Pelicanitis

De voorbije week stond vooral in het teken van inventariseren. Woensdag liep ik een rondje in de Broekbeemd. Het aantal rode bolletjes in mijn app neemt fors toe. Waar ik in het begin had besloten om de heel algemene soorten te negeren, blijkt dat nu toch niet het geval. Zwartkoppen, winterkoningen en tjiffende tjaffen worden vlot ingegeven. Dat vraagt extra aandacht en werk, maar het is wel leuk om hun ijverige gezang te belonen met een plekje op de kaart in mijn gsm. Nieuw waren grasmus en een redelijk vroege tuinfluiter. Maar de verrassing was een rietzanger die duchtig van katoen gaf in het plukje riet aan het kalkmoeras. De eerste ooit voor dit natuurgebiedje. Benieuwd of het een blijver zal worden.

Vrijdag kon ik dankzij een dagje recup ook een bezoek aan de Caetsweyers inplannen. Hoewel het gebied er nog kaal bijligt na de pas afgeronde werken, was er toch wel wat te beleven. Meerdere paartjes kleine plevier waren druk aan het ruzie maken voor een plekje. Volgens de website van avimap waren het er meer dan gemiddeld. We zullen zien of er kleine kleine pleviertjes van komen. Een rare zin, maar ze klopt wel. Lees ze nog maar even na.
Het blijft voor de soorten die ik daar opvolg moeilijk om te beslissen of ik ze ingeef met broedcodes of niet. Zo vlogen er heel wat meeuwen rond, maar van bezette nesten is er nog geen sprake. De steeds wijzigende waterstand – de beheerder is nog zoekende naar de juiste afstemming – speelt hen parten. Nog een voorbeeld zijn de meerkoeten. Ik had zes paartjes op mijn kaart gezet omdat ze duidelijk territoriaal gedrag vertonen. Met de kop vlak op het water dreigend naar elkaar toezwemmen. Je kent dat wel. Maar ik kon geen enkel paartje betrappen op nestbouw. Terwijl in andere gebieden waar ik de voorbije week kwam er overal nesten met meerkoeten te zien zijn. Het zal wachten zijn op rondzwemmende donsbolletjes bij heel wat van die watervogels. We houden vol.

Dit is hoe ik het graag heb, duidelijk… (nestbouw meerkoet in De Wijers)

Ontsnapt

Omdat een rondje Caetsweyers er meestal op een uurtje op zit, besloot ik om door te rijden naar De Wijers in Zonhoven. Daar werd al enige dagen een kroeskoppelikaan gezien. 100% zeker een ontsnapte vogel, maar blijkbaar is zo een vreemde vogel toch een magneet voor vogelkijkers en vooral fotografen. Telt niet voor je lijstjes, brengt niets bij wat betreft data voor broedvogels. Maar toch willen heel wat mensen ze zien. Zelf hoor ik daar zo te zien ook nog bij. Het is een verslaving vrees ik. Exoten en escapes – zoals ze worden genoemd – fascineren mij al langer. Ooit had ik zelfs het idee om alle rare vogels die hier eigenlijk niet thuishoren eens gaan te bekijken. De lijst die ik toen maakte was verrassend lang. Wie weet, ooit ook een challenge?

De pelikaan kreeg ik jammer genoeg niet te zien. Ondanks het feit dat ze in de tijd dat ik in het gebied rondliep werd gemeld. Misschien is mijn motivatie dit jaar wat dat betreft toch niet groot genoeg. Ik maakte liever een mooie wandeling door de Wijers. Met als trofeeën een in het riet verscholen maar duidelijk roepende wouwaap, een boomende roerdomp ergens in de buurt en een paartje geoorde fuutjes. Volgens mij de mooiste fuutjes die onze provincie rijk is.

Geoorde fuut – De Wijers 17 april 2026

Ontbijt-birding

Zaterdag reed ik naar het Schulens Meer. Dit gebied moet je als vogelkijker in deze periode toch minstens een keer in de week gaan bezoeken. Wat een weelde! Hoewel de eerder gemelde steltkluten blijkbaar waren vertrokken naar andere oorden, kreeg ik toch mijn tijd goed gevuld. Een kwartetje lepelaars, twee overvliegende zwartkopmeeuwen – met dank aan de tip van een collega vogelkijker die mij er attent op maakte -, meerdere blauwborsten, een foeragerende kraanvolel, twee zangposten van sprinkhaanzanger, een hoop steltjes (minstens 50 kemphanen) en als afsluiter een vijftal zomertalingen. Mijn favoriete eendjes. Op die manier groeide mijn Limburgse jaarlijst weer wat aan. Hoewel ik bij het begin van dit jaar neerschreef dat ik niet veel aandacht ging besteden aan lijstjes, begint het weer te kriebelen. Dus ging ik stiekem toch even kijken hoe de stand van zaken is. Ik zit voor mijn Belgische jaarlijst aan 131 soorten. Vorig jaar zat ik op dit moment aan 157. Voor mijn regio, de Fruitstreek, zit ik dan wel beter op schema. Met 87 opgetekende soorten zit ik 17 soorten hoger dan in 2025 op dezelfde datum. De focus is duidelijk verschoven.

Deze morgen deed ik nog snel eentje bij. Vandaag geen vogels op het programma. Maar wel een bezoek aan een rommelmarkt in Tongeren. Na vogels kijken ook een favoriet op mijn wat-gaan-we-vandaag-doen-lijstje. Maar vogels blijft bij mij een constante. Het bewijs is de waarneming van een rode wouw deze morgen. Net uit bed en mijn boterhammekes smerend in de keuken zag ik vanuit mijn keukenraam een sierlijk vliegende vogel aankomen. Snel mijn verrekijker gaan pakken en in looppas naar buiten. Midden op de straat – niet echt verantwoord, maar nood breekt wet – sta ik twee tellen later te kijken naar een rode wouw die vlak over mijn huis vliegt. Wat een beest!
Zelfs op de rommelmarkt blijven vogels een rol spelen. Niet alleen ben ik voortdurend op zoek naar leuke prullaria die vogel-gerelateerd zijn. Maar ook een zingende tjiftjaf in een boom achter de kraampjes trekt mijn aandacht. Of een roepende grote gele kwik in een beek waar wij passeren op weg naar die markt. Hij kreeg een vermelding bij mijn waarnemingen van deze week. Die vogels-kijken-knop afzetten is onmogelijk. Gelukkig.

Onze buit van de rommelmarkt, om voor een keer met een foto zonder vogel deze post af te sluiten.

Bedevaart

Een weekje verlof, dus veel tijd om vogels te gaan kijken. Het begon met een bezoekje aan de Maaskant op dinsdagmorgen in natuurgebied Hochter Bampd. Mijn eerste zekere zomertalingen voor dit jaar zaten daar op mij te wachten. Na de twijfelwaarneming van vorige week dan toch kunnen afvinken. Het blijven geweldige eendjes. Ook hier alweer blauwborst zingend, een paar voorbijflitsende ijsvogels en een lepelaar. Terug een kanshebber voor een broedgeval? De kolonie blauwe reigers en aalscholvers blijft spectaculair. Een topgebied.

Zicht op Hochter Bampd
Mannetje zomertaling

Namiddag ging ik nog eens langs in Schulen. Daar bleken de steltjes stilaan aan te komen. Grutto, groenpootruiter, zwarte ruiter, kemphanen en tureluur. Overal zingende blauwborsten en boerenzwaluwen, heel veel boerenzwaluwen. Honderden. Zonder enige twijfel ga je mij hier de komende weken vaak kunnen tegenkomen. Gewoonweg the place to be voor elke Limburgse vogelkijker.

Grutto en zwarte ruiter samen op een plaatje

Sint montanus

Dan nam ik de vreemde beslissing om twee dagen rond te gaan wandelen in landbouwgebied. Was het de ontdekking van die steppekiekendief door een collega vogelkijker een paar weken geleden? Of toch de hoop om een verdwaalde duinpieper of ortolaan te ontdekken? wie zal het zeggen. Wat ik wel ondertussen weer weet is dat je dit kan zien voor een natuurliefhebber als een zelfkastijding. Ik ga jullie alweer een klaagzang over de toestand van onze akkers en omgeving besparen. Dit laat ik over aan andere auteurs. Wel leverde het mijn eerste boerenzwaluw op voor dit jaar in eigen regio. Toch een lichtpuntje. Ook zingende veldleeuweriken. Weinig, maar er waren er nog.

Na mijn wandeling in de buurt van Lauw reed ik naar de laatste plek waar je ringmussen kan zien: Heiselt. Een godvergeten gat in het uiterste zuiden van Limburg. Goed twee of drie straten groot. Hier wordt een zielige populatie van nog geen tien ringmussen met alle middelen in leven gehouden. Met voedersilootjes, nestkasten en een student die ze opvolgt, omdat ze zijn verworden tot een bestudeer-waardig onderwerp, als hulplijnen. Ik kreeg er een drietal behoorlijk in beeld. Hoe ver is het gekomen dat je als vogelkijker speciaal naar deze plek rijdt om een ondertussen met uitsterven bedreigde Limburgse soort te gaan bekijken? Het leek wel een boetetocht naar een bedevaartsoord. Enkel de kraampjes met daarin de krijten beeldjes van de pas door de paus heilig verklaarde Passer Montanus ontbraken nog. Amen.

Heiseltse ringmus op de uitkijk

Nog zo een kritieke soort is de grauwe gors. Niet zo ver van het bedevaartsoord van de heilige ringmus wist ik een plek waar ze nog te vinden zijn. Er zaten er nog. Dadelijk nadat ik uit de auto stapte hoorde ik al de klingelende zang van deze forse gors. Het bleken er twee te zijn. Ook hier zou zo een kraampje niet misstaan. Maar blijkbaar hebben ze gekozen om hier niet voor te gaan, maar een aantal windmolens neer te poten. Vermoedelijk de doodsteek voor deze mini-populatie in Montenaken. Alweer amen.

Grauwe gors

Nieuw bloed

Op vrijdagavond ging het van amen naar alleluia. Tijd voor een stevige positieve noot: de cursus vogels kijken. Na een paar jaren zonder was er bij onze vogelwerkgroep besloten om weer eens een cursus te organiseren voor beginnende vogelkijkers. Voor mij een topavond. Een twintigtal ‘leerlingen’ kwamen opdagen. Gretig op zoek naar info om te starten met de geweldigste hobby die er is. Opvallend veel dames. Ook een positieve evolutie. De tijd dat de wereld van de vogelkijkers enkel werd bevolkt door mannen met meestal grijze – of geen – haartooi en een ringbaardje is duidelijk achter de rug. Gelukkig. Jong geweld en vrouwelijke charmes deden hun intrede. De reacties tijdens en na deze avond gaven mij alvast een heel goed gevoel. De verdwijnende ringmussen en grauwe gorzen waren alweer even vergeten.

Op zaterdag kon ik nog even nagenieten van deze geslaagde avond in Negenoord te Stokkem. Mijn taak achter de balie van bezoekerscentrum de Wissen kon ik ’s middags even afwisselen met een korte wandeling door het natuurgebied. Hoogtepunten waren twee dwergmeeuwen en de terugkeer van de daar broedende visdieven. Maar ook mijn eerste zingende tuinfluiter maakte mij happy. Het was wel even terug die melodie uit mijn geheugen schrapen voor ik hem noteerde als ‘gehoord’ op mijn gsm.

Zondag was het tijd voor het tweede deel van de cursus. Met als opdracht de theorie die ze vrijdagavond hoorden omzetten in de praktijk. ‘Mijn’ cursisten mochten zelf vogels gaan determineren aan het Schulens Meer. Oefenstof genoeg. En voor mij alweer dat geweldige gevoel om ‘nieuwkomers’ zich te zien verwonderen over vogels. Geen zeldzame dwaalgasten of spectaculaire waarnemingen. Neen hoor, ze keken ademloos naar pas uitgekomen meerkoeten die hun eerste zwemles kregen, een mannetje blauwborst dat zich mooi liet zien en horen, de geweldige kleuren en verbazend grote snavel van een slobeend en de knalwitte verschijning van een grote zilverreiger. Even met de voetjes op de grond gezet door al dat enthousiasme. Natuur en dan vooral vogeltjes zijn zo mooi. In hun eenvoud en enorme schoonheid tegelijk. Wie leert er eigenlijk wie iets aan?

Tijdelijk

De mensen die mijn blog wekelijks volgen zullen het gemerkt hebben. Vorig weekend bleef een nieuwe post uit. Dit wegens een korte zondagavond na een drukke week. Alles draaide rond de Caetsweyers. Donderdag kwamen heel wat hoge personaliteiten langs om de eerste fase van de werken officieel af te sluiten. Dit samen met minister Brouns. Hij sprak lovend over dit initiatief en haalde aan dat hij toch de ruimte had gevonden om centen vrij te maken in deze budgetair moeilijke tijden voor zo een mooi project. Zever in pakskes uiteraard. Die centen kwamen nog van de vorige minister van Omgeving, Zuhal Demir. Onze huidige minister van landbouw en een heel klein beetje milieu is bezig aan een duidelijke afbouw van alles wat natuur betreft in Vlaanderen. Zo is de tak educatie rond natuur ondertussen zo goed als volledig verdwenen. Tellingen van akkervogels passen niet in zijn plaatje, want die geven slechte resultaten voor de landbouw. Dus weg ermee. Moet ik nog even verder gaan. Die dag had ik dan ook een heel dubbel gevoel. Hij draaide in de Caetsweyers de kraan open om het water te laten stromen, maar tegelijk draait hij heel vaak de kraan dicht als het over natuur gaat. Een kapitale fout zal in de toekomst blijken. Dat ik op de foto die in de pers verscheen een kleine rol speelde is dan ook een toevallig en ongewild feit. Zaterdag gingen we met een aantal conservators in dat gebied op pad. Hun interesse en enthousiasme was geen toneeltje, maar gemeend. Een stevige verluchting. Maar de echte boost kwam er op zondag. Wij hadden de buurtbewoners uitgenodigd om te komen kijken. Zeker 200 mensen namen de moeite om langs te komen en naar onze uitleg te luisteren. Hun positieve respons was hartverwarmend. Het gaf mij alvast een heel goed gevoel, ook al was mijn kaarske uit toen ik terug thuis kwam.

Zie je mij staan?

Met de cursus vogels kijken in het vooruitzicht ging ik vorige vrijdag op verkenning in het Schulensbroek. Want daar ga ik met de deelnemers zondag naartoe. Het was heel bewolkt en bitter koud. Toch kon ik genieten van heel wat vogeltjes. Ik hoorde en zag denkelijk twee zomertalingen. Hun ‘krek-krek’-roep had hen verraden. De leukste waarneming was zonder twijfel een zingende blauwborst toen ik net was vertrokken. Dat ik dit mocht delen met een pas gestarte vogelkijker die vlakbij het gebied woonde was symbolisch voor wat er aan komt. Hij had net zijn verrekijker gekocht. Veel plezier alvast Ilias. Trouwens, ik kon maar liefst vijf zangposten van blauwborst opschrijven.

Hoopvol geluid

Zaterdag liep ik alweer rond in de Caetsweyers. Deze keer voor mijn volgende telling voor de inventarisatie van dit gebied uit te voeren. Geen makkelijke. Er zaten heel wat watervogels. Maar bepalen of het nu broedvogels zijn of niet is soms tricky. Al die in paartjes rondzwemmende eenden zijn twijfelgevallen. Komen ze even langs of gaan ze daadwerkelijk hier broeden? Ik noteerde ze dan ook niet in mijn app. Beter wachten tot ik ze met jongen zie ronddobberen. Wel zekerheden waren roepende dodaars en waterral. Alsook de kokmeeuwen die het gebied zonder enige twijfel gaan claimen. Ik kon drie waarschijnlijke nesten noteren. Maar dat worden er zeker meer.

Nadien reed ik nog even naar een locatie – die ik op vraag van de vogelkijker die mij de tip gaf geheim zal houden – waar een oehoe broedt. Ondertussen geen echte zeldzaamheid meer. Maar dit nest was mooi te bekijken vanaf een boswegje in een druk bezocht gebied. Heel wat wandelaars en fietsers lopen of rijden er niets vermoedend aan voorbij. Ik bleef wel even staan. Na eventjes zoeken keek ik met mijn verrekijker in de prachtige ogen van een vrouwtje oehoe. Even maar, want ik wandelde dan snel verder om haar zeker niet te storen. Ook al stond ik er redelijk ver vandaan.

Zondag was ik uitgenodigd door de paashaas. Tja, een kleindochter hebben zorgt ook voor verplichtingen. Toch ging ik ’s morgens nog even op pad in de Herkvallei in Wellen. Een leuke tocht die mij mijn eerste roepende koekoek voor dit voorjaar opleverde. Hij kwam zelfs even vlak boven mij zitten om mij te vertellen dat de lente nu echt begonnen was. Een zingend mannetje kneu in een voortuin en maar liefst 76 bezette roekennesten – 16 meer dan de vorige keer dat ik ze telde – vlakbij en dit zonder klagende buurtbewoners maakten mijn wandeling nog wat aangenamer. Het bewijs dat het wel goed komt. De natuur gaat door, die minister is vermoedelijk maar tijdelijk. Gelukkig.

Koekoek – foto Pascal Gielen

Moet er nog hout(duif) zijn

Daar sta je dan. Iets na zonsopgang op een vrijdagmorgen op de parking van de Mc Donalds aan een drukke weg in Sint-Truiden. Opdracht: een van de telpunten afwerken van de ABV-hokken die ik mag tellen dit jaar . Twee ervan liggen in de stad en een industrieterrein in het stedelijke centrum van de Fruitstreek . Daar is het een heel ander verhaal dan in de natuurgebieden waar ik anders vogels ga kijken. Voor mijn ogen schiet de dagelijkse ratrace in gang. Met het nodige gedruis. Niemand let op die rare kwiet die met zijn verrekijker naar boven staat te turen. Niemand die bezig is met de vogels die in die heksenketel hun ding doen. Een vreemd gevoel.

Dikke stadsduiven.

Op mijn eerste punt tel ik maar een paar soorten. Hier een vogel horen zingen is een hele klus. Wie kan al dat lawaai even overstemmen? In de laatste seconden van de vijf minuten die ik moet tellen trekken twee luid roepende kleine mantelmeeuwen mijn aandacht. Ze achtervolgen een roofvogel. Het is een slechtvalk die met een prooi in de klauwen richting centrum vliegt. Hij trekt zich bitter weinig aan van die luid schreeuwende kabaalmakers. Wie zegt er dat er in de stad geen leuke waarnemingen mogelijk zijn?
Wat mij opvalt zijn de hoge aantallen houtduiven die ik er tel. Uiteindelijk staan er na alle getelde punten – dat waren er 12 – maar liefst 67 op mijn lijstje. Stadsduif doet het met minder dan 10 veel matiger. Waar houtduiven vroeger bosvogels waren, zijn ze geëvolueerd naar echte stadsbewoners. Veel veiliger en eten en plekjes om te broeden in overvloed. Wat wil je nog meer. Ik weet nog dat mijn vader ooit vertelde dat elke houtduif, of ‘dikke duif’ zoals ze in ons dorp genoemd werden, door heel wat bewoners in het oog werd gehouden. Eenmaal er een nest werd ontdekt en de jongen veren begonnen te krijgen verdwenen die vaak uit het nest, of wat er voor moest doorgaan, richting de kookpot. Hierdoor was de houtduif een zeldzaamheid in die tijd. Ze werd ook bosduif genoemd. Een indicatie dat ze vooral daar te vinden waren. Nu dus niet meer of toch veel minder. Houtduiven in de kookpot is nu de zeldzaamheid. Volgens mij verdringen ze in de stad langzaam maar zeker de stadsduif van de eerste plek als broedvogel.

Pioniers

Woensdag stond een bezoek aan de Caetsweyers op mijn programma. De eerste echte telling van mijn AVImap-project daar. De werken aan de vijvers zijn ondertussen afgerond en met het broedseizoen in aantocht druppelen de eerste nieuwe bewoners al binnen. Hinnikende dodaars en vleugelflappende kieviten waren hoopvolle waarnemingen. Een snelle, ritmische roep trok mijn aandacht. Vlak boven mijn hoofd kwam een prachtig mannetje kleine bonte specht zitten. Telkens ben ik weer verwonderd hoe minuscuul petieterig deze roffelaars wel zijn. Niet alle vijvers staan trouwens al vol water. Alles speelde zich af aan de twee meest oostelijke vijvers. Want daar is er al wat begroeiing en staat water. De rest van het gebied is een kale bouwwerf. Toch mocht ik ook daar een verwachte gast verwelkomen. Een kleine plevier landde op de zandvlakte die een mooi eiland moet worden. Deze pionier is grote fan van dit soort biotoop. Maar dit zal snel veranderen. Eenmaal de natuur hier terug haar plaats zal innemen verwacht ik hier nog leuke dingen. De aanzet van wat volgens mij een van de topgebieden gaat worden in deze regio.

Caetsweyers maart 2026

Schol! Eksters

Woensdag en zaterdag ging ik ook weer op pad met mijn vriend de ekster. Het is het ideale moment om deze te ringen. Mijn lijstje groeit elke keer stevig aan. Toch heb ik het gevoel dat het aantal broedparen afneemt. Waar ik vroeger zonder veel moeite tientallen nesten kon ontdekken, is het nu vaak toch even zoeken. Ook hier moet je in meer bebouwd gebied aan de slag. Hun motivatie is net dezelfde als bij de houtduiven. Veiliger, meer eten en bomen om een nest in te bouwen genoeg. Op zaterdag reed ik rond in hetzelfde gebied waar ik de dag er voor mijn ABV-telling had uitgevoerd. Maar wat een verschil. Van al die drukte van de dag ervoor was er niets meer te merken. Overal hoorde ik merels zingen en de zwarte roodstaart, die vermoedelijk de dag ervoor daar ook zong, kon ik nu wel prima horen. De kleine mantelmeeuwen waren weer present. Het waren twee koppels en ik ben vrij zeker dat ik weet op welk dak ze hun nest gaan bouwen. Dan ontdekte ik nog een andere ‘ekster’. Luid roepend vloog die over mijn hoofd. Een scholekster! Buiten hun zwart-witte verenpakje hebben ze weinig gemeen met de eksters die ik probeerde te vangen. Het was een paartje. Altijd leuk om die in de Fruitstreek te mogen opschrijven.

Scholekster (illustratie Thorburn)

Bezet

Zondag opnieuw vroeg uit de veren. Afspraak aan de kapel van Helshoven waar Nathan en Jens, twee enthousiaste en jeugdige vogelkijkers, mij stonden op te wachten. Alleen al dat feit maakte dit tot het leukste moment van de hele week. Nathan had het plan opgenomen om natuurgebied Helshoven te gaan inventariseren. Hij had mij gevraagd om eens mee te lopen. Mijn raad was hier overbodig, want hij deed dit voortreffelijk. Eigenlijk zelfs beter dan mij. Want hij had zich voorgenomen om bijna alle soorten op te volgen. Zelf moest ik tot mijn schande toegeven dat ik heel wat soorten liet voor wat ze waren. Denk aan tjiftjaf, winterkoning of roodborst. Na ons bezoek speelde ik met het idee om die toch mee te nemen. We zullen zien. Een leuk gebiedje trouwens. Met heel wat riet en water. Dus kans op leuke soorten. Hopelijk mag ik nog wel eens een keertje mee op pad.
Omdat we rond 10u al rond waren passeerde ik nog even door de Broekbeemd. De twee nesten van blauwe reiger die mij vorig jaar waren aangewezen door een buurtbewoner waren bezet. De – vermoedelijk reeds – broedende vrouwtjes drukten zich, maar ik kon hun kop nog net zien. Mijn eigen mini-kolonie was nu officieel een feit.
Dat ik ’s middags ook nog een paar orchideetjes ontdekte die hun eerste blaadjes open spreidden in mijn bloemenweide thuis zorgden voor een waardige afsluiter van een drukke, maar boeiende week. Laat de lente nu maar losbarsten!

Pica-party

Een weekje met veel regen en dus wat minder vogeltjes kijken. Maar het weekend maakte vele goed. Dat stond bijna volledig in het teken van onze gevederde vrienden.

Dromenvanger

Het begon op vrijdagavond met onze jaarlijkse bijeenkomst van de Vogelwerkgroep Fruitstreek. Deze keer hadden we Kris Hermans uitgenodigd om een lezing te komen geven over zijn trip naar het hoge noorden. Hij maakte zijn reputatie meer dan waar. Een rasverteller en topfotograaf. Een combinatie die ons ruim twee uur stevig kon boeien. Laplanduilen, taigagaaien, haakbekken en meer van dat moois passeerde op het scherm. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Maar mijn droom om er ook met zo een kleine camper op uit te trekken werd na een (wel heel kort) gesprek met mijn echtgenote de volgende dag geplaatst waar het thuishoort. In een dromenvanger.

Kris in actie, toen mijn droom nog bestond

Lokker

Op woensdag kreeg ik mijn lokker te pakken om eksters te gaan ringen. Dus reed ik zaterdag en zondagnamiddag rond met mijn nieuwe vriend. Eigenlijk een vriendin, want het is een vrouwtje. Zij brengt zonder moeite het hoofd van elk koppeltje eksters dat ik kan vinden op hol. Het begon wat hobbelig. Bij de eerste poging bleef het deurtje van de val hangen. Dus vloog de ekster die ik dacht gevangen te hebben netjes de kooi uit. Bij de volgende poging was het opnieuw raak. Maar bij het dragen van de kooi naar de auto schoof er weer een deurtje open. Onhandig van mij en weg ekster. Gelukkig ging het vanaf dan wel beter. Eksters zijn heel slimme beestjes, maar bij het verdedigen van hun nestplek in het voorjaar nemen de hormonen het over van hun verstand. Het lijken wel mensen. Ondertussen staat mijn ekster-teller op twaalf.

Steentjes

Zondagmorgen reed ik om kwart voor zeven naar de Broekbeemd. Tijd voor mijn volgende telling van de broedvogelinventarisatie van dit gebied. Het was weer geweldig. Toen ik uitstapt hoorde ik al het typische geluid van tegen elkaar schurende steentjes. Mijn eerste zwarte roodstaart voor dit jaar. Die mocht ik wel niet meetellen, want hij zong buiten het door mij afgebakende gebied. Wie wel een plekje kreeg op mijn kaartje waren de boomkruipers die volop zongen, vermoedelijk twee koppels blauwe reigers. Ze vlogen rond in de buurt van de nesten van vorig jaar. Ze waren wel met zijn vijven. Dat is er dus eentje te veel of wie weet, te weinig. Een romantisch koppeltje holenduiven en een zeer drukken nijlgans op de top van een afgebroken populier waren ook kanshebbers om in de database te raken. Het was een mooie maar vermoeiende wandeling. Door drassige stukken waar ik bij elke stap moest afwachten hoe diep ik wegzakte in de plassen. Oversteken van beekjes met een klein hartje en soms twijfel of ik de overkant haal zonder natte voeten. Maar het brengt je wel op heel leuke plekjes.

Prachtig stukje Broekbeemd

Vluchtelingen

Voor ik naar huis reed passeerde ik nog even de roekenkolonie die in mijn buurt zit. De vraag van Pierre en Gert op de vogelavond of de koppels van Alken daar niet zaten maakte mij nieuwsgierig. Vorig jaar telde ik daar een 15-tal nesten. Nu waren het er minstens 60 en er werd nog druk gebouwd. De kans dat dit vluchtelingen zijn van Alken is dan ook heel groot. Even duiden…
Aan de speeltuin zat tot vorig jaar een grote kolonie roeken. Maar door werken werd er door de gemeente beslist om de populieren daar te kappen. De mensen van Natuurpunt hebben nog wat weerwerk geboden. Maar tevergeefs. Nu, populieren staan nooit eeuwig. Dus ooit ging dit toch gebeuren. Maar geen nood. Onze roeken trekken hun plan. Elk koppeltje ging op zoek naar een nieuw plekje en de kous is af. Ik denk dat de kolonie aan de manege in Alken, waar er ook al jaren broeden, zal ook wel uitgebreid worden.
Daarom moet ik lachen met de geweldige actie die de krant haalde over een roekenkolonie in Pelt. De buurt was daar in opstand gekomen omdat deze vogels tijdens het broedseizoen te veel lawaai maakten en hun auto’s en terrassen vol kakskes dropten. Totaal overroepen. Toch kregen ze gehoor bij de plaatselijke politiekers. Tja, logisch, roeken mogen niet stemmen. Maar de beslissing van ANB om de buurtbewoners toestemming te geven om de kolonie te verstoren sloeg iedere vogel- en natuurliefhebber met verbazing. De buren haalden met hun actie niet alleen de krant, maar zelfs het journaal op tv. Zij gingen deze ambetante beesten met een laserpen te lijf. Eerst werden oude nesten weggehaald. Totaal zinloos, want roeken bouwen vaak volledig nieuwe nesten. Maar die laserpennen zouden wel werken beweerden de ‘verdelgers van dienst’. Dat kan, maar het probleem werd gewoon verplaatst. Ook deze roeken zitten nu denkelijk gewoon elders te broeden. Onze angst is nu wel dat iedereen die denkt dat een vogel overlast bezorgt ook met zo een laserding aan de slag gaat. Een gevaarlijke beslissing. Tenzij onze roeken het oplossen door allemaal een zonnebril op te zetten. Zou dat niet cool zijn…


Hij is terug

Mijn vrije woensdag werd opgeslorpt door werken in mijn tuin. Waar voordien een uit zijn voegen gebarsten bosje vol bramen stond ligt nu een voorlopig kale bodem. Klaar om de komende jaren omgevormd te worden naar een weelderige bloemenweide met vooral lokale soorten. Een projectje waar ik vermoedelijk wel wat tijd ga insteken. Bloemen zijn ook leuk. Ik hou jullie zeker op de hoogte met het nodige beeldmateriaal.

Project ‘flowerpower’ dd 24 januari 2026
Project ‘flowerpower’ dd. 4 maart 2026

Terug naar de vogeltjes nu. Want op vrijdag mocht ik voor mijn werk een dagje doorbrengen in het noorden van onze provincie. De inventarisatie van infobordjes in een aantal gebieden daar gaven mij de kans om de ganse dag buiten rond te lopen. Mijn verrekijker ging uiteraard mee op pad. Het aangename aan het nuttige koppelen noemen ze dat. Leukste waarneming van de dag waren vier jodelende wulpen. Een geluid waar volgens mij elke vogelkijker gelukkig van wordt. Zeker in Limburg.

Lentesignaal

Zaterdag vertrok ik net na zonsopgang voor een prachtige wandeling in en rond Gors-Op-Leeuw. De mooi uitgestippelde tocht bracht mij van het ene kerkdorpje naar het andere via holle wegen, adembenemende uitzichten en toch wel wat kwelende vogeltjes. Eentje moest ik toch even checken op mijn app. Ik ben een kluns wat betreft vogelgeluiden. Elk jaar opnieuw moet ik elke soort weer leren kennen. Maar mijn eerste vermoeden werd bevestigd. De eerste zingende zwartkop voor dit voorjaar was een feit. Dan is de lente toch echt heel dichtbij. Minder leuk was dat ik op een tocht van toch meer dan 12 kilometer door een voor geelgors toch wel heel geschikt landschap slechts drie zangposten kon optekenen. Deze soort doet het echt heel slecht.

Dit maakte chatgpt van mijn ontmoeting met die zwartkop

Hup Holland hup

Nu gaan mijn waarnemingen van geelgors sowieso geen punten scoren op de rangschikking van de broedende paartjes. Want deze zingende gele rakkers kweelden te vroeg. Hoe ik dat weet? Wel, dat lees ik op de website van Sovon. De belangrijkste infobron voor iedereen die bezig is met vogels inventariseren.
Onze noorderburen hebben heel wat zwaktes. Denk maar aan hun culinaire talenten. De combinatie van een witte spons die zij omschrijven als een broodje met daartussen een kroket gevuld met een niet te herkennen inhoud aangevuld met het noodzakelijke plastieken pakje mosterd is voor mij al moeilijk te slikken, letterlijk. Als je daar dan nog eens een glas karnemelk bij geserveerd krijgt dan slaan mijn smaakpapillen helemaal tilt. Maar als het om vogeltjes tellen gaat, dan doen ze ons vlot de baard af.

Op hun geweldige website – https://www.sovon.nl/ – kan je voor elke soort een goudmijn aan info ontdekken. Zo staat er bij de geelgors dat je pas vanaf 20 maart een zingend mannetje als een indicator van een mogelijk broedgeval kan noteren. Dus nog even wachten.
Op de lijst van bijzondere broedvogels voor Limburg kwamen er deze week trouwens twee soorten bij die nu wel binnen die datumgrenzen zitten. Boomleeuwerik en cetti’s zanger. De eerste is voor mijn regio niet echt een kanshebber. Maar de cetti’s is dat ondertussen wel. Ooit zat er geen enkele in ons landje of toch heel weinig. Maar ondertussen hoor je hun knallende zang in zo wat elk hoekje waar er wat riet of water te vinden is.
De extra info die Sovon bij deze soort zet op hun website lees je best even na. Want vaak staan daar belangrijke aandachtspunten bij. Zo lees ik bij cetti’s zanger het volgende:

Aanwijzingen: Territoriumindicerende waarnemingen (zingende mannetjes [broedcode 2]); attent zijn op aanwijzingen voor broeden: aanwezigheid paar [brc 3] (tweede vogel aanwezig, echter lastig vast te stellen door verborgen levenswijze), alarm [brc 7], nestbouw [brc 9] en voedseltransport [brc 14]. Soort zingt ook ’s nachts. Territorium kan zich uitstrekken over tientallen hectares, maar bij hoge dichtheden ook erg klein zijn. Broedzorg door vrouwtje.

Wat leren we hieruit? Dat een zingende cetti’s de meest voorkomende waarnemingen zijn. Klopt, want ze zijn heel moeilijk te zien. Maar dat je daarom nog niet zeker bent van een broedende paartje. Een tweede vogel, alarm, nestbouw of voedseltransport kunnen uitsluitsel geven. Maar begin er maar aan. Ik ben al blij als ik een glimp opvang van eentje. Dan blijkt ook nog eens dat hun territoria heel groot kan zijn. Dus elke zingende cetti’s noteren als een broedgeval is mogelijk een vergissing. Ze verplaatsen zich veel sneller door de begroeiing dan ik kan wandelen. Dus opletten en vermoedelijk zijn er in het gebied dat ik ga inventariseren toch wel wat minder cetti’s zangers aanwezig dan we vermoeden. Ze spelen kiekeboe met ons door in een gebied op heel wat verschillende plaatsen te gaan zingen. De gluiperds…

De kop is er af

Deze week ging het van bakken regen en kil naar een ware lentedag. Woensdag was het hek van de dam. Superwarm voor de tijd van het jaar. Het ideale moment om mijn eerste telling in de Broekbeemd te plannen. Want daar ga ik dit jaar een broedvogelinventarisatie doen. Een lang en ingewikkeld woord voor broedvogels tellen. Bedoeling is om een tiental keer in het broedseizoen het gebied volledig te doorkruisen en elke vogel die gedrag vertoont dat kan duiden op een broedgeval op te tekenen. Gelukkig is dat met een handige app op mijn smartphone en niet meer – zoals ik het ook ooit deed – op blad papier met een kaartje en een potlood. Wat dan ook nog eens vochtig wordt zodat je met een doorlopen vodje thuiskomt. Neen, de technologie nam grote stappen en ik volg. Althans dat proberen we.

Te vroeg?

Nu al broedvogels noteren? Inderdaad. Heel wat soorten zijn al druk bezig met de vrouwtjes te behagen. Neem nu de bosuil. Die is al op versierpad sinds begin januari. Hiervoor moet je wel ’s avonds op pad. Dat staat nog op mijn programma. Alle spechten zijn ook al druk aan het roffelen. Zo kon ik drie mogelijke broedparen van grote bonte specht op mijn schermpje intikken. Ook leuk waren de overal zingende boomkruipers. Hun korte maar vrolijke deuntje weerklonk op zeven plaatsen. De wilde eenden waren ook al opgedeeld in koppeltjes. Minstens zes zag ik rondzwemmen op de Herk of op de vele plassen die in het gebied stonden. Maar de ontdekking waren twee nesten van blauwe reigers. Vermoedelijk dan toch. Een bewoner had er mij een paar maanden geleden al op gewezen. Zo te zien werd er al op bijgebouwd en in de buurt zaten twee blauwe reigers. Genoeg tekenen om ze in te geven. Hopelijk kiezen ze dit jaar opnieuw voor dit gebied.


In nesten

Het voordeel van momenteel op pad te gaan is dat je oude nesten goed kan zien. De bomen zijn nog kaal en vooral grotere nesten vallen dan wel op. Zo kon ik de locatie van het nest van een koppel buizerds dat er elk jaar komt broeden perfect lokaliseren. Dat de bewoners er luid roepend rondvlogen was wel een stevige hulp. De code die ik ingaf was ‘waarschijnlijke nestplaats‘.

Bij het inventariseren van broedvogels heb je een mooie keuze uit een aantal codes die verbonden zijn aan nesten. Zo is er ‘bezet nest‘. Dit gebruik je als je een nest ontdekt waar een oudervogel op zit of net vanaf vliegt. Ontdek je een nest met eieren, dan wordt dat ‘bezet nest met eieren‘. Zitten er jongen in, dan wordt het – of wat had je gedacht ‘bezet nest met jongen‘. Niet dat je actief nesten moet gaan zoeken. Maar tijdens zo een intensieve scanning van een gebied kom je ze wel eens tegen. Zeker grotere soorten of kolonievogels kan je op die manier zeker ontdekken. Maar de regel blijft, de vogels gaan voor op de zoektocht. Verstoring moet je ten alle tijden voorkomen.

Daarom is het beter om je te focussen op zingende mannetjes, zogenaamde zangposten. Altijd een indicatie dat er romantiek in de lucht hangt. Oudervogels die met hun snavel vol voedsel naar het nest vliegen zijn ook nuttige waarnemingen. Of die wegvliegen van het nest met een kakje van hun jongen. Veel vogels hebben de gewoonte om tijdens de eerste dagen na het uitkomen van de jongen diens ontlasting – die dan in een vliesje zit – weg te dragen van het nest en elders te droppen. Kwestie van hun nestplaats niet te verraden. Die gaan met de code ‘transport voedsel of ontlasting‘ de boeken in. Dan is er nog de code voor waarnemingen van jongen die net uitgevlogen zijn of voor nestvlieders – dat zijn soorten waarvan de jongen iets nadat ze uit het ei kropen al rondlopen of zwemmen – die je ontdekt. Die noteert men als ‘pas uitgevlogen/ donsjongen‘. Maar daar is het nog even op wachten. Als die jongen ribbedebie zijn dan blijven de oudervogels achter met het lege nestsyndroom. Passeer jij dan net en ontdek je het verlaten nest dan mag je dat ook noteren met de code ‘recent gebruikt nest‘. Hoe herken je dan een gebruikt nest? Wel, vaak liggen er op de bodem de schilfers van de net uitgekomen veertjes. Die zitten bij een jonge vogel – of een oudere vogel die aan het ruien is – in het begin in een witte schacht. De resten van die schacht zie je mooi liggen, zelfs een tijd nadat de jongen zijn uitgevlogen. Nog een bewijs dat zo een nest werd gebruikt zijn de sporen van uitwerpselen. Dus goed opletten. Want soms kom je ook oudere nesten tegen. Die noteer je uiteraard niet.

Stille kranen

Kraanvogels (John Gould)

De dag van mijn eerste inventarisatie kreeg nog een mooie bonus met een groep van negen overtrekkende kraanvogels. Wel opvallend, ik hoorde ze niet aankomen. Wat voor deze ‘toeterende’ reuzen een beetje a-typisch is. Normaal gezien hoor je hun ‘grus-grus’-roep al van ver. Was het omdat ze maar met negen waren en contact houden niet echt noodzakelijk was? Wie zal het zeggen? Hoewel ik de kiekenvel-bezorgende roep moest missen, was het toch de waarneming van de week. Zo kreeg ik ook nog een klein stukje mee van een dag dat de kraanvogels besloten om naar hun broedgebieden te vertrekken. Jammer genoeg mocht ik ze niet ingeven op mijn app. Maar wie weet, ooit…

Een verdiende nummer twee van waarneming van de week werd op zaterdag genoteerd. Ik had samen met mijn lieftallige echtgenote een weekendje Antwerpen geboekt. Vooral om wat cultuur op te snuiven (aangevuld met wat shoppen tot mijn grote vreugde, dit is zoals de mensen die mij kennen uiteraard sarcastisch bedoeld). Maar midden op de Meir bleef ik even staan. Hoorde ik dit goed? Jawel, een concert van een grote groep puttertjes. Na even zoeken zag ik ze met zijn allen smikkelen van de zaadbollen van een voor mij nog steeds onbekende boom daar op een drukke winkelstraat in hartje Antwerpen. Natuur in steden. Het blijft mij fascineren. Binnenkort mag ik trouwens starten met het tellen van een paar hokken in stedelijk gebied, namelijk St-Truiden. Ik kijk er al naar uit. Weliswaar geen grootstad zoals Antwerpen. Hoewel de Truienaars vermoedelijk anders zullen beweren. Tja, een ras apart. Verlag in een van mijn volgende posts.

Hoogdag

Deze week was het aantal uurtjes vogeltjes kijken vrij beperkt. De weergoden vonden dat de grondwatertafel wel wat mocht aangevuld worden en mijn werkgever vond dat ik een drukke agenda mocht afwerken.

Inspiratie

Maar op zaterdag stond het vogels kijken even niet op nummer één. Want die dag werd de jaarlijkse LIKONA Contactdag georganiseerd. De plek waar elke Limburgse vrijwilliger die met natuur bezig is naartoe komt. Waarom? Wel, ten eerste wegens een reeks interessante lezingen, daarnaast een heleboel leuke infostanden en vooral omdat je daar heel wat mensen ontmoet die je anders niet vaak tegenkomt. Leuke babbels en vooral heel veel inspiratie.

Naast Limburgs Landschap waar ik werk en ook vrijwilliger ben, stond er ook een stand van onze LIKONA Vogelwerkgroep. Hier werd het project rond Algemene Broedvogels in de kijker gezet. Heel wat bezoekers kwamen een kijkje nemen en meerdere gaven zich op als nieuwe tellers. De motiverende oproep van Isabeau bij de korte mededelingen was zeker een extra duwtje in de rug voor heel wat aanwezigen.
Het was een perfecte reclamespot voor onze vogelwerkgroep.

Isabeau in actie

Kek-plons

De lezingen zijn altijd boeiend. Niet alleen geven ze veel informatie, maar ook een ruimere kijk op wat er zich nog allemaal afspeelt in die natuur rond ons. Vaak zijn de boodschappen minder leuk, maar dat geeft aan dat onderzoek door vrijwilligers en burgers superbelangrijk is om de vinger aan de pols te houden.
Zo weet ik nu dat er een Belgisch kampioenschap regenwormen bestaat en dat de winnaar meer dan 50 regenwormen kon naar boven lokken op een oppervlakte van 3 bij 3 meter. Ook weet ik nu dat koolmezen wel een paar processierupsen lusten. Idem voor de parasitaire soorten die een thuis vonden in natuurlijke wegbermen en processierupsen als gastheer gebruiken. Zo werd de populatie van deze ambetante rupsjes met 70% naar beneden gehaald op 4 jaar tijd. Les die we leren hieruit. De natuur lost het altijd wel op als we ze de kans geven.

Ik leerde ook dat een stierkikker niet welkom is bij ons – terecht, hij eet graag onze lokale fauna op zoals ik kon zien op een van beelden – en roept als een kleine stier. Tenzij hij nog klein is, dan doet hij ‘kek-plons’. Ook vernam ik dat elke ‘speciale’ boom op een kaart werd gezet en als hij op je dak staat dan kap je hem niet te snel om, maar laat je hem door iemand van de bomenwerkgroep verplaatsen. Straffe mannen die bomenkenners.
Statistiek en natuur gaan ook samen blijkbaar. De soorten ongewervelden die de revue passeerden tijdens deze lezing waren voor mij allemaal nobele onbekenden. Via een héél lange formule konden losse waarnemingen omgezet worden in statistieken waaruit blijkt of een soort in de problemen zit of niet. Toen ik het spitsprobleemspinnetje zag voorbij komen wist ik al vooraf in welke categorie die zou zitten. Met zo een naam vraag je er gewoon om.
Bij de boeiende uiteenzetting over invasieve exoten bleek dat de nijlgans haar koppositie moest afstaan aan de Aziatische hoornaar. Er bestaat zelfs een tool waarmee men natuurbeheerders kan waarschuwen als er zulke soorten opduiken in hun gebieden. Een gewaarschuwde beheerder is er twee waard.

Toch vogels

Uiteraard kwamen er ook heel wat vogels aan bod. Naast de korte mededeling van onze vogelwerkgroep woonde ik een lezing bij door vogelkijk-icoon Gerald Driessens. Hij gaf een update over de binnenkort te verschijnen nieuwe Vogelatlas. Het veldwerk zit er op en de schrijvers draaien blijkbaar overuren.
Limburg is wat betreft soorten top, maar de tellers lieten het een beetje afweten. Volgens Gerald speelt de leeftijd van onze huidige pool van vogelkijkers hierin een belangrijke rol. De vergrijzing slaat ook hier toe. Een feit dat ik door even rond te kijken in de zaal met mijn eigen ogen kon vaststellen. Hoewel, een blik in een spiegel brengt mij vermoedelijk naar dezelfde conclusie.
Heel wat soorten passeerden op het grote scherm. Zwarte mees gaat achteruit. De oorzaak is op het eerste zicht een gevolg van analfabetisme. De letterzetter krijgt de schuld. Of heb ik dat verkeerd begrepen? Akkervogels blijken de rekening te betalen van een steeds intensievere landbouw. Kievit komt in de winter nog in grote getale voor. Maar jongen groot krijgen in een landbouwwoestijn is zo goed als onmogelijk. Een minder leuke – maar ondertussen bij iedereen wel bekende – boodschap. Voor de ringmus is het bijna game-over. Deze ooit talrijke soort is zo goed als helemaal verdwenen uit Limburg. Idem voor de matkop. Het gaat niet goed met heel wat van onze vogels. Dat mag duidelijk zijn. Deze boodschap onderbouwen is belangrijk. Nog eens kwam de boodschap om waarnemingen dan ook correct en met de nodige details – juiste locatie en broedcode indien van toepassing – in te geven. Gelukkig kwamen er ook succesverhalen voorbij. Zoals de Cetti’s zanger. Waren maar alle grafieken zoals die van deze knallende rietvogel.

Geitenmelker

De lezing die mij het meest bijbleef was die van Michiel Lathouwers over zijn onderzoek rond de nachtzwaluw. Een langlopende en vooral zeer uitgebreide studie met steeds boeiende verhalen rond deze mysterieuze soort.
Zo blijkt dat de meest oostelijke vertegenwoordigers van de Europese nachtzwaluw toch kiezen om te gaan overwinteren in Afrika. Ze vliegen maar liefst 15.000 km naar het uiterste zuiden van Afrika. Dit terwijl ‘onze’ nachtzwaluwen ‘slechts’ 7.000 km afleggen. Afrika, you hate it or you love it. Voor hen blijkbaar de tweede keuze.
In hun overwinteringsgebied werd er onderzocht wat de invloed is van kunstlicht op hun foerageergedrag. Waarom dat niet hier doen? Wel, omdat er in ons landje vol met lichtjes en lampen geen enkele nachtzwaluw kan gevonden worden die op een natuurlijke manier voedsel zoekt. Te veel lichtvervuiling. Tja, ook een boodschap die voor velen de wenkbrauwen deed fronsen.

Nachtzwaluw (illustratie Thorburn)

Alweer een geslaagde LIKONA contactdag. Met hopelijk veel nieuwe vrijwilligers die een deel van hun tijd willen steken in onderzoek. Want dit blijft noodzakelijk. Zelf tankte ik alweer heel wat motivatie om aan de slag te gaan en die natuur te helpen ondersteunen. Mijn batterijtje is alweer wat voller. Gelukkig, want de komende maanden is het voor het inventariseren en opvolgen van broedvogels alle hens aan dek. Druk, druk druk. Misschien dit toch ook even laten weten aan mijn werkgever? Moest hij dit al niet weten.

Lentekriebels

Het mag beginnen wat mij betreft. Ik bedoel dan het broedseizoen. De voorbije week waren de vrije momenten niet vogelkijk-geschikt. Regen was de spelbreker. Mijn vrije woensdag bracht ik door met het opruimen van mijn bureautje thuis. Ook nuttig, maar vogels kijken is toch leuker.
Zaterdag kon ik dan toch even samen met Wouter op pad. Onze zoektocht naar matkop in een mooi natuurgebiedje in Egoven bleef vruchteloos. Wel een schitterend nieuw gebied ontdekt. De rest van de voormiddag werd besteed aan het tellen van watervogels. Kleine zilverreiger en in-extremis een barmsijsje in een groep sijzen waren de kersen op de teltaart.

Nu bleek dat de zondagvoormiddag veel beter was dan dat onze weervoorspellers hadden aangekondigd. Een lekker winterzonnetje na een koude nacht met een staalblauwe lucht. Prima voor een mooie wandeling. De keuze viel op de bossen rond Jesseren. Ik liep door een geweldig landschap en kon onderweg nog een middelste en een kleine bonte specht noteren. Maar alweer geen spoor van matkoppen. De echte bossen waren verboden terrein, dus ik moest het met de plekken doen die daarbuiten lagen of de vogels die ik hoorde vanaf de wandelpaden. Maar ook dat was de moeite. Ik sloot het deel vogelkijken van dit weekend af met een prachtig mannetje appelvink dat even netjes in de zon ging zitten om zich te laten bewonderen. Alsof hij mij wilde belonen omdat ik alweer ging zoeken naar die onvindbare matkoppen. Of was de beloning de zoektocht zelf? Want de tocht is belangrijker en vooral leuker dan het doel.

Gluurders

Vogels krijgen stilaan lentekriebels. De deuntjes van heggenmus en koolmezen worden steeds talrijker. Nog even geduld oefenen en we kunnen volop aan de slag om weer een voorjaar broedende vogels te bespieden. Dit zonder dat we worden aangeklaagd als gluurders. Want daar lijkt het soms toch een beetje op.

In dit Valentijnsweekend gaan we de romantische toer op. Wat gedacht van ‘baltsend paar (ook paring)’? Hier is de term ‘gluurder’ trouwens wel heel dichtbij. Want wij kijken ongegeneerd naar het liefdesspel van onze vogeltjes. Soms het voorspel, maar vaak ook de daad zelf. Een beetje raar, maar wel het bewijs dat er een mogelijk broedgeval op komst is. Vogels trekken zich er weinig van aan. Als ik de houtduiven van katoen zie geven op de telefoondraad in mijn buurt terwijl ik er vlak bij sta,… tja. Zonder scrupules bedrijven ze voor mijn ogen de liefde. De natuur is niet preuts. Als je zo een porno-momentje meemaakt, zeker ingeven. Geen angst, we gaan het nooit als bewijs tegen jou gebruiken. Integendeel.

De code ‘waarschijnlijke nestplaats’ vind ik persoonlijk een moeilijke. Wanneer beslis je om dit in te geven? De meeste andere codes geven dit aan, maar dan gebruik je toch die bewuste code. Tja, ze staat ertussen. Wie weet kom ik toch een situatie tegen waar ik ze gebruik. Voorlopig nog niet dus. Misschien als je een nest ontdekt, maar je bent niet zeker dat het bezet is.

Signalen

Heel vaak geven broedvogels in het broedseizoen signalen die duiden op een territorium of nest in de buurt. Denk maar aan een alarmerende vogel. Dit komt vaker voor dan we denken. Tjakkende merels, tikkende zwartkoppen. Dit geluid maken ze als er gevaar in de buurt is. Dat gevaar zijn wij op dat moment. Niet om zichzelf te waarschuwen, maar een partner op het nest of jongen in de buurt. Dus een meer dan waarschijnlijk broedgeval. Dan geven we ‘alarmerend/ nestindicerend gedrag’ in op onze smartphone.

Er staat ook de code ‘vogel met broedvlek’ tussen. Wel, die in het veld zien is wel een hele opgave. Zelden zie je een vogel even zijn buik tonen. Zeker als daar een kale plek zit. Hoe zou je zelf zijn? Want dat is een broedvlek nu eenmaal. Om de eieren beter warm te kunnen houden ruien broedende vogels hun buikveren en ontwikkelen ze extra bloedvaten op die plek. Als ringer kan je dit goed bekijken met een vogel in de hand. Je blaast dan de buikveren uit elkaar en dan wordt die broedvlek mooi zichtbaar. Het is op deze manier dat wij bijvoorbeeld mannetjes en vrouwtjes steenuil uit elkaar kunnen houden in het broedseizoen. Daarbuiten is dat zo goed als onmogelijk. Bij steenuilen bestaan er voorlopig geen nieuwe mannen. Die laten het broeden over aan de vrouwtjes. Een steenuil met een broedvlek is altijd een vrouwtje. Dus dan kunnen wij eventueel deze code ingeven. Alleen staan wij dan vaak naast een bezette nestkast met eieren erbij. Dan zijn er wel betere en hogere codes.

Als er een vogel voorbij vliegt met een deel takjes of strootjes in zijn of haar snavel, dan weten we ook wat er aan de hand is. Die is bezig met een nest te bouwen. Alweer een code, weer een stapje hoger dan de vorige, die je kan ingeven en die zorgt voor het registreren van een broedgeval. ‘Nestbouw’ kies je deze keer.

Tenslotte heb je ook vogels die ons om de tuin willen leiden als we te dicht bij hun nest komen. Zo een voorbeeld is de kievit. Die gedragen zich als een gewonde vogel wanneer iemand te dicht bij hun nest komt. Met een afhangende vleugel strompelen ze dramatisch rond. Ze vertolken een glansrol als een ware actrice. Ondertussen houden ze hun belager – deze keer ook vaak mijzelf – goed in het oog. Meter voor meter lokken ze mij weg van hun nest. Om dan plots te veranderen in een gezonde vogel en weg te vliegen. De alarmroep die ze dan laten horen klinkt als hoongelach in mijn oren. Een glansprestatie die hen dicht bij een oscar brengt. Zelf tik ik dan beteuterd ‘afleidingsgedrag’ in bij activiteit. Want ‘goed geacteerd’ staat er niet tussen.

Nul is ook een nummer

Als je een oproep doet, dan moet je zelf ook het goede voorbeeld geven. Dus werd de voorbije week eentje die ik deels doorbracht in de Haspengouwse bossen. Of wat die titel daar mag dragen. Want uitgestrekte bossen waar je in kan verdwalen zijn in onze regio niet echt aanwezig. Met een stevige tred ben je er vaak zo doorheen.

Kleine

Op dit moment zijn er een aantal soorten die al actief zijn in hun territorium waar ze denkelijk een nestje jongen gaan grootbrengen. Kleine bonte specht en matkop horen daarbij. Die twee waren dan ook mijn doelsoorten.
Ik startte op woensdag in mijn ‘local patch’, de Herkvallei. Daar kon ik alvast een actief mannetje kleine bonte specht opschrijven. Minutenlang mooi voedsel zoekend vlak voor mijn neus tegen de dikke takken van een populier. Genieten!
Omdat de met onze ‘bird-ketiers’ geplande uitstap naar een kleine burgemeester in Moeskroen in duigen viel – het beestje bleef de dag er voor spoorloos – ging ik zaterdag alweer op zoek in een bos vlakbij: BelleVue-bos in Kortessem. Daar geen kleine, maar wel een middelste bonte specht. Niet één, maar mogelijk drie roepende mannetjes. Die soort doet het echt goed. Daarna pikte ik nog even een paar appelvinken mee in een minuscuul bosje op de grens met Wellen waar ze elke winter wel zitten. Nu weer opnieuw dus. Prachtige dikbekken zijn het.
Pierre deed mee met mijn plan en ging diezelfde voormiddag ook op pad. Hij koos voor Jongenbos. Buiten middelste bonte en appelvink wist hij ook een zwarte specht te scoren.
Maar de dag was nog niet voorbij. Wouter, onze jongste ‘bird-ketier’, stuurde een berichtje of iemand zin had om mee te gaan naar een locatie waar mogelijk een oehoe zou zitten. Ook deze soort kan momenteel al opgeschreven worden als kanshebber voor een territorium. Dus zat ik even laten in zijn passagierszetel op weg naar nog een volgende bos. De locatie houden we liever voor onszelf, want deze grote, stoere uilen blijken toch niet zonder angst. Want ze worden op dit moment snel verstoord. Daarom wil ik de fotografen die de foto veel belangrijker vinden dan de vogel – jawel, ze bestaan – dit liever onthouden. Net voor de zon slaapwel zei waren we ter plekke. Nog geen kwartiertje later hoorden we de diepe roep van de oehoe. De indicatie van een nakend broedgeval, het tweede voor de Fruitstreek volgens mij.

Hornebos

Zondag ging ik bij zonsopgang opnieuw op pad. Mijn plannen om het bos, waar we de oehoe hoorden, uit te kammen liet ik achterwege. Het laatste wat ik wil is deze iconische uil verstoren. Dus reed ik naar het Hornebos tegen de taalgrens. Daar kon ik twee keer kleine bonte specht optekenen. Eentje roepend en daarna een koppeltje dat zonder zich te laten horen in de struiken op zoek was naar eten. Als ik vijf minuten eerder of later was voorbijgekomen had ik ze zonder twijfel gemist. De reden waarom je een gebied best meerdere keren bezoekt.

Matkop, foto uit mijn oude doos

Een soort die bij elk bezoek op mijn lijstje of dat van Pierre ontbreekt is matkop. Deze mees met zijn kenmerkende kermis-trompetjes-roep hoorde ik nergens. Ooit was het anders. Niet zo heel lang geleden – pakweg 10 jaar – broedden er nog meerdere paartjes in de Herkvallei. De foto hierboven is daar trouwens genomen. Deze soort die zich liefst vestigt in natte bosgebieden met veel dood hout is trouwens in heel de provincie en met uitbreiding heel Vlaanderen aan het verdwijnen.

Waarnemingen Fruitstreek

De grafiek laat dit duidelijk zien voor onze regio, de Fruitstreek. De voorbije twee jaar werden er geen meer gezien. Dit jaar waren er twee meldingen. Maar of die correct zijn durf ik niet te zeggen. Want deze mezensoort heeft een dubbelganger, de glanskop. Die doen het iets beter. Je vergissen is snel gebeurd. Enkel het geluid is totaal anders. Voor de rest lijken ze echt heel veel op elkaar.

Nulwaarnemingen

Dat matkoppen ooit een gewone verschijning waren bewijst onderstaande beeld uit het bekende boekje ‘Zien is weten’ uit de jaren ’70. Ik heb bewondering voor de vogelkijkers die met dit boekje ooit vogels hebben op naam gebracht. Het contrast met de huidige vogelgidsen is enorm. Hou met deze tekeningen en omschrijving maar eens een mat- en een glanskop uit elkaar. De roep wordt wel goed beschreven, maar voor de rest is het behelpen denk ik.

Matkop (uit Zien is kennen)

Zoals je kan lezen was op dat moment de matkop een vrij algemene stand- en broedvogel. Nu is het een zeldzame verschijning. Voorlopig staat de teller voor mij op nul waarnemingen. Jammer. Toch is het blijven zoeken naar deze soort belangrijk. Zelfs als we er geen enkele zouden vinden is ons werk niet voor niets geweest. Want een nulwaarneming is ook een waarneming. Het is een mogelijk bewijs dat matkop daar niet meer zit. Een signaal voor de analisten om de achteruitgang te documenteren. Gegevens die dan weer kunnen gebruikt worden om de overheid of andere instanties te wijzen op het verlies van bepaalde soorten. Geen leuk nieuws, maar wel belangrijk om vast te stellen. Nullen tellen mee, maar hopelijk niet te vaak. Ik heb toch liever wat hogere nummers om op te schrijven.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research