Zwart wit weekend

Nr. 218 – Kleine zwaan

Na een paar meldingen vanuit de Luysen in Bree en een tip van een collega van een groepje van 6 zwanen op een akker in die buurt, was de beslissing snel gemaakt om op dinsdag naar het noorden van Limburg te rijden.

Een kort bezoekje aan de kijkhut was jammer maar helaas zwaan-loos. Dus reed ik naar de locatie die Jos mij had doorgegeven. Tijdens die rit doorkruiste ik heel wat akkers. Op sommige zaten wat ganzen, maar geen zwanen. Het zou toch niet… Want in deze regio zijn veel akkers, héééél veel akkers, waar deze zwanen zich kunnen ophouden. Maar mijn twijfel werd al snel weggenomen. Op de doorgegeven plek zaten niet zo heel ver weg zes grote witte vogels. Nu nog even checken of het ‘kleine’ waren. Want de wilde zwaan – die overigens zeldzamer is dan de kleine – had ik al op mijn lijstje. En jawel, het formaat ten opzichte van de rietganzen die erbij zaten, maar vooral de tekening op de snavel gaven uitsluitsel. Weer een soortje erbij.

Kleine zwaan – Kinrooi – 25 november 2025

Hoe hou je ze uit elkaar? Want samen met de knobbelzwaan gaat het telkens om grote witte vogels.

De knobbelzwaan komt het meest voor. Het gaat om heel grote vogels en hun houding geeft het vaak al weg, dikwijls van heel verre afstand. Ze houden hun hals bijna altijd in een S-vorm. Daarnaast hebben de adulte dieren een oranje snavel met een zwart knobbel er op. Daarom ook hun naam.
Wilde zwanen zijn even groot. Maar zij houden hun hals altijd recht. Het grote verschil zit in de snavel. Hier geen knobbel, maar een zwart en geel gekleurde snavel. Nu komt de catch. Het geel loopt bij wilde zwanen ver naar voor door. Tot een stukje voorbij het neusgat. Dus een verrekijker of liefst nog een telescoop is hier handig. Kleine zwanen zijn, zoals de naam zegt, een stuk kleiner dan de twee vorige soorten. Als ze samen zitten zie je dat duidelijk. Maar als dat niet zo is heb je daar geen zak aan. Bij mijn waarneming zaten ze samen met rietganzen, dan kan je die gebruiken als vergelijkingsmiddel. Ik heb dat niet moeten doen, want de gele tekening op de snavel was voldoende om ze te determineren. Deze gele vlek blijft beperkt tot de achterkant en is ook dwars over de snavel afgetekend.

Holland boven

Het was trouwens een topweek. Niet omdat ik een prachtige lijst met soorten kon afleveren, maar omdat we op zaterdag weer eens naar Ede mochten rijden. Daar ging de Landelijke dag van SOVON door. De hoogmis voor elke Nederlandse – en een aantal Belgische – vogelkijkers. We vertrokken al op vrijdag om de dag erna met een fris kopje aan de reeks lezingen te starten. En het was weer de moeite. Naar mijn mening een van de beste edities van dit topevenement.

Lekker druk op de infostands

De spits werd afgebeten door onderzoekers van toerenvalken. 2025 was bij SOVON het jaar van de torenvalk. Geen goed-nieuws-show, want het gaat niet goed met deze soort. Sinds 1980 is het aantal broedparen gehalveerd. Dat hadden we hier bij ons ook al gemerkt. Opvallende slide was die met de resultaten van 59 gezenderde jongen. Zestien er van trokken naar het zuiden. Niet zo maar eventjes de grens over, maar meer dan 100 km ver. Eentje zelfs tot op de Canarische eilanden. Geen enkele gezenderde vogel bleef in zijn geboorteregio. Een verrassing. Wel keerden er meerdere nadien terug.

Daarna luisterden we met al onze aandacht naar een monument binnen de Nederlandse vogelkijkers-wereld, Arend Van Dijk. Hij zette samen met een maat een telreeks neer van maar liefst 44 jaar. Dit in een van de meest natuurrijke regio’s: Zuid-West Drenthe. Ik was hier samen met mijn gezin dit jaar nog op vakantie. Blijkbaar een goede keuze. Hoewel hier ook wel wat soorten de mist in gingen, – grutto verdampte van 1.047 broedparen bij het begin van de telling tot amper nog eentje dit jaar – was er toch goed nieuws. Door de jaren heen steeg het aantal soorten met 26. Met tot de verbeelding sprekende beesten zoals kraanvogels. De oorzaak van dit positieve verhaal was volgens de spreker zonder enige twijfel de creatie van heel wat nieuwe natuur. Zo een enthousiaste en boeiende lezing zorgt bij mij altijd voor extra motivatie en inspiratie om ook met telprojecten te starten. Een doel van dit congres, dan zonder twijfel resultaat geeft. Bij mij althans wel.

Zelfde effect bij de volgende lezing. Het controleren van nesten van bruine kiekendief met drones. De wat verwarde spreker gaf mij – ondanks zijn soms wat onhandige manier van presenteren – dadelijk zin om via bol.com een drone met warmtecamera te bestellen. Jammer dat ik net heel wat centjes had besteed aan de aankoop van een nieuwe verrekijker. Foto’s van nesten uit het standpunt van de drone zagen er echt schitterend uit. Het feit dat de oudervogels er zich bitter weinig van aantrekken gaf een extra bonus om met zo een wijze van controleren te starten. De tips die werden gegeven heb ik allemaal netjes opgeschreven. Want deze manier van nesten zoeken en controleren lijkt mij echt top. Die drone zal er zonder twijfel ooit wel komen.

Wolfbirds

Maar de beste lezing van de dag was zonder twijfel die over de interactie tussen wolven en raven op de Hoge Veluwe. Wat een schitterende beelden kregen we daar op ons netvlies gesmeten! Het is duidelijk dat raven en wolven elkaar perfect aanvoelen en aanvullen. De prooien van onze nieuwe predator zijn voor raven een bron van voedsel. Maar ook voor andere soorten zoals vos, everzwijn, – die ruimen zo een karkas in minder dan een week volledig op – maar zelfs ook das. Het was geweldig om te zien op de filmbeelden hoe raven hun vrienden de wolven constant volgen. Zelfs ook aanporren om op jacht te gaan. Een verbluffend verhaal over een partnerschap tussen twee soorten die na heel wat jaren opnieuw mogen schitteren in onze natuur. Hun aanwezigheid zorgt voor een wezenlijk verschil en positieve invloed op het ecosysteem. Mensen die geen fan zijn van de wolf of de raaf moeten dit ook zien. Ze gaan hun mening zonder twijfel helemaal herzien (hoop ik).

Volle zaal – tot twee keer toe – voor de wolf en de raaf

Nr. 219 – Zwarte zee-eend

Maar de week had nog een extra vinkje in petto. Tijdens een – overigens heel lekker- afsluitend etentje na een dagje lezingen over vogels met onze bende, zagen wij dat er een melding binnenkwam van een zwarte zee-eend op Bichterweerd. Gert en ik – de rest had andere dingen te doen – wisten dadelijk wat we de dag erna gingen uitspoken. Een van meldingen was ‘verborgen’ (dat wil zeggen dat je de details van de locatie niet kan zien). Vreemd? Had de waarnemer schrik dat een verwarde feestvierder zijn kerstkalkoen ging vervangen door een vers geschoten zee-eendje? Nadien bleek dat deze waarnemer denkelijk deze functie bij zijn app had vergeten uit te zetten (volgens een vogelkijker die hem kende).

Zwarte zee-eend – Bichterweerd – 30 november 2025

Om 9u zondagmorgen waren we al opnieuw paraat. Gelukkig viel het weer mee. Buiten een koude bries bleef het droog. Een voorzichtig winterzonnetje kwam er zelfs even door. Wij keken vanaf het fietspad over de plas in Bichterweerd. Al snel vond ik mijn doelsoort. Een donkere eend met een bleke zijkop. Eerst actief duikend, nadien soezend met de kop in de veren. Weer een soort erbij! Eentje die niet elk jaar opduikt in Limburg. Dus een bonus. Met een witte zwaan en een zwarte eend was het weer een leuke week.

Nu komt die 200 wel heel dichtbij. Met nog een paar doenbare soorten op mijn tot-do-lijstje moet dit lukken. We hebben nog een volledig maand. Ik ga er alvast helemaal voor. Benieuwd waar dit avontuur gaat eindigen. Jij ook?

Kuifje in Maasland

Het werd een wat mindere week in termen van vogeltjes kijken. De weergoden hebben de blik met winterweer open getrokken. Nog geen sneeuwlaagje, maar wel bitter koud met een laagje regensaus er over. Niet mijn favoriete weer. De twee dagen dat ik samen met mijn vrienden van onze plaatselijke natuurvereniging ’t Bokje besteedde aan onze jaarlijkse vleesverkoop was ook vogel-kijk-loos. Dus was ik heel blij met een leuke afsluiter op zondag.

Muizenissen

De ringplek is opgeruimd. Alle stokken en netten liggen netjes binnen. Einde seizoen voor dit najaar. Toch voor het vangen met de mistnetten. Want nu schakelen we over op de rovers. Mijn muizen mochten op dinsdag voor het eerst aan de slag. Ze zitten blijkbaar goed in hun vel, want eentje paste maar net in mijn vangkokertje om ze van hun verblijf naar de kooitjes over te zetten. Hotel Dirk is voor muizen zo te zien een goede plek.

Mijn eerste mogelijke vangst was al in mijn eigen dorp. Op een straatlamp spotte ik een mannetje torenvalk. Maar hij negeerde de uitgezette val volledig. Hij vloog wat verder en ging daar op een andere lamp zitten. Ik reed naar hem toe en zette de val terug uit. Zonder succes. Het valkje vloog over een akker en verdween uit het zicht. Valse start. Dan begon ik aan een lange tocht met weinig roofvogels. Slechts drie torenvalken en zes buizerds kruisten mijn pad. Het is duidelijk dat deze soorten aan een stevige terugval bezig zijn. De mindere bezetting van de nestkasten had dit al aangegeven. Eentje kon ik verschalken. Nadat ik de val uitzette, dook hij naar beneden vanaf zijn zitplek. Alweer een straatlamp. Echter niet naar de val, maar vlak onder de paal waar hij op zat. Gelukkig was zijn duik onsuccesvol. Hij vloog tot op de paal waar mijn val net onder stond. Niet veel later liet hij zich als een steen op de kooi vallen. Altijd een spectaculair zicht. Mijn eerste torenvalk voor dit jaar was gevangen en kon geringd worden. Hopelijk het begin van een lange lijst.

Torenvalk adult man – ringvangst – Sint-Truiden – 18 november 2025

Nr. 217 – Kuifduiker

Dan duurde het tot zondag voor ik weer op pad kon gaan. Ik ging opnieuw op bezoek bij mijn vriend de Maes Keiker. In Negenoord was de dag ervoor een kuifduiker gezien. Hopelijk zat hij er nog. Een eerste scan over de plas waar hij was doorgegeven leverde niets op. Hoewel, niets is de verkeerde woordkeuze. Wintertaling, kuifeendjes – toch al een deeltje van de naam van de soort die ik zocht -, slobeenden, krakeenden, grauwe, canadese en nijlganzen en futen. Veel futen, die ik een voor een bekeek. Want mijn doelsoort is familie van deze prachtige watervogels. Kleiner van stuk, met een knalrood oog en een mooi afgelijnd petje dat niet lager komt dan dat rode oogje. Een geoord fuutje in winterkleed lijkt er enorm op. Daar staat dat oog volledig in de zwarte kopkap en is de aflijning veel minder strak. Opletten dus.

Na een eerste poging wandelde ik naar de uitkijktoren om een hoekje van de plas te bekijken die ik vanaf mijn eerste locatie niet kon zien. Aangekomen zag ik vrij dicht bij de oever een groepje kuifeendjes en meerkoeten. Daartussen zwom een witte vogel. Jawel, mijn kuifduiker! Hij liet zich prachtige bekijken. Wat een leuk beestje. Ik nam enkele foto’s om dan terug over te schakelen op puur-genieten-modus. Ondertussen kwam er een andere vogelkijker bij staan. Het signaal aan de kuifduiker om even te verdwijnen. Dus scanden we samen de plas af om ook hem ‘zijn’ kuifduiker te bezorgen. Geen spoor meer van deze kleine fuut. Wel ontdekten we een mannetje brilduiker, een groepje grote zaagbekken en ook de de dag er voor ook gemelde roodhalsfuut. Na een kwartiertje dook onze kuifduiker opnieuw vlak voor ons terug op.

Kuifduiker (al stretchend) – Negenoord – 23 november 2025

Omdat mijn maat hem nu ook had gezien besloot ik nog even rond de plas te wandelen. Kwestie van wat kilometerkes te maken op doktersadvies. Dit leverde een nog beter zicht op op de roodhalsfuut en mijn eerste nonnetje voor dit najaar. Een vrouwtje dat kwam aangevlogen en even op de plas ging rusten. Leuk, maar haar echtgenoot blijft toch de traktatie die ik graag ontvang. Volgens mij het mooiste eendje dat je in ons landje kan zien. Laat de winterse dagen maar komen!

Snorremans en Litouws bezoek

Nadat we maandag een dagje er op uit trokken, ging ik dinsdag weer aan de slag op mijn ringplek. Met alweer meer dan 100 was het voor november een onverhoopt succes. Het waren zonder twijfel de pimpelmezen die mij boven dit aantal tilden met maar liefst 88 stuks. Eentje kwam zelfs speciaal vanuit Duitsland om even goeiedag te zeggen. Maar de ster van de dag was een koolmees met een Litouwse ring rond de poot. Een eerstejaars vrouwtje, zonder twijfel in deze verre Baltische staat uit het ei gekropen. Wie dacht dat mezen geen trekvogels zijn, mis poes! Dit najaar wordt dit idee stevig de kop ingedrukt met een massa trekkende pimpel- en koolmezen.

De trekroute van onze Litouwse gast in rechte lijn

Nr. 216 – Baardman

Woensdag reed ik alweer naar het noorden van onze provincie. In de Luysen was er de voorbije dagen een baardmannetje gezien. Hoewel,… de ontdekker zag het pas toen hij thuis op het computerscherm naar de filmpjes die hij had gemaakt vanuit de vogelkijkhut van een groepje rietgorzen. Groot was zijn verbazing toen er op de achtergrond een mannetje baardman was te zien.

Toen ik aankwam zat diezelfde fotograaf al in de hut. Hij vertelde opnieuw uitvoerig zijn verhaal. Even later hoorde ik de kenmerkende metaalachtige roep van baardmannetjes. Door even het geluid af te spelen kregen we een vrouwtje en mannetje mooi te zien. Ze hipten door het riet en gingen af en toe open en bloot zitten mooi te wezen. Iets waar ze heel goed in zijn. Mijn hutgenoten lieten hun fototoestellen volop klikken. Ik genoot terwijl van dit prachtige vogeltje. Daarom had ik geen goede foto. Gelukkig was een van de fotografen zo vriendelijk om een van zijn – vermoedelijk tientallen – foto’s naar mij door te sturen. Ik blijf echter met een grote vraag zitten. Waarom noemt met deze vogeltjes baardmannetjes, volgens mij zie ik toch een dikke snor. Ik moet altijd denken aan stripfiguur Kiekeboe. Of ligt het aan mij?

Baardman – De Luysen Bree – 11 november 2025 (Foto: Stefan Geuns)

Opgeruimd staat netjes

Donderdag ging ik dan weer richting Negenoord. Want om mijn Limburgse jaarlijst verder aan te vullen heb ik nog wat eendjes nodig. Die zaten er genoeg, maar buiten een aantal grote zaagbekken bleef het bij ‘gewone’ soorten. Toch werd het een prachtige wandeling met heel wat waarnemingen. Groepjes putters, een mannetje roodborsttapuit in de zon, voorbijvliegende slobeenden, badderende smientjes en een enorme groep kolganzen die roepend overvlogen. Ik word er telkens weer erg blij van. Dit onder het toeziend oog van de ‘Maas Keiker’.

Zeer geslaagd kunstwerk ‘de Maas Keiker’ aan de Wissen

Vrijdag gingen de netten voor de laatste keer dit seizoen nog eens open. Zonder nachtgeluid, met wat miezerig weer en een luidruchtige houthakselende fruitboer vlakbij lagen mijn verwachtingen er laag. Met maar vijf vogels in de eerste ronde kwam die voorspelling uit. Dit werd volgens mij een typische eindeseizoenswedstrijd van twee ploegen die niets meer te winnen of verliezen hebben. Maar dan kwam er toch wel wat beweging op gang. Uiteindelijk kregen toch nog een mooi aantal pimpelmezen, wat goudhaantjes en nog eens twee barmsijsjes een ring rond de poot. Een deftige afsluiter van een mooi najaar. Ondanks het ‘probleempje’ met de levering van de ringen.

Ik klopte af op 4.398 vogels die ik in mijn handen had. Hier waren er 161 van geringd. Een groot deel terugvangsten van vogels die zelf ringde, maar toch ook een aantal ‘vreemde’ controles. De top vijf was zwartkop (906), kleine karekiet (685), tjiftjaf (595), pimpelmees – uiteraard – (363) en roodborst (334). Kersen op de taart waren draaihals, bladkoning (2), siberische tjiftjaf, orpheusspotvogel en vooral mijn eerste paapje ooit op mijn ringplek.

Kraantje open

Het werd een drukke week met heel wat uurtjes vogeltjes kijken of ringen. Maar mijn Limburgse lijst bleef netjes op 2015 staan. Wel ging ik over de 4.000 geringde vogels op mijn ringplek en kon ik daar soort nr. 43 voor dit jaar optekenen.

Siberisch

Woensdag gingen de netten nog eens open. Opnieuw gingen we vlot over de 100 vogels. Vooral de tjiffen deden een stevige duit in het zakje. Letterlijk. Tussen al die kleine doortrekkers zat er eentje waar wel heel weinig geel te bespeuren viel. Mijn eerste siberische tjiftjaf voor dit jaar. Altijd leuk.

De dag erna was de doelsoort baardmannetje. Elk jaar komen er wel een aantal overwinteren in onze provincie. De vraag is echter, waar? Riet is een bepalende factor. Het vijvergebied rond Zonhoven leek mij alvast een goed begin. De baardmannetjes vonden van niet. want ik kon er geen ontdekken. Maar niet getreurd. We hebben nog wel even tijd om deze prachtige ‘snorremannen’ aan mijn jaarlijst toe te voegen. Opgeven staat niet in mijn woordenboek.

Sliert

Vrijdag werd er opnieuw geringd. Plots daalden het aantal tjiftjaffen van elke keer meer dan 50 naar minder dan tien. Waren ze bijna allemaal gepasseerd? Maar het hoogtepunt van die dag was niet in mijn netten te vinden. Op mijn app met waarnemingen kreeg ik de ene na de andere melding van voorbijtrekkende kraanvogels. De dag ervoor was het al begonnen. Zou ik er ook zien? Het was mijn lieve echtgenote die ze ontdekte. ‘Kom eens kijken hoeveel vogels er aan komen vliegen!’ hoorde ik haar roepen. Het ringwerk moest even wachten en ik stormde naar buiten. Een enorm lange sliert roepende kraanvogels was mijn beloning. Ik telde er zeker 350. Maar denkelijk waren het er nog veel meer. Deze soort blijft bij mij elke keer weer zorgen voor een stevige opstoot van adrenaline.

Kraanvogels – Wellen – 7 november 2025

Kleurenpaletje

Zaterdag bracht ik door op de telpost in Oetersloven. Maar de verhoopte kraanvogels bleken voorbij. Het werd een rustige, maar vooral gezellige voormiddag. Omdat ik met mijn dochter – die even voorbij kwam gefietst met de kleindochter – een kaarsje ging branden in de kapel, miste ik het hoogtepunt van de telling. Een voorbijvliegende blauwe kiekendief. Het was al enkele jaren dat de telpost ‘blauwe-kiekenloos ‘ bleef. Het einde van die periode heb ik dus niet mogen meemaken. Ik kon enkel de foto’s bewonderen van André, die de blauwe kiek kon ‘kieken’.

Putter – ringvangst – 9 november 2025

Zondag kwam Kristof nog eens langs op de ringplek. Zijn examen komt er nu snel aan. Dus elke oefensessie is meegenomen. Maar de vogels vonden van niet. Het was heel rustig. Daarom besloten we om toch de mezen-medley op te zetten. Dadelijk met succes. De pimpelmezen vlogen er vlot in. Toen Kristof naar huis ging kreeg ik nog een puttertje gevangen. Een prachtige verschijning met een likje verf van elk potje dat ze toen hij zijn verenpakje kreeg konden vinden. Maar dat verhaal vertel ik wel een andere keer.

Groeten uit Noorwegen

Een weekje verlof, dus kon ik er een lap op geven. Tot het weerbericht er aan kwam. Wind, regen en dus veel binnen zitten. Pas tegen donderdag kon ik die lap boven halen.

Nr. 215 – Rotgans

Maar het was er dadelijk ‘boenk’ op. Want de rotgans die in Heppeneert mooi zat te wezen, werd elke dag gemeld. Dus ’s morgensvroeg reed ik dadelijk naar dit mooie gehuchtje langs de Maas. Tijdens het parkeren van mijn auto zag ik dat er in de weide slechts vier ganzen zaten. Twee grauwe, een hybride-geval en… de rotgans. Van een snelle twitch gesproken. Ik nam ruim de tijd om deze leuke gans te bekijken. Want die zie je niet elk jaar in onze provincie.

Rotgans- Heppeneert – 30 oktober 2025

Nadien deed ik nog een rondje Bichterweerd. Een zalige wandeling langs de Maas en rond de grindplas. Geen nieuwe soorten voor mijn lijst. Maar wel mijn eerste vrouwtje brilduiker voor dit najaar, een mooie groep waterpiepers, twee ‘stoeiende’ ijsvogels – altijd leuk – en een zwerm pimpelmezen. Want die zijn blijkbaar massaal op trek door ons landje. Ze haalden zelfs het VRT-nieuws.

Tjif-tijd

Vrijdag zette ik mijn netten nog eens open. Met succes. Maar liefst 232 vogels werden geringd of gecontroleerd. Nog nooit had ik zo laat op het jaar zo veel vogels. Vooral de tjiftjaffen deden het goed. Met 94 stuks verpulverde ik mijn dagrecord op mijn ringplek. Ik had dat van pimpelmees ook kunnen opblazen. Maar bewust zette ik het geluid niet op. Tot grote blijdschap van mijn vingertoppen. Wie dit niet snapt, moet maar eens komen helpen als er veel pimpelmezen moeten geringd worden. Stevige bijtertjes! Tussen al dat geweld kon ik mijn tweede bladkoninkje voor dit jaar ringen. Steeds even kicken!

Bladkoning – ringvangst – 31 oktober 2025

Ik heb trouwens het gevoel dat het een stevig jaar aan het worden is op mijn ringplek. Heel wat soorten worden vlot gevangen in mooie aantallen. Het ene dagrecord na het andere gaat er aan. De dagen met +100 vogels kan ik al lang niet meer bijhouden. Dus zette ik alles even netjes in een grafiekje. Met ondertussen bijna 4.000 vogels in mijn handen is het zeker geen slecht jaar, maar er waren er met meer. Daarom bekeek ik even het uurgemiddelde – dit is het aantal vogels dat ik gemiddeld, over alle uren die ik ringde (bijna 218u dit najaar), kon vangen – voor alle jaren sinds ik begon op mijn ringplek in 2014. En daar scoor ik uitmuntend! Met 18,16 vogels per uur zet ik een record neer. Moest ik nu ook nog eens het mezengeluid opzetten, dan is het hek helemaal van de dam. Amai mijn vingertoppen.

Rod sisik

Zondag gingen de netten opnieuw open. Deze keer in gezelschap van Kristof, die stilaan zich klaar aan het maken is voor zijn examen als ringer. Spannend. De dag er voor had ik de nachtgeluiden wat aangepast. Met vooral de focus op leuke zeldzaamheden in het najaar. Toch was het alweer tjiftjaf en pimpel die de hoofdvogel afschoten. Opnieuw meer dan 100 vogels. Ze blijven komen. Tussen al die kleintjes kwamen ook een mooi aantal barmsijzen langs. Deze wintergastjes zijn op doortocht of komen hier tijdelijk logeren. Rond de middag ging Kristof naar huis en even later was het tijd om de netten dicht te schuiven. Zoals gewoonlijk hingen er nog een vijftal vogels te wachten op een ringetje. Pimpelmezen, uiteraard, maar ook een barmsijs. Maar deze had al een ringetje rond de poot. Kristof had even er voor nog gezegd: ‘een geringde barmsijs, dat zou leuk zijn’. Zijn wens kwam uit, maar hij was er jammer genoeg niet bij. Bij het aflezen van de ring werd snel duidelijk dat het om een ‘buitenlander’ ging. Stavanger stond er op. Dit was een barmsijsje dat in Noorwegen woonde of minstens toch al eens passeerde. Een leuke terugmelding noemen wij dit. een heel leuke…
(nvdr. Rod sisik is barmsijs in het Noords – door die o moet een schuin streepje maar die vond ik niet op mijn toetsenbord)

‘Noordse’ barmsijs – ringvangst – 2 november 2025

Rotloos eindje

De herfst is duidelijk in het land. Veel wind en nattigheid zorgde er voor dat ik niet zo heel veel kansen kreeg om vogeltjes te gaan kijken. Woensdag was de beste dag van de week en gingen de netten weer eens open. Alweer met meer dan 100 vogels. Ze blijven komen. Blijkbaar zijn er heel wat pimpelmezen op komst. Ik kreeg al een voorsmaakje. Ik voel het nog aan mijn vingertoppen.

Vuur en rood

Maar ik was vooral blij met de vier barmsijsjes die ik kon ringen. Twee er van waren adulte mannetjes. Wat forser en een mooi karmijnrood petje en borst. Deze wintergastjes zijn echte traktaties als je ze van zo dichtbij kan bekijken.

Barmsijs – ringvangst Wellen – 22 oktober 2025

Blijkbaar heeft mijn geluid ook een beter effect op goudhaantjes. Ondertussen zijn het er al 55. Af en toe zitten er ook vuurgoudhaantjes tussen. De allerkleinste vogeltjes in ons landje. Maar hun verenkleed is dan weer een grootse prestatie. Zeker als je mannetjes vangt en die in al hun opwinding hun knaloranje kuifje openspreiden. Vuurwerk!

Vuurgoudhaan – ringvangst Wellen – 22 oktober 2025

Geen happy end

De week sijpelde naar zijn einde. Het was pas op zondag dat er opnieuw naar vogeltjes kon worden gekeken. Maar zonder veel ambitie. Want eerst moest ik voor het werk promomateriaal gaan afgeven aan een sympathieke MTB-club die tijdens hun jaarlijkse toertocht centjes voor de natuur wou inzamelen. Waarvoor dank. Aangezien ik toch in de buurt van Stamprooierbroek was maakte ik daar een -overigens prachtige – wandeling. Zonder veel gevlieg of gepiep. Ik zag vooral beversporen. Want die zijn in dat gebied heer en meester.

Beverdam – Stamprooierbroek Bree

‘Voila, deze week zit er op’ dacht ik. Maar dan zag ik de melding van Miel dat er in Heppeneert een rotgans zat mooi te wezen. Deze aan de kust veel voorkomende gans is in Limburg een zeldzame verschijning. Voor mij was het van 2008 geleden dat ik er in onze regio eentje kon spotten. Wel moest ik eerst nog een aan mijn zoon beloofd bezoek aan een stripbeurs afwerken. Mijn collectie Asterix-strips is weer wat groter geworden.
Even later reed ik dan toch richting Maaseik. Zonder veel hoop. Die eenzaten hebben de gewoonte om zich aan te sluiten met elke groep ganzen die opvliegt. Dus was ik er vrij zeker van dat de vogel gevlogen was. Maar je weet maar nooit. Zo kreeg ik wat meer hoop toen ik zag dat er op de locatie waar Miel in de voormiddag de rotgans zag er een grote groep ganzen zat. Het sein voor een spelletje gansjes afkijken. Een activiteit die jaarlijks rond deze periode terugkomt.

Portie gans gemengd – Heppeneert – 26 oktober 2025

Maar ik kon er geen rotgans tussen vinden. Ganzen hebben dan ook nog eens de gewoonte om in groepjes weg te vliegen of er weer bij te komen zitten. Dat wil zeggen, nog eens opnieuw beginnen. Tussendoor kon ik een geringde kolgans aflezen. Niet de pootring, dat is onbegonnen werk. Maar ze krijgen een brede en duidelijke halsring rond de nek. Benieuwd waar kolgans B1U vandaan komt? Altijd leuk.
Terug aan de auto wist ik dat er geen ‘rotje’ op mijn lijst zou komen. Maar even was er toch nog een sprankeltje hoop, toen ik met de verrekijker een donkere gans zag. Maar door de telescoop bleek het een wat vreemd exemplaar te zijn. De app determineerde het gekke beest als een hybride keizergans met brandgans. Toch iets speciaals aan het einde van een winderige en natte week.

Hybride keizergans x brandgans – Heppeneert – 26 oktober 2025

Volgende week is er meer tijd om vogeltjes te kijken. Want ik heb een ganse week verlof. Misschien dat er dan toch nog een ‘rotje’ uit de bus komt.

Afgekeurde driepunter

De voorbije week was eentje met maar liefst (bijna) drie nieuwe soorten op mijn jaarlijst. Dat was al even geleden en gezien de stand van zaken een mooie opsteker.

Dinsdag en zaterdag gingen de netten open op mijn ringplek. En het was opnieuw bingo. Met 165 en 176 gevangen vogels was het ‘werkendag’. De hulp van Kristof op dinsdag was dan ook zeker welkom. Zaterdag stond ik er alleen voor en was het dus overuren draaien. Het is trouwens een geweldig najaar op mijn ringplek. Bijna elke keer als ik mijn netten openschuif rond ik makkelijk de kaap van 100 vogels.

Nr. 213 – Krooneend

Toch was mijn eerste ‘vinkje’ niet op mijn ringplek. Hiervoor moest ik in allerijl naar Negenoord. Daar werd een krooneend gevonden. Eerst was het even balen omdat ik geen auto beschikbaar had. Maar even later reed ik dan toch de drukke weg op naar Stokkem. Gelukkig was het mannetje krooneend nog aanwezig. Enkele andere vogelkijkers waren zo vriendelijk om mij naar de juiste plek te sturen. Zo was deze nieuwe soort voor dit jaar snel binnengekopt. Want een uurtje later moest ik gaan genieten van een grappige voorstelling. Alles lukte mooi op tijd ondanks een stevige avondspits.

Krooneend – Negenoord – 17 oktober 2025

Net niet nr. 214 – Bladkoning

Zaterdag kon ik mijn jaarlijkse bladkoning verwelkomen op mijn ringplek. Op de andere locaties binnen onze werkgroep hadden ze deze zeldzaamheid al kunnen ‘scoren’. Nu was ik dus aan de beurt. Deze kleine schoonheid werd netjes van een ringetje voorzien en kreeg dan opnieuw de vrijheid. Toen ik even later naar mijn netten wandelde, hoorde ik – zonder twijfel de vogel die ik net geringd had – een bladkoninkje roepen in het bosje in mijn tuin. Het voordeel van het ringwerk is dat ik wist dat er in mijn tuin mogelijk nog een bladkoning zat. Dus was ik uiteraard alert toen ik naar buiten ging. Weer een soort erbij op mijn lijst? Toch niet. Want blijkbaar is de regel dat je een vogel die geringd is dezelfde dag niet kan meetellen op een lijst. Volgens mij een oneerlijke regel, want stel dat jij net passeert vlakbij, dan mag jij die wel aanvinken. Jij hebt op dat moment uiteraard geen idee dat deze vogel net vlakbij geringd werd.
Sorry dat ik er weer over begin – in een vroegere post heb ik mij hier nog al eens over opgewonden – maar ik heb het nu eenmaal moeilijk met regels die volgens mij oneerlijk zijn of niet uit te leggen zijn door de personen die deze regel hebben uitgevonden. In dit geval voldoet deze regel aan beide voorwaarden, reden genoeg om mij er over te ergeren. Dat dacht ik even. Maar er zijn wel ergere dingen denk ik dan maar. Wat trouwens zeker het geval is. Dus nummer 214 werd even uitgesteld.

Bladkoning – Wellen – 18 oktober 2025

Net wel nr. 214 – Barmsijs

Even maar. Want niet veel later die voormiddag kon ik toch een soortje bijschrijven. In oktober speel ik overdag ook op barmsijs. Vandaag met succes, maar liefst zes exemplaren lieten zich verschalken. Maar mogelijk waren het er nog meer geweest. Want tijdens een van de laatste controles vlogen er drie barmsijsjes over mijn hoofd. Ze riepen even en gingen in de top van een berk zitten. Jammer genoeg had ik geen verrekijker bij om ze te bewonderen. Maar dat kon ik wel uitgebreid doen met hun soortgenoten die zich wel lieten vangen en ringen.
De dag er voor was ik naar deze ‘roodkapjes’ gaan zoeken in De Maten en op de Mechelse Heide. Zonder succes. Ze nu zien in mijn eigen tuin was een mooie verrassing. Gelukkig vlogen ze nadien niet in mijn netten. Want anders kon ik deze barmsijsjes ook op mijn buik schrijven.

Barmsijs – Wellen – 18 oktober 2025

Het ging trouwens om kleine barmsijzen. Maar die opsplitsing mag ik niet meer maken. Alle barmsijzen zijn sinds kort allemaal barmsijzen. Dit lijkt een opmerking van een verwarde vogelkijker. Toch klopt het, ik probeer het even uit te leggen. Een ‘raad der wijzen’ beslist regelmatig over het samenvoegen of opsplitsen van soorten. Zij vonden dat de verschillende barmsijzen – het gaat over kleine en grote – dezelfde soort waren. Ze worden dus beschouwd als ondersoorten. Witstuitbarmsijs is wel een aparte soort. Maar die heb ik voorlopig nog nooit gezien. Maar wat nog niet is, kan altijd komen. Hopelijk ooit…

Ellendig geluk

Nr. 112 – Taigaboomkruiper

Dinsdag reed ik onder een zwaar bewolkte hemel en met een driezel-regen richting de Voerstreek. Dit is volgens mij een van de meest door vogelkijkers ondergewaardeerde regio in ons landje. Ik kom er zelf ook te weinig. Dit jaar zeker, want Voeren hoort bij Limburg. Dus hier iets zien is scoren op mijn jaarlijst.

Het weer bleef echter tegenspruttelen. Wat eerst begon als een licht gemiezer werd naar de middag toe een lichte regenbui. Dus zette ik mijn doel om wat leuke soorten te vinden al snel uit mijn hoofd. In dit weer bleven de kleine vliegenvangers of bladkoninkjes – die ik in gedachten had – goed beschut in de struiken zitten. Dit was echter zonder een andere klein vogeltje gerekend. Toen ik mijn lange – overigens ondanks het slechte weer prachtige – wandeling bijna had afgewerkt werd ik aan het Schophemerbos opgehouden door een gemengd groepje van goudhaantjes en pimpelmezen. Hun actieve rondgehip met dito geluid deed mij even stoppen. Want één ‘piepje’ dat ik in de groep hoorde kon ik niet dadelijk thuisbrengen. Het was net op dezelfde plaats waar ik in het voorjaar samen met Pierre als eens was gaan zoeken naar taigaboomkruiper. Toen was de kans groter omdat ze in het broedseizoen vaak zingen. We gingen echter zonder een waarneming terug naar huis. Had ik deze keer meer geluk? Want mijn eerste reactie was ‘taiga?’. Toen ik de roep even checkte op mijn gsm, kwam er dadelijk een bleek vogeltje dichterbij gevlogen. Even kon ik hem goed bekijken met mijn verrekijker. Kruipend tegen een stam. Oogstreep, witte flanken en de roep van een taiga. Weer een soortje erbij!

Taigaboomkruiper – Foto: Wouter Berden

Traditie in wording

Vrijdag vertrok ik met de vier ‘birdketiers’ richting onze kust. Hoewel het pas het tweede jaar was dat we dit deden, lijkt het een grote kanshebber te worden als jaarlijkse traditie. Drie dagen vogeltjes kijken aan zee, wat wil een mens nog meer. Het weekend werd opgesmukt met een hoop peperdure bolides op een treffen van mensen die zo te zien weten wat ze ‘meer willen’. Een mooi intermezzo. Maar we grijpen even terug naar de belangrijke zaken: de vogels. We starten net zoals vorig jaar aan het Zwin. Daar was het vrij rustig. De gemelde ijsgors bleek – na het afspeuren van honderden paaltjes – niet aanwezig, althans niet zichtbaar. Maar we lieten ons niet uit het lood slaan. Onze volgende stop was de Sashul in Heist. Een iconische bosje waar al heel wat zeldzaamheden werden bewonderd. Deze keer was het een sperwergrasmus. Waar deze soort vaak goed verscholen in een bosje af en toe een oog of een staartpunt laat zien, was dit exemplaar veel toegeeflijker. Regelmatig kwam hij in vol ornaat te voorschijn. Genieten!

Sperwergrasmus – Heist – 10 oktober 2025 (Foto: Wouter Berden)

Wouw, een topper

De soort van ons weekend was zonder twijfel een grijze wouw. Al weken voor onze aankomst werd er een exemplaar gezien – de foto’s gaven aan dat het de moeite was – vlakbij ons verblijf. Dus gingen we de eerste dag, nadat we onze koffers hadden uitgeladen op zoek naar dit showbeest. Het bleef echter met een zicht op de boom waar deze prachtige roofvogel de voorbij tijd had doorgebracht. Geen wouw te zien. De teleurstelling was bijna zo groot als die over de prestatie van onze Rode Duivels ’s avonds op tv tegen een voetbaldwerg uit een land waar een salade met groenten zonder twijfel het nationaal gerecht moet zijn.

De volgende dag gingen we opnieuw op pad. Een bezoek aan de telpost Spanjaerdduinen werd een topmomentje. Allereerst werden we enorm hartelijk ontvangen door de tellers. Maar daarnaast bleek er zich een fenomenale vinkentrek te voltrekken. Een stroom van grote groepen – vaak verschillende honderden exemplaren – vinken kwam voorbij. Wat een spektakel! De mislukte zoektocht naar een bladkoning in de Fonteintjes kon ons dan ook niet uit ons lood slaan. Toen de melding binnen kwam van een kleine topper aan het waterbekken in Woumen gaf ons weer hoop op weer een knaller op onze weekendlijst. Onderweg kwamen we tot het besef dat we vorig jaar op dezelfde plaats hadden rondgereden om te ontdekken dat dit gebied niet toegankelijk is. Maar om een of andere reden sloegen wij die kennis in de wind. We belden zelfs overmoedig aan, aan de poort van het bedrijf om proberen toch binnen te geraken. Tevergeefs. De topper werd een ‘flopper’. We besloten die teleurstelling door te spoelen met een tasje koffie en een pannenkoek met hoeve-ijs vlak bij het spaarbekken. Terwijl we een geanimeerd debat hielden waarom we toch zo ver waren gereden, terwijl we wisten dat we die eend nooit zouden zien, kwam er een nieuwe melding binnen. Er zat vlakbij een grijze wouw. We speelden onze pannenkoeken wat sneller binnen en reden snel naar de plek waar deze ‘topper’ zou zitten. Na even zoeken kregen wij een bleke roofvogel in beeld zittend op een meidoorn. Grijze wouw in the pocket! Het beestje was zo vriendelijk om – net als zijn familielid van vlakbij ons huisje – een mooie show te geven door wat te gaan jagen. Het geluk was dan toch weer aan onze kant.

Grijze wouw – Woumen – 11 oktober 2025

Tjilp

Onze laatste dag besloten we om onszelf te trakteren op een lekker en uitgebreid ontbijt. Maar aangezien de zaak die we hadden uitgekozen volzet was, werd dit voornemen vervangen door een meer bescheiden versie in de Panos. Dit zorgde er wel voor dat we sneller naar onze eerste tussenstop konden rijden. De Uitkerkse Polders met als doelsoort velduil. Hier is er al jaren een slaapplaats en kan je deze mooie nachtrovers vaak goed bekijken. Toen wij aankwamen moesten we een boer laten wegrijden om onze wagen te kunnen parkeren. Deze ‘agrariër’ bleek een rol te gaan spelen in het vervolg van dit verhaal. Want aangekomen bij de aanwezige vogelkijkers kregen wij de boodschap dat nog geen vijf minuten geleden alle uiltjes waren opgevlogen om elders een uiltje te gaan knappen. Een boer was door de weide gelopen en had 14 velduilen verjaagd. Jawel, diezelfde boer die wij net hadden gezien. Het was weer even een Rode Duivels-Macedonië gevoel.

Koereiger – Uitkerke Weiden – 12 oktober 2025

Maar niet lang getreurd. We gingen weer op pad. Wel pas nadat we de mooie blauwe kiekendief en de koereigertjes – die zoals het past tussen de koeien rondtrippelden – nog even bewonderden. We belandden na een stop in de baai van Heist waar we een gemelde ijsgors dipten (dat is een vogel missen die werd doorgegeven), maar wel een mooie groep rotganzen zagen voorbij vliegen – nieuwe soort voor Wouter en Gert op hun Belgische lijst – terug in de Fonteintjes. Daar zat volgens onze info een draaihals die we wel vonden. Wat een schitterende beesten toch. Ik kon ze al een paar keer bewonderen toen ik ze uit mijn net haalde bij het ringen thuis. Maar zo eentje vlak voor je neus zien rondhuppelen is toch nog leuker. We sloten ons weekend af zoals het begonnen was, in het Zwin. Want daar was er een grote pieper gezien. Dankzij de dure auto’s en de massa autofanaten was het wel aanschuiven rond en in Knokke. De tijd begon te dringen. Om 17u ging het park dicht. We kwamen gelukkig nog ruim op tijd aan. Na het betalen van een stevige inkomsom wandelden we de Zwinvlakte op. Op zoek naar een pieper tussen veel andere piepers op een grote vlakte met veel plekken om je weg te steken. Een pieper in een hooiberg. Maar deze keer bleek het wel goed voor ons uit te draaien. Na een uurtje zoeken vloog er een luid ‘tjilpende’ vogel op. Tot twee keer toe. Grote pieper! Voor mij trouwens een nieuwe soort op mijn Belgische lijst. Een mooie afsluiter van een geweldig weekend.

De lange terugweg met de nodige files – met deze keer heel wat peperdure auto’s die ook stil stonden – zette ons weer met beide voeten in de ‘echte’ wereld. Maar wel met alweer een hoop mooie herinneringen die ze ons niet meer afpakken. Volgend jaar zijn we er weer…

Geduld is zilver

Nr. 211 – Zilverplevier

Het waren spannende dagen in het begin van de week. De in Koningssteen gemelde zilverplevieren moest ik in het weekend laten passeren wegens andere verplichtingen. Zaterdag zat ik mijn stoel te schuifelen aan de balie in De Wissen en zondag moest ik de kerk in het midden houden met een bezoek aan de antiekmarkt in Tongeren. Mijn gedachten dwaalden meermaals af naar die zilverplevieren die dan netjes werden gemeld op zowel zaterdag als zondag. Ook maandag bleken ze aanwezig, maar die dag zat ik vast op het werk met een late vergadering, zodat ’s avonds even doorrijden naar Kessenich geen optie was. Dus was het wachten tot dinsdag. Maar dit koppeltje had het blijkbaar zo naar zijn zin, dat ze ook die morgen aanwezig waren. Deze keer was ik er ook. Ik kreeg ze prachtig in beeld. Een aantal wandelaars mochten mee genieten van de beelden via mijn telescoop. Met weer een soortje erbij op mijn jaarlijst als resultaat.

Zilverplevier – Koningssteen – 30 september 2025

Hoopvol slot

Woensdag werd de netten nog eens open geschoven voor een voormiddagje ringen. Met de handrem op, want voorlopig kan onze ringoverste geen ringen bij bestellen. Dus moeten we alles zo plannen dat ik tot half november alles wat in kan vangen ook een ring aan de poot kan knijpen. Met elke vangstdag meer dan 100 vogels is dat niet zo makkelijk. De zwartkoppen nemen wel wat af, maar de roodborsten en de mezen beginnen goed door te komen. Ook tjiftjaffen hebben hun tocht naar het zuiden duidelijk aangevat. Gelukkig krijgen die een kleinere ring aangemeten waar ik er normaal genoeg nog meer dan genoeg van heb. Kers op de taart van deze week was mijn tweede cetti’s zanger voor dit najaar. Een soort die de laatste jaren aan een stevige opmars bezig is.

Cetti’s zanger – ringvangst Wellen – 1 oktober 2025

We sloten het weekend af met een bezoek aan de telpost in Oetersloven. Eentje met veel wind en weinig vogels. Maar wel twee kersverse en jonge vogelkijkers voor onze regio die met veel enthousiasme mee zochten naar de schaars overvliegende vinken en graspiepers. Zo kreeg deze week een geweldig slot. Zoals de titel van mijn blog het zegt: iedereen moet vogels gaan kijken. Want het is een geweldige hobby. We zijn goed op weg, met weer twee extra birdaholics.

Trektellen telt ook

De voorbije week was er weer eentje van ups en downs. Zo sprong ik op vrijdagavond nog snel even in de auto richting Peer. De melding van een morinelplevier was voldoende om wat kilometers te maken. Die melding kwam wel laat. Een fotograaf-vogelkijker had op zijn foto’s ontdekt dat er op een van zijn foto’s een morinelplevier stond te blinken. Weer maar eens het bewijs dat vogels fotograferen niet bevorderlijk is voor vogels kijken. Maar dit terzijde.

Dus reed ik goed 45 minuten om de kleine kans dat de vogel er nog zat om te zetten in een extra soort op mijn jaarlijst. Toen ik aankwam stonden daar twee vogelkijkers gezellig te keuvelen. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel hebben ze de vogel al goed gezien en is die meestal weg gevlogen, ofwel hebben ze na lang zoeken de vogel niet meer gevonden. Deze keer bleek het de tweede optie. Maar ik gaf nog niet op. Een morinelplevier heeft namelijk de geweldige kunst om op te gaan in zijn omgeving. Misschien hadden ze hem wel over het hoofd gezien. Dit was zonder rekening te houden met andere vliegende wezens. Aan de horizon doken een drietal parapenters op. Je weet wel van die luidruchtig vliegende ventilators met een parachute. Deze vlogen heel laag over de akkers. De avondlijke rust en de aanwezige vogels wegblazend. Respectloos en egoïstisch. Mijn hoop om die morinel te vinden werd meteen ook weggeblazen. Ze vlogen dan ook even zonder enige schroom over het militaire domein. Als ik er 10 meter te ver ga staan krijg ik een stevige boete. Zij ook? De regels gelden blijkbaar niet voor iedereen.

Nr. 210 – Smelleken

Gelukkig begon mijn week met een extra soort. Op zondag werden er op de telpost in Averbode Bos en Heide heel wat roofvogels gezien. Waaronder een heleboel smellekens. Deze kleine valkjes vliegen op trek mee met hun prooien, kleine zangvogels. Een vliegend buffet kan je het noemen. Daarom worden ze op telposten wel vaker gezien. Maar september is volgens mij vrij vroeg. Toch trok ik op maandag naar Tessenderlo. Met resultaat. Want een van de eerste roofvogels die we zagen was een smelleken. Weliswaar redelijk ver. Maar met de bevestiging van toppers onder de vogelkijkers als Koen Leysen en Maarten Jacobs zette ik deze soort netjes op mijn Limburgs jaarlijst.

Smelleken – archieffoto 2018

Ondertussen lijkt de trek stevig op gang getrokken. Hopelijk levert dit nieuwe soorten op. Zilverplevier dook alvast op aan de Maas. Ik weet al waar ik een van de volgende dagen dat ik vrij ben naartoe ga.

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research