Luysen werd mijn aandacht getrokken door een zingende vogel in een rij populieren. Zo gaat het wel vaker: eerst horen en dan – hopelijk – ook zien. Na wat zoeken had ik de vertolker van het liedje in beeld. Een boompieper.

Boompieper – Bree – 3 april 2025

Nr. 133 – Koekoek

Tijdens wat werkjes in mijn tuin – ja hoor, dat doen we soms ook – kwam Gert A. even langs. Hij bracht een ring binnen van een torenvalk die zijn vader dood had gevonden op de straat voor zijn huis (ter info: door mij geringd als pullus op 27 mei 2019 in een nestkast in Kortessem). Tijdens ons gesprek liet hij even vallen dat hij zijn eerste koekoek voor dit voorjaar had gehoord. Dus oortjes open dacht ik. Nog geen uur later had ik ook prijs. In het natuurgebied achter mijn huis hoorde ik ook mijn eerste koekoek voor dit jaar. Makkelijke score op de lijst.

Nr. 134 – Tapuit

Na mijn tweede telling voor de inventarisatie van de Caetswijers was het nog vroeg – we starten dan ook bij zonsopgang. Dus tijd om elders nog wat vogeltjes te gaan kijken. De meldingen van heel wat doortrekkende bruine kiekendieven deed mij beslissen om de akkers rond Tongeren te gaan opzoeken. Het werden wel geen bruine ‘kieken’, maar wel een prachtig mannetje tapuit. Die stond nog niet op mijn lijst.

Tapuit – Lauw (Tongeren) – 5 april 2025

Nr. 135 – Grasmus

Deze morgen besloot ik om naar Schulen te rijden. Een melding van een beflijster was de trigger. Daar kreeg ik in tegenstelling tot de dag er voor wel een paar bruine kiekendieven op trek in de kijker. De koude oostenwind beet in mijn neus, maar toch ging ik voor een wandeling rond het meer. Bij mijn eerste stop werd ik getrakteerd op een appelvink die even mooi poseerde.

Appelvink – Schulensmeer – 6 april 2025

Maar de soort die mijn lijst weer wat langer maakte was een zingend mannetje grasmus. Mooi verborgen in een braamkoepel langs het pad. Heel even kon ik een glimp van hem opvangen, maar ik moest het vooral doen met zijn krassende deuntje. Maar ook dat vond ik dik ok.

Nr. 136 – Huiszwaluw

Boven het meer vlogen tientallen zwaluwen. Boerkes (boerenzwaluwen) en veel oeverkes (oeverzwaluw). Na wat zoeken kon ik eindelijk ook een ‘vliegend orkaatje’ ontdekken. Huiszwaluw. Afvinken!

Zwaluwen leren herkennen? Lees mijn post hierover hier https://iedereenbirdaholic.wordpress.com/2017/04/20/boerkes-of-toch-niet/

Op een zucht van 130

Weer een paar weekjes vogels kijken en ringen achter de rug. De focus bij het ringen ligt momenteel op de eksters. We konden er dit voorjaar toch al 50 klissen. Eentje was zelfs geringd (dat gebeurt niet vaak met deze slimmeriken). Door mijzelf op 18 maart 2018 in Hasselt als >2KJ vrouwtje, dus ondertussen minstens 9 jaar oud.

Ook mijn eerste telling van de inventarisatie van de Caetswijers is achter de rug. Maar het werd een kort en wat teleurstellend lijstje. Want de meeste vijvers stonden door de werken leeg. Een waarneming van een ijsvogel was het hoogtepunt. De komende maanden staan er nog heel wat tellingen op het programma.

Caetswijers – open en voorlopig ook ‘leeg’ topgebied in wording.

Ze hebben mij ook kunnen strikken voor tellingen in het MAS-project (Meetnet Agrarische Soorten). Bedoeling is om op 10 telpunten gedurende 10 minuten alle soorten te tellen in landbouwgebied. Meestal geen opbeurende tellingen, maar toch wil ik mijn steentje bijdragen en scoor ik zo mogelijk wat extra soorten voor mijn Limburgse lijst.

Die staat ondertussen op 129 soorten. Langzaam maar zeker sluip ik richting de 150 die ik vooropstelde als ik alle redelijk makkelijke soorten kan aanvinken. Hier soort per soort een overzichtje:

Nr. 119 – Blauwborst

Aan het Schulens Meer hoorde en zag ik de eerste blauwborsten voor dit voorjaar. Het blijven schitterende verschijningen. Een paar dagen later kreeg ik er eentje vol in beeld met mijn telescoop langs de Maas. Genieten!

Nr. 120 – Watersnip

Ook deze moest vroeg of laat passeren. Het gebeurde in Bernissem. Een natuurlijk ingericht wachtbekken in Sint-Truiden waar altijd wel iets leuks te zien is. Deze keer dus 2 opvliegende watersnippen.

Nr. 121 – Boerenzwaluw

De eerste zwaluw spotten is altijd even kicken. Ook dit was voor mij in Bernissem, sierlijk voorbij vliegend.

Nr. 122 – Zwarte roodstaart

De makkelijkste soort op mijn lijst volgens mij. Want elk jaar komt er een paartje broeden bij mijn overburen. Ik hoorde hem die morgen voor het eerst lekker ‘krassen’ – hun zang eindigt met een kenmerkend krasselend geluid – toen ik mijn krant uit de brievenbus ging halen. Hij zat in de berk van mijn buur van katoen te geven. Welkom terug!

Nr. 123 – Zomertaling

Dit prachtige eendje was al een paar dagen gemeld in het Schulensbroek. Eén bezoek was voldoende om hem op mijn jaarlijst te krijgen. Eerste een mannetje apart en nadien nog eens twee mannetjes en een vrouwtje samen.

Zomertaling – 26 maart – Schulensbroek

Nr. 124 – Bonte strandloper

Een voormiddag vogels kijken aan de Maaskant levert op dit moment altijd leuke soorten op. Twee foeragerende ‘bontjes’ bijvoorbeeld. Hopelijk de aanzet voor een hele trits leuke ‘steltjes’ de komende maanden.

Nr. 125 – Zwartkopmeeuw

Deze mooie meeuw was de reden om die dag in Bichterweerd te gaan vogeltjes kijken. Ze zaten netjes op de doorgegeven locatie. Een eilandje in de grote grindplas dat was gekaapt door een hele bende kokmeeuwen. Daartussen dus één paartje zwartkopmeeuwen. Kan jij ze vinden op onderstaande foto?

Zwartkopmeeuw – 26 maart – Bichterweerd (zoekplaatje)

Nr. 126 – Bruine kiekendief

Niet één , niet twee, maar drie ‘kieken’ vlogen rond aan de noordkant van de plas. Waaronder een mooi mannetje. De minst sierlijke van de kiekendieven, maar toch een leuke verschijning.

Nr. 127 – Fitis

Ze zijn terug! Op de strook tussen de grote plas in Bichterweerd en de Maas had ik minstens 10 zingende mannetjes.

Nr. 128 – Zwartkop

Tussen al dat ‘fitis-geweld’ ontwaarde ik een gekend deuntje dat ik al even niet meer gehoord had. Mijn eerste zingende zwartkop voor dit jaar. Maar zonder twijfel niet de laatste.

Nr. 129 – Gele kwikstaart

Gisteren mocht ik een wandeling begeleiden in Negenoord. We gingen op zoek naar grondbroeders. Een van de deelnemers wees mij op een ‘gele vogel’ aan de oever van een van de plassen. Het bleek een prachtige gele kwikstaart te zijn. Afvinken!

Eindelijk die kleine

Mijn Limburgse soortenlijst staat op 118. De winterpret is bijna voorbij. Grote zaagbekken en brilduikers beginnen stilaan terug te vertrekken naar hun noordelijke broedgebieden. Dus is het wachten op onze zomergasten. De eerste piek in mijn lijst is dan ook voorbij vrees ik.
Ik goot alles even in een grafiekje. Altijd leuk, ook al heeft het weinig wetenschappelijke waarde. Maar dat is ook niet mijn ambitie. Het laat gewoon zien dat bij de start van het jaar er een stevige piek is, want dan is elke soort die je ziet een nieuw ‘vinkje’ op de lijst. Daarna volgt weer een stevige stijging als je tijd kan vinden om naar goede gebieden met veel soorten die hier overwinteren te gaan.

Welke soorten kwamen erbij?

Nr. 113 – kleine plevier

Aan elke plas in Limburg loopt er wel eentje rond. Het is een echte pionier die je het makkelijkst kan vinden op pas ingerichte vlaktes of oevers van plassen. Ik vond mijn eerste voor dit jaar in Bichterweerd aan een grindplas.

Nr. 114 – tureluur

Een van de eerste steltjes die terugkeren in ons landje. Aan diezelfde plas liepen er twee langs de oever op zoek naar lekkers.

Nr. 115 – Lepelaar

Deze soort is in opmars. Vorig jaar was er nog een broedgeval langs de Maas. Is dit de voorbode van een vervolg voor dit jaar? Ik hoop het. Want deze gekke verschijning met zijn aparte snavel is wat mij betreft van harte welkom. Bij deze waarneming bleef die snavel trouwens netjes verborgen. Ik moest het doen met een rustend exemplaar op één poot.

Lepelaar – Elen – 11 maart 2025

Nr. 116 – Roerdomp

Een prachtige wandeling in het Hageven – een aanrader – begon met een korte roep van de roerdomp. Kort, maar heel duidelijk. Zien is een ander paar mouwen, maar hopelijk krijg ik die kans nog in de loop van dit jaar.

Nr. 117 – Wulp

Waarom een lange wandeling maken, als de ‘nieuwe’ soorten pas opduiken als ik bijna terug aan mijn wagen ben (mijn huisdokter zal het mij wel even uitleggen)?
De jodelende roep herken je uit duizenden. Al snel had ik ze ook in mijn kijker. Een koppel aan het Schulens Meer, waar er elk jaar wel een paar broedparen zitten. Weer een steltje – in dit geval zeg maar gerust ‘stelt – erbij op de lijst.

Wulp – Schulens Broek – 14 maart 2025

Nr. 118 – Kleine bonte specht

Ik werd al een beetje moedeloos. Want deze soort laat zich maar kort horen. Na heel wat bossen bezocht te hebben, bleef zijn vakje leeg op mijn lijst. Zelf het afspelen van het geluid bracht geen soelaas.
Maar tijdens het bekijken van het koppel wulpen trok een licht geroffel dat uit een bosje kwam mijn aandacht. Niet de korte roffel van een grote bonte of de snelle roffel van de kleine. Eerder een onregelmatig getokkel van een vogel die op zoek was naar eten of een broedholte aan het uithakken was. Dan vloog hij netjes voor mij door en kon ik zijn karakteristieke golvende vlucht zien. Kleine bonte!
Zo gaat het wel vaker. Lang en vruchteloos zoeken om dan op verrassing gepakt te worden. Daarom is vogels kijken zo boeiend.

Het eider-excuus

Vorige week hadden we een lang weekendje Texel gepland. Eentje met een verborgen agenda. Hoewel, na meer dan 35 jaar huwelijk is ‘verborgen’ niet meer van toepassing. Bij elke reis of uitstap die we plannen – zeker als mijn zoon Jente mee gaat zoals in dit geval – weet mijn lieftallige echtgenote dat er wel een leuk vogelgebied of een nog te ontdekken zeldzaamheid op het programma staat.

Deze keer was de keuze snel gemaakt, want aan de Texelse kust dobberde al een aantal weken een super-zeldzaamheid: een brileider. Zelfs in zijn broedgebied – Alaska en NO Siberië – is het geen makkie om er eentje te spotten. Nieuwe soort voor Nederland en door honderden vogelkijkers vanuit alle delen van de wereld al bezocht. Dat deze soort staat afgebeeld in de sectie dwaalgasten achteraan in mijn vogelgids is een bevestiging van zijn status. Een mega noemen ze dit in vogelkijkerskringen.

Na aankomst in ons hotel gingen we dan ook dadelijk richting de bewuste plek. Van een spannende zoektocht was geen sprake. Met een laconieke mededeling ‘hij zit daar tussen die twee palen’ van een plaatselijke eider-fan was de klus geklaard. Nieuwe lifer en genieten – de dag erna trouwens nog eens – van een schitterende Arctische soort mooi te zien met een aangenaam avondzonnetje.

Brileider – Texel – 6 maart 2025

De overige dagen was de routine: voormiddag een mooie wandeling met als doel mooie vogelgebieden, namiddag stadje bezoeken en ’s avonds opnieuw vogels kijken. Want aan vogels geen gebrek. Ze zaten werkelijk overal. We kwamen met een stevige triplijst terug naar huis waaronder leuke soorten als zwarte rotgans, dwerggans, goudplevier en een hele trits steltlopers.

Als je dan de dagen erna op pad gaat in ons eigen streek is het even een momentje van decompressie. Van honderden – misschien wel duizenden – vogels op het wad naar twee tureluurs en een koppeltje baltsende scholeksters in een goed gebied aan de Maas is een stevige aanpassing. Maar elke regio heeft zijn charmes en als er de komende maanden weer wat leuke soorten opduiken in Limburg ben ik even blij als met die schitterende brileider.

Zwarte rotgans – Texel – 7 maart 2025
Drieteenstrandlopers – Texel – 7 maart 2025
Grijze zeehond – Texel – 7 maart 2025
Goudplevieren in vlucht – Texel – 8 maart 2025

Zilte bonus

De lijst groeit langzaam maar zeker. Een paar dagen vrij geeft natuurlijk de kans om wat meer buiten te lopen. Dus hierbij mijn ‘aanwinsten’:

Nr 106 – kraanvogel

Het is een kwestie van op het juist moment op de juiste plaats te zijn. Want kraanvogels worden voor 95% (of zelfs meer) overvliegend waargenomen. Af en toe gaan er een aantal ergens overnachten of even uitrusten. Maar dat zijn de uitzonderingen en ze blijven ook niet vaak lang hangen.
Dat er veel waarnemingen worden doorgegeven is een signaal om met de neus in de lucht te lopen en vooral de oren te spitsen. Want om ons toch een kansje te geven om kraanvogels te zien, kregen ze een heel herkenbaar geluid mee. En dat geluid hoorde ik op mijn werk. Ik kon nog net een mooi, laag vliegende groep ‘kranen’ bekijken. Daar word je echt gelukkig van.

Nr 107 – Grote Zee-eend

Deze soort op de lijst krijgen had minder met geluk te maken. De melding dat er een grote zee-eend in Negenoord zat kwam 20 februari binnen en een dag later liepen Wouter, Pierre en ik al rond in dit prachtige gebied. De vogel was nog op post, hoewel zij niet echt meewerkte, al dobberend met de kop in de veren. Twitchgewijs kon ik deze zwarte eend – die even koos voor een uitstapje van haar vertrouwde grote zee naar een kleine grindplas in Stokkem – aanvinken. Een bonussoort van het ‘zeetje’.

Grote zee-eend – Negenoord – 21/02/2025

Nr 108 – Scholekster

Naar Negenoord rijden om enkel die grote zee-eend te zien. Vergeet het. We gingen er op pad en hadden een mooie daglijst met als hoogtepunt een mooie groep nonnetjes. Echt de meest artistieke eendjes die ik ken. Zeker de mannelijke exemplaren. Hun zwarte tekening lijkt wel met een penseel aangebracht op hun spierwitte verenpak. Waarom ze die geen ‘paterkes’ noemen blijft voor mij trouwens nog steeds een raadsel. Ook op die daglijst: scholekster. Blijkbaar nieuw voor mijn Limburgs jaarlijst.

Nr 109 – Goudplevier

Op diezelfde dag gingen we ook even langs in Bichterweerd. Vlakbij en altijd kans op leuke soorten. Ook deze keer. De miezerregen kon de pret niet bederven. Een plevier vloog laag en roepend over ons hoofd. Na een korte check werd de determinatie van Pierre bevestigd. Goudplevier. Pierre’s uren telpostervaring hebben hun nut bewezen. Voor mij zeker geen vanzelfsprekende soort om te spotten. Merci.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research